Observations, articles, opinions etc. in Dutch and English. The author, Bert de Bruin (Yonathan Dror Bar-On), is a Dutch-Jewish historian, who has specialized in modern Jewish history and in the history of the Middle East, and who in 1995 emigrated from the Netherlands to Israel. He wrote one book (2008), and edited another (2011), both in Dutch. For feedback please post a comment, or send this blog's author an email: (hisdutchname)atyahoodotcom
Thursday, August 07, 2003
Van selectieve bezorgdheid en woede wordt niemand wijzer
De vrij recente bezorgdheid van voormalig premier Van Agt om het lot van de Palestijnen is gedurende het afgelopen jaar breed uitgemeten in diverse media. Het is de vraag of die zorg niet iets al te selectief is. Dat eenzijdige bezorgdheid en verontwaardiging niemand echt verder helpt staat vast. Een meer op belangen dan op sentimenten gebaseerde benadering zal alle onschuldige slachtoffers van het Palestijns-Israelische conflict pas echt een betere toekomst bieden.
Je kan veel zeggen over mr. Andreas Antonius Maria van Agt, maar niet dat hij tijdens het actieve deel van zijn politieke carriere ooit blijk heeft gegeven van een bijzondere belangstelling of een buitengewoon inzicht waar het gaat om internationale conflicten. Het heeft er dan ook alle schijn van dat hij zijn kennis op het gebied van het Palestijns-Israelische conflict vooral heeft opgedaan in de door hem zo geliefde Heilig-Landstichting. Hoe zouden we anders zijn eendimensionale benadering van de ingewikkelde problematiek die ten grondslag ligt aan dit conflict kunnen verklaren, of de manier waarop hij zijn ogenschijnlijk zo plotseling opgekomen belangstelling voor het lot van de Palestijnen uit?
Persoonlijk hoed ik me uitdrukkelijk voor het te pas en te onpas bezigen van de term ‘antisemitisch’ als het gaat om het beschrijven van kritiek op het beleid van de Israelische regering en op het optreden van het Israelische leger in de bezette gebieden. Ik ga er in principe van uit dat een groot deel van de kritiek op Israel oprecht en constructief bedoeld is, en geloof dat hij niet zelden terecht is. Zelf steek ik mijn bezwaren tegen aspecten van wat ik vaak het non-beleid van onze non-leiders noem ook niet onder stoelen of banken. Toch valt het moeilijk te ontkennen dat sommige mensen die onsympathieke gevoelens koesteren ten aanzien van het joodse volk dergelijke gevoelens uitleven door eenzijdig kritiek te leveren op zo goed als alles wat Israel doet, en door ‘solidair’ te zijn met een volk wiens lot – indien het tegenover een niet-joodse tegenstander zou staan – hen waarschijnlijk geen zier zou kunnen schelen.
Gretta Duisenberg heeft al verschillende malen laten zien dat in haar klaarblijkelijke zorg om het erbarmelijke lot van de Palestijnen ( een lot waarvoor Israel een aanzienlijk deel van de verantwoordelijkheid draagt, ik zal de laatste zijn om dat te ontkennen ) ook minder ‘koshere’ motieven een rol spelen, getuige haar – bewuste of onbewuste, dat is om het even – gebruik van termen als “ de rijke joodse lobby ” en “ zes miljoen handtekeningen ”. Het zou echter al te makkelijk zijn om een alom gerespecteerd staatsman als Dries van Agt van antisemitisme te beschuldigen. Desondanks valt het me zwaar niet te twijfelen wanneer de voormalige bewindsman het in een inmiddels berucht interview in het Reformatorisch Dagblad ( 25 juli j.l. ) heeft over “…het feit dat er uit ons land akelig veel ( sic ) joden zijn gedeporteerd… ” of wanneer hij over wat de huidige pro-Israel-koers van het CDA wordt genoemd zegt dat die “ getuigt van een verknochtheid aan inzichten die inmiddels overwonnen had moeten zijn ”. Twee in iedere beschrijving van Van Agt’s politieke carriere terugkerende affaires versterken mijn twijfels: de hem als minister van Justitie verweten nalatigheid in de zaak rond Pieter Nicolaas Menten en zijn iets te daadkrachtige en enthousiaste pogingen om de heren Kotaella, Aus der Fuenten en Fischer al in 1972 vrij te krijgen, waarbij hij ongevraagd en zonder voorbehoud publiekelijk een 'arier-verklaring' aflegde.
Weinigen zullen ontkennen dat onschuldige slachtoffers te vinden zijn aan alle kanten van de scheidslijnen die gevormd zijn in de loop van het al veel te lang durende en logisch gezien overbodige conflict tussen joden/Israel en Palestijnen-Arabieren. Bovendien geldt het aloude “ Waar twee kijven hebben beiden schuld ” in het Midden-Oosten nog meer dan elders, zeker omdat hier heel wat meer dan twee kijvers meespelen. Van eenzijdige en gratuite uitspraken, beschuldigingen, petities, uitingen van verontwaardiging en bezorgdheid wordt niemand wijzer, zeker de slachtoffers niet. Het doet er hierbij niet toe of 'eenzijdig' pro-deze of anti-gene partij betekent. Daadwerkelijk geengageerde en evenwichtige zorg en inmenging van buitenaf is vereist om de gemiddelde jood, moslim en christen een perspectief te bieden op een betere toekomst. Het zogenaamde “kwartet” ( V.N., E.U., V.S. en Rusland ) kan hierbij volgens mij uitstekend als ‘honest broker’ dienen, aangezien vrijwel iedere bij het conflict betrokken partij een ( 1 ) van de leden van dat kwartet als bondgenoot ziet en minstens een ( 1 ) van de andere als vijand of of zijn minst als bevooroordeeld beschouwt.
Een meer op belangen en minder op sentimenten gebaseerde benadering zou bij het zoeken naar een oplossing erg kunnen helpen. Een goed voorbeeld van zo’n benadering is het initiatief ( http://www.mifkad.org.il/eng/default.asp ) van de Palestijnse professor Sari Nusseibeh en Ami Ayalon, die commandant van de Israelische marine en hoofd van de Algemene Veiligheidsdienst was. Deze twee totaal verschillende persoonlijkheden hebben ieder voor zich en in gezamenlijk overleg ingezien dat het belang van hun eigen volk gediend is met een einde aan dit nodeloze conflict, en dat om zo’n einde te bewerkstelligen een door brede lagen van de verschillende bevolkingen gesteund compromis onontbeerlijk is. Het door hen voorgestelde compromis, waarvoor binnen de joodse en Palestijnse gemeenschappen handtekeningen worden verzameld, bevat in mijn ogen alle elementen die een naar omstandigheden zo reeel, redelijk en rechtvaardig mogelijke oplossing voor het conflict zal bevatten: twee staten voor twee volken; een gedemilitariseerde Palestijnse staat; de grenzen van 4 juni 1967; Jeruzalem als open hoofdstad van twee staten; compensatie voor de Palestijnse vluchtelingen. Een praktisch initiatief zoals dit verdient brede internationale steun, omdat joden en Palestijnen het van dergelijke initiatieven moeten hebben waar het een mogelijke verlossing uit de huidige ellende betreft. De enige bijdrage die mensen als Dries van Agt en Gretta Duisenberg ( en hun tegenhangers aan de pro-Israel zijde ) per slot van rekening aan de verschillende vredes- en ontwikkelingsprocessen in het Midden-Oosten zullen hebben gebracht is het bemoeilijken en vertragen ervan.
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment