Monday, February 23, 2004

Here is an article about an always fascinating part of the history of WWII, the stories of people ( in this case diplomats ) who helped and saved Jews during that war.
Zo, ik ben gisteravond weer thuisgekomen, na een heerlijk weekendje in Nederland. Alles bij elkaar hebben mijn gezin en ik een geweldig en uitstekend benut half jaar gehad. Doordat ik twee keer met mijn vrouw en kinderen en één keer alleen naar Nederland ben overgewipt was er niet één keer wat voor dwang dan ook om iets te moeten doen. Daardoor hebben we veel tijd doorgebracht met mijn naaste familie, maar kon ik ook nog drie goede vrienden, een oom en tante en een neef van mijn vrouw ontmoeten, iets waarvoor we ons anders altijd in allerlei bochten moesten wringen. Ook wat eten betreft ben ik weer goed aan mijn trekken gekomen. Dit weekeinde was dat bruine-bonensoep, stamppot rauwe andijvie en chinees. Ik was van plan geweest gisteren tijdens het wachten op de Thalys in Rotterdam nog een patatje oorlog mee te pikken, maar ik was nog te vol van de restjes chinees die waren overgebleven na het verjaardagsfeest van mijn broer zaterdagavond. Bij de Bruna nog een Trouw en NRC zaterdageditie gekocht, ik heb beide bijna helemaal ( d.w. natuurlijk z. de voor mij interessante delen ) uitgelezen tijdens de drie uur durende reis naar Parijs ). In Nederland was een op elk actualiteitenprogramma en in elke krant terugkerend onderwerp het rapport rond de dood van Sylvia Millecam, en de wel erg goed getimede aanval van minister Hoogervorst en het medische establishment op de alternatieve geneeskunde. Ook ik geloof niet in dat laatste, al snap ik niet waarom vooral de homeopathie er zo specifiek wordt uitgepikt. Zelf heb ik uitstekende ervaringen met behandelingen waarbij de reguliere geneeskunst met homeopathische geneesmiddelen werd gecombineerd. Ik heb nog snel een flesje Echinanea bij de Etos gekocht, een beproefd middel bij beginnende griep, verkoudheid, keelpijn etc. Alhoewel ik de vereniging tegen de kwakzalverij van harte steun in hun strijd tegen Jomanda en andere uitwassen, zou het me niet verbazen als de hetze tegen de homeopathie toch vooral ingegeven is door lobbywerk van de chemisch-farmaceutische industrie, en als diezelfde lobby de VtdK steunt. Mocht ik ooit - G'd verbiede - kanker of een andere serieuze ziekte krijgen, dan weet ik heus wel dat ik naar een echte dokter en niet naar een of andere piskijker moet gaan. Voor meer lastige als ernstige aandoeninkjes ( zoals de hierboven genoemde griep, keelpijn e.d. ) grijp ik toch altijd eerst nog naar wat ik aan homeopathische dingen in huis heb.

Tuesday, February 17, 2004

Of course, yesterday after I posted my previous posting, I saw and heard the flute player at the Auber-Havre Caumartin station. Although my mother wrote me an e-mail, telling me that I should give the man 2 Euro from her the next time that I saw him, I had only one 50 cent coin, which I put in his cup, and he said 'Shanah Tovah'. When I asked him why he always plays Hatikvah, he said that as there are so many Jews living in Paris, he "prostitutes himself" by playing the only song he can play besides L'Internationale, which would not give him much revenue. He told me he is Jewish and was born in Budapest. When I wanted to get to the metro I discovered that my Carte Orange ( public transport card ) was gone. I more or less panicked, and went all the way back to the flute player, as I was sure it must have fallen out when I took out my purse to give him the coin. I couldn't find the card and went to the information desk, where a very nice and understanding RATP-official gave me a ticket to get home, plus a number to call at Gare de Lyon, where all lost and stolen cartes oranges are brought if they are found and/or returned by anybody, the chances of which are extremely small. This morning, on my way to the metro, I stopped at a tobacco shop to buy a telephone card. In the coins' compartment of my purse I saw something grey, which turned out to be my carte orange. The compartment is so small that when I turned my purse inside out yesterday I overlooked it. Probably, when I took out the coin and stopped to talk with Mr Hatikvah, I absentmindedly must have put the card into the compartment. If I see the flute player before next Tuesday, when I will be flying home, I promise to give him the remaining 1,50 Euro.

Monday, February 16, 2004

Unfortunately I did not see or hear the man who plays Hatikvah at the Havre-Caumartin station again. This morning I did give 50 Eurocent, though, to an elderly musician. The reason why I gave him something was that finally there was someone with a bit ( or rather a lot ) of originality. He played some very small sort of bird whistle and a primitive bagpipe. Also, unlike the work of too many of his colleagues, his music was definitely not out of tune, and he played melodies that I never heard before. Here is the unofficial top five of tunes that during the last 5 1/2 months I have heard being played ( or one would often say mutilated ) by metro musicians in Paris: 1) Besame mucho 2) La vie en rose 3) Strangers in the night 4) Those were the days 5) A song of which I do not know the title, but it was played by Astor Piazzolla and covered by Grace Jones, as far as i know under the title "I've seen that face before".

Thursday, February 12, 2004

By chance I came across this letter to the editor of the English edition of Ha'Aretz. The author, professor Avinoam Nir of the Technion, very well points out what is at the root of most problems facing Israel and Israelis: a total lack of long-term thinking and planning on almost all official levels. Putting out fires Regarding For whom the bells toll by Yossi Sarid, February 3 It is difficult not to agree with Yossi Sarid that the government only takes action when forced to do so and without any prior planning. It is also difficult, however, not to be amazed that Sarid only discovered that characteristic now, and only in the context of the Israeli-Arab conflict. For decades, Israeli governments have been characterized by belated, unprepared, forced responses to events, regardless of political affiliation and not only in matters of foreign policy. Roads are only built when traffic jams result in totally paralyzed movement on the roads, and the advantages of railroads are discovered only when motor transport is nearly completely strangled. Water only gets desalinated when the aquifers are already polluted, and the same is true for nearly every aspect of physical national infrastructures. It's not surprising because it happens in a country that is run practically exclusively by well-educated, well-paid officials in the treasury whose social horizons are very narrow. And there is an amazing symbiosis between that characteristic and the shortsightedness of the political leaders across the entire spectrum, who are mostly kept busy by their short-term efforts at personal political survival and handing out jobs to "trusted associates." Except for a few points of light in some public policy planning, it seems that only a few systems that deal with the broader population have been financed for, and characterized by, long-term developmental planning. Two of those systems are the army and higher education, and it is only natural that they reached international levels of excellence in their spheres of activity. But don't worry, as we've learned from so many other spheres, those two systems are also not going to be immune in the long run.
Toen ik het volgende stuk schreef was het erg actueel. Door het langdradige besluitvormingsproces bij het medium waar ik het ter publicatie aanbood ( het werd uiteindelijk afgewezen en ik zal me nog wel een paar keer bedenken voor ik bij dit bewuste medium nog iets voor publicatie aanbied ) is een deel van het effect verloren gegaan. Toch post ik het hier maar, al heeft een groot deel van de vaste lezers het op verzoek al per e-mail toegestuurd gekregen. Zelfkennis als sleutel tot bruggenbouw Nederland en Israël worden geconfronteerd met sterk verschillende socio-politieke vraagstukken. Toch hebben beide landen één ding gemeen: een identiteitscrisis neemt een centrale plaats in onder de oorzaken van het geweld dat de Israëlische en de Nederlandse maatschappij teistert. Wanneer Nederlanders en Israëliërs voor zichzelf bepalen wat voor soort maatschappij zij willen hebben en zijn, zal het vinden van oplossingen voor veel problemen een stuk makkelijker worden. Zo op het eerste gezicht zou je zeggen dat de Israëlische en de Nederlandse maatschappij vrijwel niets gemeen hebben. Israël is een al bijna zestig jaar van oorlog naar oorlog levend immigrantenland, dat zijn bestaansrecht nog bijna dagelijks moet verdedigen en legitimeren, terwijl de moderne geschiedenis van Nederland – op een kort maar zeer traumatisch vijfjarig intermezzo na – toch vooral door rust, stabiliteit en welvaart wordt gekenmerkt. Immigranten speelden in die geschiedenis mee, maar bepaalden haar tot voor kort nauwelijks. Nederland heeft weliswaar eeuwenlang immigratie gekend, maar meestal vormden de immigranten niet al te opvallende minderheden, die zich snel aanpasten en hun gebruiken en culturele uitingen vooral binnen de eigen besloten kring in ere hielden. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw kreeg Nederland te maken met overal duidelijk zichtbare allochtone gemeenschappen. Terwijl de meeste ‘nieuwe’ Nederlanders hun best deden en doen om zo ‘Nederlands mogelijk’ te worden of op zijn minst te lijken (" integratie met behoud van de eigen identiteit" ), zoeken sommigen onder hen juist hun heil in een herverzuiling van de maatschappij. Mede door het speciale karakter van hun religie – tot stand en tot bloei gekomen in een machtspositie als ‘staatsgodsdienst’, waarbij staat en religie in belangrijke mate samenvallen – en door hun aantal vinden we veel moslims onder de voorstanders van zo’n herverzuiling. Bijzonder of openbaar onderwijs, het gezag van ouders en leerkrachten, de verhoudingen tussen jongens en meisjes, hoofddoekjes en andere ethno-religieuze symbolen, dit zijn allemaal onderwerpen waarmee immigrantenouders die vanuit niet-Westerse culturen naar Europa kwamen te maken hebben ( gehad ). Rond deze en andere onderwerpen van discussie hebben de leden van de verschillende immigrantengemeenschappen geprobeerd hun eigen identiteit te bouwen. Om de een of andere reden lijkt het erop dat alleen of vooral onder ( jonge ) moslims dat zoeken naar een identiteit met crises en geweld gepaard gaat. Een groot deel van de Israëlische bevolking bestaat uit immigranten of tweede- of derde-generatie immigranten. De mensen wier families meer dan drie generaties in het land wonen – merendeels Arabische moslims en christenen, maar ook joden – zijn in de minderheid. Onder de nieuwste immigranten vormen die uit de voormalige Soviet-Unie een absolute meerderheid. Bijna al deze ‘nieuwe Israëliërs’ hebben een positieve bijdrage aan de Israëlische maatschappij geleverd en zaken als huiselijk geweld en georganiseerde criminaliteit zijn natuurlijk niet door de ‘ Russen’ uitgevonden of zelfs geïntroduceerd in Israël. Toch valt niet te ontkennen dat de statistieken sinds het laatste decennium van de vorige eeuw – de jaren waarin de meeste van deze nieuwe immigranten naar Israël kwamen – een aanzienlijke stijging laten zien waar het gaat om geweld dat verband houdt met relatieproblemen, drankmisbruik, drugs en georganiseerde criminaliteit ( o.a. drugs, vrouwenhandel ). Deze samenloop van omstandigheden heeft tot een stigmatisering van ‘de Russen’ geleid. Sommige jonge Russische immigranten kampen, net als veel van hun Turkse en Marokkaanse tegenhangers in Nederland, met een identiteitsprobleem, dat door de stigmatisering in de media en de maatschappij alleen nog maar groter wordt. Hier zien we een interessant raakvlak tussen de Israëlische en de Nederlandse maatschappij. Het zou de ‘probleemjongeren’ een stuk makkelijker worden gemaakt om hun indentiteit te ‘vinden’ als de maatschappij waarin ze leven zelf wist wat haar identiteit is, of liever: zou moeten zijn. Pas wanneer we voor onszelf bepalen wat voor maatschappij we voor onszelf en vooral voor ons nageslacht willen creëren ( ik geloof nog in de maakbaarheid van de maatschappij ) kunnen we de nieuwkomers die – door geboorte, vanuit een vrije keuze of om economische of andere redenen – deel uitmaken van onze maatschappij wegwijs maken in die maatschappij, en hun laten zien wat van hen verwacht wordt ( mag worden ) om zich een vaste plaats daarbinnen te veroveren. Bij een openbare discussie hierover zullen in Israël en Nederland, naast specifieke landgebonden zaken, deels dezelfde onderwerpen aan de orde moeten komen: nationale identiteit en geschiedenis, levensbeschouwing, het belang van opvoeding, gezagsverhoudingen binnen het gezin en binnen maatschappelijke verbanden, democratie, de rol van de media ( geweld op de televisie, berichtgeving over incidenten en delicten waarbij ‘probleemjongeren’ betrokken zijn ). In het geval van Israël verklaart een gebrek aan visie met betrekking tot het soort staat dat de meeste Israëliërs voor ogen staat bovendien een belangrijk deel van hun gevoelens van haat, angst, onzekerheid en apathie ten aanzien van de huidige en toekomstige verhoudingen met hun Palestijnse buren. Een duidelijke omschrijving van het door de Israëlische burgers en politici gewenste karakter van hun staat zal hen helpen een vreedzame oplossing met de Palestijnen naderbij te brengen, omdat een zelfbewuste en –verzekerde staat niets te vrezen heeft van wat voor buurstaat dan ook. Vanzelfsprekend is een betere nationale zelfkennis en –definitie niet hèt wondermiddel waardoor alle sociale en politieke problemen de wereld uit kunnen worden geholpen, in Nederland noch in Israël. Toch zal het tot stand komen van een duidelijker ‘nationaal karakter’ in beide landen burgers en overheid een referentiekader leveren dat vitaal is om de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen – ‘veteranen’ of ‘autochtonen’ naast en niet tegenover ‘nieuwe’ Nederlanders en Israëliërs – te verbeteren, iets waar beide maatschappijen baat bij zullen hebben op elk denkbaar gebied. Nederland en Israël zijn tenslotte niet voor niets in zekere zin allebei groot geworden door de samen-op-weg benadering, hetzij in een polder- of een woestijnversie.

Tuesday, February 10, 2004

Regarding "Seemingly inevitable", IHT, February 10, 2004: For many reasons it would be good if the next president of the US was a Democrat. For many reasons an Israeli withdrawal from the occupied territories would also be a good idea. What these two things have in common is that after president Bush is replaced by whomever the Democratic Party will nominate and after Israel will retreat to its proper borders, it will suddenly become very clear who among those in the world who until now have claimed to be anti-Bush, not anti-America, and/or anti-occupation, not anti-Israel ( or anti-Jewish ), have been telling the truth, and who among them has been fooling us all.

Saturday, February 07, 2004

Several readers asked me why I have not written yet about Ariel Sharon's 'plans' regarding a possible unilateral withdrawal by Israel from the Gaza Strip. The main reason for that is that I am very cynical whenever Sharon announces something or has something announced through one of his associates. The Prime Minister has proven himself to be a master of fooling the public - both his supporters and those who oppose him and his non-policies - by never, ever letting anyone know what he really intends to do, if he intends to do anything at all. Both been-there-done-that and wait-and-see describe my attitude whenever Sharon talks in public. For Arik Sharon, words speak much louder than action, or the lack of the latter. I think it was MK Zvi Hendel, himself living in one of the settlements in the Gaza Strip, who very well expressed the main motive leading Sharon these days when he said ( I paraphrase, as I cannot find the quote that I read yesterday on the website of Ha'Aretz ) "The depth of withdrawal will be linked to the depth of the investigation against Sharon." The killing of an Islamic Jihad terrorist ( and of a 12-year old boy, who according to witnesses was on his way to school ) will unfortunately almost certainly lead to some sort of 'reprisal', which will again push the shady businesses of Sharon & Co. and any talk of any withdrawal further away from the headlines. A coincidence? I have my doubts.
The following article appeared this morning on the "International traveler" page of the IHT. And you can forget the mint on your pillow, too Shades of Basil Fawlty. A hotelier who wrote to explain why a client could not have a free glass of tap water was showered with bad publicity Friday, being compared in some British newspapers to John Cleese's ill-tempered hotel keeper. Sally Burchell, a guest at the Atlantic Hotel in Newquay, southwest England, complained to Anthony Cobley, the managing director, that the staff told her she would have to pay for bottled water when she asked for a glass of tap water with her BP18, or USD33 meal. Cobley wrote back: "I buy water from the South West Water company. I buy the glasses that the water is served in. I buy the ice that goes into the water and I buy the labor to serve the water." " I provide the luxury surroundings for the water to be drunk in and again pay for the labor and washing materials to wash the glass after you have used it, and you think that I should provide all of this free of charge!"
In an interview with Avirama Golan in Ha'Aretz, Alain Finkielkraut expresses some of his - always very interesting - views on modern French society and the Jews who are part of it.
Uit nieuwsgierigheid en - ik geef het ruiterlijk toe - een zekere sensatiezucht heb ook ik vandaag de website van de Volkskrant bezocht om de spraakmakende brief van prins Bernhard te lezen. Nadat ik eerst alle commentaren, leeswijzers etc. had gelezen heb ik in alle rust de brief doorgenomen. Alhoewel ik altijd mijn twijfels heb gehad over een deel van de beschuldigingen die aan het adres van de koningin-vader zijn geuit ( een groot deel van de beschuldigende vingers werden uitgestoken door mensen die op deze manier aandacht kregen die ze anders waarschijnlijk niet gehad zouden hebben ) moet ik zeggen dat het lezen van de brief en het doorbladeren van de - hoogst interessante - lijst van 'historische documenten' op de website van dit "pokkenblad" ( Joop Visser, die ook zong " Vroeger was-ie katholiek, een pijler van bedrog, Nu is-ie niet meer katholiek, maar toch, maar toch, maar toch..." ) me nog meer aan het twijfelen hebben gebracht, maar dan in tegenovergestelde richting. Als ik niets beters te doen had zou ik heel graag uitgebreid onderzoek doen naar het verleden van de prins en zijn familie in de jaren 1933-45. De prins zwaait wel erg wild om zich heen in de brief, wat op zijn minst op een zekere onzekerheid omtrent het waarheidsgehalte van wat hij zelf schrijft zou kunnen duiden. Heel twijfelachtig en verbazingwekkend vind ik zelf het feit dat zijn onschuld inzake de King Kong/Market Garden o.a. 'bewezen' wordt met een notitie uit zijn eigen zakagenda en een beedigde verklaring door een hoge Duitse officier. Dat de beweringen over de zogenaamde nazi-sympathieen van zijn moeder ontkracht zouden worden door beedigde verklaringen van vriendinnen, familieleden en andere verwanten van de familie roept bij mij ook vraagtekens op. De prins had volgens mij beter kunnen zwijgen. Mijn interesse is zonder meer gewekt, en ik neem aan dat ik daarin niet de enige ben.

Friday, February 06, 2004

Richard Silverstein refers to two articles about the 'Jewish roots' of John Kerry.
Two interesting articles on the website of Ha'Aretz today. One, by Daniel Ben Simon, is about European-Jewish intellectuals, their visions on the place of Jews in today's Europe and on Israel's role within that context ( I do not agree with a lot of the things said in the article: many of these professors give Sharon too much credit by ascribing most of the hatred against Israel and the Jewish people to his political record; in my view, things are a little more complicated and less black-and-white ). The other is an interview, by Yair Sheleg, with mori and rabbi Yair Hirschfeld, one of the 'architects of Oslo'. Although I still consider him to be a bit of a Luftmensch ( in Israel we call such people 'astronaut': when I attended his course at the university he more than once gave the impression of being out of touch with the reality faced by most soldiers who serve in the territories, several of whom attended the same class ), he is and remains a brilliant intellectual, a sharp analyst of Israeli-Palestinian relations, and a very committed Zionist.
As I am about to read the final chapters of Almost French by Sarah Turnbull ( London: Nicholas Brealey Publishing, 2003 ), this morning I had a very clarifying conversation with one of the people here at the IHTP. In her book, Sarah Turnbull tells us about her experiences as a foreigner who made a serious effort ( and, in the end, succeeded ) to feel at home in Paris. Basically, it appears that all the things that annoy me about 'the' French also bothered - and in some cases still bother - Sarah Turnbull. The conversation with Gabrielle Muc also opened my eyes a bit, and I do understand that most of my frustrations with France and 'the' French are a result of my very limited capability to express myself in the local language. Sarah T. writes somewhere that before she seriously started to study French her conversations were limited to the level of five-year old kids. This is true for me as well, even though I am able to understand almost everything that is said to me, and although I can read the language more than well. For me language is a central and vital part of my life, and whereas in Israel I succeeded in adopting the native tongue as my own in France I did not make a similar effort. The main reason for that is that I have been here ( and I will return here more than once, I hope and suppose ) for professional reasons and for a limited time only, and that I never tried to belong and to follow the "When in France, try to be as the French" wisdom. For any social life that I had here I had my wife and kids, and several Israeli friends. After my return home I will do what I always planned but - out of laziness and for various other unworthy reasons - failed to do: take a proper French course at the French consulate in Haifa. It would be an unnecessary shame if I left this beautiful ( and, I will keep saying this, sometimes utterly frustrating and difficult ) country with the negative feelings that I have today, in spite of all the inspiring experiences that I have had and the wonderful people whom I have met here. All in all, my sejour de recherche has been a great success. I have been able to collect an enormous amount of material for my research, made contact with some outstanding colleagues, and also for us as a family this has been a truly rewarding and educative period. Almost French is a must for all those who love and hate France, Paris and the French, and for each and every one who has adopted another country as his or her homeland.

Monday, February 02, 2004

Just some short comments on articles in this morning's International Herald Tribune, then I am off to the library of the Alliance Israélite Universelle. Four articles caught my attention. One on North Korea, one on France and its Muslim population, one about the stampede during the Hajj in Saudi Arabia, and one about 'female circumcision'. A BBC documentary talks about people being killed in experimental gas chambers and through other cruel methods in North Korea. But hey, why would we believe the BBC? WHen Bush included North Korea in his famous axis of evil, he must have been basing his policy on the same opportunism and false information that led the US to the war against Iraq. Amnesty International has been unable to confirm the reports on experiments on human beings in North Korea. Let's hope that someone will make a serious effort to either confirm the reports ( and finally press for tough actions against the Pyongyang regime ) or find proof that contradicts them. I was familiar with the pebble-throwing ceremony at mount Arafat during the Hajj, and aware of its pagan origins. What I did not know was that people also shouted insults and hurled shoes at the pillars that symbolize the devil. I wonder how many of the faithful who express insults during that ritual use some part of their anti-Jewish vocabulary. Of course, Islam as such is not primitive or backward, but some of the customs related to it certainly give us an impression that it is not a religion that can be easily integrated into Western societies. One of these customs - which is uttely un-Islamic, even though it is practised by millions of Muslims in Africa - is the so-called 'female circumcision'. The proposal by Dr Abdulcadir in Italy to basically perform some sort of the mutulation under medical supervision is outrageous. The democracies in the West have to star seriously thinking what the limits of socio-religious freedom should be. There is no place in modern societies in the West for primitivity that preaches intolerance and/or causes victims, even if this primitivity is justified via claims on the right to freedom of expression. In an interesting article, John Vinocur points at some of the things that go through the minds of French politicians when discussing the hottest issue in the country today, the proposed ban on head-scarfs and other religious symbols in state schools.