Tuesday, October 31, 2006

Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad. Het is een licht bewerkte en upgedeete versie van een stuk dat eind vorig jaar in de Jerusalem Report stond. Ik kwam op het idee om dat artikel te vertalen en te verversen in de week dat de Nobelprijswinnaars van dit jaar bekend werden gemaakt en ik op het weblog van Hanneke Groenteman over een manifestatie voor een humaan asielbeleid las. Ik ben geen voorstander van "Gooi de deur maar wagenwijd open", maar zoals je kunt lezen zie ik immigranten ook zeker niet vanzelfsprekend als een gevaar, integendeel.
Een nobel asielbeleid
Net zoals anti-semieten graag 'bewijzen' dat joden de wereld of delen ervan beheersen benadrukken wijzelf zelf soms maar al te graag 'onze' bijdragen aan de mensheid. Op de website www.jinfo.org kun je lijsten vinden met titels als "Joden in het schaken", "Joden in de sociologie", en natuurlijk "Joodse Nobelprijswinnaars". Volgens de website is 23 % van de winnaars joods of "half-joods", terwijl joden slechts 0.25 % van de wereldbevolking uitmaken. Interessanter dan dergelijke ethnisch-religieuze statistieken is het feit dat zoveel Nobelprijswinnaars, joods en niet-joods, afstammen van emigranten of zelf ooit emigreerden. De biografieën van de winnaars van deze prijs der prijzen, die je kunt lezen op http://nobelprize.org, zijn erg boeiend. Alles bij elkaar hebben sinds 1901 766 personen de prijs gewonnen. Laten we ons beperken tot de 571 winnaars van de prijzen voor scheikunde, natuurkunde, geneeskunde, en economische wetenschappen. De keuze voor winnaars van de prijzen voor literatuur en vrede is zelden objectief en heeft regelmatig tot hevige discussies geleid. In veel van de levensverhalen lezen we dat de wetenschappers, hun ouders, groot- of voorouders emigreerden – vaak richting de Verenigde Staten, maar ook naar Groot Brittannië, Frankrijk, Israël en andere landen – op zoek naar een beter of veiliger leven. Ik vond minstens 148 winnaars die zelf om de een of andere reden hun geboorteland voorgoed verlieten, 52 wier ouders emigranten waren, en 24 van wie de grootouders emigreerden. Amerikanen – zo goed als allemaal nazaten van immigranten – vormen de absolute meerderheid van wetenschappers wier biografie geen specifieke melding van migratie maakt. De biografieën van de winnaars van dit jaar staan nog niet op de website, maar alle zeven zijn Amerikaan. Een aantal Nobelprijswinnaars overleefde de Holocaust. Sommige van hen – bijvoorbeeld Robert Aumann ( Economie 2005 ) – vluchtten, als volwassene of op jonge leeftijd, vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog naar Amerika of Engeland. Anderen, waaronder Rita Levi-Montalcini ( Geneeskunde 1986 ) en Avram Hershko ( Scheikunde 2004 ), overleefden de oorlog in bezet Europa. Maar niet alleen joden spelen de rol van vluchteling in de biografieën. Zo waren de voorouders van minstens drie laureaten Hugenoten die op de vlucht voor religieuze onderdrukking naar de Nieuwe Wereld kwamen. Ook zijn niet alle migranten vluchtelingen. Vaak verhuisde een wetenschapper of –ster naar een buitenland ( wederom, meestal de Verenigde Staten ) simpelweg vanwege zijn of haar academische carrière. Natuurlijk vormt het werk dat deze 571 personen tot Nobelprijswinnaars maakte slechts een klein deel van uitmuntende menselijke inspanningen en prestaties in de afgelopen 106 jaar. En vanzelfsprekend waren en zijn niet alle migraties een onbetwiste zegening voor de migranten zelf of voor de landen waar ze terecht kwamen. Toch lijken de levensgeschiedenissen van de prijswinnaars te suggeren dat er een verband bestaat tussen aan de ene kant intellectuele vrijheid, religieus-politieke tolerantie en gastvrijheid van een land, en zijn economische, wetenschappelijke en culturele bloei aan de andere kant. Dat meer dan 255 van de 571 winnaars Amerikanen zijn kan nauwelijks toeval zijn. Afgezien van wat dit zegt over Amerikaanse universiteiten en onderzoeksinstellingen, het zou zeker ook te maken kunnen hebben met het feit dat de Verenigde Staten ( nog steeds, ondanks alles ) een immigrantenland is. Amerika is niet het enige voorbeeld. De bloei van de economie en het culturele leven in de Verenigde Nederlanden in de Gouden Eeuw hield direct verband met de joodse, protestantse en andere vluchtelingen die in de Republiek een veilig en relatief verdraagzaam heenkomen zochten en vonden. Iets soortgelijks geldt voor de geschiedenis van de Islam: daarin valt zeker een samenhang tussen tolerantie en bloei waar te nemen. Tegenwoordig zien velen in het Westen immigranten – en dan vooral de moslims onder hen – als een last en bedreiging, en niet als een bron voor 'vers bloed' die onze maatschappijen kan inspireren en versterken. Een economische recessie en vastgeroeste ideeën maar ook Islamistische terreur en een schijnbaar gebrek aan aanpassingsvermogen onder bepaalde groepen moslims zijn daar debet aan. Desondanks zouden de Verenigde Staten en andere Westerse landen niet aan de terreur moeten toegeven door zichzelf tot ontoegankelijke vestingen om te toveren. Vanzelfsprekend moeten we voorkomen dat terroristen de toegankelijkheid en verdraagzaamheid van onze maatschappijen misbruiken, maar we moeten ons wel realiseren dat die eigenschappen twee van onze machtigste wapens zijn, die gekoesterd en verdedigd dienen te worden en niet mogen worden opgeofferd in onze strijd tegen de terreur. Wanneer we andermans fanatisme onze eigen tolerantie en gastvrijheid laten aantasten worden wij zwakker en scoren terroristen belangrijke punten. Wat ons joden betreft, als immigranten die belangrijke bijdragen leverden aan de landen die hen ontvingen vormen wij slechts een deel van een groter geheel. Sommige immigranten in Europa en elders kijken naar de plaatselijke joodse gemeenschappen om te leren hoe ze hun eigen plaats binnen de maatschappij kunnen veroveren. Als wij moslims en andere minderheden kunnen helpen om beter in de Westerse maatschappijen te integreren, zou dat een van onze belangrijkste bijdragen aan de mensheid in de 21e eeuw kunnen zijn.

No comments: