Tuesday, June 05, 2007

Het volgende artikel staat als het goed is vandaag in het Friesch Dagblad.
Vae Victoribus?
Vanochtend precies veertig jaar geleden begon wat de geschiedenis zou ingaan als de Zesdaagse Oorlog. Het Midden-Oosten, dat in 1948 met de stichting van de staat Israël al ingrijpend veranderd was, zou nooit meer hetzelfde zijn. Tekenender dan de naam waaronder de oorlog wereldwijd bekend zou worden is de Arabische naam die hij kreeg: al-Naksa ( het debacle, de nederlaag ), in tegenstelling tot – of als vervolg op – al-Nakba ( de ramp ) van mei 1948. De oorlog had verstrekkende militaire en humanitaire gevolgen. Het Palestijnse vluchtelingenprobleem werd nog groter dan het al was. Tussen de 175.000 en 250.000 Palestijnen, van wie een deel ook al in 1948 was gevlucht, vluchtten vanuit de Westoever naar Jordanië. Pogroms vonden plaats in joodse wijken in Arabische landen. De menselijke en materiële verliezen van Israël stonden weliswaar niet in verhouding tot die van bijvoorbeeld Egypte, maar waren desondanks aanzienlijk. Omgerekend per hoofd van de bevolking zouden de ongeveer 800 Israëlische gesneuvelde soldaten gelijk hebben gestaan aan 80,000 Amerikanen. De beslissende, succesvolle rol van de luchtmacht vergde ook een relatief zware prijs: de 36 vliegtuigen die verloren gingen en de 18 piloten die sleuvelden vormden 20% van Israël's gevechtskracht in de lucht. Toch heerste er in Israël en de joodse gemeenschappen over de hele wereld een zekere euforie, mede omdat in Israël zelf aan de vooravond van de oorlog een afwachtende, angstige wanhoop sfeerbepalend was geweest. Het land leek heel even onoverwinnelijk, een gevoel dat in bepaalde kringen tot hoogmoed leidde. Voor die hoogmoed betaalde de joodse staat in 1973 en in de jaren daarna een zware prijs. De afgelopen veertig jaar worden met name gekenmerkt door gemiste kansen. Dat wil zeggen, kansen die zo ongeveer alle betrokken partijen hebben laten liggen. Dit is niet de plaats om alle vredesplannen die na 1967 openlijk zijn gelanceerd of een meer bescheiden rol speelden te bespreken. Als je voor de aardigheid eens op Google of Wikipedia zoekcombinaties van vrede(splan), Midden-Oosten, Israël en Palestijnen intikt, word je overspoeld met websites en artikelen over de vele tientallen serieuze en halfslachtige vredespogingen. Vrijwel al die pogingen hebben één principe gemeen: Israël zou de veroverde/bezette gebieden moeten opgeven, en in ruil daarvoor zouden de Arabische staten ( het bestaansrecht van ) de joodse staat in hun midden moeten erkennen. Of zoals Amos Oz – een citaat dat ik vaak gebruik, het zal waarschijnlijk jammer genoeg nog lang bruikbaar blijven – iedereen weet hoe een uiteindelijke oplossing er uit zal zien, het is alleen de vraag hoeveel slachtoffers er nog zullen vallen voordat die oplossing er komt. Ik hoop van harte dat, zoals beweerd wordt, de bezetting van de Westoever en de Golanhoogte de kernoorzaak van het Palestijns/Arabisch-Israëlische conflict, zo niet van de kloof tussen het Westen en 'de' Islam als geheel is. Dat zou namelijk betekenen dat een einde aan die bezetting op zijn minst vrede tussen Israël en de Palestijnen, en misschien wel wereldvrede zal brengen. Het conflict betreft echter al lang meer dan alleen Israël en de Palestijnen. Bovendien maakte de Iraanse president zondag weer eens duidelijk dat veel van Israël's vijanden het begrip bezetting, waaraan ze natuurlijk een einde willen maken, wel heel ruim interpreteren. Ahmadinejad zei onomwonden dat het aftellen tot de vernietiging van Israël is begonnen. Al twee jaar bezigt hij deze Israel delenda est mantra, en hij doet er alles aan om zijn droom, en die van vele andere fanatieke moslims, te verwezenlijken. Ook de weigering van Hamas om Israël te erkennen laat zien dat de kans klein is dat Israël, een toekomstige Palestijnse staat en alle andere landen in de regio in de nabije toekomst als goede buren naast elkaar zullen kunnen leven. Hamas' gedrag is weer een excuus voor Israëlische hardliners om niet met de Palestijnen te onderhandelen. Enzovoort, enzovoort. Haat, angst, halsstarrigheid, religie, prestige, strategische belangen, het gedrag en de opvattingen en de schuld van 'de ander', er is geen gebrek aan oorzaken, redenen en schijnredenen die verklaren of rechtvaardigen waarom er toch vooral niet gepraat wordt. Het is niet echt om vrolijk van te worden. Van het Israëlische optimisme van veertig jaar geleden merk je nu nog weinig. Ik ben zelf een jaar na die oorlog geboren, ik ken alleen het Israël van na 1991-2, en van mijn oudere vrienden en familieleden heb ik begrepen dat Israël in de 25 jaar daarvoor enorm veranderd is, en in veel opzichten niet bepaald ten goede. Veel van de kwalen die de in feite nog erg jonge staat vandaag teisteren zijn direct of indirect op de bezetting terug te leiden. Die bezetting wordt door veel Israëliërs dan ook als een last ervaren. Het is alleen de vraag – zeker gezien de gevolgen van bijvoorbeeld de eenzijdige terugtrekking uit Gaza – hoe Israël van die last kan afkomen. Politieke moed en wijsheid zijn harder nodig dan ooit, en juist daaraan lijkt het niet alleen in Israël maar ook regionaal en wereldwijd te ontbreken. Je zou je met recht kunnen afvragen, zoals een lezer van mijn weblog deed, of de overwinning van toen niet uiteindelijk op een nederlaag zal kunnen uitdraaien. Laten we hopen en bidden dat het zover niet zal komen.

No comments: