Tuesday, April 27, 2004

Zojuist heb ik mijn keuze gemaakt uit de 200 genomineerden voor de titel "De grootste Nederlander". De door de jury gemaakte selectie roept natuurlijk - zoals elke selectie - veel vragen op, en sowieso is de vraag "Wie was/is de grootste Nederlander" eigenlijk onmogelijk te beantwoorden, omdat je een fantastische sportman/vrouw niet met een uitmuntende geleerde of staatsman/vrouw kunt vergelijken. Toch bevat de lijst - naast een aantal mij verrassende namen - alle personen wier namen spontaan in mij opkomen als ik aan in groots- en grootheid uitblinkende Nederlanders denk, op een persoon na, Max van der Stoel. Bij enkele categorieen stond ik nauwelijks stil. Alle sportlieden die op de lijst voorkomen hebben geweldige prestaties geleverd, en ik zou er niet een van hen specifiek uit kunnen lichten, al heb ik even aan J. Cruyff gedacht. De Oranjes en zijn belangrijk geweest voor de Nederlandse geschiedenis, maar geen een van hen vond ik voldoende Nederlander of zonder blaam en uitzonderlijk genoeg om hem/haar mijn stem te geven. Voor de meeste op de lijst voorkomende ondernemers heb ik enorm respect, maar ik heb te weinig affiniteit met het ondernemerschap om een van hen als grootste Nederlander alle tijden te beschouwen, mede omdat zij ( vrijwel? ) allemaal - terecht, daar niet van, al moet ik bij Freddy Heineken nog steeds denken aan Joop Visser's woorden, "Heiniken is een harddrugdealer" - rijkelijk beloond zijn voor hun (ver)diensten. Uit de vier kunstcategorieen heb ik een persoon uitgekozen. In mijn ogen steekt Rembrandt van Rijn met kop en schouders uit boven alle kunstenaars die Nederland heeft voortgebracht. Bovendien vertegenwoordigt hij, net als twee anderen die in mijn lijst voorkomen, de periode waarin Nederland groot is geworden en in velerlei opzichten haar karakter en plaats in de wereld werd bepaald. Door hem te kiezen kies ik in zekere zin voor alle Hollandse schilders uit de 17e eeuw, van wier werken ik bijna zonder uitzondering geniet. Aletta Jacobs staat onder de noemer "Politici en staatslieden", en Johan de Witt onder "Helden en ontdekkingsreizigers". Dit zou volgens mij andersom moeten zijn. Johan de Witt is eerst en vooral een staatsman, die ik heb gekozen omdat hij zo principieel was, omdat hij mede verantwoordelijk is voor de bloei van de Nederlanden, en omdat hij - net als Johan van Oldenbarnevelt - niet bang was om de confrontatie met het koningshuis aan te gaan toen dat nog levensgevaarlijk was. Aletta Jacobs, in mijn ogen meer een heldin dan een politica, heb ik gekozen vanwege haar symbolische waarde - als vrouw, als jodin - maar vooral voor haar strijd voor democratische en sociale rechten, en haar solidariteit met de arbeidersklasse. De derde vertegenwoordiger van de Gouden Eeuw is Jan Adriaensz. Leeghwater, voor zijn veelzijdigheid en omdat hij iets typisch Hollands vertegenwoordigt, de pogingen om land uit de zee te winnen en de zee te bedwingen. Als laatste heb ik Johan Huizinga gekozen. Tot ik hier in Israel de overstap van taal- en letterkunde naar geschiedenis maakte was ik me niet bewust van het feit dat hij zo'n enorme invloed heeft gehad op de moderne historiografie, en dat iedere zichzelf respecterende historicus zijn naam kent ( wat niet wil zeggen dat hij/zij Huizinga's boeken ook allemaal gelezen heeft ). Kortom, mijn lijst van vijf favorieten ziet er als volgt uit: 1) Rembrandt van Rijn ( 1606 - 1669 ) 2) Aletta Jacobs ( 1854 - 1929 ) 3) Johan de Witt ( 1625 - 1672 ) 4) Jan Adriaensz. Leeghwater ( 1575 - 1650 ) 5) Johan Huizinga ( 1872 - 1945 )

No comments: