Wednesday, April 30, 2003

Regarding "Palestinian council approves Abu Mazen cabinet" and "Army intelligence: Abu Mazen unable to halt terror", Ha'Aretz, April 30, 2003 ( Published in Ha'Aretz, May 1, 2003 ) : While being skeptical about the chances for radical changes being carried out by the new Palestinian government under Prime Minister Mahmoud Abbas, I think that the Israeli government should try to give Mr Abbas an opportunity to establish a more or less representative and legitimate government with which Israel can negotiate about some final agreement between the Jewish state and what in the end will become a Palestinian state. I doubt, though, whether Sharon c.s. are even nominally interested in such negotiations. Spokesmen for Israel's government and for rightwing Israeli parties continue to help the Palestinian opponents to any modus vivendi between Israel and 'a Palestinian entity' in their efforts to delegitimize Abu Mazen, by pointing out that the latter does not ( intend to ) stop terror - see Tuesday night's bombing in Tel Aviv - or that he is or was a holocaust denier etc. etc. Sharon will continue to look for a Palestinian who can claim honorary membership of the World Zionist Organization AND who represents a majority of the Palestinian people. He must be aware that such a person does not and will not exist, and that if the Palestinians were not our enemy we would not have to negotiate with them to begin with. Maybe our Prime Minister is just happy with every stumbling block that makes implementing any roadmap more difficult. This way he can continue to realize what has always been and apparently will forever be his greatest dream, a Greater Israel, no matter what the real interests and the wellbeing of the Jewish people and the Jewish state demand.

Saturday, April 26, 2003

Wat volgt is een artikel dat ik eind maart in de Volkskrant tegenkwam, en een stuk dat ik naar aanleiding van dat artikel schreef. Het artikel: Advies aan militairen: reis niet in uniform Van onze verslaggever John Schoorl AMSTERDAM - Nederlandse militairen hebben van het ministerie van Defensie het advies gekregen niet in uniform te reizen. Een uniform zou vanwege de situatie rond Irak aanstootgevend zijn, zo luidt de vrees van de legerleiding. Het ministerie van Defensie liet eerder weten dat uit voorzorg de zogeheten waakzaamheid is verhoogd. Om die reden is een aantal veiligheidsmaatregelen getroffen zoals extra bewaking en verscherpte toegangscontroles van defensiegebouwen en -terreinen. Het advies aan militairen om geen uniform te dragen werd geheim gehouden en behoort tot de aanvullende maatregelen waarover 'geen mededelingen' werden gedaan. Waarom hierover zo geheimzinnig wordt gedaan en dit ook niet door het ministerie officieel wordt bevestigd, is niet duidelijk. Defensie spreekt van een advies aan het defensiepersoneel en niet van een bevel, omdat het de vrije wil van de militairen is te bepalen in welke kleding ze naar huis reizen. De legerleiding beschouwt het meer als een voorzorgsmaatregel 'omdat zodanige herkenbaarheid vervelende reacties kan uitlokken en je niet weet wat mensen in deze tijd van plan zijn', aldus een betrokkene. De aanvullende maatregelen zijn ook van toepassing op de Nederlandse defensiecomplexen in het buitenland, zoals op de Nederlandse Antillen en in Duitsland. Uitgezonden Nederlandse eenheden volgen de aanwijzingen op van de commandant in het missiegebied. Tijdens eerdere crisissituaties in de wereld is soldaten ook geadviseerd niet in uniform te reizen. Niet duidelijk is of militairen die deze raad naast zich neer hebben gelegd, in problemen zijn geraakt. Defensie zegt dat er 'geen sprake is van concrete dreiging'. Mijn reactie: In het westen in het algemeen en in Nederland in het bijzonder lijkt het soms wel eens of mensen denken dat democratie iets vanzelfsprekends is waar je automatisch recht op hebt. Dat er in het verleden offers zijn gebracht en vandaag de dag nog steeds moeten worden gebracht wordt vergeten, en alles wat naar militaire activiteiten ruikt is verdacht, uit de tijd en fout. Ik lach me rot als ik in Nederland ben en soldaten en soldates in camouflageuniformen in de trein zie en ben zeker geen liefhebber van overbodig militarisme, maar toch zijn het die jongens en meisjes ( en nog meer hun Amerikaanse, Britse en andere collega's in heden en verleden ) die ervoor zorgen dat de demonstranten zo'n grote mond kunnen opzetten. De onwil of het onvermogen van het westen om verliezen te incasseren en ( vaak onschuldige ) slachtoffers te maken aan 'de andere kant' is het sterkste wapen van regimes zoals dat van Saddam. Dit is een van de redenen waarom groeperingen zoals de AEL, met hun insinuaties richting Israel en "het internationale jodendom" op stilzwijgende of zelfs openlijke sympathie kunnen rekenen, en niet alleen onder ultra-linkse, anti-Amerikaanse en anti-globalisatie activisten. Volkomen legitieme kritiek op Sharon en zijn ( naar mijn smaak ) desastreuze non-beleid wordt misbruikt om de hele joodse staat te delegitimatiseren ( delegitimeren, whatever ). Dat de meerderheid van de Israeli's niet voor de nederzettingen en tegen het Palestijnse volk maar voor fysieke veiligheid en tegen nationalistische moslem-extremisten vecht wordt over het hoofd gezien of onvergeeflijk gevonden. Dat Sharon c.s. doelloos blijven investeren in nederzettingen en nog steeds niet lijken te denken over serieuze oplossingen voor de problemen die ons teisteren helpt natuurlijk niet echt, maar dat neemt niet weg dat het huidige Israelische beleid enkel maar een excuus is voor iedereen die graag zou zien dat de joodse staat niet ( meer ) zou bestaan. Het bestaan van een joodse staat in deze regio herinnert velen aan de problemen waarvan ze het bestaan liever niet zouden erkennen, problemen die de religieuze fanatici onder de moslims ( ook zonder Israel ) sowieso op een gegeven moment naar het westen zouden hebben geexporteerd. In de strijd tegen die fanatici - die een deel van de hedendaagse westerse werkelijkheid is, je moet wel erg wereldvreemd zijn om dat niet te zien, en je hoeft geen racist of paniekzaaier te zijn om dat te erkennen - zijn sterke legers en veiligheidsdiensten, moedige en vastberaden regeringsleiders en een overtuigde bevolking onontbeerlijk. Het overtuigen van de bevolking is de taak van die regeringsleiders en hun beleidsmakers. Bush en Blair zijn er niet echt in geslaagd om hun bevolkingen te overtuigen van de rechtvaardig- en noodzakelijkheid van elk facet van 'de oorlog tegen het terrorisme', of dat het offensief tegen Saddam Hussein's regime deel uitmaakt van die oorlog. Dat is de reden waarom veel mensen die anders passieve of actieve steun aan de oorlog in Irak zouden hebben gegeven nu hun mond houden of zich door de golf van populistische, anti-Amerikaanse, anti-globalisatie en anti-Israelische ( deels anti-joodse ) hysterie laten meeslepen.
Ingezonden brief naar aanleiding van "Hier wonen geen bouwvakkers", NRC Handelsblad, 25 april 2003: Het feit dat Roel Kremers' grootste zorg na het tragisch ongeval in Pation Sevilla het dalen van de prijs van zijn woning is en dat hij zegt "Met alle respect, hier wonen geen bouwvakkers [...], hier wonen de beter gesitueerden met een behoorlijke functie." roept de vraag op of hij de betekenis van het woord "respect" wel begrijpt. Grappig genoeg, dat hij het directeurschap van een eigen bedrijf kennelijk als 'behoorlijke' functie beschouwt betekent dat volgens hem de niet zelden - nog immer - frauderende bazen van de hardwerkende bouwvakkers ook zijn buurman zouden mogen en kunnen zijn.

Friday, April 25, 2003

Regarding "National Union trying to rally American right against roadmap", Ha'Aretz, April 25, 2003: On his way back from the United States, where he will try to rally support from the American Christian ultra-Right for the cause of the Israeli opponents to whatever agreement might be reached with whichever Palestinian leadership, MK Yuri Stern should stop over in Europe. There he will be able to coordinate strategies and discuss ideologies which he, Avigdor Lieberman and others on the Israeli extreme-Right share with Georg Haider, Jean-Marie Le Pen and other outcasts in European politics. Let him not forget to ask Haider how his buddy Saddam Hussein is doing. The the-extremist-enemy-of-my-not-always-extremist-enemy-is-my-friend-approach, traditionally a part of Israeli diplomacy, has never really furthered the true interests of the Jewish people or the Jewish state, and it will definitely not help us in these oh-so-trying times.
Regarding "British MP denies getting Iraqi cash", IHT, April 25, 2003: George Galloway is just one example of many politicians and 'activists' who consider or call themselves progressive and belonging to the Left, and who claim to be concerned with protecting human rights, the poor and disadvantaged, as well as the environment, while in fact they are a disgrace to everything the Left should stand for. Saluting Saddam just because he stood up against the 'evil' Americans, having a holiday beach home abroad, spending charity money on "excessive travel and hotel expenses", in short choosing decadence and dictators over decency, all that is not quite consistent with the principles Mr Galloway claims to hold so high. Whether he cooperated with Iraqi secret service officials and received financing from Saddam's regime is hardly relevant. What is important is that by preferring far worse ( Saddam ) to bad ( Bush ) and by joining the ranks of some of Europe's most opportunist leaders he, like so many of today's so-called leftists in Europe, has discredited the values and principles cherished by true believers in progress and a just society, hampering these dreamers' cause for years to come.

Thursday, April 17, 2003

Defeating Evil Rationality with Absurd Hope by Bert de Bruin On March 30th this year Israelis became aware again that their lives are affected by two of today's most dangerous parallel realities, the Palestinian-Israeli conflict and the war in Iraq. Linking these realities is unwise and reprehensible, but to consider them as totally isolated affairs would be just as wrong and ill-advised. Because of all the preparations Israel has been making for a possible Iraqi rocket assault and of the media's attention for the Allied attack against the regime and country of Saddam Hussein, we had almost forgotten the reality that should concern us most, our relationship with the Palestinians. The bomb attack in Nethanya reminded many Israelis for the umpteenth time of the fact that Israel needs to definitely define for itself what kind of state it wants to be, and what sort of relationship it wants to have with its neighbors. The government of Ariel Sharon should not wait for George W. Bush and Tony Blair to come up with and start promoting their roadmap for the Middle East peace process, right after the end of the current Gulf War. For a change, instead of having reality force itself once more upon the country, Israel's leaders of government and opposition should decide for themselves what kind of relationship they want with their neigbors, and what they want a post-Saddam ( and post-occupation ) Middle East to look like. Only then will they be able to successfully conduct the negotiations that most probably will decide the future of the Jewish state. Because of the latest Nethanya bombing I recalled what I read about someone who was killed in a suicide bombing about a year ago. Considering his life and death, one is simultaneously filled with hope ( maybe against one’s better judgment ) and convinced of the evil rationality that is at the root of the schemes and world view of those interested in causing every effort to improve the lives of both Palestinians and Jews to fail. I thought it to be worthwhile to remember this remarkable person here, as a source for possible inspiration for the leaders of the country where I chose to live. On the afternoon of Sunday, March 31st 2002, a suicide bomber entered a crowded restaurant in Haifa. By blowing himself up he killed fifteen innocent people and injured and maimed dozens of others. One of those killed was Dov Chernovroda, a 67-year-old architect, father of three and grandfather of six. Even in Haifa, a city characterized by remarkably livable and often warm relations between Jews and Arabs, the professional, political and personal relationships which Dov had with Arab friends, colleagues and fellow-activists were exceptional. As an architect and town planner, and as a Zionist and socialist, he dedicated a large part of his career and life to co-existence and peaceful relations between the Jewish and Arab populations. Many public and residential buildings in a number of Arab towns and villages were designed by Dov. Besides his professional activities he also spent much time working for - mostly left-wing - political organizations and NGOs. He was among the first Israelis to initiate meetings between his personal friend Faisal al-Husseini, the late spokesman for many moderates within the Palestinian leadership, and members of the Israeli political and academic establishment. The bombing of the Matza restaurant in Haifa was not aimed personally at Dov Chernovroda, and probably not even at Jews only. It is assumed that the site became an ' alternative target ' after security at the nearby Grand Canyon mall appeared to be too tight. One of the other victims was Suheil Adawi, a waiter who worked in the restaurant owned by members of his Israeli-Arab family and popular both among local Arabs and Jews. Still, it is by attacking the very people who dare to dream about some sort of coexistence that those whose absolutism excludes the very notion of compromise attempt to realize their distorted world design. The memory of women and men such as Dov Chernovroda and Suheil Adawi should inspire us to continue believing in an Israeli-Palestinian future in which both a Jewish-Israeli and an Arab-Palestinian nation-state will have room for Jews and Arabs who want to work and to enjoy life together. May our leaders and those of ' the other side ' one day embrace that belief, and adopt it as the basis for their policies. I am sure that after such a watershed, all the problems that have been plagueing us for too many years suddenly will emerge as remarkably solvable.

Monday, April 14, 2003

Regarding "Execution of young killer approved", IHT, April 5-6, 2003: May God preserve the Iraqi people from the liberty and humanity that the Americans offer them as a substitute for the cruel and totally inconsiderate and inhumane regime they are being governed by today. A country where the highest legal authorities have the chutzpah to play legal 'limbo-dancing' with the life of a young convict should think several times before it starts to lecture others about human rights, freedom, and compassion. No matter how hideous the acts commited by a criminal, it is totally inhumane to have a 17-year old spend 16 years waiting for his execution. If people in America derive some sort of legal or other satisfaction from executions such as that of Scott Allen Hain, something is terribly wrong with the American psyche. That capital punishment does not bring down the number of murders and other crimes can be easily deducted from the comparison between crime numbers in Western Europe and the United States. It takes more to battle crime ( or terrorism! ) than simple revenge. The simplistic approach of the Bush government to the problems that besiege America and the world is why one of the main reasons for me supporting the American and other Allied forces in Iraq is simple solidarity with the soldiers. I am far from convinced about the necessity and wisdom of Bush and Rumsfeld's national and worldwide strategies and actions. Regarding "Coffee to go", Ha'Aretz, Thursday, April 3, 2003: When "a Starbucks manager" who, lacking any knowledge about the work of a ritual slaughterer, uses bloody imagery to 'explain' the failure of Kentucky Fried Chicken in Israel, he - unknowingly, I hope - continues an age-old anti-Semitic tradition, in which kosher slaughtering is pictured as more cruel and less 'humane' than other methods of killing animals for human consumption. In history, one of the first measures taken by many regimes that in the course of their reign hurt many Jews and others was the prohibition of kosher slaughtering. Twice I visited an Israeli branch of the KFC, and both times I was dissatisfied with the service and thought the prices to be too high, compared to the prices at other fastfood restaurants. In Europe I had similar experiences in the Colonel's restaurants. The great succes of other internationally active ( as well as local ) companies in Israel proves that with a combination of the right marketing of the right product at a resonable price, good service, and taking the local customer seriously, it is possible to succeed here. The mere fact that it is said or implied that "the failure in Israel is not important" and that "the local culture is no longer relevant to Starbucks' needs" shows Starbucks' obvious contempt for Israeli customers. This contempt explains the company's failure here much better than invoking anti-Semitic concepts and notions can.

Sunday, April 13, 2003

Bijna elke keer dat ik de luier van onze zoon verschoon moet ik aan het volgende artikel denken. ( Zie Golfoorlogsdagboek, gepost op 9 april ) Uit Frits Abrahams, Liefde en ander leed ( Amsterdam/Rotterdam: Prometheus/NRC Handelsblad, 2002 ), pp. 99 - 100. Bram en Eva Enkele jaren geleden beschreef ik hoe ik in een vitrine van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam op het verhaal stuitte van Bram en Eva Beem. Het waren twee joodse kinderen van acht en tien jaar die in de oorlog zaten ondergedoken bij een familie in Ermelo. Ze werden in februari 1944 opgepakt, gedeporteerd en vergast in Auschwitz. Wat mij toen zo trof was een briefje van hun pleegmoeder in Ermelo, Janke Kielstra, die na de bevrijding, op 21 juli 1945, aan de ouders van Bram en Eva schreef: 'Hoe vreselijk ik het vind dat de kinderen mij ontnomen zijn, kan ik u niet zeggen. Voor U is het nog veel, veel erger. En heel verkeerd vind ik het dat U niet dadelijk gewaarschuwd bent.' Toen ik die regels overnam, kon ik alleen maar vermoeden welke tragedie erachter schuilging. De ouders, Hartog en Rosetta Beem, hadden kennelijk veel te laat gehoord wat hun kinderen was overkomen. Maar wat was er nu precies gebeurd? Teake Zijlstra, journalist van de Leeuwarder Courant, hielp mij aan de ontbrekende stukken van de puzzel. Hij bleek al in 1988 als eerste journalist een gave reconstructie van deze zaak voor zijn krant te hebben geschreven. Zijlstra ontdekte dat Hartog, leraar Duits aan de plaatselijke hbs, en Rosetta Beem eind 1942 bij de familie Koster van Groos in Leeuwarden waren ondergedoken. Ze wilden de kinderen niet meenemen, die konden beter in de frisse boslucht van Ermelo gedijen. Daar werden ze ondergebracht bij onder anderen Janke Kielstra. Het ging aanvankelijk goed met Bram en Eva in Ermelo. Ze gingen naar school en kregen speelkameraadjes. Ze mochten naar hun echte ouders regelmatig briefjes schrijven die bewaard zijn gebleven. Maar in februari 1944 verschenen er 's nachts plotseling vier Nederlandse mannen - van de marechaussee en de politie - aan de deur. Er moet verraad zijn gepleegd, maar door wie is nooit duidelijk geworden. De kinderen en ouderen werden van hun bed gelicht. De kinderen riepen huilend dat ze geen joden waren. De mannen dwongen Bram zich te ontkleden en zagen toen dat hij besneden was. Pleegmoeder Kielstra schreef na de oorlog aan de ouders: 'Was Jan ( Bram ) niet besneden geweest, dan had ik hem eruit gelogen, maar dat deed de deur dicht.' Elke keer als ik in het artikel van Zijlstra die passage lees over het besneden jongetje, kan ik moeilijk verder. Ik zie het tafereel te scherp voor me: die mannen die naar dat piemeltje turen en elkaar dan verheugd aankijken. Beet! Een van die mannen, O. uit Putten, bleek nog in leven toen Zijlstra zijn artikel publiceerde. Hij was aan de doodstraf ontkomen omdat hij 'in corpsverband op bevel' had gehandeld. Wanneer hoorden de Beems over de deportatie van hun kinderen? Dat is vermoedelijk pas na de oorlog geweest. Het echtpaar Koster van Groos durfde het hen niet eerder te vertellen.

Saturday, April 12, 2003

In What Went Wrong? The Clash between Islam and Modernity in the Middle East ( London: Weidenfeld & Nicolson, 4th impression, August 2002 ), p. 63, Bernard Lewis writes: " The difference between Middle Eastern and Western economic approaches can be seen even in their distinctive forms of corruption, from which neither society is exempt. In the West, one makes money in the market, and uses it to buy or influence power. In the East, one seizes power, and uses it to make money. Morally there is no difference between the two, but their impact on the economy and on the polity is very different." Since both forms of corruption exist in Israel, we can conclude that also when it comes to corruption Israel is a perfect combination of East and West.

Friday, April 11, 2003

Reactie/Tegencolumn op " Uiteindelijk is niemand bijzonder ", Justus van Oel, Metro, 9 april 2003, p. 6. ( Te vinden op www.joods.nl ): Bijzonder irritant Bert de Bruin G'd ( Here? ) zij dank ben ik wel degelijk bijzonder, zelfs in de ogen van hem wiens hoogstandje van onbegrip, onkunde en antisemitisme de aanleiding voor deze reactie vormt. Ik hoor niet tot diegenen die het a-woord te pas en te onpas in zijn of haar mond nemen, maar ik kan hier niet anders, zeker aangezien Van Oel, in tegenstelling tot zijn ideologiegenote Gretta D., niet ontkent dat hij antisemiet is. Het is typisch voor veel hedendaagse antisemieten - voor wie de oorlog in Irak en het conflict tussen Israel en de Palestijnen een prachtige aanleiding bieden om hun eeuwenoude haat ( al dan niet in een modern, anti-globaliserend, pseudo-progressief en dus salonfaehig jasje gestoken ) weer en plein public te spuien - om aan de ene kant te suggereren dat joden helemaal geen nation-state verdienen, en tegelijkertijd vrijwel alle joden wereldwijd te identificeren met Israel. Ook staan voor hen Israel en Zionisme ( de joodse variant van hetzelfde nationalisme dat bij alle andere volken geaccepteerd en volkomen legitiem is ) gelijk aan de bezetting en aan Ariel Sharon. Wat kan, behalve het uiten van hun haat en frustraties en het zoeken van aandacht, het doel van mensen als Van Oel en Duisenberg zijn? Zeer zeker is het niet het welzijn van de Palestijnen. Als het dat wel zou zijn, zouden ze niet zo hun best doen om het werk zo goed als onmogelijk te maken voor de gematigden - joden en niet-joden, in het Westen en in Israel en de bezette gebieden zelf - die, naast hun dagelijkse strijd tegen extremistische krachten binnen de verschillende joodse en Arabische partijen in het conflict en voor een vorm van vreedzaam samenleven, ook nog eens moeten opboksen tegen de haat en het onbenul van de kant van de talrijke en oh zo luidruchtige Van Oels en Duisenbergs in deze wereld. Dat er aan de joods-Israelische kant mensen zijn die - ook al beschouwen ze zich als trotse Zionisten en Israeliers - zichzelf niet herkennen in de bezettingspolitiek maakt die joden ( en ik hoor bij die groep ) in de ogen van 'gevoelige antisemieten' zeker erg bijzonder. Wie zich werkelijk druk maakt om het lot van de arme slachtoffers van de conflicten die het Midden Oosten teisteren zou er goed aan doen zich in te zetten voor hulp aan de gematigde, positieve krachten die in de verschillende landen hun broodnodige, ondankbare en niet zelden gevaarlijke en onmogelijke werk doen. Door die krachten zal ooit een leefbare, vreedzame en hoopvolle werkelijkheid voor de ' gewone ' mannen, vrouwen en kinderen in Irak, Israel, Palestina en alle andere landen van de regio werkelijkheid worden. De enige bijdrage die mensen als Justus van O. en Gretta D. per slot van rekening aan de verschillende vredes- en ontwikkelingsprocessen in het Midden-Oosten zullen hebben gebracht is het bemoeilijken en vertragen ervan.

Wednesday, April 09, 2003

( Gepubliceerd in het Nieuw Israelitisch Weekblad, 3 april 2003; de namen van mijn vrouw en kinderen zijn vervangen ) Israelisch Golfoorlogsdagboek, 27 maart - 2 april 2003 27 maart, donderdag Zittend in wat in vredestijd gewoon mijn werkkamer is - de betonnen kamer die sinds begin jaren negentig standaard deel uitmaakt van elke nieuwbouwwoning in Israel, ter bescherming tegen raketaanvallen - volg ik zoals menig ander in Israel en in Nederland de gebeurtenissen in Irak voornamelijk via het internet. Op de grond staat een kleine kleurentelevisie die we - zolang de kans op een aanval vanuit Irak bestaat - van mijn schoonouders hebben geleend om in de ' bunker ' te zetten. Afgezien van het buitengewoon natte weer en de enorm zware windstoten verschilde de afgelopen week nauwelijks van de weken en maanden daarvoor. We zijn iets alerter dan gewoonlijk, en ik zie nu wanneer ik naar buiten kijk in plaats van een sinds gisteren wederom zonnig panorama van de Middellandse Zee het zware stalen witgeschilderde luik dat het met doorzichtig plastic en bruine plakband afgeplakte, gepantserde raam beschermt. Ook nemen we nog steeds - in tegenstelling tot een groot deel van onze vrienden en kennissen - de gasmaskers mee wanneer we de deur uit gaan. Op de kleuterschool van onze dochter ( bijna 4 jaar oud ) hebben verschillende ouders het voorbeeld van mijn vrouw gevolgd en de bruinkartonnen doos waarin het gasmasker voor de kinderen in zit met wit papier beplakt, zodat de kinderen er op kunnen tekenen, plakken en kleuren. 28 maart, vrijdag Net als iedere morgen is mijn vrouw om zeven uur met de auto naar haar werk gegaan; ze is lerares op een basisschool in Qiryat Tiv'on, hier vlakbij. Zij brengt onze zoon ( bijna 5 maanden oud ) naar zijn baby/peuterschool, en ik loop met zijn zus naar de kleuterschool. Omdat het vrijdag is heeft ze een jurk aan, voor de kabbalat shabbat. Bij thuiskomst kijk ik tijdens mijn vaste internet-halfuurtje even op wat Nederlandse websites. Door al het oorlogsnieuws had ik bijna over het hoofd gezien dat gisteren de rechtszaak is begonnen tegen iemand wiens achternaam voor velen altijd " Van der Gee " zal blijven. In Israel moet de oorlog in Irak nu qua krantekoppen opboksen tegen de drastische bezuinigingen en de daartegen gerichte demonstraties en stakingen. Nog een binnenlands bericht dat met de oorlog te maken heeft: De populaire pinda-mais snack Bamba - een van de eerste woorden die Israelische babies leren zeggen - is door het Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken tot " essentieel voedingsmiddel " benoemd, wat min of meer betekent dat het werk in de fabriek in Petah Tikvah waar Bamba wordt gemaakt gelijk staat aan militaire reservedienst. Je zult niet veel bunkers, schuilkelders of hermetisch af te sluiten kamers ( voor wie geen ingebouwde betonnen kamer of een schuilkelder tot zijn beschikking heeft ) vinden waar Bamba geen deel uitmaakt van de noodvoorraad. Ook bij ons liggen er twee of drie zakken klaar. 29 maart, zaterdag We wilden vanavond aanvankelijk naar een optreden van de zanger Shalom Hanoch in Qiryat Tiv'on gaan, maar we kunnen dezer dagen mijn schoonouders niet 's avonds alleen met de kinderen laten. Als opeens het alarm zou klinken zouden ze in paniek kunnen raken, en dat trauma willen we vooral onze dochter ( haar broer is daarvoor nog te klein ) besparen. Je weet maar nooit, tenslotte wordt de oorlog tot nu toe vooral gekenmerkt door het continu onderschatten van de Irakezen, hun vechtlust en hun mogelijkheden. 30 maart, zondag Nadat mijn vrouw met onze zoon de deur uit is gegaan en ik onze dochter naar school heb gebracht zet ik thuis alle ramen tegen elkaar open. Het is nogal bedompt en muf in de bunker, het raam zit al bijna twee weken dichtgeplakt. Door de tocht uit de andere kamers komt er zo nog wat frisse lucht in mijn werkkamer. Als ik 's middags toevallig niet even de televisie had aangezet om een programma voor mijn vrouw op te nemen had ik pas op het avondnieuws van de aanslag in het cafe in Nethanya gehoord. We worden er weer aan herinnerd dat ons leven zich afspeelt in twee parallelle werkelijkheden - laten we hen de Palestijns-Israelische en de Iraakse noemen - die allebei deel van onze dagelijkse routine zijn geworden. 31 maart, maandag De stakingen bij de gemeentes zijn met een dag vervroegd. Dat betekent o.a. dat de assistentes van de kleuterleidsters niet werken en hun werk door ouders wordt overgenomen, iedere dag een andere vrijwillig(st)er. Bij een vorige stakingsronde, vlak na de Hoge Feestdagen, heb ik dat ook gedaan. Het deed me denken aan mijn eerste maanden in Israel, toen ik op de kleuterschool van kibboets Kissufim meehielp. Mijn Hebreeuws is in die maanden een stuk beter geworden, de kleuters waren de enigen die niet hun Engels op mij uit wilden proberen. Staat in Nederland de waarschijnlijke moordenaar van Pim Fortuyn terecht, hier is vandaag Avishay Raviv, een voormalig Shin-Beth-agent, vrijgesproken van het niet verhinderen van de moord op Yitzhak Rabin z"l. 1 april, dinsdag Zometeen zal ik even naar mijn ouders bellen; morgen wordt mijn vader 64. Als kadootje heb ik voor hem via het internet Liefde en ander leed van Frits Abrahams besteld. Ruim twee maanden geleden, toen ik reservedienst deed ergens in de woestijn, kreeg ik bij het lezen van " Bram en Eva " - met mijn wapen op mijn knieen en de Israelische vlag lusteloos fladderend boven mijn hoofd - tranen in mijn ogen en een brok in mijn keel. Het scheen me toe dat die ontroerende en kwaad makende column door zoveel mogelijk mensen gelezen moet worden. 2 april, woensdag Op de witte betonnen muur achter me wuiven Maxima en Willem-Alexander naar me vanaf een uit de Story gescheurde poster. Twee weken geleden ging ik met mijn vrouw en zoon naar het Nederlandse consulaat in Haifa om een paspoort voor onze zoon aan te vragen. Toen ik op het consulaat een foto van koningin Beatrix en wijlen prins Claus zag vertelde ik dat onze dochter ons in Amsterdam de oren van het hoofd had gezeurd en gevraagd over Maxima. Van opa en oma heeft ze ruim een jaar geleden een Maxima-pop cadeau gekregen, en sindsdien is ze gek op de prinses, op trouwjurken en op de kleur oranje. De aardige medewerkster van het consulaat gaf ons een poster mee die ze nog had liggen. Het leek ons een goed idee om hem te gebruiken om de bunker een beetje op te vrolijken en aantrekkelijk te maken voor onze dochter. De koninklijke familie zal blij zijn met zulke fans in deze moeilijke tijden. Over prinses Margarita heb ik Ariel nog maar niet verteld.
( Gepubliceerd In Trouw, op woensdag 12 maart 2003 ) Voor, tegen wil en dank Bert de Bruin Steeds als de ietwat absurde vraag: " Voor of tegen de oorlog? " wordt gesteld moet ik denken aan Freek de Jonge. Begin jaren tachtig keek hij - in een spotje dat deel uitmaakte van de campagne tegen het plaatsen van Amerikaanse kruisrakketten in Nederland - recht in de camera en zei ons dat hij tegen plaatsing was, want " Heb je gezien wie voor is? ". Ook al ben ik sceptisch als het gaat om de timing en het nut - op lange termijn - van de komende oorlog in Irak, heb ik de neiging om Bush en Blair het voordeel van de twijfel te geven. Alhoewel het niet veel meer dan een instinctief argument is, speelt de overweging " Moet je zien wie er ( onder anderen ) tegen zijn! " bij mij een belangrijke rol. Zorg om de arme burgerbevolking van Irak, pacifistische beweegredenen, een rotsvast geloof in de zin van wapeninspecties, een verlangen om wat voor actie dan ook uitsluitend in een V.N.-kader te ondernemen, dit zijn voor mij allemaal legitieme redenen om te pleiten voor het ( voorlopig ) afblazen van een grootschalige oorlog. Zelfs voor het argument van gelijke-monikken-gelijke-kappen waar het gaat om het opvolgen van V.N. resoluties door Irak en Israel kan ik sympathie en begrip opbrengen, al gaan alle vergelijkingen tussen het regime in Baghdad en de regering in Jeruzalem mank. Een veelgelezen en -gehoord argument tegen de oorlog is dat die de moslim-wereld en het Westen van elkaar zou vervreemden en moslim-extremisme in de hand zou werken. Dit argument valt nauwelijks serieus te nemen. Slechts een klein deel van de moslims in het Westen en daarbuiten heeft duidelijke affiniteit met of openlijk respect voor de westerse democratieen of de waarden die die democratieen vertegenwoordigen. Bovendien hebben mensen als Osama bin Laden een oorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein - overigens niet echt een vriend van de fundamentalisten - niet nodig om haat jegens het Westen te verspreiden en te versterken. Die haat is al diep geworteld en wordt in niet geringe mate gevoed door het wanbeleid van de meeste leiders van landen waar moslims de meerderheid vormen, en door de armoede en de sociale tegenstellingen die een direct gevolg van dat beleid zijn. Een vreedzame ' oplossing ' van het conflict met Irak zal die voedingsbodem voor haat niet wegnemen. Overigens, laten we onszelf niet voor de gek houden: joden en Amerikanen vormen enkel maar een minderheid op een lange lijst van doelen waarop de militante fundamentalisten het gemunt hebben. Prominentere doelen op die lijst zijn leiders als de Egyptische president Mubarak en koning Abdallah van Jordanie, intellectuelen zoals Naguib Mahfuz, en eigenlijk iedere moslim die niet fundamentalist is, naast - het spreekt haast vanzelf - iedere niet-moslim. Als het al mogelijk zou zijn om het Westen en moslims nader tot elkaar te brengen, dan zouden stimulatie van democratische processen en een eerlijker verdeling van rijkdom en kennis, zowel vanuit het Westen naar de islamitische landen toe als binnen die landen zelf, een centrale rol in zo'n verzoeningsproces moeten spelen. Pogingen om dat te verwezenlijken zouden een integraal deel moeten vormen van een Amerikaans ( en Europees? ) lange-termijn beleid voor het Midden-Oosten. Helaas bestaat zo'n beleid niet, zodat ik ( naar ik aanneem niet als enige ) meer uit solidariteit dan uit overtuiging de Amerikaanse en Britse regeringen en legers zal steunen. Een ander ' argument ' tegen de oorlog waar ik me tegen verzet is de ' Israel-connectie ' met betrekking tot de aanstaande Amerikaanse aanval op Irak. Steeds weer steekt een of andere samenzweringstheorie de kop op die valselijk een link probeert te leggen tussen Israel en/of 'de' joden aan de ene, en 11 september, het conflict tussen de ( extremisctische versies van ) ' de ' Islam en het Westen, of totale wereldheerschappij aan de andere kant. Wanneer zulke ideeen openlijk geventileerd of onbewust gesuggereerd worden in de context van de voor-tegen discussie omtrent Irak moet ik de aandrift onderdrukken om Bush c.s. luid toe te juichen, al zou dat naar alle waarschijnlijkheid de verschillende conspiratie-stellingen juist weer bevestigen. Ook plaats ik vraagtekens bij de zuiverheid van de motieven van sommige deelnemers aan die discussie die zich in het recente verleden op tendentieuze en eenzijdige wijze hebben uitgelaten over het Arabisch-Israelische conflict. Ondanks het feit dat door een oorlog tegen Irak een van de meest Israel-vijandige regimes ten val zou kunnen worden gebracht heeft de huidige Israelische regering er mijns inziens alle belang bij om die oorlog te voorkomen. Niet alleen zal de door de bezetting en de intifada al zeer verzwakte Israelische economie in een nog dieper dal geraken, ook zullen wij burgers hoogstwaarschijnlijk weer een aantal onnodige trauma's rijker worden, al vallen die vermoedelijk in het niet bij wat de Irakezen te wachten staat. Last but not least - en dit is voor de oppositie hier, waar ik mezelf toe reken, misschien juist wel een pluspunt -, na een succesvolle oorlog ( aan een Amerikaans-Britse nederlaag wil ik niet eens denken ) zal het voor Sharon en de zijnen vrijwel onmogelijk zijn om te blijven weigeren de door Amerika vereiste concessies te doen die misschien de weg naar onderhandelingen, en wie weet naar een vredesverdrag, met de Palestijnen kunnen openen. Het moge duidelijk zijn, ik steun een eventuele oorlog tegen Irak, zij het niet echt van harte. Ik ben ervan overtuigd dat Saddam Hoessein een gevaar vormt voor de gehele regio en dat pappen en nathouden in zijn geval geen reele optie is, maar geloof tegelijkertijd niet dat een grootschalig conflict de problemen van deze regio eenvoudiger zal maken, misschien wel integendeel. George W. Bush en zijn regering hadden de periode die verstreken is sinds de val van de Taliban in Afghanistan beter kunnen besteden aan het uitdenken en pushen van een alomvattend ontwikkelingsprogramma en vredesplan voor het Midden-Oosten dan aan het uitdragen van de " Baghdad delenda est " mantra. Desondanks hebben zij voorlopig mijn steun, mede omdat de alternatieven in mijn ogen veel beroerder zijn.
Regarding "Tibi going to High Court...", "Tempers fray at election panel meeting", Ha'Aretz, December 31, 2002: There is a reasonable chance that the last two months of 2002 will enter the historiography of the Jewish state as the months in which that state truly turned into a banana republic. First it gradually becomes known how people with a past in or links to organized and not-so-organized crime have to a great extent been calling the shots in the primaries of what in all likelihood will be the biggest party in the Knesset after January 28th, thus pushing some people whose qualifications for public service are questionable into positions that migth very well enable them to determine the fate of the state and citizens of Israel. Then our Prime Minister tries to divert Israeli public attention away from this electorally damaging issue by loudly banging the drums of war and by stepping up his policy of "targeted killings" or liquidations, which has left several Palestinian children and other non-terrorists dead in the last couple of weeks. Sharon should realize that hurling accusations at Syria and Iraq without presenting any proof will - if not followed soon by substantial evidence for his claims - even more erode the already not very high credibility of Israel and its security services in the eyes of the world, something which leaves the country extremely vulnerable in one of today's main battlefields, that of world opinion and the international media. Finally a known racist Jew affiliated with an outlawed organization is declared to be qualified to be a candidate for the next Knesset, whereas an Arab-Israeli Knesset member - with whom I mostly disagree but who has proven himself to be an able parliamentarian and a worthy spokesman for his constituency, which is probably why he is considered a threat by so many - is banned from the race for our parliament. Both Central Elections Committee decisions contradicted the opinion and recommendation of the CEC chairman, an eminent legal expert. That proves once again that expertise and abilities are often outweighed by political considerations and opportunism. It seems that in Israel even politics has become politicized. Regarding "21 die in bombings in Tel Aviv", IHT, January 6, 2003 ( Published in IHT on Jan 10, 2003 ): Once again a perfectly timed bombing has blown away any chances of reason taking the lead in the Israeli elections. Just as Ariel Sharon was desperately looking for something to take the Israeli public's attention away from the scandals in his party and from his appalling record regarding both the economy and security, one of the many Palestinian terrorist organizations comes and delivers exactly that, giving the Israeli Right the opportunity to show its told-you-so face for the umpteeth time and enabling it to refrain from thinking about any alternative. The Israeli Right and the Palestinian extremists have all the appearances of a husband and wife whose marriage has been an impossibility from the beginning but who are both interested in somehow staying together. Both sides cannot stand the sight of each other, they curse each other, each partner tries to hurt the other as hard as he or she can, and each is afraid, unwilling or unable to face the music and think about a post-marriage future. Both sides have one common interest: to prevent the establishment of a Palestinian state. As long as such a state does not exist, the Israeli Right can continue to dream about a virtual Greater Israel and to occupy millions of Palestinians, while the Palestinian extremists do not have to live under what will most probably be an even more repressive regime than that of the current occupier. By staying together in this hug of death, both partners are also able to avoid to cope with the responsibilities that come with a life on their own, and to continue the corrupted and hopeless lives to which they have become accustomed to. Regarding "Texas defies an order to delay 2 executions", IHT, February 8-9, 2003: If the state of Texas does ignore the demand by the International Court of Justice to stay the executions of two Mexicans, former Texas governor George W. Bush and his cabinet members should stop being surprised about the fact that some leaders and many ordinary citizens in the West ignore and defy the claims and warnings expressed by the United States government regarding the threats to democracy and world peace presented by Saddam Hussein, Bin Laden and similar bullies. Staying the execution and letting international law and justice take their due course seems to be 'a small price' to pay for building international support and strengthening a coalition necessary for the tasks that lie ahead in Iraq and the rest of the Middle East. It is in the very national interest of the people and leaders of the United States for them to make a serious effort to try and understand the qualms and uneasiness with which people in European and other democracies view the coercion and defiance that characterize the way in which Bush c.s. strive to impose their own personal version of truth, justice and democracy upon the rest of the world, without considering whether that version is a one-size-fits-all. Regarding "Katsav asks Sharon to form next government", Ha'Aretz, February 10, 2003: Already in his first speech after accepting the task of forming the new government Ariel Sharon shows us why the Labor party should never join a unity government lead by him. In his references to our conflict with the Palestinians he makes clear that he intends to continue with his been-there-done-that policies, including fulfilling his lifelong desire to get rid of Yasser Arafat, something that he probably finally will achieve with American support as soon as Iraq will be attacked and - hopefully - defeated. The only way in which Amram Mitzna and his party were to deceive their electorate - of which both Likud and Shinuy accuse them, in a rare case of post-last-election and pre-next-election rhetoric - would be by once again playing the role of Sharon's fig-leaf, something which he needs to sell his government abroad. A new unity government would again paralyze government policy. What this country needs is a management that will lead it on a consistent and determined course: even bad policy is preferable to no policy at all. The Labor party should and most probably will support any decision that is in the national interest. For the party to be able to play a responsible and useful role in the future it first has to give a thorough cleaning of itself, to do some soul-searching , and to sit down, consider and decide how it thinks the Jewish state and Israeli society should develop and what policy the party should follow in order to achieve its goals. Right now it is too confused and divided to be able to play any role of significance in the service of the Israeli people. Regarding "Texas counts down to execution No. 300", IHT, March 11, 2003 ( Published in IHT on March 13, 2003 ): If George W. Bush and his government were serious about wanting to "sell" the upcoming war against Iraq and about mobilizing support for that war, they would make every effort to seize the moral high ground by proving their political system and society to be superior to others. That they refuse to do so, and that states such as Texas keep on executing prisoners whose actual or legal guilt is in doubt, or whose crime was to be of the wrong color on the wrong place, is just another sign of the arrogance that characterizes the current administration. This strategically unwise behavior alienates potential allies. Regarding "Our alliances must endure" and "Rewarding true friends", IHT, March 18, 2003: The pieces written by Gordon R. Sullivan and William Safire show us two of the many faces of American foreign policy. Sullivan provides us with a long-term concept - not very typical for American political strategy - according to which history is something to learn from, and consensus and cooperation are essential for any foreign policy to succeed. William Saffire, on the other hand, represents the revengeful shortsightedness that characterizes some American politicians and policy makers, especially in the current administration. Of course, the French, Germans, Belgians and their opportunistic ( and in the case of Belgium almost hilarious ) behavior are annoying, and yes, those who have proven to be faithful and trustworthy allies should receive rewards for their loyalty. Still, in the end, if George W. Bush is serious about building a post-Saddam world with more stability and security for Americans and all the other world citizens, he will realize that Germany and France will prove to be key players in such a world. Calling French fries "freedom fries" and French toast "freedom toast" will not solve anything. Regarding "Belgian Jews urge ambassador's return", Ha'Aretz, March 19, 2003: It is sad to read that Belgium's Jews today feel "more vulnerable" with Israel's ambassador gone. With their unending efforts to put Ariel Sharon on trial - while not bothering to consider personal records much worse than that of the Israeli prime minister -, their attempts to be more 'peace-orientated' and more European than the Germans and the French by discussing the possibility of refusing the Americans and British the use of their ports and airspace in the war against Saddam Hussein, and their hesitation to face both ultra-nationalists and Islamist activists, the leaders and people of Belgium are turning their state into a joke. Unfortunately the joke is for a large part on the country's Jews. Regarding "Led by Muslims, Paris peace rally again turns anti-Israeli", IHT, March 31, 2003 ( Published in IHT on April 4, 2003 ): Noticing some of the individuals and organizations that are demonstrating worldwide against the war in Iraq, and observing the violent and often more-than-just-anti-Israel character of some of the demonstrations, I almost cannot but support the war against the regime of Saddam Hussein. As a leftist Jew living in Israel - totally opposed to the Israeli occupation of the Westbank and the Gaza Strip and to the destructive policies of Sharon c.s., and in favor of the establishment of a Palestinian state next to Israel - I find it hard to believe that my interests and those of people who call French-Jewish students 'targets' and shout "Vive Chirac! Stop the Jews!" can converge in any possible way.

Friday, April 04, 2003

Gepubliceerd op de website van het Parool als reactie op de val van het Kabinet, begin november van vorig jaar: De namen van de meeste leden van het zo snel al weer demissionaire kabinet Balkenende ( Balkenende I ? ) zullen waarschijnlijk al snel een rijke bron vormen voor de bedenkers van triviale vragen voor allerhande spelprogramma's. Zelf zou ik het er niet goed van afbrengen als ik vragen zou moeten beantwoorden zoals bijvoorbeeld 'Wie was onder JPB staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij?' (Antwoord: Jan Odink ). Gelukkig had ik nog nauwelijks tijd verspild aan het uit mijn hoofd leren van de namen en de bijbehorende posten. Ze stonden allemaal in een map genaamd Kabinet onder Mijn documenten, gedownload meteen na de kabinetsformatie. Zelfs Philomena Bijlhout, met wie alle gedonder eigenlijk begon, had ik nog niet gewist. Het is al moeilijk genoeg om vanuit het buitenland de vaderlandse politieke en maatschappelijke gebeurtenissen bij te houden, maar met het geruzie binnen de LPF werd het bijna ondoenlijk, al dreef soms het absurde karakter van alles het bitterzoete vermakelijkheidsgehalte tot tophoogten. Wie met wie tegen wie konkelde en waarom, het was al gauw niet meer te volgen. Het droevige van het hele verhaal is dat we ons uiteindelijk enkel en alleen de meest frequente en luidruchtige querulanten zullen herinneren. Van diegenen onder de bewindslieden en leden van de diverse regeringsfracties die goede bedoelingen hadden en daadwerkelijk wilden regeren zullen hoogstwaarschijnlijk verreweg de meeste in de politieke anonimiteit verdwijnen.Het zij zo. Hoezeer ik ook van verkiezingen en politieke discussies houd, het zou goed zijn voor Nederland als het land, in deze tumultueuze en onzekere tijden, na de komende verkiezingen een stabiele en serieuze regering krijgt die er voor zorgt dat de bevolking ( weer ) vertrouwen in en respect krijgt voor de democratie, voor wat de volksvertegenwoordigers besluiten en voor hen die die besluiten uitvoeren. Mijzelf heeft een verblijf van tien jaar in Israël nog niet geheel wanhopig en apathisch gemaakt. Mijn echtgenote, die hier haar hele leven al woont, liet horen tot welk niveau van cynisme en gelatenheid een weliswaar democratisch maar soms onbetrouwbaar, vaak onstabiel en maar al te vaak onvoorspelbaar politiek systeem kan leiden, toen ze zei: 'Huh, 87 dagen, daar kunnen ze hier nog wat van leren.'
( Gepubliceerd in het Parool, op dinsdag 28 januari 2003 ) Tijd voor de New-Positivo's! Bert de Bruin In Israel weet men meestal wat men niet wil. Het wordt tijd dat de politieke leiders de talrijke problemen op een positieve manier gaan benaderen en duidelijk maken wat ze wel willen. Een van de meest trieste aspecten van het Palestijns-Israelische conflict is dat aan beide kanten diegenen die zich als ( potentiele ) leiders van hun volk of staat opwerpen zich hoofdzakelijk van negatieve boodschappen bedienen, en dat als die non-leiders al een beleid voeren het meestal om een anti-beleid gaat. Ariel Sharon zegt een einde aan de terreur te willen en zou het liefst zien dat een Palestijnse staat van de aardbodem zou verdwijnen nog voordat hij was opgericht. Yasser Arafat heeft zich nog steeds niet verzoend met het bestaan van een joodse staat in - een deel van - het voormalige mandaatgebied Palestina en doet alsof het enige waarvoor hij strijdt een einde aan de Israelische bezetting van de Westoever en de Gaza-strook is. Zowel Arafat als Sharon weten aardig te vertellen waar ze tegen zijn. Geen van beiden echter kan zijn volk of de wereld duidelijk maken wat ze wel precies willen voor hun volk. Het lijkt erop dat noch zij noch hun mannetjes- en beleidsmakers ueberhaupt geloven in of nadenken over een toekomst waarin geen plaats meer is voor terreur of voor bezetting. Ogenschijnlijk zijn de enige krachten hier in de regio die niet onder stoelen of banken ( tafels, als we een zekere LPF-politicus mogen geloven ) steken wat ze precies willen sommige extremisten aan beide kanten van de Arabisch-joodse scheidslijn: zij streven veelal een op een compromisloze interpretatie van de Islamitische dan wel joodse wetten en tradities gebaseerde heilstaat na. Ik geloof dat wat de Palestijnen doen of laten buiten mijn directe verantwoordelijkheid valt. Hoe de Palestijnen denken hun toekomst in te vullen op de dag nadat Israel de gebieden verlaten heeft ( volgens mij iets onvermijdelijks ) zullen zij zelf moeten bepalen, dat kan ik niet doen, zelfs niet als ik dat zou willen, wat niet het geval is. Ik voel een zeker medelijden voor hen, vooral omdat nog nooit in hun bloedige nationale geschiedenis zij de beschikking hebben gehad over werkelijk verantwoordelijke leiders die andere belangen dan hun eigen persoonlijke dienden. Niet dat we momenteel in Israel gezegend zijn met uitmuntend leiderschap, maar er zijn in de geschiedenis van het Zionisme toch verscheidene leidersfiguren aan te wijzen die wat zij zagen als de belangen van het joodse volk en van wat uiteindelijk de joodse staat is geworden belangrijker vonden dan hun eigen persoonlijk gewin. Wat er met die staat gebeurt valt wel deels onder mijn verantwoordelijkheid. Ik heb ( als jood en Zionist ) ervoor gekozen om hier te wonen en mijn kinderen groot te brengen - ijs, weder, studie en werk dienende - en de toekomst van dit land en van zijn inwoners ligt me derhalve na aan het hart. De campagnes in het kader van de Knesset-verkiezingen voor 28 januari a.s. beloven helaas weinig goeds wat die toekomst aangaat. Zo goed als iedere partij die de kiezer wil overhalen om op haar te stemmen doet dat door uit te leggen waarom hij/zij vooral niet op de andere partijen moet stemmen. De Likud benadrukt wat zij de door de Arbeiderspartij gemaakte fouten noemt ( Oslo, het Camp David-plan van Ehud Barak, de ' duifachtige ' uitspraken van de kersverse voorzitter van de Arbeiderspartij, Amram Mitzna ), de Arbeiderspartij verlustigt zich in een schijnbaar onaflaatbare stroom van corruptieschandalen binnen de Likud. De religieuze partijen waarschuwen voor de gevaren van de ' verontjoodsing ' van de Israelische maatschappij, en een bourgeois-partij die volgens de opiniepeilingen in grootte de derde partij zou kunnen worden geeft af op zo ongeveer alles waar de orthodoxe joden voor staan en mee geidentificeerd worden. Je zult zelden een partijleider horen zeggen hoe hij ( er is geen enkele vrouwelijke partijleider ) denkt de economische, sociale en politiek-militaire problemen die Israel teisteren op te gaan lossen. Wel weten ze allemaal te vertellen dat de anderen allemaal ongeschikt zijn en dat zij dus de steun van de kiezer verdienen en het vertrouwen van die kiezer niet zullen beschamen. In de weken voor de verkiezingen hebben de meeste politieke discussies in de media om twee onderwerpen gedraaid: corruptie en veiligheid. De Likud verwijt de partij van Mitzna dat zij de veiligheid van de staat Israel heeft verkwanseld en waarschuwt de kiezers voor nog meer compromissen en toegeeflijkheid naar de terroristen toe. De Arbeiderspartij lijkt krampachtige pogingen te doen om alles wat naar corruptie ruikt binnen de Likud ( dat is heel wat, daar niet van ) dag in dag uit binnen de krantekoppen te houden. Het enige concrete wat Mitzna belooft is een terugtrekking - in overleg met Arafat als het kan, anders eenzijdig - uit de Gaza Strook en uit het overgrote deel van de Westoever, en een afscheiding tussen Israel en wat naar alle waarschijnlijkheid een Palestijnse staat zal worden. Hoe veelbelovend dat laatste ook moge klinken, het is niet genoeg, niet om de verkiezingen te winnen en niet om een hoopvolle, vredige en welvarende toekomst voor mijn kinderen veilig te stellen. Wie in mijn ogen geloof- en verkieswaardig wil zijn dient reele en rechtvaardige oplossingen voor alle of op zijn minst voor de meest urgente problemen te presenteren en ons zo een duidelijk toekomstplan te bieden. We weten allemaal ongeveer wat we niet willen, nu is het tijd om te beslissen wat we wel willen, en hoe ons leven er na de bezetting - en wie weet, na de terreur, maar dat hangt zonder de bezetting als excuus voornamelijk af van de goede wil van onze buren - uit zal zien.
( Te vinden op www.joods.nl ) Een liberale vriend op bezoek in het Beloofde Land Bert de Bruin Als onderdeel van zijn bezoek aan Israel bracht Geert Wilders, Tweede-Kamerlid namens de VVD, op 7 januari ook een bezoek aan Beth Joles, het Nederlands-joodse bejaardenhuis in Haifa. De bestuursvoorzitter van Beth Joles, Jacques Richter, nodigde me uit om verslag te doen van het bezoek van de heer Wilders aan Beth Joles en om tegeljkertijd een indruk van het huis te krijgen. Wat dat laatste betreft leek het me al vrij snel na aankomst een goed idee om een andere keer terug te komen: in dit stukje Nederland midden op de Carmel berg bevindt zich genoeg stof voor meer dan een artikel, niet alleen over de opzet en faciliteiten van het ouderhuis maar ook waar het gaat om de vaak fascinerende levensverhalen van sommige van zijn bewoners. In dit artikel zal ik het alleen hebben over wat de heer Wilders zijn toehoorders te vertellen had. Na een welkomstwoord van de heer Richter kreeg John Manheim, voorzitter van de VVD partijcommissie Buitenlandse Zaken, het woord. De heer Manheim betuigde deelneming met de slachtoffers van de verschrikkelijke aanslag waarvan hij en Geert Wilders meteen na hun aankomst in Israel op de hoogte werden gebracht. Daarna benadrukte hij - in antwoord op sommige negatieve reacties die de Irgoen Olei Holland, de vereniging van Nederlandse immigranten in Israel, had gekregen naar aanleiding van het feit dat de IOH hem en de heer Wilders hadden geholpen bij het organiseren van de ontmoetingen met (oud)Nederlanders hier - het belang van Nederlandse politici en van de Nederlandse politiek wat betreft de belangenbehartiging van (oud)Nederlanders in Israel. Na hem kreeg Geert Wilders zelf het woord. De heer Wilders begon zijn toespraak met te zeggen dat solidariteit niet alleen met de mond beleden maar ook in daden uitgedrukt moet worden, en dat dat de reden was waarom hij nu - terwijl vele traditionele supporters van Israel enkel solidair op afstand zijn, hoe belangrijk dat ook is - naar Israel gekomen was. Hij gaf aan dat inzake het Nederlandse Midden-Oostenbeleid het van belang was welke kleur het Nederlandse kabinet na 28 januari zal krijgen. Het is een ' goede ' gewoonte van politici ( in Nederland niet minder dan in Israel ) om in plaats van aan te geven wat ze zelf voor goede dingen gedaan hebben of van plan zijn te doen eerst en vooral de andere partij(en) zwart te maken en te bekritiseren. In dat kader was naar mijn smaak het enige minpunt in de speech van Geert Wilders het feit dat hij meer dan eens afgaf op de anti-Israel houding van " de linkse partijen in Nederland ". Natuurlijk had hij gelijk toen hij het had over de pogingen van sommige Nederlandse partijen en Kamerleden om steeds weer alleen Israel in het beklaagdenbankje te krijgen ( in de woorden van de heer Wilders een "diarrhee aan anti-Israel moties ", met als doel het veroordelen van, het opleggen van sancties en zelfs het instellen van een wapenembargo tegen Israel ), maar persoonlijk houd ik meer van de positieve benadering: " Waarom kunt u het beste op mij stemmen ", en niet " Waarom moet u vooral niet op de andere partij stemmen ". Zijn openlijke steun voor Israel, zo zei de geachte afgevaardigde, kwam voort uit een culturele verbondenheid met de joodse staat, die niet toevallig de enige functionerende democratie in de regio is. Toen ik hem na afloop vroeg naar zijn klaarblijkelijke fascinatie met het Midden-Oosten - iets wat niet vanzelfsprekend is voor de gemiddelde Limburgse politicus - vertelde hij me dat hij in 1982 een jaar in Israel was geweest en zich voor de problematiek hier was gaan interesseren. In de loop van zijn carriere heeft hij over de hele wereld contacten opgedaan onder politici, veiligheidsfunctionarissen en andere deskundigen op het gebied van moslim-extremisme, terreurbestrijding en regionale veiligheid in het Midden-Oosten. Zo groeide een meer dan gemiddelde interesse voor een onderwerp uit tot een van zijn politieke specialisaties, zeker nadat de dreiging van het Islamisme tastbaarder is geworden, ook in Nederland. Het heeft er alle schijn van dat bij Geert Wilders niet alleen maar de haat voor Haman maar ook wel degelijk een zekere liefde voor Mordechai een rol speelt. Volgens de heer Wilders zou de juiste Europese benadering van het Palestijns-Israelische conflict de door George Bush sr. in 1990 in Madrid verwoorde moeten zijn: " [ Voor de Verenigde Staten ] is acceptabel datgene wat de betrokken partijen acceptabel vinden.", met andere woorden, Europa - dat volgens Geert Wilders de hoofdrol in conflictbemiddeling in de regio aan Amerika moet overlaten - dient te helpen de juiste omstandigheden voor vruchtbare onderhandelingen te scheppen en aan het succes van zulke onderhandelingen bij te dragen, en niet alleen maar blauwdrukken te presenteren en op te leggen. Of zoals hij zijn publiek hier voorhield: " U zult met de consequenties van wat voor compromis dan ook moeten leven, ik niet." Alhoewel hij stelde een voorstander van een Palestijnse staat te zijn bekritiseerde hij het Palestijnse leiderschap en gaf hij aan dat Yasser Arafat het veld zou moeten ruimen voor een meer aansprakelijke, gematigder, en krachtiger Palestijnse leider. Wat Europa wel kan doen, zo redeneerde Geert Wilders, is het aanspreken van landen als Syrie, Iran en Saudi-Arabie op hun steun aan terreurorganisaties en en op hun rol in het verspreiden van anti-joodse en anti-Westerse haat, en het leggen van de link tussen de houding en het gedrag van dergelijke landen enerzijds en Europese hulp en investeringen anderzijds. Ook zou Europa aan het geven van ontwikkelingshulp aan de Palestijnse Authoriteit de eis van onvoorwaardelijke inzage in het besteden van die hulp moeten verbinden. Een voorbeeld van deze quid-pro-quo benadering was de Ruiter-zonder-Paard affaire. Naar aanleiding van vragen van Kamerleden Koenders ( PvdA ), Dittrich (D66) en Wilders heeft Minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer alsnog erkend dat deze Egyptische serie antisemitisch is, waarna hij de Egyptische ambassadeur om opheldering heeft gevraagd. Hierbij kon de ratificatie, door Nederland, van het Euro-Mediterrane verdrag van de EU met Egypte als stok achter de deur gebruikt worden. Wat de binnenlandse ontwikkelingen in Nederland zelf betreft sprak de heer Wilders over de problematiek rond de opruiende en haatdragende taal van sommige imams en het werven van jihad-activisten in Nederlandse moskeeen, en over de activiteiten van Gretta Duisenberg. Het VVD-Kamerlid, in het verleden verantwoordelijk voor het stellen van kamervragen over het mogelijk door de Nederlandse belastingbetaler mede-financieren van activiteiten van Gretta D. via medefinancieringsorganisaties zoals Novib en Cordaid, sprak zijn verbazing uit over het feit dat mevrouw Duisenberg tijdens haar politieke activiteiten hier op de Westoever en in de Gaza-Strook gebruik kon maken van haar Nederlandse diplomatieke paspoort. Hij beloofde daar bij terugkomst in Nederland opheldering over te vragen. Tenslotte stipte de heer Wilders nog de mogelijke oorlog met Irak aan, waarbij hij zei dat een vreedzame oplossing de voorkeur verdient maar dat indien Amerika " om de juiste redenen " een offensief begint Nederland de Verenigde Staten dient te steunen. De ontmoeting werd afgesloten met vragen uit het publiek. Uit die vragen kwam duidelijk naar voren dat (oud)Nederlandse joden in Israel de anti-Israel stemming in Nederland niet begrijpen. Geert Wilders - die overigens uiterst correct weigerde om een oordeel uit te spreken over wat een vragenstelster " de nieuwe Arbeidspartij " noemde, aangezien dit inmenging in de binnenlandse politiek van een bevriende democratie zou zijn - zei dat hij de indruk had dat de urgentie van het gevaar van het moslim-extremisme ( nog ) niet wordt gevoeld in Nederland en dat de link tussen Palestijnse en Islamistische terreur over het hoofd wordt gezien. Ik moet zeggen dat, alhoewel ik van huis uit beslist geen aanhanger ben van de politieke stroming waartoe John Manheim en Geert Wilders behoren, ik in de korte tijd die ik tot mijn beschikking had om me op de ontmoeting met het Tweede-Kamerlid voor te bereiden onder de indruk ben gekomen van de gedrevenheid waarmee hij zijn ideeen met betrekking tot het Midden-Oosten uitdraagt en inhoud geeft. Naast die gedrevenheid viel het me op dat hij tijdens zijn lezing voor een politicus erg recht-door-zee lijkt te zijn. Hij deinsde er niet voor terug om dingen te zeggen waarvan te vermoeden viel dat ze niet al te populair zouden zijn onder het publiek in Beth Joles ( o.a. een Palestijnse staat ). Bovendien betuigde hij keer op keer zijn sympathie voor en solidariteit met het joodse volk en de joodse staat. Nu zullen sommigen misschien zeggen " Hallo, dat zou ik ook doen voor een Nederlands-joods publiek in Israel! " maar gezien het soort kamervragen en moties die hij in de afgelopen jaren in de Tweede Kamer heeft ingediend schijnt het mij toe dat de heer Wilders die sympathie en solidariteit ook in Nederland niet verzwijgt. Nogmaals, ik ben heus geen lid van de Geert Wilders-fanclub of lid van de VVD geworden, maar ook als iemand een politieke ' tegenstander ' is dien je hem de waardering en erkenning te geven die hem toekomt, en vandaag de dag is - helaas - een zekere moed vereist om zonder je te verontschuldigen te zeggen dat je Israel steunt. Dat we niet altijd allemaal hetzelfde Israel steunen is vanzelfsprekend weer een ander verhaal.
Am Yisrael Chai, en Ikea helpt daarbij Nesher, maandag 6 januari 2003 Zelfs op een dag als vandaag, minder dan 24 uur na een van de zwaarste aanslagen die we hier hebben meegemaakt ( tot nu toe ruim twintig doden, rond de honderd gewonden waarvan een aantal in levensgevaar verkeert ), gaat het leven hier in Israel ondanks alles bijna gewoon door. Is dat wrang of een teken van cynisme? Ik geloof het niet, het lijkt me meer een bewuste of onbewuste poging van de burgerbevolking - machteloos waar het gaat om de beslissingen van de grote meneren en tegelijkertijd vastberaden om haar leven niet te laten versjteren door diezelfde meneren, door de terroristen en door de onzekerheid en spanning rond het al dan niet uitbreken van een oorlog in Irak - om een zekere regelmaat en daardoor de schijn van normaliteit in stand te houden. We worden daarbij geholpen zowel door de prachtige rituelen van de traditie van onze voorvaders als - althans voor wie het zich in deze moeilijke en onzekere economische tijden kan veroorloven - door iets wat volgens mij Israelischer is dan falafel: een zekere consumptieneurose. Ik zal voor beide "hulpmiddelen" een voorbeeld uit mijn persoonlijke leven geven.
Op shabbat 2 november j.l. ( precies 85 jaar na de Balfour-verklaring ) beviel mijn echtgenote Y. van E., broer van A., onze dochter die op Yom Ha'Atsma'ut 1999 geboren is: we zijn er dus tweemaal in geslaagd een Zionistische geboortedatum voor onze kinderen uit te kiezen. E. was hogepriester onder koning David, en bovendien is het de naam van een berg en een rivier in Noord-Israel. Omdat E. bij zijn turbo-geboorte ( minder dan een kwartier nadat Y. was opgenomen in het ziekenhuis werd E. geboren ) vruchtwater had ingeslikt en daardoor af en toe iets te snel ademde moest hij bijna een week ter observatie en voor een antibiotica-behandeling op de couveuseafdeling liggen, waar hij rustig lag te slapen als een soort Gulliver tussen lilliputters, meelijwekkend en ontroerend door hun breekbaarheid. In plaats van op de voorgeschreven achtste dag vond de besnijdenis van E. op de veertiende dag na zijn geboorte plaats, bij ons thuis. Naast de mohel waren er een klein aantal naaste familieleden van Y. en wat goede vrienden aanwezig. Terwijl wij de eerste nacht na de besnijdenis doorbrachten zoals - lijkt me - miljoenen joodse ouders dat voor ons gedaan hebben, werden twaalf mensen in Hebron vermoord. Aangezien wij die avond geen tijd hadden om televisie te kijken hoorde ik pas van de aanslag toen ik mijn ouders in Nederland opbelde om hen te vertellen dat alles goed was met hun kleinzoon. Toen ik de volgende morgen, zaterdag, samen met mijn schoonvader naar de thorah geroepen werd in de synagoge waar hij meestal naar toe gaat, was de aanslag natuurlijk het gesprek van de dag. Tijdens de kiddush ter gelegenheid van de geboorte en de brith van onze zoon moest ik er steeds aan denken dat wederom in Israel de gezinnen en families van twaalf mensen rouwden om het verlies van hun geliefden, en dat nog meer kinderen zullen opgroeien zonder de steun en liefde van hun vaders en broers. Toch hielp het rituele en blije karakter van de synagogedienst mij ( en, zo neem ik aan, de meeste andere aanwezigen ) de draad weer op te pakken, en de volgende dag had ik de sombere overdenkingen al van me afgezet en waren Y. en ik weer druk met de gewone dagelijkse bezigheden van de ouders van een pasgeboren en -besneden baby.
De vreselijke aanslag gisteren weerhield ons - en, zo bleek vandaag overduidelijk, velen met ons - niet van een gepland bezoek aan de Israelische Ikea-vestiging, op een groot industrieterrein bij de ingang naar Nethanya. Dit was trouwens zo ongeveer het enige waarvan we honderd procent zeker waren dat het veiliger is in Israel dan in Nederland, gezien de recente bomplaatsingen in vestigingen van het Zweedse bedrijf daar. Voor mij was het het eerste bezoek aan Ikea in Israel, en ik werd niet teleurgesteld, integendeel. Youp van 't Hek zal me waarschijnlijk voor gek verklaren, maar ik heb werkelijk genoten. We waren alleen met E. gekomen, maar als we A. hadden meegenomen hadden we haar met een gerust hart kunnen achterlaten in het 'Kinderkoninkrijk', waar kinderen zich - onder toezicht van een bevoegde werkneemster van het bedrijf - kunnen vermaken met allerhande speel-, kleur- en knutselactiviteiten, waaronder het wereldberoemde Ikea-ballenbad . Naast wat kleine frutsels hebben we een groot inklapbaar magnetisch schoolbord voor A. gekocht. Alhoewel wij toch niet echte uitgaanders zijn brengen we de laatste twee jaar toch meer tijd thuis door dan we zonder "de situatie" gedaan zouden hebben, en onze dochter houdt gelukkig erg van kleuren, tekenen, legpuzzels en dergelijke, wat het ons erg makkelijk maakt om haar binnenshuis aangenaam bezig te houden.
Het beste bewijs voor het feit dat het leven hier ' vrolijk ' doorgaat was de grote hoeveelheid hoogzwangere vrouwen en jonge moeders die we vandaag zagen. Toen Y. in een speciaal daarvoor ingerichte hoek op de dames-wc E.'s luier wilde verschonen vond ze een rij van vier moeders voor zich. Ikea denkt aan alles en ik ben een geemancipeerde vader, dus heb ik hem naar de luierverschoningshoek in het herentoilet meegenomen. Daarna hebben we lekker, uitgebreid en goedkoop zitten eten in het restaurant. Y. nam zoals gebruikelijk een kindermenu, ik nam naast chili con carne een voor mij niet minder gebruikelijke soep, geserveerd in een ' broodkom '. Wat ik vandaag bij Ikea voor het eerst in Israel heb gezien is het refill-systeem, dat je de mogelijkheid biedt om voor de prijs van een warme of koude drank onbeperkt bij te tanken. Toen ik ruim tien jaar geleden voor het eerst in Israel was, zagen mijn broer en ik in ons hotel in Jeruzalem een Nederlandse toerist die bij het ontbijt zijn veldfles met sinaasappelsap vulde. Wij zeiden toen tegen elkaar: " Dat kunnen alleen Nederlanders doen ", maar tegenwoordig weet ik wel beter: dat je het systeem nauwelijks in Israel tegenkomt is vooral omdat sommigen er hier niet voor terug zouden deinzen om voor de prijs van een cola de dorst van de ganse familie te lessen.
Al met al ging vrijwel alles vandaag dus zijn min of meer gewone gang. De meeste liedjes die we onderweg op de radio hoorden waren van het soort dat je op elke doordeweekse dag kunt beluisteren, en de drukte op de weg en in de winkels deed vermoeden dat niemand thuis bij de pakken was blijven neerzitten, en dat is waarschijnlijk maar het beste ook. Niet alleen is dat het meest geeigende en ' patriottische ' antwoord op terreur - dat er nu eenmaal vooral op gericht is om het dagelijkse leven van de burgerbevolking te ontregelen - maar waarschijnlijk is het ook de beste remedie voor de angsten en frustraties die ons anders teveel zouden bezighouden. Wanneer betere tijden aanbreken - en we kunnen niet anders dan er op vertrouwen dat dat ooit zal gebeuren, anders zouden we hier allemaal knettergek worden - kunnen we dan weer met elkaar verder gaan, en misschien zo een iets betere, mooiere, meer rechtvaardige en welvarende joodse staat opbouwen. Erop of eronder in Israel ?!? Vrede met Mitzna of oorlog onder Sharon? Was het maar zo eenvoudig. Alles is mogelijk na de komende verkiezingen in Israel. Binnen een tijdspanne van minder dan een week zullen de kiezers in zowel Nederland als Israel deze maand naar de stembus gaan om een nieuwe lichting volksvertegenwoordigers en daarmee een nieuwe regering te kiezen. Terwijl de vertegenwoordigers van het CDA, de PvdA, de VVD, het schamele restant van de LPF, en de andere Nederlandse partijen het naast binnenlandse veiligheid, immigratie- en immigrantenbeleid in de komende weken vooral over niet altijd duidelijk van elkaar te onderscheiden verschillende vormen van socio-economisch beleid zullen hebben, spelen socio-economische vraagstukken in de Israelische verkiezingen nauwelijks een rol, ook al hameren sommige mensen die het weten kunnen er steeds weer op - en mijns inziens hebben ze meer dan gelijk - dat de scheve sociale en economische verhoudingen binnen de Israelische maatschappij een groter gevaar voor de staat vormen dan alle bedreigingen van buitenaf bij elkaar. De meest betekenisvolle en invloedrijke factor die het stemgedrag van de Israelische kiezer zal bepalen is de persoonlijkheid - of preciezer gezegd de uitstraling en reputatie, al dan niet strokend met de werkelijkheid - van de lijsttrekkers van de verschillende partijen. Bij de beoordeling van deze persoonlijkheid draait het vrijwel uitsluitend - het zal weinigen verbazen - om ' veiligheid ', d.w.z. om de manier waarop volgens de kiezers Ariel Sharon dan wel Amram Mitzna - andere partijleiders laat ik hier buiten beschouwing - afgaande op hun politiek-militaire verleden en hun verkiezingsbeloften de terreur zouden kunnen stoppen en misschien het conflict met de Palestijnen ( en, heel misschien, met de rest van de Arabische en/of islamitische wereld ) tot een ( ' goed ' ) einde zouden kunnen brengen. De Likud herkoos onlangs Ariel Sharon als zijn voorzitter en lijsttrekker. Om de een of andere reden lijkt het nauwelijks iemand in Israel te boeien wanneer steeds weer de minder aangename kanten van het karakter en de minder koshere aspecten van het verleden van ' Arik ' boven komen drijven in kranteartikelen, analyses en commentaren. Evenmin worden het non-beleid van de regering Sharon ( met de Arbeiderspartij tot nog niet zo lang geleden als bereidwillige coalitiepartner ), de politieke impasse en economische achteruitgang van de afgelopen jaren op Ariel Sharon's conto geschreven. Wat betreft vrijwel alle onheil, ongemakken en problemen die een bijna onlosmakelijk deel van ons dagelijk leven zijn geworden spelen veel Israeliers de zwartepiet - niet geheel onterecht, daar niet van - naar Arafat en de Palestijnen door. Samen met ' de situatie ' zorgt Sharon's imago ( enerzijds een compromisloze en wraakgierige ' havik ', vereenzelvigd met het nederzettingenbeleid, anderzijds een soort Winnie-the-Pooh-achtige, goedmoedige grootvader die de indruk geeft de geschiedenis te willen ingaan als degene die namens Israel met onze Palestijnse buren een duurzaam en veiligheid verzekerend vredesverdrag gesloten heeft, als het moet ten koste van " pijnlijke territoriale compromissen " ) er ongeacht zijn werkelijke staat van dienst voor dat hij ongekend populair blijft. Door hem zo min mogelijk aan interviews of openbare politieke debatten bloot te stellen en hem te portretteren als de " grand old man " van de Israelische politiek, ver verheven boven de slangenkuil die die politiek is, slagen Sharon's mannetjesmakers er in hem acceptabel te maken voor zowel rechtse als zwevende en linkse kiezers. Opvallend genoeg probeerde Binyamin Nethanyahu ( tevergeefs ) zijn kansen op het Likud-voorzitterschap te vergroten door Ariel Sharon als een ' softie ' en een voorstander van een Palestijnse staat af te schilderen. Wie twintig, tien of zelfs vijf jaar geleden zou hebben gezegd dat Sharon ooit binnen de Likud als gematigd zou gelden zou voor fantast zijn uitgemaakt. Dit alles zegt iets over de vertwijfeling, de onzekerheid, onrust en onverschilligheid - een combinatie die door vele commentatoren onterecht als ' verrechtsing ' wordt bestempeld - die zich van het Israelische kiezerspubliek hebben meester gemaakt sinds het begin van de ' Al-Aqsa intifadah '.
Door de verkiezing van Amram Mitzna tot voorzitter van de Arbeiderspartij, zo meent menig commentator, heeft die partij een kans gekregen om zich als een volwaardig alternatief voor Sharon aan de kiezer aan te bieden. De reputatie van ' duif ' heeft Mitzna, sinds 1993 burgemeester van Haifa, ironisch genoeg mede te danken aan het feit dat hij twintig jaar geleden, als een van de weinige generaals in functie, zijn kritiek op het Libanon-beleid van toenmalig minister van Defensie Sharon niet onder stoelen of banken ( of tafels, als we een zekere LPF-politicus mogen geloven ) stak. Na het bloedbad in Sabra en Shatilla riep Mitzna in feite om Ariel Sharon's aftreden, nog voor de Kahan-commissie dat deed nadat ze bepaald had dat de regering en het leger van Israel indirecte verantwoordelijkheid droegen voor de massamoord. Een andere bijdrage aan Mitzna's ' linkse ' reputatie werd geleverd tijdens het begin van de eerste intifadah, in de tweede helft van de jaren tachtig. Alhoewel hij mede-verantwoordelijk was voor de niet zelden rigoreuze en weinig zachtzinnige Israelische reacties op wat aanvankelijk een spontane volksopstand leek te zijn, deinsde Amram Mitzna, hoofd van het Centraal Commando ( waaronder de Westbank valt ), er ook niet voor terug om illegale acties van kolonisten te veroordelen en om zijn gezag te gebruiken om hen daar juridisch op aan te spreken. Dit, en het feit dat hij duidelijk maakte dat volgens hem een uitweg uit het Palestijns-Israelische conflict enkel en alleen via onderhandelingen met de Palestijnen gevonden zou kunnen worden, zorgde ervoor dat Mitzna, op zijn zachts gezegd, weinig geliefd was bij Likud-politici en de kolonisten. Aan de andere kant kreeg hij door zijn uitgesprokenheid de naam eerlijk en recht-door-zee te zijn, wat hem ondanks heel wat kritiek tot tweemaal toe hielp het burgemeesterschap van Haifa te bemachtigen, de stad die bekend staat om haar relatief zeer goede verhoudingen tussen de verschillende segmenten waaruit de Israelische maatschappij is opgebouwd ( joden, christenen en moslims, seculieren en orthodoxen, nieuwe immigranten en ' geboren ' Israeliers, etc. ).
Naast zijn linkse reputatie ( in Israel vandaag de dag een handicap ) zijn andere soorten munitie die tegen Mitzna zijn en zullen worden gebruikt: zijn schijnbaar koele en afstandelijke persoonlijkheid; zijn nauwe banden met projectontwikkelaars, aannemers en andere zakenlieden ( er is veel gebouwd in Haifa in de jaren negentig ); het feit dat hij " nog zo'n " generaal is die zo graag de politiek in wil en die zich met maatjes uit het leger omringt; zijn door sommigen hevig bekritiseerde mileu-beleid als burgemeester van Haifa. Wat dat laatste betreft dient hier gezegd te worden dat in de Israelische politiek de mensen die zich serieus druk maken om het milieu op de vingers van een hand te tellen zijn, en dat zou zelfs de hand van een niet erg voorzichtige houtzager kunnen zijn. Het is trouwens interessant om te zien dat Amram Mitzna's afkomst ( zijn beide ouders vluchtten voor de oorlog uit Duitsland, hij geldt ' dus ' als asjkenazisch ) als argument tegen hem gebruikt wordt - zelfs door de tegenkandidaat voor het voorzitterschap van de Arbeiderspartij, de in Irak geboren en opgegroeide en ' derhalve ' sefardische Binyamin Eliezer -, terwijl bijna niemand er een punt van maakt dat alle leiders van de Likud, inclusief de uit Russische ouders geboren Ariel Sharon, asjkenazisch waren en zijn. Zo op het eerste gezicht hebben de Israelische kiezers op 28 januari de keuze tussen twee overduidelijke opties: een voortzetting van de huidige impasse met een steeds groter wordende kans op escalatie en grotere rampspoed, of datgene wat Amram Mitzna belooft, een al dan niet met de Palestijnen overeengekomen terugtrekking uit ( het overgrote deel van ) de bezette gebieden, waarbij een duidelijke grens tussen Israel en Palestina wordt getrokken - die, zo hoopt men, erkend zal worden door de internationale gemeenschap - en de contacten tussen de Israelische en de Palestijnse ( d.w.z. de niet-Israelische Palestijnse ) bevolkingen tot het absoluut mogelijke minimum worden teruggebracht. De werkelijkheid is echter minder eenvoudig.
De houding van de gemiddelde Israelier ten aanzien van de Palestijnen en het al tijden op sterven na dode vredesproces is verre van eenduidig, als we afgaan op een niet gering aantal opiniepeilingen dat in de laatste paar maanden gepubliceerd is. Enerzijds wil een absolute meerderheid van de bezette gebieden af, sommigen om ethisch-Zionistische redenen ( de bezetting is fout en corrumpeert ), anderen vanuit een Zionistische democratisch-nationalistische motivatie ( Israel zal bij een voortdurende bezetting de bewoners van de bezette gebieden uiteindelijk een vorm van staatsburgerschap moeten geven, wat een demografisch nachtmerrie-scenario oplevert ), weer anderen omdat ze de Palestijnen en de bezetting gewoon spuugzat zijn en wishful thinking hen overtuigd heeft dat een einde aan de bezetting een einde aan anti-Israelische en anti-joodse terreur zal betekenen. Anderzijds is eveneens een meerderheid voorstander van een harde lijn tegenover de Palestijnen in de bezette gebieden. Zo'n aanpak betekent een keiharde vergelding voor vrijwel elke terreuraanslag, het opleggen van collectieve straffen, inclusief genadeloze uitgangsverboden, en het liquideren van actieve leden en leiders van de verschillende Palestijnse terreurgroeperingen.
Dat er een meerderheid voor twee elkaar ogenschijnlijk wederzijds uitsluitende benaderingen van het conflict bestaat betekent eigenlijk dat in theorie alles mogelijk is op en na 28 januari. Het kan goed zijn dat Israel met Amram Mitzna als premier een nieuwe oorlog op alle fronten tegemoet gaat ( door binnenlandse druk, van binnen en buiten zijn eigen partij, of als gevolg van regionale ontwikkelingen ), terwijl evengoed de kans bestaat dat een electoraal versterkte Ariel Sharon het eindelijk zal aandurven om de confrontatie met de kolonisten en hun sympathisanten binnen de Likud aan te gaan, en op de een of ander manier vrede zal sluiten met Arafat en de zijnen. Er zijn te veel onbekende factoren in het spel om te voorspellen hoe de uitslag er uit zal zien, of hoe welke uitslag dan ook de politiek-militaire toekomst van de joodse staat ( en zijn naaste omgeving ) zal bepalen. Het wel of niet uitbreken van een oorlog in Irak, een politieke aardverschuiving in Israel als gevolg van de terugkeer naar het oude kiessysteem ( waarbij normaal gesproken de grootste partij de premier levert, die niet meer rechtstreeks gekozen wordt: dit vermindert in theorie de aantrekkelijkheid en dus de kracht van de kleine one-issue partijen, die de laatste jaren meer dan eens hun stempel drukten op het politiek-militaire beleid van de regering ), een ' goed geplande en getimede ' aanslag door religieuze of andere extremisten ( joods, Arabisch ), alles is mogelijk en niets is zeker. We zullen moeten afwachten tot na 29 januari 's morgensvroeg. Laten we er het beste van hopen.
Welkom op mijn weblog. Hier zal ik vooral dingen posten die ik voor publicatie heb aangeboden aan diverse Nederlands- en Engelstalige media. Regelmatig is wat ik aangeboden heb ook gepubliceerd, er staat dan bij waar en wanneer. De hier geposte versies bevatten de tekst zoals ik die heb opgestuurd. Vaak worden er bij publicatie veranderingen ( al dan niet verbeteringen ) in de tekst aangebracht. Veel van wat ik schrijf heeft te maken met de gebeurtenissen in het Midden-Oosten, jodendom, joodse geschiedenis, racisme en anti-semitisme. Waarschijnlijk zullen ook meer persoonlijke zaken, nieuws uit Nederland, en dingen die ik op het web tegenkom of opgestuurd krijg aan bod komen. De websites van Blogger en Blogspot kwam ik tegen via Bieslog en een artikel over weblogs in het NRC Handelsblad.