Saturday, March 03, 2007

Het volgende artikel staat vandaag in het Reformatorisch Dagblad. Het is een reactie op dit, dit, dit, en dit stuk.
Help ons scheiden
In een viertal artikelen hebben professoren Jansen en Couwenberg, en tenslotte G.A. van der Spek-Begemann, Israël verdedigd danwel aangevallen. Alledrie de schrijvers, schijnbaar erg betrokken bij wat er hier gebeurt, dragen argumenten aan die hout snijden. Toch gaan ze allemaal aan de kern van de zaak voorbij. Het begon met een reactie van theoloog en historicus Hans Jansen op een stuk van de jurist S.W. Couwenberg in de Internationale Spectator. Couwenberg vergelijkt daarin Israël met het voormalige apartheidsregime in Zuid-Afrika. Hij maakt trouwens niet echt een duidelijk onderscheid tussen Israël zelf en de bezette gebieden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Jimmy Carter in zijn spraakmakende boek "Palestine: Peace, Not Apartheid". Professor Couwenberg heeft zeker geen ongelijk als hij de beestjes discriminatie en racisme bij hun naam noemt. Zijn veroordeling van Israëls bezettingspolitiek deel ik, zij het om andere redenen: niet alleen omdat die politiek in beginsel fout, immoreel en onrechtvaardig is, maar ook en vooral omdat ze in mijn ogen Israël mogelijk onherstelbare economische, militaire, sociale en morele schade toebrengt. Volgens mij zijn bijvoorbeeld Israël's corruptieschandalen, het verloop van de laatste Libanon-oorlog en de armoede onder honderdduizenden Israëliërs – joden en Arabieren – direct of indirect tot de bezettingspolitiek terug te leiden. Dat alles rechtvaardigt nog niet het gelijkstellen van Israël met het slegs-fir-blankes bewind in Zuid-Afrika. Er wordt op sommige gebieden inderdaad grondig gediscrimineerd, en het leven is voor veel niet-joden in Israël zeker niet altijd even makkelijk, wat niet wil zeggen dat het dat wel is voor alle joden hier. Couwenberg's vergelijking gaat echter mank, al was het alleen al vanwege het feit dat Israël's Arabieren net als hun joodse medeburgers vrij hun mening kunnen uiten, kunnen stemmen en gekozen worden en aan de universiteiten en hogescholen kunnen studeren, zoals professor Jansen terecht opmerkt. Ook slaat Couwenberg de plank volledig mis wanneer hij Israël een resultaat van Europees kolonialisme noemt. Of het moet zijn dat de joden als ongewenste elementen door hun Europese vaderlanden maar wat graag richting Palestina werden 'gestuurd'. Zionisme is wel een rechtstreeks uitvloeisel van het 19e eeuwse nationalisme, maar dat geldt voor alle hedendaagse nation-states. Dat sommige joden – bijvoorbeeld Martin Buber en Hanna Arendt, net als niet-joden zoals Yasser Arafat – één staat voor joden en Arabieren voorstonden of voorstaan betekent nog niet dat iedereen die dat idee niet ziet zitten een racist is. Eerder een realist, zou ik zeggen. Overigens moet ik het eerste werkelijk positieve woord over Israël en/of het joodse volk nog horen uit de mond van de door Couwenberg aangehaalde deskundigen Tutu, Van Doorn en Chomsky, maar dat terzijde. Couwenberg's gebruik van de term 'veiligheidssyndroom' is – ik ben het daarin met Van der Spek-Begemann eens – helemaal een gotspe, zeker nu voor het eerst sinds het einde van de Holocaust en de oprichting van de joodse staat een land ( inderdaad, eveneens een nation-state ) niet alleen de wil heeft om Israël van de kaart te vegen maar ook de middelen daartoe lijkt te gaan bemachtigen. Professor Jansen heeft gelijk, één van de belangrijkste oorzaken voor 'het' conflict blijft de weigering van vrijwel alle ons omringende landen om de joodse staat in hun midden te accepteren. Ook is het bekend en schokkend dat de hedendaagse Islam en de Palestijnse maatschappij grotendeels van haat tegen Israël en het joodse volk doordrongen zijn. Toch raakt deze hele non-discussie de kern van het probleem niet. Supporters van beide partijen in het Palestijns/Arabische-Israëlisch/joodse conflict praten vooral langs elkaar heen, vaak verwoed proberend om hun eigen gelijk en/of het ongelijk van de ander te bewijzen. Daarbij gaan ze meestal voorbij aan de mensen om wie het hier zou moeten gaan: de overgrote meerderheid van 'gewone' joden en Palestijnen die simpelweg in vrede, rust en veiligheid hun leven willen leiden. Als er in het buitenland al geluisterd wordt naar de meest direct betrokkenen, dan toch vooral naar de meer extreme stemmen aan beide kanten, en niet of nauwelijks naar de gematigden die niet alleen in Israël en Palestina zelf maar ook daarbuiten door de meer radicalen overschreeuwd en ondersneeuwd worden. Mensen als Amos Oz en David Grossman aan de Israëlische, en bijvoorbeeld Sarih Nusseibeh aan Palestijnse kant, zeggen onder andere dat de ene kant de andere kant niet hoeft te bekeren, en dat niet liefde of broederschap maar vrede het tegenovergestelde van oorlog is. De Engelse titel van een klassiek essay van Amos Oz dat iemand me ooit gaf zegt het perfect: "Help us divorce". Dat dient de prioriteit van beide partijen, en van hen die het goed met hen menen, te zijn. Zodra Israëliërs en Palestijnen ieder voor zich – en, laten we optimistisch zijn, op de een of andere manier samen – hun eigen staat kunnen op- en verherbouwen zal er genoeg tijd zijn voor een ieder van ons om zijn of haar politieke of intellectuele gelijk te halen en een al dan niet bevredigend antwoord op de eeuwige schuldvraag te zoeken.

No comments: