Wednesday, August 31, 2005

Het volgende artikel staat vandaag in het Reformatorisch Dagblad:
Post-Gaza Blues
Wat betreft de dagelijkse verslagen in de massamedia is het meest traumatische en dramatische deel van de uitvoering van Ariel Sharon's terugtrekkingsplan achter de rug. Dat wil niet zeggen dat iedereen nu rustig achterover kan leunen en kan gaan afwachten. Vorige week citeerde een verslaggever op de Israëlische televisie een legerwoordvoerder die zei "Wij hebben de operatie met succes uitgevoerd, nu is het aan de politici om de wonden te laten helen en de revalidatie te beginnen." Alhoewel de woordvoerder het alleen over Israël zelf had, kan iets soortgelijks worden gezegd over de internationale gemeenschap en over de Palestijnen. In de afgelopen weken is er in Israël geschiedenis geschreven. Voor het eerst in de geschiedenis van de joodse staat gaf de regering uit eigen beweging land op dat in een oorlog was veroverd, zonder dat duidelijk was dat aan Palestijns-Arabische zijde hier iets tastbaar positiefs tegenover zou staan. Het ging 'slechts' om zo'n tienduizend kolonisten die gedwongen werden hun huizen te verlaten, maar de emotionele – soms ietwat gedramatiseerde of hysterische – scènes maakten voor veel Israëliërs duidelijk wat ze al wisten: het gaat hier vaak om mensen die geloven dat hun aanwezigheid in bezet gebied een goddelijke opdracht is, dat het weggeven van delen van het Land aan niet-joden letterlijk zonde is, en dat Sharon hen en Israël verraden heeft . Het vertrouwen in en respect voor de staat heeft door de terugtrekking bij veel – vooral religieuze – Israëliërs blijvende schade opgelopen. Nu ook de laatste van de 25 nederzettingen die onder het plan vielen ontruimd is kan worden vastgesteld dat de vertegenwoordigers van de kolonistenbeweging en andere tegenstanders van Sharon – die veelal tot op het laatst volhielden dat dit 'duivelse' plan niet zou worden uitgevoerd – ongelijk en een flinke politieke dreun hebben gekregen. Toch staan zij er politiek waarschijnlijk veel beter voor dan de Israëlische premier zelf. Het is duidelijk dat de terugtrekking uit de Gaza-strook niemand tevreden stelt. Om op wat voor manier dan ook tot een internationaal erkende en gesteunde modus vivendi – en wie weet, werkelijke vrede – tussen Israël en de Palestijnen te komen zal Israël afstand van een aanzienlijk deel van de nederzettingen in de Westoever moeten doen. Het gaat daarbij om veel meer dan tienduizend kolonisten. Om zoiets zelfs maar bespreekbaar te maken zijn twee dingen een absolute vereiste: Europa en de Verenigde Staten zullen Ariel Sharon meer moeten bieden dan de prijzende woorden en de photo-ops die hij tot nu toe van hen gekregen heeft, en de 'leiders' van de Palestijnse Autoriteit moeten nu eindelijk eens laten zien dat het hun menens is als ze terrorisme afwijzen of veroordelen. De aanslag afgelopen zondag in Be'er-Sheva en de raketten – made in Iran – die vorige week vanuit Libanon richting Israël werden afgevuurd beloven niet veel goeds wat betreft de goede bedoelingen aan de 'Arabische kant' van het conflict. Het was al lang duidelijk dat er snel na de uitvoering van Sharon's plan nieuwe verkiezingen zullen komen. Het aftreden van zijn grootste politieke rivaal, Binyamin Nethanyahu, aan de vooravond van de ontruimingsoperatie bevestigde dit alleen maar. Sharon zal aan die verkiezingen alleen kunnen deelnemen als hij een meerderheid van de Likud-kiezers achter zich zal krijgen, of als hij er in slaagt zichzelf aan het hoofd te plaatsen van een nieuwe politieke partij of beweging, al dan niet in samenwerking met kopstukken van andere partijen. Beide scenario's zijn niet erg waarschijnlijk, tenzij de Palestijnen en hun leider Abu Mazen voor grote verrassingen zullen zorgen. Voorlopig ziet het er naar uit dat de woede, angst en frustraties van Sharon's tegenstanders een rechtsere regering aan de macht zullen helpen, waarna onderhandelingen – laat staan het opgeven van nog meer nederzettingen – voorlopig weer uit den boze zullen zijn. Voor de Palestijnse leiders, voor de verschillende Palestijnse extremistische groeperingen, maar ook voor sommige politici en belangengroepen aan Israëlische zijde, lijkt de status quo een bijna ideale situatie te zijn. Ondanks alles hoeft de toestand niet hopeloos te blijven. De Europese Unie en de Amerikanen zouden de lof voor de vastberaden uitvoering van Sharon's plan kunnen uitdrukken in onomwonden politieke steun voor de Israëlische regering, liefst vergezeld van een aantal economische hulpmaatregelen waarmee Sharon aan zijn landgenoten kan laten zien dat de Westerse wereld Israël's afstaan van bezette gebieden waardeert, zeker zolang er aan Palestijnse kant niets positiefs tegenover lijkt te staan. Dit betekent niet dat men in Brussel en Washington geen kritiek kan uiten, bijvoorbeeld op Israëlische plannen om de veiligheidsmuur rond Ma'aleh Adumim te bouwen, meer dan twintig kilometer ten oosten van de Groene Lijn. Integendeel, het Westen kan een tegelijkertijd kritische en constructieve rol spelen in wat voor vredesproces dan ook, maar dan moet de Israëlische bevolking wel overtuigd raken dat kritiek op de bezetting voortkomt uit bezorgdheid om het karakter en de veiligheid van de joodse staat, en dat in gelijke mate de 'andere' kant wordt bekritiseerd. Ook zou het aardig zijn als Abu Mazen en andere Palestijnse leiders het lot van hun volk in een positieve richting stuurden, door niet alleen maar steeds met beschuldigende vingers richting Israël te wijzen maar nu eindelijk ook eens zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn van de Palestijnen. Hoe onvolmaakt Sharon's Gaza-plan ook is, een Israëlische regering heeft tenminste opnieuw laten zien dat het de ( keiharde en gevaarlijke ) confrontatie met haar politieke tegenstanders aandurft als het 'nationaal belang' dat vraagt. De bezetting kan niet eeuwig als excuus voor dadeloosheid en wanbeleid worden gebruikt, ooit zullen ook Palestijnse leiders op hun daden worden beoordeeld.

No comments: