Thursday, August 31, 2006

Het volgende artikel stond afgelopen maandag in het Friesch Dagblad:
Dank
Afgelopen woensdag ben ik met mijn vrouw en onze twee kinderen terug naar Israël gevlogen. Meer dan een maand geleden kwamen we naar Nederland, op uitnodiging van mijn ouders. We hadden de eerste week van de oorlog uitgezeten, en de spanningen en het voortdurende afwachten en binnen blijven werden vooral mijn hoogzwangere echtgenote te veel. We koesteren geen enkele illusie dat de oorlog met Hezbollah, Iran en Syrië is afgelopen, het is alleen de vraag wanneer de volgende fase begint. Het kost de Verenigde Naties moeite om een geloofwaardige en strijdvaardige internationale troepenmacht voor Libanon bij elkaar te krijgen. Laten we hopen dat Kofi Annan er samen met de EU in slaagt om UNIFIL eindelijk te laten doen waarvoor het ooit in het leven is geroepen. Anders zal iedere militie die – op aandringen van buitenlandse belanghebbenden – Israël tot (re)acties wil proberen te verleiden binnen de kortste keren weer vrij spel in Zuid-Libanon hebben. Voordat we op 20 juli op Schiphol landden had ik de indruk dat bijna heel Nederland tegen ons is, een indruk die niet bepaald werd afgezwakt toen ik af en toe naar Nova keek en diverse andere nieuwsmedia volgde. Gedurende ons verblijf hebben tientallen niet-joodse mensen in winkels, bussen, speeltuinen en musea ons gevraagd wat voor taal wij spreken en waar wij vandaan komen. Van geen van hen kregen we echter negatieve reacties, integendeel. Zonder enige uitzondering stak men ons een hart onder de riem en zei men ronduit of indirect dat men heel goed begreep dat de gevaren die ons bedreigen zich niet alleen op Israel en/of het joodse volk richten. Op grond van die niet representatieve steekproef zou ik bijna zeggen dat de mening, de inzichten en sympathieën van de gemiddelde Nederlander minder aan bod komen op televisie, in de kranten, op internetfora en in andere media dan de opinies van de Van Agten, de Aboe-Jahjahs, de Soeteriks en de Marijnissens. Mij is de laatste weken meermaals gevraagd waarom ik in Israël blijf wonen, en waarom ik niet voorgoed met mijn gezin terugkom naar Nederland of naar Amerika emigreer. Allereerst, in Amerika hebben mijn vrouw, onze kinderen en ik niets te zoeken, behalve misschien een leuke vakantie of een niet al te lang werkbezoek over een jaar of wat. Ik heb een zwak voor – en veel kritiek op – Amerika en de Amerikanen, maar iedere werkelijk persoonlijke band met dat land ontbreekt bij mij. Ik ben blij dat ik van alle landen ter wereld nu juist in Nederland ben geboren en opgegroeid. Ik vind het leuk om één of twee keer per jaar mijn naaste familie te bezoeken ( vaak in combinatie met een werkbezoek aan Parijs ), ik houd van de Nederlandse taal, en niet minder van bepaalde al dan niet typisch Nederlandse lekkernijen. Onze kinderen verstaan goed Nederlands, en ze spreken het heel aardig, nu beter dan ooit tevoren. Ook voel ik een zekere trots – wat vreemd is: ik ben niet echt verantwoordelijk voor de huzarenstukken van de Nederlandse geschiedenis, noch voor andermans sportieve prestaties – wanneer ik de Zaanse Schans, het Openluchtmuseum, en steden als Amsterdam, Utrecht en Den Bosch bezoek, of als Nederlanders goed zwemmen, schaatsen of voetballen. Onze zevenjarige dochter is na een bezoek aan het prachtige paleis Het Loo nog gekker op Máxima en de koningin dan ze al was ( dat prinses Irene met bomen en dolfijnen praat deert haar niet, over Margarita en Edwin heb ik haar nog niet verteld ). Toch zie ik geen enkele reden om elders dan in Israël te wonen. Dit is ons land, hier horen wij thuis, hier voelen wij ons thuis. Van ons vieren had ik - de enige die niet in Israel geboren is - waarschijnlijk het meeste heimwee, de vlucht naar Nederland was vooral ingegeven door zorgen om mijn zwangere echtgenote en de nog ongeboren baby. De gevaren die dit land bedreigen zullen we nooit kunnen ontlopen door voorgoed te vluchten. New York, Washington D.C., Madrid en Londen zijn maar een paar van de voorbeelden die die waarheid bevestigen. Ook het Iraanse gevaar reikt veel verder dan Haifa of Tel Aviv. Ik moet trouwens in deze context altijd denken aan een vriendin van mijn eerste lerares Hebreeuws. Die vriendin was naar het vredige Amsterdam verhuisd, onder andere omdat ze niet meer tegen de spanningen en dreigingen hier in Israël kon. Op een dag stapte ze uit een tram en werd getroffen door een verdwaalde kogel, afgeschoten tijdens een bankroof. Er moeten wel heel vreselijke dingen gebeuren wil het leven hier onleefbaar worden. En mocht het – God verhoede – ooit zover komen dan betekent dat waarschijnlijk dat het leven in Europa ook niet zo leefbaar meer zal zijn, voor joden en niet-joden. Al met al hebben we een prima tijd gehad in Nederland. Onze kinderen hebben onverwacht een geweldige vakantie gehad, en mijn vrouw en ik hebben hen zonder al te veel moeite leuk en enigszins betaalbaar bezig kunnen houden. De hulp van mijn ouders, schoonouders, zus en zwager, broer en schoonzus was daarbij onontbeerlijk. Ook heb ik veel gehad aan de morele steun van redactieleden van het Friesch Dagblad en Trouw, van een aantal vrienden en vaste webloglezers, en van deelnemers aan een solidariteitsbijeenkomst in de liberale synagoge in Amsterdam waar ik mijn persoonlijke verhaal over de oorlog vertelde. Tijdens de Golfoorlog in 1991 moest ik nog lachen om de videoclip die Nederlandse artiesten maakten als steunbetuiging voor de Israelische bevolking. Nu heb ik gezien hoe belangrijk dergelijke hulp en solidariteit kunnen zijn. Dank daarvoor.

No comments: