Wednesday, July 28, 2004

Het volgende artikel, een vertaling van een Engels origineel dat vorige week in de Jerusalem Report verscheen, staat deze week in het Nieuw Israelitisch Weekblad.  Vanmiddag vond ik het bewijsnummer in mijn brievenbus, en ik moet zeggen dat als ik in Nederland zou wonen ik zonder meer een abonnement zou nemen ( omdat ik in Israel woon is een abonnement wel heel erg prijzig, door de portokosten en een sterke Euro ). Het blad leest lekker weg - dat is wel eens anders geweest -, bevat leuke en interessante artikelen, veel korte berichten over Israel en joods Nederland, en het zou erg zonde en jammer zijn als zo'n instituut zomaar zou verdwijnen. De hysterie van Leon de Winter is overdreven ( hij zal sowieso niet gauw de koning van het understatement worden ), maar de krant vervult toch een belangrijke functie binnen joods Nederland. Stoppen dus met meelezen, en abonneer je!
Zo, na dit geschreven en gepost te hebben ga ik even lekker zitten eten, bourekas ( bladerdeegdingetjes met aardappel- of kaasvulling ) met salade, houmous en een groot glas melk. Mijn vrouw is met onze dochter en mijn schoonvader met een bus vol gepensioneerde ambtenaren naar Mini-Israel ( opgezet in samenwerking met Madurodam, ik ben er vorig jaar geweest op weg naar Yad Vashem, waar ik een aanmoedigingsprijs voor mijn onderzoek in ontvangst mocht nemen ), ze zullen pas laat thuiskomen.  Onze zoon ligt al ruim een uur op bed, ik ga onder het eten een video van Blackadder kijken.  Ik zet deze 'posting' op een eerder tijdstip op mijn blog ( het is nu kwart voor negen 's avonds, omdat ik Engelstalige lezers niet meteen bij binnenkomst met zo'n lang stuk in het Nederlands wil wegjagen ).
In Israël is het leven niet meer wat het geweest is   
De afgelopen weken is in Israël een uitzonderlijk hoog aantal kinderen omgekomen bij ongelukken of door pure nalatigheid. Een baby stikte in een stukje worst, een meisje werd doodgebeten door een levensgevaarlijke hond, een baby stierf nadat zijn vader hem in de auto had achtergelaten in de brandende zon, en verscheidene kinderen werden gedood bij verkeersongelukken. Ik ben geen psycholoog, maar als iemand die ervoor gekozen heeft om aliyah te maken en zijn kinderen hier groot te brengen vraag ik me af of de dood van deze slachtoffers van achteloosheid niet in feite een uitvloeisel is van het Arabisch-Israëlische conflict. In onze religie en in onze staat hebben we het leven altijd gekoesterd en het een zo goed als absolute waarde toegekend. Ik heb zo mijn twijfels of dat nog steeds geldt voor Israël vandaag de dag. Als er hier al ooit zo’n onvoorwaardelijk respect voor het menselijke leven was, dan lijkt dat respect erg te zijn uitgehold. Dit is grotendeels een gevolg van ontwikkelingen waaraan we niet echt of helemaal geen schuld hebben. Toch is het ook deels te wijten aan enkele al dan niet bewust gemaakte besluiten van onze militaire, politieke en religieuze leiders. Sinds 11 september 2001 zijn de meeste mensen in de wereld zich ervan bewust dat        ( Islamistische ) terreur iedereen altijd en overal kan treffen. In Israël, waarop de terroristen veel van hun haat richten en dat ondanks een neiging tot individualisme nog steeds in veel opzichten een bonte verzameling van hechte gemeenschappen is, is dit bewustzijn veel dieper geworteld dan elders.  Zoveel mensen zijn hier vermoord of gewond geraakt tijdens gewone dagelijkse bezigheden dat velen van ons “de dood als een manier van leven” ( de goedgekozen titel van een verzameling artikelen van David Grossman ) of op zijn minst als een volkomen acceptabel deel van het leven zijn gaan beschouwen, ook al worden kerngezonde mannen, vrouwen en kinderen willekeurig en plotseling om het leven gebracht. Tijdens hun militaire dienst worden Israëlische jongens en meisjes getraind om enorme verantwoordelijkheden op zich te nemen waar het gaat om de levens van hun kameraden en die van de mensen die aan de ander kant van de scheidingslijn van ‘het conflict’ leven. Noodgedwongen beslissen kinderen van 18 of 19 regelmatig of een man – of soms zelfs een vrouw of kind – in leven en gezond zal blijven of zal worden verwond of gedood. Terwijl ik onlangs een interview met een paar  soldaat-sluipschutters las, raakte ik enorm onder de indruk van hun vaardigheden. Tegelijkertijd dacht ik “Oh mijn G’d, hoe kan van hen verwacht worden om steeds weer een onderscheid te maken tussen hun leven binnen en buiten de militaire werkelijkheid?”. Door het gemak waarmee sommige politici en veiligheidsdeskundigen praten over de beschikbaarheid van militaire oplossingen voor zowel militaire als politieke problemen is het voor ons bijna vanzelfsprekend geworden dat de kortste weg van een probleem naar zijn oplossing het fysiek uit de weg ruimen van het probleem is. Door te praten in termen van het elimineren of liquideren van problemen maken we de dood een heel normaal deel van onze dagelijkse routine. Dagelijkse berichten over de liquidatie van terroristen, over de onbedoelde dood van een Palestijns kind, of over de gewelddadige dood van slachtoffers van Palestijnse terreur vergroten onze ongevoeligheid wat betreft het hele begrip ‘dood’. Terwijl in het verleden grote aantallen gevangenen en lichamen van dode terroristen en strijders werden geruild voor kleine aantallen levende Israëlische gevangenen, zijn de laatste tijd meer dan eens de levens van soldaten in gevaar gebracht en belangrijke terroristen vrijgelaten opdat lichaamsdelen en lijken van onze soldaten in Israël begraven konden worden. Hoe belangrijk een gepaste begrafenis voor soldaten ook is, het is de vraag of het onder alle omstandigheden de levens van nog meer soldaten waard is. Tenslotte heeft een aantal rabbijnen en andere gemeenschapsleiders een onvoorwaardelijke waarde aan elke vierkante centimeter van het Land Israël toegeschreven, een waarde die door sommigen als hoger dan van het leven zelf wordt geïnterpreteerd. Dr. Hagi Ben-Artzi – de ietwat excentrieke en verre van gematigde zwager van Binyamin Nethanyahu die de media maar wat graag interviewen als was hij een officiële woordvoerder van de kolonisten – zei zelfs in Ha’Aretz: “ Het einde van ( het bouwen van ) nederzetting(en) in Gush Katif is het einde van het geestelijke leven. En wanneer je het einde van het geestelijke leven bereikt, heeft het lichamelijke leven geen zin meer.” In het hedendaagse Israël lijkt het leven zijn absolute waarde te hebben verloren en schijnt het in plaats daarvan een relatieve betekenis te hebben gekregen. Veel Israëliërs zien zowel het leven als de dood als te vanzelfsprekend. Zo’n nonchalance leidt gemakkelijk tot nalatigheid. Zou het kunnen dat de dood van zoveel kinderen bij ongelukken de laatste weken op de een of andere manier verband houdt met het erosieproces dat ervoor zorgde dat onze maatschappij langzaam maar zeker het oorspronkelijke joodse concept van menselijk leven als de hoogste waarde heeft laten varen? Als dat zo is, zijn Aviv Katz, Lotem en Dekel Rosenfeld en al die andere veel te jonge doden – moge hun nagedachtenis tot zegen zijn – net zozeer slachtoffer van ‘de situatie’ als Afik Zahavi z”l, het driejarige jongetje dat onlangs werd gedood in Sderot door een vanuit Gaza gelanceerde Qassam-raket.

No comments: