Saturday, November 11, 2006

Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad. Een aantal namen zijn hier weggehaald of vervangen door initialen.
Lessen van een bevalling
Op donderdag 26 oktober 2006, om tien over zes 's morgens, beviel mijn vrouw van een zoon. I. Jacob de Bruin werd - net als zijn zus ( 1999 ) en broer ( 2002 ) - geboren in het Bney Tsion ziekenhuis ( Rothschild ) in Haifa. Zijn geboorte maakte me weer eens bewust van twee feiten: dat er slechts twee generaties zitten tussen mijn kinderen en de Holocaust, en dat joden en Arabieren heel goed samen kunnen leven zolang we inzien wat ons bindt en niet al te zeer benadrukken wat ons scheidt. Onlangs las ik op de website van de Telegraaf over een rechtzaak waarin verwanten van joden die vanuit Frankrijk naar de vernietigingskampen in Polen zijn gedeporteerd de Franse spoorwegen aanklaagden vanwege medeplichtigheid aan de dood van hun ouders en andere familieleden. De feedback loog er weer niet om. Een greep uit de reacties: "Je zou [vloek] bijna denken dat de kinderen van de vergaste joden er blij om zijn dat hun ouders om zijn gebracht...", "Ons is in de eerste eeuw door de joden onze messias ontnomen. Dat lijkt mij genoeg voor levenslange betaling.", "Dat die oorlog al zestig jaar over is is niet van belang als zij er maar geld uitslaan." Rivka, mijn schoonmoeder, werd op 26 februari 1940 in Antwerpen geboren. Haar ouders, Poolse en Tsjechische joden, vluchtten na de Duitse inval zuidwaarts met hun dochter. Rivka's moeder wist samen met de baby in Zuid-Frankrijk te overleven, maar Rivka's vader, Jacob Rozenblum, werd opgepakt en kwam via het kamp Gurs in Drancy, vlakbij Parijs, terecht. Vandaar is hij op zaterdag 6 maart 1943 om vijf voor negen 's morgens samen met 999 anderen ( waaronder 27 Nederlandse joden ) naar Maidanek gedeporteerd. Aanvankelijk wist Rivka, die haar vader nooit gekend heeft, alleen dat hij de oorlog niet had overleefd. Pas een jaar geleden vond ik in het Memorial de la Shoah in Parijs details over zijn deportatie. Op de lijst van transport nr. 51 vanuit Drancy staat zijn naam, met nummer 688; geboortedatum 14.11.04 - hij was in maart 1943 op een paar weken na net zo oud als ik nu ben; geboorteplaats Czestochowa, Polen; beroep: diamantslijper. Eindelijk had Rivka een idee waar en wanneer haar vader vermoord moet zijn. Ze was erg ontroerd toen ze hoorde dat I. via zijn tweede voornaam naar haar vader is vernoemd. Zestig jaar is een lange tijd, en het aantal mensen dat de oorlog als volwassene of als kind meemaakte wordt met de dag kleiner, maar het zal nog lang duren voordat voor de meeste Israeliers de Shoah 'zomaar' een stukje geschiedenis zal worden. Of de anti-semieten die hun gal spuwen op websites zoals die van de krant van wakker Nederland dat nu goedkeuren of niet. Dat sommigen ( joden en niet-joden ) de herinnering aan de Holocaust voor oneigenlijke - politieke of andere - doeleinden misbruiken is een ander verhaal. Ook de bevalling van ons derde kind was weer een fantastische ervaring, niet in de laatste plaats door de bijzondere atmosfeer in het ziekenhuis. Terwijl in Gaza, Jeruzalem en elders in en om Israel joden en Arabieren elkaar naar het leven staan, immigranten en geboren Israeliers elkaar vaak niet echt goed begrijpen, en religieuze en seculiere Israeliers elkaar soms voor minder dan rotte vis uitmaken en zelfs fysiek belagen, werken en leven alle verschillende bevolkingsgroepen die Israel tot zo'n bijzonder - en bijzonder ingewikkeld - land maken in de ziekenhuizen van Haifa ( en ook van andere Israelische steden, zo is mij verteld ) op vrijwel voorbeeldige wijze naast en met elkaar. Dokters, verloskundigen, zusters, broeders, schoonmakers, patienten, jonge vaders en moeders, bezoekers, er wordt geen ( of nauwelijks ) onderscheid gemaakt naar afkomst of religie. Naast Rothschild ken ik het Carmel ziekenhuis goed, we hebben daar zo'n twee weken doorgebracht op de kinderafdeling met onze dochter toen ze nog een heel klein ukkie was. Discriminatie, haat en nijd zullen ongetwijfeld ook in Israelische ziekenhuizen voorkomen, maar toch valt het me steeds wanneer ik in Carmel of Rothschild ben op dat de ethnische, religieuze en politieke (menings)verschillen die ons dagelijkse leven vaak zo bemoeilijken daar weg lijken te vallen. Bij de drie bevallingen en bij de operaties van onze dochter hebben zowel Arabische als joodse, religieuze als seculiere, 'oude' als 'nieuwe' Israeliers ons geholpen als arts, verloskundige etc. Op de kraamafdeling lagen mijn vrouw en onze kinderen naast babies en jonge moeders wier moedertaal Russisch, Arabisch, Hebreeuws, Frans, Spaans, of Engels was, en ik ben alledrie de keren bij het verlaten van de verloskamer met zowel "Mazal tov" als "Mabroek"" gefeliciteerd. Zulke ervaringen geven deze burger weer een beetje moed en hoop. Dat is hard nodig, want van het aanhoudende Israelische en Palestijnse geweld, van het chronische gebrek aan leiderschap aan beide kanten, en van de bedreigingen die vanuit Beiroet en Teheran deze kant worden opgestuurd worden ik en vele anderen hier niet echt veel vrolijker. Misschien zouden de leiders van Israel, de Palestijnen en de omliggende landen eens verplicht moeten worden om een week of wat in een van de ziekenhuizen in Haifa door te brengen, om te leren hoe je met minimale middelen ( ook hier lijdt de gezondheidszorg onder constant geldgebrek ) maar op basis van gemeenschappelijke belangen, emoties en doelen heel goed kunt samenwerken en -leven.

No comments: