Thursday, April 07, 2005

Na twee uitgebreide reacties op mijn laatste artikel in het Reformatorisch Dagblad ( een van F. van der Rhee, die ik verder niet ken, een van niemand minder dan Meindert Leerling ) kon ik het niet laten om te reageren. Mijn reactie op de reacties zal volgende week in verkorte vorm in de krant komen. Zo op het eerste gezicht lijkt het meningsverschil tussen de heren Van der Rhee en Leerling aan de ene en mij aan de andere kant slechts het gevolg te zijn van verschillende definities en opvattingen waar het de begrippen bezetting en extremistisch betreft. Als we wat verder kijken blijkt echter dat zij en ik de Israëlisch-Palestijnse werkelijkheid met totaal verschillende brillen bekijken en/of ondergaan. De discussie over hoe de 'betwiste gebieden' moeten worden aangeduid is voornamelijk semantisch. De enigen die de aanduiding 'bezetting' en de daarvan afgeleide woorden betwisten zijn meestal zij die redenen zoeken om haar tot in het oneindige te laten voortduren. Okee, ook de Jordaanse aanwezigheid op de Westbank en die van de Egyptenaren in Gaza was een vorm van bezetting, en het is juist, de Palestijnen hebben nooit een eigen staat gehad. Maakt dat de Israelische aanwezigheid daar meer gerechtvaardigd? Is dat een reden om enorme legereenheden afgelegen of geisoleerde enclaves te laten beschermen, Palestijnen in hun huizen op te sluiten om een feestelijke optocht voor kolonisten mogelijk te maken, mensen in Israel onnodig armoe te laten lijden en de joodse staat geen vastomlijnde grenzen te geven? Volgens Van der Rhee gaat steun voor de joodse kolonisten in de Gazastrook prima samen met liefde voor de Palestijnen. Maakt die liefde hem blind voor het feit dat de bezetting Israël in meer dan één opzicht ten gronde richt? Het is haast niet voor te stellen hoe moeilijk het voor een gezin moet zijn om – na decennialang door opeenvolgende Israëlische regeringen te zijn gesteund en aangemoedigd – nu tot verhuizen gedwongen te worden. Ook zal ieder redelijk denkend mens begrijpen dat de kolonisten het idee hebben dat de regering hen in de kou heeft laten staan, of zelfs dat zij worden opgeofferd voor de 'lieve vrede', een vrede die – ook in mijn linkse ogen – niet veel kans van slagen heeft, zeker niet op korte termijn. Niet iedereen die zich tegen Ariel Sharon's terugtrekkingsplan verzet is dan ook een extremist, verre van dat. Wel zijn er zeker de laatste tijd veel tekenen geweest dat er zich onder de kolonisten en hun sympathisanten heel wat mensen bevinden die koste wat kost de bezetting willen laten voortduren. Daarbij worden illegale middelen zoals het verbaal en fysiek bedreigen en aanvallen van soldaten, politieagenten en politici niet uit de weg gegaan. De veiligheidsdiensten hebben de meest vreselijke nachtmerriescenario's in de la liggen, met – nog steeds, al dan niet terecht – de moord op Rabin in hun achterhoofd. Als het om Israelische Arabieren ging zouden ze zonder twijfel extremisten/terroristen worden genoemd, en hun acties zouden door de Israelische veiligheidstroepen met zwaar geschut worden beantwoord. Wat Palestijnse en joodse extremisten gemeen hebben – naast een totaal gebrek aan ontzag voor het wettelijke en democratische gezag – is dat ze G'd met het grootste gemak voor hun ideologische karretje spannen, waardoor hun waarheid absoluut, onvoorwaardelijk en daardoor voor alle andere mensen levensgevaarlijk wordt. Dit wil niet zeggen dat ik al die extremisten over één kam scheer, dat zou veel te ver gaan. De vraag is niet – zoals de heer Leerling zegt – of de Gazastrook als joods grondgebied moet worden gezien, maar of dat gebied als deel van Israël kan gelden en als zodanig behouden kan worden. Demografisch, militair, economisch en politiek gezien moet het antwoord op die vraag negatief zijn. Het is een illusie te denken dat Israël het zich kan veroorloven deze bezetting voor eeuwig te laten doorgaan. Ik weet dat ons recht op een joodse staat in Eretz Yisra'el zijn oer-sprong vindt in de door G'd aan Abraham gedane belofte. Tegelijkertijd weet ik ook dat ik als realistisch-Zionist me te schikken heb naar de door G'd gegeven werkelijkheid, en in die werkelijkheid zie ik dat Israël als joodse, democratische staat zich geen bezetting kan veroorloven waarbij ik weet niet hoeveel soldaten een paar duizend kolonisten moeten beschermen die temidden van meer dan een miljoen Palestijnen wonen. Per saldo zijn M. Leerling, F. van der Rhee en ik alledrie geïnteresseerd in het welzijn van de staat Israël. Het grote verschil ligt hem in de manier waarop wij onze bezorgdheid voor dat welzijn invullen. Voor mij betekent pro-Israël zijn niet automatisch het uitdragen of steunen van de Groot-Israël gedachte. Integendeel, niets kan het belang van het joodse volk beter dienen dan een kleine, veilige, verdedigbare, economisch stabiele joodse staat met duidelijk gedefinieerde grenzen. Dit is waarom ik er bij christenen die werkelijk een betere toekomst voor het joodse ( en het Palestijnse ) volk willen op aandring om hun aandacht te concentreren op joodse en Palestijnse personen en organisaties die zich inzetten voor een zo vreedzaam mogelijke tweestatenoplossing die is gebaseerd op de legitieme nationale rechten van beide volken. Wij joden hebben G'd zij dank al weer bijna 57 jaar een eigen staat in de "Bergen Israëls". Die staat heeft de hulp van al zijn vrienden hard nodig. Gaza's duinen kan hij daarentegen missen als kiespijn.

No comments: