Saturday, November 13, 2004

Gisteren stond ( een lichtelijk veranderde, niet verbeterde versie van ) het volgende artikel in het Reformatorisch Dagblad. Zoek de verschillen. Bijv.: door mijn (werk)titel "De dood van een symbool" te veranderen in "Arafat is maar een symbool' wordt in een klap de toon van het stuk veranderd. Anyway, ik ben blij dat het geplaatst werd, het is altijd prettig samenwerken met het RefDag.
Het sterfbed van een symbool

Voor mij, een naar Israël gëmigreerde Nederlander die zich constant met nieuws verzadigt, was het de afgelopen weken ‘smullen’ geblazen. De Knesset zette de tot nu toe belangrijkste stap op weg naar een terugtrekking uit de Gaza-strook ( en, wie weet, nog meer bezette gebieden ), Yasser Arafat begon wat zijn enige mislukte overlevingsstrijd werd, en op de dag dat Amerika met een toch nog onverwachte meerderheid Bush jr. herkoos werd de moord op één Amsterdammer door een andere Amsterdammer wereldnieuws.

Je hoeft niet al te veel fantasie te hebben om deze vier gebeurtenissen met elkaar in verband te brengen. Het sleutelwoord daarbij is terreur. Terreur bestond al lang voordat Israël werd opgericht of voordat de Gaza-strook werd bezet, Yasser Arafat heeft haar niet uitgevonden. Wel gaf hij haar een van haar meest herkenbare gezichten. Direct of indirect was hij verantwoordelijk voor minstens honderden terreurdaden. Gedurende korte tijd leek het er op dat Arafat – net als bijvoorbeeld Sadat, Begin, Rabin en Mandela – zijn rol van soldaat-vrijheidsstrijder-terrorist voor die van vredesstichter en responsabel leider van zijn volk kon en wilde inruilen. Al snel werd duidelijk dat hij – door onmacht, onwil of volgens een voor ons niet altijd begrijpelijke logica – de Palestijnse terreur actief steunde dan wel welwillend of oogluikend toeliet. Niet voor niets werd hij omschreven als een man die nooit een kans liet liggen om een kans te laten liggen. Het komt maar weinig voor dat een terrorist of guerrillaleider een succesvol staatsman wordt. Arafat heeft die overgang nooit echt gemaakt. Als hij eieren – in plaats van Parijse koopjes voor zijn vrouw Suha, steekpenningen, geheime bankrekeningen, kogels, bommen en granaten – voor zijn geld ( of liever dat van zijn volk ) had gekozen zou hij de geschiedenis in kunnen zijn gegaan als een groot historisch leider. Nu zal hij vooral herinnerd worden als een symbool van corruptie, machteloosheid en gebrek aan goede wil, en – naast o.a. opeenvolgende falende Israëlische en Amerikaanse regeringen, alle Arabische leiders – als één van de hoofdschuldigen aan het niet te benijden lot van de Palestijnen. Desondanks is hij altijd door zijn volk, dat nooit echte andere leiders heeft gekend, vereerd, en hij heeft een niet te ontkennen rol gespeeld in het vormgeven van de nationale identiteit van de Palestijnen.

Soms, als ik in een wel heel cynische bui ben door wat we vandaag de dag aan wereldwijde terreurdaden ‘meemaken’, denk ik wel eens dat we ooit nog bijna met weemoed aan Arafat zullen terugdenken. We weten allemaal dat de man in zijn leven veel, heel veel strategisch foute, voor zijn volk en voor veel onschuldige slachtoffers – joden en niet-joden – desastreuze beslissingen genomen heeft. Toch was zijn opvatting en naleving van Marx’ Verelendunstheorie niets vergeleken bij de hedendaagse Islamistische variant. Behalve wortels in de geschiedenis en de geografische oorsprong van veel van haar ‘agenten’ heeft de terreur die – in totaal verschillende vormen – de laatste jaren in New York, Bali, Madrid, Jeruzalem en Amsterdam huis houdt weinig gemeen met de terreurdaden van de jaren zeventig. Er is niet bepaald een gebrek aan aandacht voor de ‘Palestijnse zaak’, aandacht waarom destijds werd gevraagd door spectaculaire acties tegen vooral joodse en Israëlische doelen. Het is ondertussen wel duidelijk dat de ‘moderne’ Islamistische terroristen – die ondanks hun onderlinge verschillen genoeg gemeen hebben om verbanden te leggen – zich niet tevreden zullen stellen met een Israëlische terugtrekking uit de bezette gebieden of een eind aan Amerikaanse inmenging in het Midden-Oosten. Gezien de doelen die zij uitkiezen ( een jazzcafé in Tel Aviv, het WTC in New York, Spaanse forensen, hulpverleners in Irak en elders, een Nederlandse columnist met uitgesproken meningen over de Islam ) mogen we aannemen dat joden nog maar een klein deel van hun beoogde vijanden – en dus gerechtvaardigde slachtoffers – vormen. De strijd gaat nu tussen een zekere wereldorde samen met alles waar het Westen voor staat aan de ene, en chaos plus een geminimaliseerde versie van de Islam aan de andere kant. Symbolen spelen hierbij een belangrijke rol bij: het soort doelwitten, de manier waarop mensen worden vermoord, de manier waarop leiders, coalities en slachtoffers worden aangeduid. Het woord terreur heeft nooit beter bij zijn oorspronkelijke betekenis gepast als vandaag. Ook bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen speelde angst een centrale rol: veel Amerikanen waren bang voor een minder daadkrachtig leiderschap, anderen voor nog vier jaren onder George W. Bush.

Het valt aan te nemen dat Arafat’s erfenis – net als de kracht van zijn persoonlijkheid – vooral symbolisch zal zijn. De geheimzinnigheid rond zijn ziekte en geruchten dat hij wel/niet overleden zou zijn gaven aan dat zijn mogelijke opvolgers bang waren voor de reacties onder hun onderdanen: zal het Palestijnse volk zonder het symbool met de stoppels en de kaffiya kunnen, en wat voor alternatief zal het na zijn dood omarmen? Niemand weet echt hoe een Arafat-loos Midden-Oosten eruit zal zien, wie Arafat zal opvolgen, en of er met hem of hen ( of haar, laten we alle mogelijkheden, hoe theoretisch ook, openhouden ) beter of slechter te onderhandelen valt. Als men in Israël, Washington en Europa maar niet zo stom is om met de handen over elkaar te gaan zitten afwachten. Om het even wat er de komende dagen en weken in Parijs, Gaza-stad en Ramallah gebeurt hebben Israel, de Palestijnen, het Midden-Oosten en de hele wereld alle belang bij daadkracht: verbeterde betrekkingen tussen Europa en de Verenigde Staten, een einde aan de Israëlische bezetting van – eerst en vooral – Gaza, een zelfstandig en zo democratisch mogelijk Irak, en een compromisloze en eensgezinde strijd tegen alle vormen van Islamistische terreur. Het maakt niet echt uit dat dit of dat symbool het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt, waar het om gaat is dat alle leiders die stabiliteit en vrede in het Midden-Oosten – en ‘dus’ in de rest van de wereld – nastreven in ieder geval de vereiste dingen doen die ze grotendeels in eigen handen hebben.

No comments: