Sunday, May 06, 2007

Dit stuk stond eergisteren in het Friesch Dagblad.
Denken, gedenken, herdenken
Dit jaar ben ik voor het eerst sinds 1992 weer eens op 4 mei in Nederland. Ik ben hier voor mijn werk en voor de bruiloft van mijn broer. Als kind en jonge tiener speelde ik vrijwel elk jaar met onze fanfare het Wilhelmus bij het plaatselijke oorlogsmonument, in de jaren daarna zat ik meestal rond acht uur voor de televisie thuis, kijkend naar de mannen met de overalls en de vreemde helmen op de Waalsdorpervlakte. Als student ben ik één keer naar de herdenking op de Dam geweest. Deze vrijdag zal ik daar voor de tweede keer in mijn leven twee minuten stilstaan. Het zal ook dit jaar weer een indrukwekkende belevenis zijn. Ik wist nooit beter dan dat Nederland op 4 mei de doden van 1940 – 1945 herdenkt. Tot iemand me er, al lang nadat ik naar Israël geëmigreerd was, op wees dat op 4 mei ook de doden uit alle oorlogen en vredesoperaties waar Nederland na 'de' oorlog bij betrokken is geweest worden herdacht. Dit jaar denken we dus ook aan Cor Strik, wiens jonge leven kort geleden in Afghanistan door middel van een bermbom werd beëindigd. Het is een beetje moeilijk om in twee minuten zoveel verschillende categorieën oorlogs- en conflictslachtoffers te herdenken. Aan de andere kant, nu voor verreweg de meeste Nederlanders al weer ruim zestig jaar lang echte oorlogen gelukkig toch vooral een ver-van-mijn-bed-show zijn geweest snijdt zo'n historisch-eucumenische herdenking wel hout. In Israël ligt dat iets anders. Daar worden de slachtoffers van de Holocaust op Yom HaShoah herdacht. Officieel heet die dag Dag van de Shoah en de moed, als zionistisch eerbetoon aan die joden die zich gewapend of anderszins tegen de Nazis en hun helpers verzetten. Een week later is het Yom HaZikaron ( Dag van de herinnering ), waarop alle gesneuvelde soldaten en slachtoffers van aanslagen en andere terreurdaden worden herdacht. Wie op deze dagen in Israël is geweest weet hoe bijzonder de zes minuten zijn wanneer de sirenes luiden: twee minuten om tien uur op Yom HaShoah, twee minuten om acht uur op de avond van/voor Yom HaZikaron, en twee minuten om elf uur 's morgens op die dag zelf. Israël is of lijkt normaal gesproken luidruchtiger en drukker dan Nederland, misschien klinken die zes minuten daardoor juist wel stiller dan de twee minuten in Nederland, ook al hoor je sirenes. Dit jaar was de sfeer op Yom HaZikaron anders dan voorgaande jaren, omdat de herinnering aan de laatste oorlog nog zo vers is, en misschien ook wel omdat echte vrede – om tal van redenen, waarvan gebrek aan heuse leiders aan Israëlische zijde er maar één is – zo ver weg lijkt. Het contrast met Yom Ha'Atsma'oet ( Onafhankelijkheidsdag ), die begint zodra de zon ondergaat op Yom HaZikaron, was dit jaar nog aangrijpender dan anders. Die overgang is, omdat er elk jaar nog steeds namen aan de lijst van gevallenen en terreurslachtoffers worden toegevoegd, sowieso schrijnender dan de overgang van Dodenherdenking naar Bevrijdingsdag zoals ik me die herinner. Vorige week zondag, op de avond van Yom HaZikaron was ik thuis met onze twee zonen, respectievelijk vier jaar en zes maanden oud. Mijn echtgenote was met onze achtjarige dochter naar een bijeenkomst op de school waar ze lesgeeft. We wilden niet dat E., de vierjarige, van de sirene wakker zou worden. Hoewel we vorig jaar zomer al na één week oorlog naar Nederland waren gevlucht associeert hij sirenes toch nog vooral met het rennen naar de beveiligde kamer en het lange wachten. Om acht uur stonden hij en ik – met I., onze jongste, in mijn armen – op, hij stond heel lief stil en hield mijn hand stevig vast. Ik had gedacht dat ik op dat moment vooral aan Nimrod Hallel z"l, de zoon van goede vrienden van mijn schoonouders en vader van vier jonge kinderen die in de laatste dagen van de oorlog door een anti-tank raket werd gedood, zou denken, of op zijn minst aan een of andere vorm van vrede. In plaats daarvan dacht ik vooral aan mijn eigen kinderen, en bad ik een kortzichtig en egoïstisch gebed: dat ik toch vooral nooit als vader van een gesneuvelde soldaat of soldate aan deze herdenking zou hoeven deelnemen. Vrijdagavond zal ik zeker even aan Cor Strik denken, al ken ik hem alleen van een foto op het internet. Ook zal ik aan de dappere Nederlanders denken die bijvoorbeeld op de Grebbeberg sneuvelden of op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd werden, aan de vele duizenden Nederlanders die de hongerdood stierven, door bruut geweld van de Nazi's of de Japanners of door stomme pech ( geallieerde bommen, om maar wat te noemen ) omkwamen, en vanzelfsprekend aan de meer dan honderdduizend joden die vanuit Nederland gedeporteerd werden en ver van huis een gruwelijke dood stierven. Toch zullen waarschijnlijk ook de slachtoffers – en dan bedoel ik ook de Libanese – van de laatste Libanonoorlog mijn gedachten bezighouden. Tenslotte zullen gedurende die twee barstensvolle minuten mijn gedachten ongetwijfeld ook heel even naar mijn vrouw en kinderen thuis afdwalen. De Dodenherdenking houdt voor mij nog steeds voornamelijk verband met 'de' oorlog. Helaas heeft dat begrip in Israël, Libanon, Irak, Afghanistan en elders in de wereld een betekenis die ruimer is dan wat we in Nederland onder 'de' oorlog verstaan.

No comments: