Thursday, October 30, 2003

Het onderstaande artikel stond vanmorgen in Trefpunt, de opiniepagina van het Algemeen Dagblad. Het is een herschreven versie van een eerder op dit blog gepubliceerd stuk, dat op zijn beurt weer gebaseerd was op een Engelstalig artikel ( gepubliceerd op 6 juli j.l. ) dat ik naar aanleiding van de Aqaba-top had geschreven. Het zou al ruim een week geleden gepubliceerd zijn, als 'Mabelgate' en de supermarktoorlog er niet tussen waren gekomen. Redt ons van de levende geschiedenis! Als we het over de moderne geschiedenis van het Midden-Oosten hebben lijkt het vandaag de dag soms wel dat de combinatie van historische elementen explosiever is dan ooit tevoren. De gemiddelde Israëliër of Palestijn zou waarschijnlijk liever de geschiedenis de geschiedenis laten en gewoonweg zijn eigen leven in alle rust en verveling leven. Het is aan onze leiders om ons die mogelijkheid te gunnen, en aan de VS en de Europese Unie om de daarvoor benodigde druk uit te oefenen. Het Israëlisch-Arabische conflict en het Palestijns-Israëlische vredesproces zijn rijk aan momenten van wat wel levende geschiedenis wordt genoemd: gebeurtenissen die wereldwijd zijn verslagen met behulp van elektronische media, waardoor mensen over de hele wereld die gebeurtenissen aan bepaalde historische beelden koppelen en de ‘ gewone ’ man en vrouw hier ter plaatse het idee heeft een al dan niet actieve rol in die geschiedenis te spelen. De meeste verdragen die in de afgelopen 24 jaar – meestal onder het goedkeurende oog van een Amerikaanse president – door Arabische en Israëlische leiders werden ondertekend kunnen we ons helder voor de geest halen door aan beroemde foto’s of televisiebeelden te denken: de driedubbele handdruk van Anwar Sadat, Menachem Begin en Jimmy Carter in Camp David, op 26 maart 1979; de ondertekening, door Sjimon Peres en Mahmoud Abbas ( Abu Mazen ), van de Principeverklaring die de eerste fase afsloot van wat de geschiedenis zou ingaan als het Oslo-vredesproces, in de tuin van het Witte Huis op 13 september 1993; de aarzelende handdruk – zo typisch en verklaarbaar – die Jitschak Rabin diezelfde dag aan Yasser Arafat gaf en de indrukwekkende en ontroerende toespraken van beiden; de overduidelijke chemie tussen de Jordaanse koning Hoessein, premier Rabin en president Clinton bij het ondertekenen van het Israëlisch-Jordaanse vredesverdrag in de Arava-woestijn op 26 oktober 1994. Sindsdien is er veel veranderd. Fanatici aan de verschillende kanten van de scheidslijnen van het Arabisch-Israëlische conflict hebben geprobeerd en zijn er in ruime mate in geslaagd hun agenda’s – divers en toch op een satanische manier veel overeenkomsten vertonend – aan de regio en de rest van de wereld op te leggen. De moord op Rabin, bloedige aanslagen, represailles voor aanslagen, vergeldingsaanslagen voor represailles, de ‘ El-Aqsa intifada ’, september 2001, de oorlog in Irak en alles wat daar zowel hier als in het Westen aan vooraf ging en op volgde, het houdt niet op. Na de moord op Rabin heeft er nog een aantal topontmoetingen plaatsgevonden en zijn nog wat verdragen ondertekend, maar in tegenstelling tot wat het geval is bij de hierboven genoemde ceremonies zullen slecht zeer weinigen een vraag als “ Weet je nog waar je was toen het Wye-akkoord getekend werd? ” bevestigend kunnen beantwoorden, soms simpelweg omdat men de tel is kwijtgeraakt wat betreft ondertekende maar niet of nauwelijks uitgevoerde overeenkomsten. In weerwil van alle moeilijk te bevatten en te verwerken ellende, het gebrek aan leiderschap en de overmatige corruptie aan beide kanten en het met dit alles gepaard gaande cynisme onder Israëliërs en Palestijnen, zorgt iedere schijnbaar positieve ontwikkeling voor het opleven van sprankjes hoop, al is het maar bij sommigen en voor heel even. Zo’n sprankje leefde gedurende een aantal weken tijdens de hudna, een periode waarin duidelijk werd met hoe weinig we hier tevreden zijn: ondanks de weliswaar sterk verdunde maar nog immer constante stroom van – merendeels mislukte maar helaas soms geslaagde – aanslagpogingen en ondanks het feit dat geen enkele leider aan een van beide kanten serieuze pogingen scheen te doen om deze ‘kans’ te grijpen om te proberen een historische doorbraak in de richting van een permanent en levensvatbaar vredesverdrag tussen Israël en een toekomstige Palestijnse staat te forceren, leek het soms wel bijna of het hier vrede was geworden en we min of meer normale levens konden leiden. De onrust aan de noordgrens van Israël en de laatste aanslag in Haifa maken nogmaals pijnlijk duidelijk dat we ons weer eens te vroeg verheugd hebben. Na de zoveelste teleurstelling lijkt een oplossing verder weg dan ooit, en met de vernieuwde Iraanse inmenging in Arabisch-Israëlische aangelegenheden is het gevaar van een multilaterale regionale geweldsexplosie allesbehalve denkbeeldig. De naam ‘routekaart’ heeft sinds de topontmoeting in Aqaba vooral geleid tot woordspelingen en cartoons die te maken hebben met doodlopende wegen, gebrekkige rijvaardigheden en het kwijtraken van de weg. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor de Europese Unie en de Verenigde Staten. Als het de Unie lukt om haar buitenlandse politiek om te vormen tor meer dan een optelsom van de verschillende vormen van buitenlands beleid van haar lidstaten, én als de EU en de VS er in slagen om in te zien dat het behartigen van wederzijdse belangen meer zin heeft en beider belangen beter dient dan het zich afzonderlijk profileren, moeten de Unie en de Amerikaanse regering in staat worden geacht voldoende druk te kunnen uitoefenen op Israël, de Palestijnse Authoriteit en de meeste Palestijnse-terreur-steunende regimes om een vernieuwde geweldsuituitbarsting te beteugelen, en Israël en de Palestijnen te verleiden, zo niet te dwingen tot een soort LAT-relatie, waarbij de nadruk vooral op de A zal moeten liggen. Onder de toeschouwers van de geschiedenis die al decennialang geleefd wordt in Israël en de bezette gebieden zijn al veel te veel onschuldige slachtoffers gevallen. Ook al is het maar een paar maanden geleden, ik kan me niet herinneren waar ik was of wat ik deed tijdens de ontmoeting, ongetwijfeld van historisch belang, tussen president Bush, Ariël Sjaron en Abu Mazen in het Jordaanse Aqaba. De gebeurtenissen na die topontmoeting hebben ons geleerd wat we eigenlijk al wisten: de geschiedenis heeft ons niet nodig. Geschiedenis leidt een eigen leven, en het enige wat de ‘ gewone ’ Israëlische of Palestijnse man of vrouw kan doen is te proberen zich ver te houden van ‘ levende geschiedenis ’. Het zou onze leiders sieren als zij de geschiedenis overlieten aan de historici, en hun volken de kans gaven om ‘dood’gewone, niet al te opwindende, voor mijn part zelfs saaie post-historische levens te leiden.

No comments: