Thursday, July 28, 2016

Tom Janssen on Boris Johnson

Found on the website of Tom Janssen.


Tom Janssen on Erdogan and Gulen

I found this on the website of Dutch cartoonist Tom Janssen.



(beweging = movement)

It's Time for the Forces of Light to Shine

I translated the Dutch article that can be found in the previous posting into English, and published it on my blog on the website Times of Israel.

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel stond eerder deze week in het Friesch Dagblad.

Tijd voor de krachten van het licht


Afgelopen zaterdag heb ik samen met onze negenjarige zoon in de bioscoop de zeer geslaagde Disneyfilm Zootopia gezien. Deze bevat minstens twee boodschappen die Amerikaanser lijken dan ooit: we hebben allemaal last van vooroordelen, en iedereen kan worden wat hij/zij wil. Judy Hopps, de hoofdpersoon (een konijn) zegt in de film trefzeker: “Het blijkt dat het leven ietsje ingewikkelder is dan een slogan op een bumpersticker”. Dit was kort nadat Hillary Clinton had getwitterd dat Tim Kaine haar running mate was, en na een week waarin een belangrijk deel van de aandacht van de media wereldwijd gewijd was aan vier mannen: de Turkse president Erdogan, de Tunesische terrorist en crimineel Mohamed Lahouaiej-Bouhlel uit Nice, de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump, en Ali Sonboly, de jonge Duits-Iraanse moordenaar uit München.

Terwijl München nog volledig door paniek bevangen was, de autoriteiten nog naar eventuele mededaders van Sonboly zochten, en er nog volstrekt geen duidelijkheid was over de mogelijke ‘motieven’ voor de verschrikkelijke schietpartij, liet Donald Trump via Twitter weten dat het wat hem betreft duidelijk was in welke hoek de dader(s) gezocht moest(en) worden: “Dit kan niet zo doorgaan. We moeten er alles aan doen wat in ons vermogen ligt om dit van onze grenzen (lett. ‘onze kusten’) te weren”. Je kan het de ‘arme’ man haast niet kwalijk nemen dat hij meteen aan moslimterroristen dacht. Inmiddels lijkt het er echter op dat de schijnbaar tamelijk labiele Sonboly een bijna klassieke tienermoordenaar (gepest, gefrustreerd, gefascineerd door geweld en wapens) was, Iraans maar geboren en getogen in Duitsland, en mede geïnspireerd door de wandaden van de rechtsextremistische Noorse moslimhater Anders Breivik.

Toch wil ik het hier vooral over de Democratische presidentskandidate hebben. Misschien zou mevrouw Clinton er goed aan doen om bovenstaand citaat uit de film juist als bumpersticker te gaan gebruiken, mits Disney daarmee instemt natuurlijk. Als iets de Republikeinse conventie vorige week karakteriseerde, dan was het wel het onderlinge geruzie, en bovenal de uitgesproken negatieve, haast deprimerende sfeer. Het draaide allemaal om het zwartmaken van Clinton, het opkloppen van haat, het uitvergroten van tegenstellingen, en het aanjagen van angst. Behalve directe of indirecte verwijzingen naar de bewust weer opgerakelde kreet “America First” (ondanks of juist vanwege de sterk xenophobe, jazelfs anti-semitische associaties met de beweging die in 1940 en 1941 pleitte tegen Amerikaanse steun aan de strijd tegen Nazi-Duitsland), hebben Donald Trump en Mike Pence niet of nauwelijks aangegeven waarvóór ze staan, maar vooral waartégen ze ageren. Hierin ligt de missie, en volgens mij ook de kans, voor Hillary Clinton en Tim Kaine.

Het is erg verleidelijk om steeds maar weer te wijzen op Trumps vele tegenstrijdigheden, zijn talloze foute vrienden en supporters, de talrijke problematische uitspraken en deals uit zijn verleden. Maar wat zou het nu eens een verademing zijn indien deze week, wanneer de Democraten hun kandidaat voor de presidentsverkiezingen benoemen, niet gewijd is aan onderling gekonkel, noch aan de fouten en gevaren van Trump en ‘zijn’ partij, en als Amerika en de wereld duidelijk horen waarom de Amerikaanse kiezers juist vooral vóór Clinton-Kaine zouden moeten kiezen. Niets is immers een machtiger wapen tegen de krachten der duisternis dan de krachten van het licht.

Ik weet zeker dat veel kiezers willen horen hoe Clinton en Kaine meer gelijke kansen voor álle Amerikanen willen creëren, hoe zij de politie en de diverse groeperingen in de Amerikaanse maatschappij (waaronder de grote en belangrijke Afro-Amerikaanse minderheid) willen helpen om samen te werken voor meer veiligheid en wederzijds respect en begrip, hoe ze meer Amerikanen toegang willen geven tot betere gezondheids- en onderwijsvoorzieningen. Op het internationale vlak zouden de Democraten hun potentiële kiezers – en tevens de hele wereld, die de verkiezingen om begrijpelijke redenen met veel belangstelling volgt – moeten vertellen hoe de zorg voor het milieu verbeterd kan worden, hoe ze Amerika’s positie in de wereld gaan versterken, en hoe Amerika beter – niet minder – met haar bondgenoten kan samenwerken en effectiever haar vijanden kan bestrijden.


Als alternatief voor het zeer negatieve gedachtengoed dat de Republikeinen in de persoon van Donald Trump hebben omarmd, alsmede tegenover het haast nihilistische perspectief van vrijwel alle terroristen ter wereld,  zouden Clinton en Kaine – liefst met volmondige steun van Bernie Sanders – een boodschap van hoop en maakbaarheid moeten bieden. Dat betekent niet dat men de onnoemelijk vele gevaren waarmee Amerika, de vrije en ook minder vrije wereld geconfronteerd worden moet ontkennen of bagatelliseren. Integendeel. Maar je kunt al die gevaren en het negativisme dat zij veroorzaken niet bestrijden zonder daar zelf iets positiefs tegenover te stellen. Door Amerikanen ervan te overtuigen dat een betere, verwachtingsvolle werkelijkheid wel degelijk bereikt kan worden, kunnen de Democraten hun land weer hoop en vertrouwen, én een werkelijke keuze geven. Deze boodschap zal ook elders ter wereld – Istanbul, Gaza, Parijs, Jeruzalem, Moskou, Den Haag, waar dan ook – gehoord worden, zowel door burgers als door degenen die hen zouden moeten leiden. Ik kan Hillary Clinton geen beter advies geven dan nog een citaat van Judy Hopps: “Probeer de wereld een betere plek te maken. [...] Erken dat verandering bij jóú begint.”


Wednesday, July 20, 2016

Joep Bertams on Turkey and Erdogan

Found on the website of Joep Bertrams.


Day of Reckoning 
(literally 'day of axes', "Erdogan has his day of reckoning after strange but failed coup")

National Feeling

Monday, July 18, 2016

Joep Bertrams on the new British PM

Found on the website of Joep Bertrams.



Mother Theresa

Thursday, July 14, 2016

If you come across this blog and do not know Dutch...

...you might notice that in the last few years I have not written very much in English. It's a fact that, whereas in the first nine, ten years of this weblog's existence I used to blog a lot, both in Dutch and in English, after 2012 I somehow stopped having the time and energy to spend as much time writing online as I had before. Since then, on this blog I have mainly posted articles of mine, in Dutch, which were published in two Dutch newspapers that I occasionally write for. If you want an idea of what I wrote in earlier years, just browse through previous postings, or search for "Jerusalem Report" in the search engine on this weblog (you can also click here). Three fairly recent articles that I wrote in English (and one revised version of a not so recent one) you can find here, on the website Times of Israel. Every now and then I also post comments - similar to the kind of things I used to post on my blog - on Facebook.

Thursday, June 23, 2016

Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende artikel stond vandaag in het Reformatorisch Dagblad.


Steun Israël, niet de bezetting



Het doet altijd goed om te lezen dat mensen buiten Israël de Joodse staat een warm hart

toedragen. Zeker als het om jonge mensen gaat, en helemaal wanneer die jongeren actief zijn

binnen een partij als het CDA. Toch zou ik graag drie kanttekeningen willen plaatsen bij “CDA



Allereerst schrijven de auteurs dat het in het Midden-Oosten “ten diepste gaat om een

islamitisch-Joods conflict”. Als we het over het Midden-Oosten in het algemeen hebben betreft

het inderdaad een voornamelijk religieus conflict, al gaat het veel verder dan ‘de’ Islam vs ‘het’

Jodendom. Maar als we naar hét conflict tussen Israël en de Palestijnen kijken, zien we dat dat

veel meer dan slechts religieus is, en dat we tegenover Israël zowel islamitische als christelijke

Palestijnen vinden. Dat geldt zowel voor terroristen (sommige van de meest notoire Palestijnse

misdadigers waren Palestijnse christenen) als voor de overgrote meerderheid van onschuldige

Palestijnse burgers. Christenen en moslims in de bezette gebieden hebben allemaal te lijden

onder de bezetting.


Een schijnbaar onbenullig voorbeeld uit mijn recente persoonlijke ervaring. Ik ben momenteel

druk bezig met het opzetten van een ‘virtueel’ samenwerkingsprojekt tussen mijn school

(Israëlisch, overwegend Joods) en een christelijke school in Ramallah. Na een jaar van online

‘verkenningen’ en één-op- één ontmoetingen aan de Israëlische kant van de Groene Lijn

nodigden mijn vrouw en ik mijn collega en zijn gezin onlangs uit voor een maaltijd bij ons thuis.

Ongeveer twee uur voordat we hadden afgesproken belde hij me op. De soldaten bij de

checkpoint zeiden dat hij en zijn vrouw konden doorrijden, maar dat de twee jonge kinderen geen

vergunning hadden om Israël binnen te komen, en dat ze hen dus maar moesten achterlaten.

Natuurlijk deden ze dat niet, ze keerden terug naar Ramallah en wisten wel de benodigde

vergunning te krijgen. We hadden uiteindelijk een zeer bijzondere middag samen. Voor mijn

kinderen waren onze gasten de eerste Palestijnen ooit die ze niet op het nieuws zagen. Voor hun

twee zoons waren wij de eerste Israëliërs in hun leven die geen kolonisten of soldaten zijn. Ik zei

het, een onbenullig voorbeeld, en ik weet dat die soldaten daar ook voor de veiligheid van mijn

gezin en mijzelf staan (onze kinderen zullen te zijner tijd vanzelfsprekend ook alledrie d.v. dienst

doen), maar dit minieme incident geeft wel aan hoe absurd dit conflict is, hoe het Israël moreel

corrumpeert, én hoe het Palestijnen zonder aanziens der religie treft. Overigens doen de fanatici

aan Israëlische zijde (die altijd een belangrijke rol hebben gespeeld bij het bepalen van de pro-

nederzettingenagenda van Nethanyahu en zijn regeringen) er net als Hamas en andere

islamistische organisaties alles aan om dit conflict – dat naast een religieuze wel degelijk ook een

nationale, of nationalistische, én een puur menselijke component heeft – vooral nóg religieuzer te

maken.


Daarnaast stellen de acht CDJA-ers dat de oorzaak van het conflict het feit is dat de Arabische

wereld Israël niet accepteert. Dit geldt al jaren als onzin. Zie bijvoorbeeld het Arabische

Vredesinitiatief, en de vredesverdragen tussen de Joodse staat en Egypte en Jordanië. Het gaat

weliswaar om een initiatief waarover nog veel te onderhandelen valt en om vaak koude vredes,

maar, om Amos Oz te parafraseren, vrede is eerst en vooral de afwezigheid van oorlog. Het al in

2002 gelanceerde Arabische vredesinitiatief spreekt over normalisatie in ruil voor een Israëlische

terugtrekking uit alle bezette gebieden. Veel deskundigen zien het als dé manier voor Israël om

eindelijk door haar buren erkend en geaccepteerd te worden. Dat de meest vocale oppositie tegen

dat voorstel nu juist in Gaza, Teheran, en (West) Jeruzalem klinkt is geen toeval.


Tenslotte het labelen van produkten uit bezet gebied. Het is opvallend maar evenmin toevallig

dat nu juist veel Israël-haters aan de ene kant en rechts-nationalistische Israëliërs en hun

buitenlandse supporters aan de andere kant vaak niet of nauwelijks onderscheid lijken te kunnen

of willen maken tussen Israël en de nederzettingen. Net zomin als ik BDS-fan ben (er zitten veel

onfrisse types in die beweging), ontvang ik graag ‘steun’ van Wilders, Marie Le Pen of Trump.

Het plakken van stickers op produkten uit bezet gebied – zoals de EU heeft voorgesteld – is

echter absoluut niet hetzelfde als een boycot van Israel, en al helemaal niet als “Koop niet bij

Joden”. Eerlijk gezegd, wanneer ikzelf de keus heb tussen twee produkten, het ene gemaakt aan

deze en het andere aan gene zijde van wat in mijn ogen een grens tussen twee staten zou moeten

zijn, kies ik steevast voor het eerste. Het zou juist goed zijn als werkelijke vrienden van Israël

eindelijk inzien dat juist een tweestatenoplossing (en dus een duidelijke scheiding tussen Israël

en – een groot deel van – de nederzettingen, en een einde aan de bezetting) in Israëls belang is,

en als zij dat inzicht met de wereld én met Israël delen. Steun voor Israël moet weer steun voor

Israël worden, en ophouden steun voor het nederzettingenbeleid te zijn. Laat men daar voor

pleiten bij het CDA en alle andere genoemde pro-Israël partijen.

Sunday, May 29, 2016

Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende artikel stond afgelopen weekend (met een paar dagen vertraging) in het Reformatorisch Dagblad.

Interessante tijden

In Israël lijkt de aprokriefe Chinese vloek ‘Moge je in interessante tijden leven’ meer dan ooit van toepassing te zijn. Een samenvatting van de gebeurtenissen. Afgelopen weekend verving premier ‘Bibi’ Nethanyahu zijn minister van defensie – Moshe ‘Bogy’ Yaalon, voormalig opperbevelhebber van het leger en het enige kabinetslid met werkelijke vakkennis op het gebied van zijn ministerie – door Avigdor Liberman van de extreem-rechtse Israël Ons Huis (IOH) partij. Nethanyahu deed dit om zijn nauwe coalitie (61 van de 120 Knessetleden) met zes IOH leden te vergroten en daarmee zijn politieke korte-termijn toekomst veilig te stellen, maar niet minder om van een kritische, gematigde deskundige binnen zijn regering af te zijn. De bom tussen Bibi en Bogy barstte na twee incidenten en de daaruit voortvloeiende publieke discussies.

Eind maart schoot Elor Azaria, een IDF-soldaat in Hebron, een gewonde (en, volgens de aanklacht tegen de soldaat, ontwapende) Palestijnse terrorist dood. Op Holocaustgedenkdag maakte Yair Golan, de tweede man van het Israëlische leger, tijdens een toespraak een impliciete vergelijking tussen tendenzen in het huidige Israël (waaronder de discussie rond ‘de schietende soldaat’) en die in Europa van de eerste helft van de vorige eeuw. Bij de debatten rond beide affaires kon men een tweedeling waarnemen binnen de Israëlische maatschappij, van ‘supporters’ en ‘tegenstanders’. Het waren vooral ‘rechtse’, populistisch-rechtse, religieus-nationalistische en extreem-rechtse Israëliers die zich kwaad maakten over Yair Golans woorden en over het feit dat Elor Azaria zich überhaupt voor een militaire rechtbank moet verantwoorden. Meer gematigde, liberale danwel linkse, en veelal seculiere Israëliërs spraken hun steun uit voor de legerautoriteiten (in de zaak Azaria) en voor generaal Golan. Het wekte weinig verbazing dat bij dit publieke debat Nethanyahu, die immer perfekt het gesundenes Volksempfinden aanvoelt, steun uitsprak voor (de familie van) Orel Azaria, en Yair Golan publiekelijk de les las. Yaalon daarentegen stelde zich vierkant achter de legerautoriteiten en achter Golan op. Vorige week zei hij dat het belangrijk is dat legerofficieren hun mening onomwonden blijven verkondigen, ook als die niet overeenstemt met die van de meerderheid van de bevolking, die van hun commandanten of die van de regering. Dat was voor Bibi schijnbaar één van de spreekwoordelijke druppels: Bogy moest hangen.

Het is tekenend voor de huidige crisis dat op één van de belangrijkste ministeries een uitgesproken deskundige generaal en oorlogsheld (en een gematigde havik) wordt vervangen door een onvoorspelbare, ronduit racistische korporaal (en Poetin-adept), die de doodstraf voor terroristen (alleen Arabische, niet Joodse) wil herinvoeren. Om toch nog een generaal in het zogenaamde veiligheidskabinet (verantwoordelijk voor, de naam zegt het al, zaken van nationale veiligheid) te hebben is de minister van woningbouw tot dat mini-kabinet toegelaten. Daarnaast spreekt het boekdelen dat in de Knesset Yaalons plaats binnen de Likudfractie naar alle waarschijnlijkheid wordt ingenomen door rabbijn Yehuda Glick, een vurig beijveraar voor de bouw van de Derde Tempel op de plaats van de El-Aqsa moskee, en dat activisten van Lahava (Voor het voorkomen van assimilatie in het Heilige Land, een extreem-rechtse, nationalistisch-religieuze, anti-Islam en anti-christelijke organisatie) een ‘afscheidsfeestje’ bij Yaalons huis hielden toen bekend werd dat hij zou vertrekken.
Nu de ministeriële portefeuilles deels worden herverdeeld houdt Bibi het Ministerie van Buitenlandse Zaken (sinds het aantreden van het huidige kabinet, ruim een jaar geleden, ‘geleid’ door een jonge, ambitieuze en bevlogen pleitbezorgster van het nederzettingenbeleid) voor zichzelf. Dit om, zoals hij zelf zegt, dat ministerie “als onderhandelingstroef” te behouden, om de vleugellamme en volkomen gespleten Arbeidspartij zijn regering binnen te lokken. Het is heel-veel-zeggend dat een ministerie dat zo belangrijk is, zeker nu Israëls internationale en regionale positie nog meer verzwakt is dan ze al was, niet door een full-time en deskundige politicus wordt geleid, en als niet meer dan een lokkertje voor een futloze oppositiepartij wordt beschouwd.

Maar significanter dan alles was de spontane uitbarsting van Ronny Daniel, afgelopen vrijdagavond tijdens een tv-discussie, tussen journalisten en politici, over de nieuwe politieke situatie. Daniel, een ervaren militaire journalist, oorlogsveteraan en Zionist die zeker niet tot het politieke linkerdeel van het journaille gerekend kan worden, zei dat hij “na deze week”, en “met de huidige heersende politieke cultuur in Israël” (waarbij hij de namen van vier rechts-populistische ofwel extreem-rechtse Knessetleden noemde, die volgens hem de verloedering symboliseren), niet zeker is of hij wel wil dat zijn kinderen hier blijven: “Ik zal hier blijven. Wat mijn kinderen betreft, ben ik niet zo zeker”.


Is er dan geen lichtpuntje? Wie weet. Heel misschien heeft Bibi zichzelf deze keer politiek ‘in de voet’ geschoten. Tot nu toe was er ter rechterzijde van het politieke spectrum (de kans op een linkse premier binnen afzienbare tijd is nihil) geen concurrent voor Bibi te vinden die niet alleen een bewonderenswaardige militaire staat van dienst heeft maar ook pragmatisch en politiek gematigd is, ambities richting het premierschap heeft én op goede samenwerking met meer liberale en seculiere partijen kan rekenen. Sinds vrijdag lijkt het erop dat er een potentiële kandidaat is die aan al die criteria voldoet. In de tussentijd moeten we het met Bibi en zijn razend interessante tijden doen.

Monday, May 23, 2016

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel stond afgelopen zaterdag in het Friesch Dagblad.

Een verbazingwekkend land


Als er iets is wat me steeds weer fascineert in Israël, dan is het wel het feit dat het land en zijn mensen me steeds weer kunnen verbazen. Al slaat die verbazing de laatste jaren nogal eens om in verbijstering of ontsteltenis. Telkens wanneer ik denk dat het niet gekker, absurder, of onheilspellender kan, kom ik erachter dat ik simpelweg niet genoeg verbeeldingskracht had.

In sterk contrast met het aangename en rustige weer, raast er een politieke storm door Israël. Wekenlang hoorden we over pogingen om tot een regering van nationale eenheid te komen. De vleugellamme ex-Arbeidspartij zou deel gaan uitmaken van de rechts-religieuze regering onder leiding van Binyamin Nethanyahu. Blijkbaar wilde Nethanyahu vooral druk uitoefenen op de tamelijk extreem-rechtse Israël Ons Huis partij. Zo kon hij de zes Knessetleden van IOH in de richting van de smalle regeringscoalitie (tot nu toe 61 van de 120 Knessetzetels) manoeuvreren, en daarmee zijn eigen politieke positie veiligstellen. Dat IOH-leider Avigdor Liberman een grote politieke concurrent op rechts is deert de premier nauwelijks. Voor Nethanyahu zijn korte-termijn-denken en politieke overleving immers meestal belangrijker dan visie, strategisch denken, of het landsbelang.

Dat laatste wordt helemaal duidelijk nu we weten wie binnen de regering plaats moet maken voor Liberman: Moshe Yaalon (bijnaam ‘Boogy’), de minister van defensie. Van alle  kabinetsleden was hij – voormalig opperbevelhebber van het Israëlische leger – feitelijk de enige die werkelijk verstand van zijn vak had. Zo heeft Israëls minister van financiën een eerste graad in rechten, politieke wetenschappen en ‘algemene studies’, is de minister van justitie een gediplomeerd computeringenieur zonder enige juridische achtergrond, en heeft de minister van ‘wetenschap, technologie, en ruimte’ slechts een bachelor’s graad in sociale wetenschappen. Bijna nog grotesker dan dit gebrek aan deskundigheid onder Israëls huidige regeringsleiders is de veelvoud van taken van sommige kabinetsleden. Zo is premier Nethanyahu ook, in feite of in naam, minister van communicatie, van buitenlandse zaken, van gezondheid, van regionale samenwerking, van economische zaken, en – na Yaalons aftreden en totdat de onderhandelingen met Israël Ons Huis zijn afgerond en Liberman Yaalon opvolgt – nu dus ook even minister van defensie. Erdogan kan nog wat van hem leren. Er is nog een parallel met Turkije. Steeds meer zijn het nu juist hoge officieren en professionele veiligheidsdeskundigen die pleiten vóór seculier-zionistische waarden en relatief gematigde principes, en tégen gevaarlijke militaire avonturen.

Yaalons positie werd – wat Bibi betreft – onhoudbaar, vooral door twee recente affaires. Eind maart schoot een Israëlische soldaat een gewonde, en volgens getuigen niet meer gevaarlijke, terrorist in koelen bloede dood. De soldaat werd gearresteerd, en tegen hem loopt een militaire rechstzaak. De opperbevelhebber van het leger uitte openlijk kritiek op de (mis)daad van de soldaat, en werd daarbij gesteund door zijn ‘baas’, de minister van defensie. Premier Nethanyahu, daarentegen, voelde zoals altijd goed aan dat een aanzienlijk deel van de bevolking zich achter de soldaat schaarde en hem als held beschouwde, en belde zelfs zijn familie op om hun een hart onder de riem te steken. Een andere ‘affaire’ vond plaats op de Holocaustgedenkdag. Mede naar aanleiding van de ontwikkelingen rond ‘de schietende soldaat’ sprak de tweede man van het leger, generaal Yair Golan, in een officiële toespraak zijn zorgen uit over gevaarlijke en zorgwekkende tendenzen binnen de Israëlische maatschappij. Het was duidelijk dat hij daarbij o.a. doelde op het groeiende racisme en nationaal-religieus extremisme, en de diepe, groeiende verdeeldheid in het land. Golan verwees rechtstreeks naar “processen in het Europa van 70, 80, 90 jaar geleden”. Nethanyahu leidde het koor van hen die schande spraken over deze ‘ongehoorde’ vergelijking. Yaalon sprak openlijk zijn steun uit voor Yair Golan, en kort daarna zei hij in een toespraak tot hoge officieren dat ze altijd voor hun professionele en persoonlijke mening moeten uitkomen, ook als die niet overeenstemt met die van de meerderheid of van hun superieuren. Origineel handelen en kritisch denken zijn altijd troeven geweest van het Israëlische leger. De premier kon het echter niet verkroppen dat zijn opportunistische en populistische stem keer op keer werd tegengesproken door de enige ‘verantwoordelijke volwassene’ binnen de regering.

Bibi moest dus van Boogy af.  En tegelijkertijd wilde hij zijn coalitie verbreden. Daarom verving hij aan het hoofd van één van de belangrijkste ministeries een superdeskundige generaal door een korporaal (tevens een racistische, onberekenbare, meer dan eens van corruptie beschuldigde bewonderaar van Poetin). Boogy’s plaats in de Knesset wordt ingenomen door een ‘Tempelactivist’, die pleit voor het herbouwen van de Tempel daar waar nu de al-Aqsa moskee staat. Wat nog zorgwekkender is dan Nethanyahu en zijn kliek van jaknikkers is het feit dat er geen oppositie van betekenis is, en dat er aan de politieke oppervlakte geen geloof- en levensvatbaar alternatief voor Bibi te zien valt. Met het gezonde verstand kun je gewoonweg niet verklaren hoe een land, door dit soort politici geleid, door zoveel gevaren omringd, en door dusdanig veel problemen (deels van eigen makelij) geteisterd, het al met al in verschillende opzichten redelijk tot goed doet. Kortom, Israël is een bijzonder, fascinerend, en verbazingwekkend land, en dat blijft-ie.

Wednesday, February 17, 2016

Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende stuk stond gisteren in het Reformatorisch Dagblad.

Vele kleintjes maken grote dingen

Telkens wanneer ik zie hoe buitenstaanders, christenen vooral, oprecht geïnteresseerd zijn in al wat zich in het Heilige Land, afspeelt, vervult me dat met een mengeling van verwondering en dankbaarheid. Vorige maand ervoer ik dat gevoel weer, toen ik rond de Holocaustgedenkdag namens mijn school voor lezingen – bij protestants-christelijke gemeenten en op een middelbare school – in Noord-Beieren was uitgenodigd. Werkelijke belangstelling, kritische maar respectvolle vragen, en ware vriendschap: voor veel christenen blijft de Joodse staat “meer dan zomaar een land op de aardbol” (Bernard Bot, in mijn boek "Israël en ik" (2008)). Gelukkig maar.

Ook Bart Jan Spruyt is gefascineerd door Israël. Zijn "Staan we aan de vooravond van grote dingen?" (Reformatorisch Dagblad, 8 februari j.l.) bevat bijkans mystieke overpeinzingen na zijn recente, eerste, bezoek aan Israël. Daarbij trekt hij boeiende parallellen tussen zijn eigen inzichten en de visies van Groen van Prinsterer en diens ‘Réveilvriendenʼ anderhalve eeuw geleden. In twee opzichten heb ik moeite met Spruyts interpretatie.

Allereerst boezemt wat zich ondanks Spruyts terughoudendheid laat lezen als een vorm van wishful thinking mij altijd een zekere angst in. Vooral omdat dergelijke eindtijdsverwachtingen, ondanks alle verschillen, onmiskenbare raakvlakken hebben met Joodse én islami(s)tische eschatologische ideologiën, die meestal gepaard gaan met (visioenen vol) grof geweld. Als seculiere Zionist, gelovig maar voorstander van de scheiding van staat en religie, én als vader van drie kinderen (waarvan de oudste al begonnen is met de keuringen voor het leger), voel ik er weinig voor ongevraagd een rol te spelen in wat voor apocalyptisch scenario dan ook. Het zionisme heeft van oudsher messiaanse elementen gehad, maar deze nationalistische beweging is altijd toch vooral seculier én pragmatisch geweest. Een democratische staat, met een Joodse meerderheid en verdedigbare, internationaal erkende grenzen, dat is al waar het ons om te doen is, voor zover ik weet. Voor mij maakt bovendien rechtvaardigheid voor Joden én Palestijnen deel uit van de zionistische droom. De “toespitsing van grote tegenstellingen” zie ik als iets wat waar mogelijk tegengegaan moet worden, niet als een haast onontkoombaar, of misschien zelfs wenselijk gegeven.

Daarnaast ben ik van mening dat Spruyts hypothetische keuzestelling (“Het zou mij niet verbazen als wij op een gegeven moment voor de keuze komen te staan: óf we blijven Israël steunen en nemen terreur op de koop toe, óf we zeggen die steun op in ruil voor een vreedzaam bestaan. Ik ben er niet zeker van dat iedereen dan de juiste keuze zal maken”) tamelijk absurd is. Het is heel goed mogelijk – of liever, de plicht van iedere vriend van Israël – om de Joodse staat te steunen zónder terreur op de koop toe te nemen. Steun én kritiek (op bijvoorbeeld het nederzettingenbeleid van de Israëlische regering, een beleid waaronder ook veel Palestijnse christenen lijden) kunnen daarbij heel goed samen gaan, en die combinatie getuigt niet van minder loyaliteit met Israël, integendeel. Bovendien zou ik nooit suggereren dat landen zichzelf van een vreedzaam bestaan kunnen verzekeren (d.w.z. terreuraanslagen kunnen afkopen) door Israël af te vallen. Zo’n suggestie geeft blijk van een gebrek aan inzicht in de aard van bijvoorbeeld IS. Zie de recente aanslagen in Turkije, niet bepaald de grootste vriend van Israël de laatste jaren.


Bij het lezen van de titel en de conlusie van Spruyts artikel moest ik onwillekeurig denken aan de zegswijze “Vele kleintjes...”. Net als hij, en vrijwel alle Joden en christenen (ieder met zijn of haar eigen verwachtingen en invulling), zie ik uit naar de komst van de Messias, en hoop ik dat die komst zal leiden tot een rechtvaardiger, leefbaarder werkelijkheid voor Joden, Arabieren, christenen, moslims, en de gehele mensheid. Ik denk echter dat we allemaal, teneinde “de vooravond van grote dingen” te bereiken en Yerushalayim shel lemala (Jeruzalem van boven) te verwezenlijken, eerst zélf nog heel veel kleine dingen zullen moeten doen. Voor onze buitenlandse vrienden kan het kiezen voor proactieve én kritische steun aan Israël zo’n klein ding zijn. Zo’n keuze is naar mijn bescheiden mening dé juiste.

Thursday, January 07, 2016

Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende artikel stond gisteren in het Reformatorisch Dagblad.

Problemen te over

Harry Honigh (“Israël niet hét probleem in de wereld”, 26.12.15) stelt terecht dat Israël niet het belangrijkste struikelblok in de wereld is, dat de Joodse staat momenteel een strijd “om het naakte bestaan” voert, en dat dit land de hulp en steun van christenen hard nodig heeft. Zijn en mijn interpretatie van de realiteit verschillen echter in meerdere opzichten.

Over het nietbestaande verband tussen moslim-extremisten en het Palestijns-Israëlische conflict zijn Honigh en ik het volkomen eens. Dat een Palestijnse staat naast Israël (volgens velen een onlosmakelijk deel van een rationele oplossing van ‘het’ conflict) of zelfs (God verhoede) in plaats van Israël de islamistische terreur zou stoppen is een waanidee. Israël is niet hét probleem en niet dé versjteerder in het Midden-Oosten. Als overtuigd en praktizerend Zionist weiger ik te geloven dat Israël als zodanig überhaupt eenprobleem is. Ik denk juist dat het land een pilaar van stabiliteit en een bron van inspiratie voor de regio zou kunnen zijn. Toch meen ik dat minstens één element binnen Israëls regeringsbeleid problematisch is, en bepaalde problemen veroorzaakt of voedt.

Vandaag de dag is, naast Palestijns(-islamistisch)e terreur, het rechts-religieuze extremisme dat zich de laatste jaren meer en meer in Israël en vooral op de (bezette, betwiste, hoe je het noemen wilt) Westoever manifesteert één van onze belangrijkste of althans gevaarlijkste problemen. Al jaren spelen politie en leger een kat-en-muis-spel met de zogenaamde ‘heuveltop jeugd’, een groep van feitelijk anarchistische jonge kolonisten. Zij spelen een sleutelrol in de bouw van illegale danwel ‘betwiste’ nederzettingen of ‘buitenposten’ (vlakbij bestaande nederzettingen), bij de vaak gewelddadige demonstraties tegen de ontruiming van dergelijke plaatsen door de autoriteiten, en in de zogenaamde ‘prijskaart’ terreurdaden tegen Palestijnen en tegen ‘Arabische’ eigendommen (huizen, olijfbomen, auto’s, moskeeën, kerken). Ook de hoofdverdachte van de moord in Duma, door middel van een brandbom, op de 18 maanden oude Ali Saad Dawabsha en diens ouders (hun 4-jarige zoontje Ahmad liep zware brandwonden op), was een (voormalige) ‘heuveltopjongere’. Hij behoort tot een groep die ‘De Opstand’ heet. Deze groepering, waarschijnlijk bestaande uit slechts enkele tientallen activisten, keert zich tegen de ‘vreemde’ zionistische staat en wil een Joods Koninkrijk stichten. Activisten van een andere extremistische groep, Lehava (Voor het Voorkomen van Assimilatie in het Heilige Land, vooral actief in de ‘strijd’ tegen gemengde huwelijken), werden eerder dit jaar veroordeeld voor brandstichting in een centrum voor gezamenlijk Joods-Arabisch onderwijs in Jeruzalem. De leider van Lehava, evenals die twee brandstichters een praktizerend kolonist, heeft onlangs gezegd dat er voor Kerstmis geen plaats is in Israël. Hij noemde christenen vampiers en bloedzuigers, die (uit Israël) verwijderd moeten worden.

Weliswaar gaat het hier om randverschijnselen. Toch moet worden vastgesteld dat die verschijnselen zich hebben kunnen ontwikkelen met stilzwijgende danwel actieve steun uit o.a. regeringskringen, en dat ze op zijn minst indirect verband houden met het nederzettingenbeleid. Tot de moord in Duma konden de ‘heuveltop jongeren’ rekenen op morele en praktische steun van veel ‘mainstream’ kolonisten, en van de kolonistenlobby binnen de Likud en Het Joodse Huis (HJH). Betsalel Smotritch, HJH Knessetlid, weigert tot op heden de misdadigers van Duma (of bijvoorbeeld Baruch Goldstein, de extremistische kolonist die in 1994 29 moslims in een moskee vermoordde) terroristen te noemen. Wat het anti-terreurbeleid aangaat gelden in Israël en voor Joden de facto andere wetten dan op de Westbank en voor Palestijnen. Dit staat nog los van de economische en diplomatieke schade die het nederzettingenbeleid Israël berokkent. Premier Nethanyahu helpt ook niet echt. Door bijvoorbeeld op verkiezingsdag vorig jaar, en na een terreuraanslag in Tel Aviv afgelopen week, in te spelen op anti-Arabische onderbuikgevoelens onder zijn kiezers, heeft hij de toch al bestaande kloof tussen Israëls Joden en Arabieren alleen maar groter gemaakt. Arabische Israëliërs, die misschien wel een deel van ʻde’ oplossing voor het conflict zouden kunnen zijn, worden zo steeds meeren bloc in de rol van buitenstaander, vreemdeling, en vijand gedrukt.

Ook met betrekking tot een ‘coöperatieve opstelling’, of liever een gebrek daaraan, verschillen Harry Honigh en ik van mening. In mijn ogen kunnen Palestijnen en Israëliërs in dat opzicht elkaar namelijk de hand schudden. Geen van beide partijen heeft de laatste jaren bovengemiddeld haar serieuze best gedaan om vrede dichterbij te brengen, en beide partijen maken zich continu schuldig aan het aanzetten tot (of het niet actief genoeg voorkomen van) haat en geweld. Israël, als Joodse én democratische staat, voert zonder meer een strijd om zijn bestaan, naar binnen en naar buiten toe. Naast morele steun en gebeden, waar meer dan ooit behoefte aan is, zou ik dan ook graag zien dat Israëls vrienden hun Israëlische gesprekspartners deelgenoot maken van hun verontrusting over directe en indirecte gevolgen van het nederzettingenbeleid, en dat die vrienden – als ze ook Palestijnse contacten hebben – hun best doen om hun gesprekspartners van beide kanten (nader) tot elkaar te brengen. Met dergelijke toenaderingen (hoe kleinschalig ook) begint de weg naar vrede, zo is mijn persoonlijke overtuiging en ervaring. Ook al zal een uiteindelijke (imperfecte) vrede tussen Israël en de Palestijnen IS en andere islamistische terreurbewegingen niet doen verdwijnen, Joden en Arabieren en de wereld als geheel zullen er zeker wel bij varen.

Wednesday, December 23, 2015

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel stond gisteren in het Friesch Dagblad.
Tel uw zegeningen!

Geachte mede-Nederlanders,

Begin december was ik in Nederland met onze jongste zoon (9). Hij heeft de vakantie van zijn leven gehad, met bezoeken aan diverse musea (hij is gek op kunst), twee dagen in de Efteling (inclusief een heerlijke hotelovernachting), en een bezoek van Sinterklaas en twee heuse Zwarte Pieten bij opa thuis. Nu kon dat tenminste nog. En dat brengt me bij de reden voor dit artikel: zalig is het land waarin al jarenlang gedurende de laatste drie, vier maanden van het jaar een ‘zwarte-pietendiscussie’ zo ongeveer het heetste hangijzer is.

Toen ik vorige week weer terug in Haifa was, vroeg een collega, die met zijn vriend in dezelfde vakantieweek in Amsterdam en omgeving was geweest, mij doodserieus: “Wat doe je hier in hemelsnaam? Waarom ben je hierheen gekomen? Wat een stad is dat, Amsterdam! Zulke aardige mensen, zoveel vrijheid! Beseffen de mensen in Nederland wel hoe goed ze het hebben, en hoeveel mazzel ze hebben?” Ik moest even nadenken over het antwoord. Ik ben het met hem eens dat Amsterdam een prachtstad is, maar Nederland is meer dan enkel Amsterdam, en als ik de media, sommige politici en online fora mag geloven bepalen niet zozeer blijdschap, hoop en dankbaarheid maar eerder angst, woede, en ontevredenheid de hedendaagse gevoelens van veel Nederlanders.

Zo hoor en lees ik vaak klachten over het openbaar vervoer in Nederland. Wegens een seinstoring moesten wij ook zelf een klein deel van de reis van Den Haag (Mauritshuis, Escher, Mesdag!) naar Leerdam per touringcar afleggen (waarbij de chauffeur de weg niet wist en een medereiziger als navigator dienst moest doen). Op dit incident na liep alles die week echter perfect. De treinen, trams en bussen waren schoon, de informatieborden werkten goed, en het personeel was vriendelijk en behulpzaam. Ik begrijp van vrienden en familie dat ergernissen zich opstapelen wanneer je dagelijks van het openbaar vervoer gebruik maakt, maar zelfs dan valt het aantal keren dat het fout gaat voor zover ik weet in het niet bij de vele malen dat alles loopt zoals het hoort. Ik reis zelf bijna altijd met het openbaar vervoer in Nederland. In Israël heb ik bijna twintig jaar geleden mijn rijbewijs gehaald omdat je hier niet echt van bussen en treinen op aan kunt. Er is de laatste jaren veel verbeterd, maar het valt in het niet bij de kwaliteit van het openbaar vervoer in Nederland.

Een ander voorbeeld, de wegen. Die zijn hier in Israël schrikbarend slecht. De laatste jaren zijn vooral de snelwegen verbeterd, maar bij ons in de buurt ligt bijvoorbeeld de straat al ruim anderhalve maand open, en waar hij af is is het eindresultaat nog steeds krakkemikkig. Bij mijn vader om de hoek werd, in de kou en regen, in de week dat ik er was een vergelijkbaar stuk straat vervangen en verbeterd, wat resulteerde in een mooie, veilige weg die weer jaren mee kan. Israëliërs die Nederland bezoeken prijzen niet voor niets het wegennet in Nederland.

En dan de politiek. Tijdens mijn verblijf presenteerde de Commissie Oosting het rapport over de Teevendeal. Leugens, handjeklap en samenzweringen onder liberale bewindsleden, dat is waar, maar qua corruptie en onderhandse deals kunnen Nederlandse politici nog veel, heel veel leren van hun Israëlische collega’s. Dan heb je hier ook nog de zeer vele gevallen van sexuele intimidatie, die vooral in het politiekorps maar ook binnen de politiek voor veel opschudding hebben gezorgd. Zo kwamen deze week beschuldigingen tegen de Minister van Binnenlandse Zaken naar buiten. En tenslotte is daar de verstrengeling van staat en religie, en de inperkingen van democratische vrijheden. Terwijl de Minister van Justitie deze week pleitte voor meer ruimte voor de Joodse religieuze wetten binnen de rechtspraak, worden Israëlische mensenrechtenorganisaties en andere linkse groeperingen meer en meer in de verdachtenbank en het verdomhoekje geplaatst. Als je kritiek op het nederzettingenbeleid uit ben je al gauw een verrader, en ‘links’ is al jarenlang een scheldwoord. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de constante terreurdreiging, die niet alleen maar wel degelijk mede een gevolg is van dat nederzettingenbeleid.

Mijn collega, die gelukkig is met zijn vriend en hun kinderen, een relatief goed betaalde baan heeft en in een al met al welvarend en redelijk veilig land leeft, ziet Nederland als de hemel op aarde. Weliswaar slechts op basis van een week in en om Amsterdam, maar dat is een bredere indruk die de meeste buitenlanders van Nederland krijgen. Kun je nagaan wat voor idee van Holland Israëls buren, in de Palestijnse gebieden, Egypte, Libanon, en vooral Syrië hebben. Als je het objectief bekijkt, zelfs zonder te denken aan mensen die het minder goed hebben, dan is Nederland natuurlijk nog steeds een fantastisch land: zoveel natuurschoon, zoveel rijkdom (economisch, cultureel, historisch), zoveel rust en vrede en vrijheid, mooie infrastructuren die soms haperen maar meestal toch echt meer dan prima functioneren. Ondanks alle werkelijke problemen die Nederland vanzelfsprekend wel degelijk heeft, zou ik vooral de ontevredenen en verbitterden onder u in deze maand van bezinning en goede voornemens vanuit het Heilige Land dan ook één kerstgedachte willen meegeven: tel uw dagelijkse zegeningen, en beleg uw boterham eens wat vaker bewust met tevredenheid.

U allen wens ik een gelukkig en gezond, vreedzaam en bevredigend 2016.

Met vriendelijke groet,

Bert de Bruin

Tuesday, November 17, 2015

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel stond vandaag in het Friesch Dagblad.

Het constante slachtoffer

Een bekend cliché zegt ons dat de waarheid het eerste slachtoffer van oorlog is. Dat iets een cliché is wil niet zeggen dat het onjuist is. Toch vraag ik me af of deze specifieke platitude niet herzien moet worden. Als iets al als eerste, en als een vrijwel constant, slachtoffer van oorlog gezien moet worden, dan is dat volgens mij eerder het gezond verstand dan de waarheid, mede omdat die laatste nu eenmaal diverse versies heeft. Goede voorbeelden zijn de oorlog tegen ISIS én het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Of, zoals niet weinige Israëliërs (waaronder veel prominenten en politici), dat laatste lijken te zien, het conflict tussen Israël aan de ene en ISIS, de Palestijnen, Iran, en de rest van de wereld aan de andere kant.

Ook in de afgelopen week, in reacties op het EU-besluit om produkten uit de Israëlische nederzettingen op de Westoever als zodanig te labelen, werd het gezond verstand in Jeruzalem weer eens op nul gezet. Nietbestaande verbanden werden gelegd en onzinnige conclusies werden getrokken. Als reactie brachten rechtse Knessetleden twee controversiële wetten naar voren die de argumenten van tegenstanders van Israël alleen maar versterken. Volgens één zo'n wet  moeten Israëlische organisaties die subsidies uit Europa krijgen en voor vrede danwel tegen de bezetting actief zijn, zichtbaar gebrandmerkt worden. De andere wet ontzegt eenieder die een boycot van Israël of de nederzettingen steunt toegang tot de Joodse staat. In Jeruzalem spraken zowel regerings- als oppositie'leiders' schande van het EU-besluit, en ze namen – zoals te verwachten viel – zonder aarzelen het 'a-woord' (antisemitisme) in hun mond. Nethanyahu – die onlangs zijn waarde als geschiedkundige bewees door feitelijk Amin al-Husseini als hoofdschuldige voor de Holocaust aan te wijzen – legde een direct verband tussen jodensterren en het labelen van produkten uit bezet gebied, en iedereen sprak van een boycot. Sinds wanneer is labelen hetzelfde als boycotten? Bovendien zou in mijn zionistische ogen juist iedereen die Israël een warm hart toedraagt elk besluit dat een onderscheid maakt tussen Israël – als legitieme staat – en de Westoever moeten toejuichen. Maar goed, het is mijn gezonde verstand dat me dit doet zeggen. Alleen al het feit dat Israël na deze, zo weinig betekenisvolle of verstrekkende maatregel, dusdanig hysterisch reageert en moord en brand schreeuwt geeft aan dat men in Jeruzalem weet dat we met de nederzettingen fout zitten. Niemand met een schoon geweten en een goed functionerend gezond verstand zou zo panisch reageren op zo'n onbeduidend besluit.

Ook na de aanslagen in Parijs maakte het ongezonde verstand overuren in Europa en Israël. Zo werd de gelegenheid door Nederlandse, Franse en andere Europese tegenstanders van het vluchtelingenbeleid van de EU (een beleid waartegen ook zeer legitieme argumenten kunnen worden ingebracht, laten we dat niet vergeten) aangegrepen om een algehele vluchtelingenstop te eisen. Men vergat dat veel vluchtelingen nu juist voor moslemextremisme gevlucht zijn, en dat hun als groep van terreur te beschuldigen of hen buiten te sluiten ronduit ziek is. Nog een schoolvoorbeeld van een onzinnige reactie: de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken verbond de wanhoop van de Palestijnen met de motieven van de (mis)daders van de aanslagen in Parijs. Daarnaast hoorde ik diverse Israëlische commentatoren – politici maar ook een enkele gerespecteerde journalist – dingen zeggen in de trant van "Nu weten ze in Europa ten langen leste eens met wie ze te maken hebben" en "Hopelijk leert de EU nu eindelijk eens haar les". Dergelijke commentaren suggereren dat de Palestijnse terreur en de terreur van ISIS – en dat per saldo Palestijnen en ISIS – één en dezelfde zijn, dat we uit al die aanslagen dezelfde lering kunnen trekken, en dus dat er een one-size-fits-all oplossing voor elke vorm van terreur bestaat.

Wat kunnen we van de laatste golf aanslagen in Parijs leren? Dat ISIS genadeloos, tot op de laatste man bestreden moet worden? Iedereen met een gezond verstand begrijpt dat. Net zo goed als dat ieder redelijk denkend mens snapt dat een land dat geen internationaal erkende grenzen heeft en een ander volk (het gevoel geeft) onderdrukt (te zijn) – ik druk me hier voorzichtig uit, om niet overstroomd te worden met reacties van mensen die de zegeningen van Israëls aanwezigheid aan gene zijde van de Groene Lijn willen prijzen – geen vrede en rust zal kennen.  En net zoals ieder weldenkend mens weet dat een einde aan de bezetting waarschijnlijk geen einde aan het conflict zal betekenen, maar wel de belangen van zowel (gematigde) Palestijnen als Israël zal dienen en een ramp zal zijn voor de fanatici aan beide kanten van het conflict. Zo zal dan o.a. duidelijk worden dat het lot van de Palestijnen altijd een drogargument in de handen van moslimfundamentalisten is geweest. 

Als er al een les uit de gebeurtenissen van de laatste maanden en jaren te trekken valt, dan is het dat Europa en Amerika het Midden-Oosten niet kunnen negeren. Wanneer ze dat wel doen, komt het Midden-Oosten naar hun woonkamer. In de jaren veertig van de vorige eeuw bereidde de Yishuv, de Joodse gemeenschap in Palestina, de stichting van een eigen staat voor. De Britse mandaatsautoriteiten werkten de Yishuv op diverse manieren tegen, o.a. met een zogenaamd White Paper (1939). Tijdens de oorlog dienden duizenden Joodse vrijwilligers uit de Yishuv in het Britse leger, onder meer geїnspireerd door de fameuze uitspraak van David Ben Gurion: "We zullen de oorlog (tegen Duitsland) vechten alsof er geen White Paper is, en tegen de White Paper vechten alsof er geen oorlog is". Ik zou daar een variant op willen voorstellen: we moeten meedogenloos tegen ISIS strijden, en waar en wanneer dat nodig is ons verzetten tegen antisemitisme, Hamas, een nucleair Iran enz. alsof de bezetting niet bestaat, én tegelijkertijd ons tegen Israëls nederzettingenbeleid verzetten en voor vaste, internationaal erkende grenzen tussen Israël en een Palestijnse staat pleiten alsof ISIS en alle andere vormen van islamisme, jodenhaat etc. er niet zijn. Kortom, of bovenal, we moeten in de context van terreurbestrijding én van het Palestijns-Israëlische conflict het gezonde verstand (of, in solidariteit met Frankrijk, le bon sens) van constant slachtoffer tot leidraad maken.

Friday, October 23, 2015

Joep Bertrams on 'The Situation'

Another great cartoon by Joep Bertrams.


"Mutual Incitement Makes the Situation in Israel and the Occupied Territories More and More Explosive"

Tuesday, October 20, 2015

Joep Bertrams on Syria


Who is Who

For years, Joep Bertrams has been one of my favorite cartoonists. His work is really good, but sometimes he makes truly brilliant and amazing cartoons. This is one of them, IMHO. 

Tuesday, September 29, 2015

"We Count For Nothing"

The Dutch original of this article was published in the daily Friesch Dagblad earlier today. I wrote the article on Saturday, and then on Sunday suddenly the schools and the Ministry reached a compromise, which ended the strike, and which also forced me to make some minor changes. The same changes I made in the English translation.

“Wij tellen niet mee”

Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad.

“Wij tellen niet mee”

Op 1 september, het begin van het schooljaar in Israël, sprak de directeur-generaal van het ministerie van onderwijs van “een probleemloze opening van het schooljaar”. Deze ene zin geeft in feite aan wat de kern van dit verhaal is. In Israël zijn onderwijsstakingen, of is op zijn minst het dreigen daarmee, een regelmatig terugkerend verschijnsel, vooral rond de eerste dag van de herfstmaand. Dat 33,000 kinderen, leerlingen aan 47 christelijke scholen in het hele land, een maand lang niet naar school konden omdat hun ouders en de schoolleiding de scholen uit protest tegen besnoeiingen op regeringssubsidies weigerden te openen, stoorde nauwelijks iemand.

Geen politieke invloed

Het gaat hier om basis- en middenscholen die beheerd worden door diverse kerken. Ongeveer driekwart van de scholen is gelieerd aan de katholieke kerk, de rest aan christelijk-orthodoxe of anglicaanse kerkgenootschappen. Het conflict tussen deze ‘bijzondere’ scholen en het ministerie begon in 2009, toen de plaats van minister Yuli Tamir (Arbeidspartij) werd ingenomen door Gideon Sa’ar (Likud). Hij en vooral zijn opvolger Shai Peron (van de sterk seculiere ‘Er Is Een Toekomst’ partij) waren erop gebrand om de positie van de openbare scholen (Arabisch/Druzisch, Joods seculier, en Joods religieus) te versterken ten koste van de semi-private scholen (christelijk en ultra-orthodox), die in tegenstelling tot de openbare scholen maar 75% procent van hun begroting van staatswege ontvangen. Dit beleid leidde per saldo tot drastische kortingen op regeringssubsidies voor deze scholen. De tekorten die hier het gevolg van waren konden door de christelijke scholen aanvankelijk deels worden opgevangen door het verhogen van de ouderbijdrage, maar minister Peron stelde daar grenzen aan. Toen eerder dit jaar de ultra-orthodoxe partijen na een kort hiaat weer deel gingen uitmaken van de regeringscoalitie, slaagden zij er makkelijk in de bezuinigingen op hun schoolsubsidies ongedaan te maken of voor alternatieve financiering te zorgen. De christelijke scholen, leerlingen en ouders die door de kortingen zijn getroffen hebben echter geen specifieke vertegenwoordigers of lobby in de Knesset, en staan dus politiek zwak, al kregen ze tijdens de staking morele steun van diverse (vooral Arabische en linkse) parlementsleden. Zoals meerdere mensen die ik voor dit stuk sprak zeiden, en ik parafraseer, in Israël moet je schreeuwen, dreigen of politieke en andere connecties hebben om gehoord te worden en je belangen te verdedigen. Diezelfde mensen stelden echter ook dat dit helemaal geen politieke strijd zou mogen zijn.

Onverschilligheid

Tekenend voor het gebrek aan aandacht voor deze schoolstrijd is dat ook ikzelf, die redelijk trouw het nieuws volgt, pas werkelijk een idee van de omvang van het probleem kreeg toen mijn eigen school, samen met alle middelbare scholen in Israël, na drie weken eindelijk een solidariteitsstaking van twee uur hield. Tot dan toe was het onderwerp vrijwel genegeerd, ook door de lerarenbonden. Een delegatie van leerlingen, leraren en ouders van de School van de Zusters van Nazareth kwam ons uitleggen waarom ze staakten. Martha Shithi, een leerlinge die het woord voerde namens de delegatie zei dat de onverschilligheid met betrekking tot discriminatie nog meer pijn deed dan de discriminatie zelf. Nauwelijks een week na die twee-uurs-solidariteitsstaking werd een compromis gevonden dat de staking beëindigde.


Het gezin Armaly. V.l.n.r. Nabil, Adan, Leen, Nardin en Camilia. (Foto: Bert de Bruin)


Hoop op een structurele oplossing

Het ministerie, o.l.v. minister Naftali Bennett (Het Joodse Huis), ontkende in alle toonaarden dat er sprake was van discriminatie. Eén van de claims van ministeriewoordvoerders was dat transparantie in het financiële beleid van de scholen ontbreekt. Assaad Talhami, journalist en een actieve en betrokken ouder van een middelbare scholier, vertelde me overigens dat dat gebrek aan transparantie ook een doorn in het oog van veel ouders is. Hij zei dat hij weinig hoop had in een bevredigende afloop van de staking, maar dat ze waarschijnlijk wel zou leiden tot meer inspraak voor de ouders van de scholieren in het reilen en zeilen van de scholen.  Dat de scholen, zoals het ministerie tevens beweert, elitistisch zouden zijn wordt door alle mensen die ik sprak ontkend. De ouderbijdrage is 75-100 Euro per maand. Wie dat niet kan betalen kan meestal aanspraak maken op een gedeeltelijke of volledige beurs. De scholen spelen een rol van levensbelang voor christenen in Israël. Het in het compromis genoemde bedrag is slechts een fractie van alleen al de in de afgelopen twee jaar opgelopen tekorten. Of de aangekondigde commissie voor een structurele oplossing kan zorgen is de vraag. Zo’n oplossing was de belangrijkste eis van de ouders. Voor hen is het essentieel dat de legale en financiële positie van de scholen van hun kinderen beter geregeld wordt, zodat het onderwijs van hun kinderen gegarandeerd wordt en niet afhankelijk blijft van de gunsten van beambten en politici.

Vrije schoolkeuze

Met alle respect voor getallen en politiek, waar het hier uiteindelijk om ging zijn de toekomst en de gevoelens van vele duizenden Israëliërs. Om een indruk van die gevoelens te krijgen bezocht ik ruim drie weken na het begin (en, zonder dat we dat wisten, kort voor het einde) van de staking de stad Shefa Amr (in het Hebreeuws Shfar’am), een kwartier rijden van mijn huis. Van de bijna 40,000 inwoners van deze stad is ongeveer een kwart christen. Ik had diverse contactpersonen om namen gevraagd van mensen die hun kant van dit verhaal konden vertellen. Zo ontmoette ik naast Assaad Talhami ook Nabil Armaly, redacteur van een tijdschrift en CEO van een bureau voor vertalingen en localization. Nabil en zijn vrouw Nardin, manager bij een mobiele-telefoonprovider, hebben drie dochters: Camilia (11 maanden), Adan (die op 1 september voor het eerst naar ‘de grote school’ had moeten gegaan), en Leen, die deze week eindelijk de derde klas begint. Hun dochters zijn de vierde generatie in Nabils familie die naar de Episcopale Katholieke school, op loopafstand van hun huis, gaat. Net als meneer Talhami koos het gezin Armaly voor deze school niet alleen omdat ze christenen zijn (veel van de leerlingen op deze scholen zijn moslim) en het voortzetten van hun familietraditie en het vasthouden aan hun identiteit belangrijk vinden, maar vooral ook omdat de Arabische openbare scholen stelselmatig ondergefinancierd zijn en vaak minder kwaliteit bieden. 87% van de Arabische Israëliërs die in de hightech, een peiler van de Israëlische economie, werken zijn afkomstig van één van de 47 scholen die staakten. Nabil en Nardin vinden dat ze als hard werkende, belasting betalende Israëlische staatsburgers het recht en de vrijheid moeten kunnen hebben om te kiezen waar hun kinderen naar school gaan, en dat hun keuze niet minder legitiem is (en dus niet minder overheidssteun verdient) dan de keuze van Joodse ouders die hun kinderen naar ultra-orthodoxe scholen sturen. Wat Nardin me vlak voordat ik hun huis verliet vertelde is veelzeggend, en zou het ministerie van onderwijs, de Israëlische regering, en ons allemaal zorgen moeten baren. Ze zei dat ze zich nog nooit zo gediscrimineerd had gevoeld als in de afgelopen maand, zelfs niet toen ze met onverbloemd racisme werd geconfronteerd bij het zoeken naar werk of woonruimte in Tel Aviv. “Het is onaangenaam en vernederend om hooghartig behandeld danwel genegeerd te worden. We tellen niet mee, niemand ziet ons staan. Tot nu toe hebben we gezwegen wanneer er sprake was van discriminatie, zelfs toen de ‘broodvermenigvuldigingskerk’ in Tabgha afgelopen juni in brand werd gestoken. Nu het puur om onze kinderen en om hun toekomst gaat, kunnen we niet langer onze mond houden.”