Saturday, May 13, 2006

Als het goed is staat vandaag het volgende artikel in het Friesch Dagblad.
Israel/Palestina, nu of nooit
Wat er van de Palestijnse Autoriteit over is lijkt in een rap tempo naar de knoppen te gaan. De Palestijnen en hun supporters wijten zoals gebruikelijk al hun problemen aan Israël en aan de bezetting. Israël legt de schuld wel erg makkelijk bijna exclusief bij de Hamas, waarbij vergeten wordt dat met Mahmoud Abbas – die nu soms wordt afgeschilderd als een soort ideale onderhandelingspartner – ook vóór de verkiezing van de Hamas-regering nooit echt serieuze onderhandelingen zijn gevoerd, vanwege zijn veronderstelde politieke en militaire onmacht. Ondertussen lijden de Palestijnen nog meer armoede en honger dan voorheen en blijven ze afhankelijk van buitenlandse aalmoezen, terwijl in Israël de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt, mede als gevolg van 'het' conflict. Aan de verschillende kanten van de scheidslijnen van dat conflict neemt het geloof in een betere toekomst af en wortelen cynisme en haat zich – voor zover mogelijk – nog dieper. Dit is een ontwikkeling die globale consequenties heeft. Het aantreden van de nieuwe Israëlische regering is een goede gelegenheid om te proberen het conflict voor eens en voor altijd op te lossen. Wordt hiermee te lang gewacht dan zal Israël vrijwel zeker eenzijdig haar grenzen vaststellen, iets waarbij per saldo iedereen verliest. De Palestijnen krijgen zo minder gebied en een levensvatbare staat zal voor hen een illusie blijven. Israël trekt zich dan geheel terug achter een betonnen muur, kan internationale erkenning van haar grenzen wel vergeten, en de geld verslindende bezetting - van een kleiner gebied dan nu, maar toch - zal haar moreel en ethisch verder uithollen. Van normalisatie zal zo geen sprake kunnen zijn, wat de Palestijnse economie nog verder ten gronde zal richten en ook de Israëlische economie niet bepaald ten goede komt. Terroristen zullen de Palestijnse maatschappij blijven ontwrichten en keer op keer opnieuw proberen Israëlische doelen te treffen, extremisten aan beide kanten zullen hun 'gelijk' steeds weer bevestigd zien, en wereldwijd zullen Islamistische en andere terroristen – samen met fanatieke regimes zoals Ahmadinejad's Iran – het conflict als een excuus ( om het even hoe ongeloofwaardig ) voor hun acties kunnen blijven gebruiken. De weigering van Hamas en Israël om elkaar te erkennen is eigenlijk vooral kunstmatig. Of er ooit een heuse vrede tussen Israël en een toekomstige Palestijnse staat zal komen is maar de vraag, maar alle retoriek ten spijt zou het heel goed kunnen dat juist met Hamas, in overleg met president Abbas, bereikt kan worden wat met Fatah en Arafat onmogelijk was: een overeenkomst waar beide kanten zich aan houden en waar beide volken letterlijk en figuurlijk mee kunnen leven. Hamas begrijpt heel goed dat de Palestijnse staat naast en niet in plaats van Israël tot stand zal komen, en dat zo'n staat nooit door Hamas geregeerd zal worden als de bevolking niet te eten heeft. Hamas is realistischer dan het openlijk zal toegeven. Ook Ehud Olmert weet dat wat twintig jaar geleden voor de PLO gold nu van toepassing is op Hamas: wie met de Palestijnen zaken wil doen kan uiteindelijk niet om deze organisatie heen. Hij zal dan ook volgens mij maar wat graag de kans grijpen om een onderhandeld vredesverdrag aan de Knesset te kunnen presenteren. In tegenstelling tot een eenzijdige Israëlische terugtrekking zal zo'n verdrag hoogstwaarschijnlijk door een ruime parlementaire meerderheid worden gesteund. Het zal eerder een pragmatische dan een hartelijke vrede zijn, maar dat geeft niets. Zoals Amos Oz zei in een boekje getiteld "Help ons scheiden": het tegenovergestelde van oorlog is niet medelijden, ruimhartigheid, broederschap en vergeving, maar vrede. Om de Palestijnse en Israëlische regeringen tot directe onderhandelingen te brengen is een sterke impuls van buitenaf nodig. Het Midden-Oosten Kwartet is daar als collectief ongeschikt voor. Drie van zijn leden – de VN, de VS en Rusland – genieten om uiteenlopende redenen ( o.a. respectievelijk een gebrek aan daadkracht, partijdigheid, binnenlandse problemen en te weinig economische invloed ) weinig vertrouwen bij minstens één van de meest betrokken partijen, en alleen al het coördineren van de Midden-Oosten politiek van de vier kost te veel tijd en energie. Het enige kwartetslid dat een daadkrachtige rol van betekenis zou kunnen spelen is de Europese Unie. Door de verscheidene buitenlands-politieke tradities van haar afzonderlijke lidstaten is de benadering van de Unie redelijk evenwichtig en eerlijk in de richting van zowel de Palestijnen als Israël. Bovendien bezit de EU de economische middelen om samen met andere donors een Palestijnse staat van de grond te helpen tillen. Zo'n staat zou dan samen met Israël en andere staten in de regio met de Unie kunnen samenwerken om langzaam maar zeker verpaupering en religieuze ethnisch-religieuze haat te vervangen door welvaart, groei en stabiliteit. Een dergelijke inmenging is mogelijk binnen het kader van het bestaande Euro-Mediterranean Partnership, dat per slot van rekening ook en vooral de belangen van de Unie en haar lidstaten dient. Een leidende rol kan hierbij worden gespeeld door Nederland. Dit zou voor Nederland een minder kostbare en minder gevaarlijke missie – met een grotere kans van slagen en een waardevollere bijdrage aan de Amerikaanse coalitie tegen het terrorisme – zijn dan het avontuur in het verre Uruzgan.

No comments: