Thursday, April 20, 2006

Het volgende artikel staat als het goed is ( ik kan het niet nakijken op de website van de krant, maar de vorige keer liep alles gesmeerd, dus ik neem aan dat dat ook deze keer zo is ) deze week in het Friesch Dagblad
Spelen met Dynamiet/k
Over de wetenschappelijke waarde van het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Dynamiek in islamitisch activisme, kan getwist worden. De onderzoekers zochten enkel en alleen naar "positieve aanknopingspunten", waarbij "de zo bekende negatieve manifestaties" bewust buiten beschouwing werden gelaten. Mij lijkt dat een foute benadering voor onderzoek dat zich richt op een 'holistische' levensbeschouwing als het 'islamitisch activisme'. De WRR schijnt nauwelijks onderscheid te maken tussen mainstream moslims en de meer actieve – militante – gelovigen. Natuurlijk houdt maar een klein deel van 'islamitische activisten' zich met terreur bezig, maar je kan en mag de socio-economische en democratisch-electorale activiteiten van organisaties als Hamas en Hizbollah – en van de regimes die hen steunen – niet los zien van hun terreurdaden. Het succes van de ene tak van zulke organisaties staat of valt bij dat van de andere tak. Bovendien valt het op dat er in de hele indrukwekkende bibliografie niet één werk te vinden is in het Arabisch, Farsi of een andere taal waarin de belangrijke moslim-ideologen schrijven. Dit is problematisch om twee redenen. Allereerst krijgen de onderzoekers – en dus ook de lezers van het rapport – zo hun informatie vrijwel uitsluitend uit de tweede of derde hand, geparafraseerd en geïnterpreteerd. Daarnaast spreken in het Midden-Oosten officiële woordvoerders en opiniemakers vaak met twee tongen: één boodschap en terminologie – in hun moedertaal – voor hun achterban, en een andere, doorgaans meer gematigde – meestal in het Engels of het Frans – voor de ( ongelovige, Westerse ) buitenwereld. Er is in Nederland geen gebrek aan 'islamologen' die vloeiend Arabisch of Farsi lezen en spreken, en je zou toch verwachten dat minstens één van hen mede-samensteller van een rapport als dit was geweest. Met een werkwijze en benadering waarbij dusdanig grote vraagtekens kunnen worden gezet hebben ook de conclusies en aanbevelingen een dubieuze waarde. Zoals gebruikelijk in politiek-correcte kringen wordt ook hier de hand vooral in eigen boezem gestoken. Confrontatie en sjabloondenken zijn de hoofdoorzaken voor de slechte verhoudingen tussen 'hen' en 'ons', en dialoog, cultureel-religieus relativisme ( bij ons is ook niet alles zo geweldig ) en een soort ontwikkelingshulp zullen de verlossing brengen. Men ziet over het hoofd dat het juist de 'andere kant' is die de confrontatie en de polarisatie zoekt, daarbij vaak uitgaand van een variant op Marx' Verelendungstheorie: als moslims in Islamitisch landen het maar slecht genoeg hebben, en als de moslims in het Westen maar voldoende vervreemd raken van hun omgeving wordt iedere moslim vanzelf een ( militante ) activist. Voor een succesvolle toenadering en dialoog moet er aan beide kanten een zekere bereidwilligheid en een minimum aan respect voor 'de ander' zijn. Blijkbaar moeten alleen wij steeds maar toegeven, respect tonen en tot een dialoog bereid zijn. Als er onder islamitische activisten al zo'n bereidwilligheid, respect en neiging tot compromissen bestaan, dan betreft het in de meeste gevallen een minderheid die haar leven niet zeker is, of pragmatische ideologen met tactisch inzicht. Het lijkt dat de samenstellers van het rapport menen dat democratische ontwikkelingen en een verbeterde mensenrechtensituatie in sommige moslimlanden een direct gevolg zijn van islamitisch activisme. Ik ben niet overtuigd. Hooguit kan worden gezegd dat islamitische activisten zeer handig gebruik maken van democratische processen ( en van Westerse steun daaraan ) om hun uiteindelijke doelen te verwezenlijken. Het is goed om te benadrukken dat terroristen niet het monopolie op islamitisch activisme hebben. Ook kunnen in sommige gevallen op korte termijn politieke zaken worden gedaan met islamitische activisten, zelfs met hen die terreur niet per se afwijzen. Toch moet gezegd worden dat, net zo goed als het naïef is om te denken dat je het islamistische terrorisme kunt bestrijden door bijvoorbeeld een democratisch gekozen Hamas-regering te boycotten of door zo goed als elke moslim als vijand te bestempelen, het onnozel is om te denken dat de belangen van het Westen en van een groot deel van de islamitische activisten te verenigen zijn. Als er op de lange termijn een oplossing bestaat voor de problemen van moslims in het Midden-Oosten en elders – en dus voor het conflict tussen 'de' Islam en het Westen – dan ligt die bij gematigde en seculiere moslims die westerse waarden, democratie en mensenrechten van harte ( en niet vanuit een cynisch opportunisme ) omarmen. Als hun ideeën meer gangbaarheid en legitimiteit kregen onder moslims wereldwijd zou een vruchtbare dialoog en een constructieve toenadering tussen moslims en het Westen een minder onwerkelijk ideaal worden. Het probleem is dat hun stem vooral in het Westen wordt gehoord, en dat ze niet alleen door veel islamitische activisten maar ook door veel door het Westen gesteunde regimes en regeringen als een gevaar worden gezien. Als Nederland en de Europese Unie al hun nut en dienstbaarheid kunnen bewijzen dan is het op dit gebied. Zolang wij ons echter in allerlei bochten wringen om islamitische activisten ( en andere moslims ) vooral niet te schofferen, en zolang we blijven geloven dat 'wij' en 'zij' hetzelfde doel voor ogen hebben en via eenzijdige compromissen onzerzijds prima kunnen samenwerken, neemt Huntington's 'botsing der beschavingen' alleen maar in hevigheid toe.

No comments: