Saturday, November 24, 2007

The following article appears today in the Dutch daily Friesch Dagblad. An English translation can be found in The Van Der Galiën Gazette. Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad. Ik heb een Engelse vertaling gemaakt voor The Van Der Galiën Gazette.
Van Maryland naar Maryland,
dertig jaar vredesconferenties
Volgende week vindt d.v. in het Amerikaanse Annapolis de zoveelste vredesconferentie over het Midden-Oosten plaats. Toevallig werd deze week herdacht dat de Egyptische President Anwar Sadat als eerste Arabische leider een officieel bezoek aan Israël bracht. Dat bezoek leidde tot onderhandelingen in Camp David, die na bijna twee weken van dramatische onderhandelingen resulteerden in een vredesverdrag tussen Israël en Egypte. Annapolis is de hoofdstad van de staat Maryland, waar ook Camp David ligt, maar het lijkt me sterk dat de twee plaatsnamen een gelijk gewicht in de geschiedenis van het Midden-Oosten zullen krijgen. Het doel van de door president George W. Bush georganiseerde conferentie is het opstellen van een document dat – min of meer op basis van de alweer bijna vergeten “ routekaart voor vrede ” die ruim vijf jaar geleden door Bush, met steun van de EU, Rusland en de VN, naar buiten werd gebracht – uiteindelijk moet leiden tot een Palestijnse staat en een einde van het Palestijns-Israëlische conflict. Één van de belangrijkste redenen waarom dat doel vrijwel zeker niet gehaald zal worden is de ronduit zwakke positie van de drie belangrijkste deelnemers aan de bijeenkomst: de Amerikaanse president, de Palestijnse president Abu-Mazen en de Israëlische premier Olmert. Niet één van hen wordt door een meerderheid van zijn volk werkelijk en van harte gesteund en vertrouwd. Het allerbelangrijkste verschil tussen Camp David 1978 en Annapolis 2007 is de gastheer. Ik ben absoluut geen fan van Jimmy Carter en heb serieuze bedenkingen bij veel van wat hij de laatste jaren over Israël gezegd en geschreven heeft. Toch heeft de man zonder meer zijn sporen in de geschiedenis van Israël verdiend met zijn rol bij het tot stand komen van de Camp David akkoorden. Vanaf het begin van zijn presidentschap was vrede in het Midden-Oosten één van zijn belangrijkste prioriteiten. Zonder de moed en het initiatief van Sadat was er misschien wel niets gebeurd, maar zonder de persoonlijke betrokkenheid van de Amerikaanse president bij onderhandelingen tussen Israël en Egypte waren Sadat en Begin niet de historische figuren geworden die ze nu zijn. Op cruciale momenten tijdens de onderhandelingen heeft Carter's onverzettelijkheid letterlijk de doorslag gegeven. Je zult mij niet betrappen op wat in het Engels Bush-bashing ( lett. slaan, het continu afgeven op de huidige Amerikaanse president, niet zelden een volkomen geaccepteerde uiting van meer algemene anti-Amerikaanse gevoelens ) heet, maar ik geloof dat van alle terreinen waarop de huidige Amerikaanse president gefaald heeft het Palestijns-Israëlische conflict een van de belangrijkste is. Vanaf 2000 heeft hij de Palestijnen en Israël laten aanmodderen. Sommige Israëliërs hebben Bush jr. de meest-Israël-vriendelijke president ooit genoemd. Volgens mij zou een echte vriend veel meer betrokkenheid hebben getoond. Voor de invasie van Irak - waarvoor ik aarzelend steun uitsprak, deels vanuit de instinctieve overweging "Moet je zien wie er tegen is!" – schreef ik dat Bush en zijn regering de periode sinds de val van de Taliban beter hadden kunnen besteden aan het uitdenken en verkopen van een alomvattend ontwikkelingsprogramma en vredesplan voor het Midden-Oosten dan aan het uitdragen van de "Baghdad delenda est" mantra. Zo'n programma en plan zijn er nooit geweest, dat moge duidelijk zijn. Annapolis is een leuke photo op om acht verloren jaren af te sluiten, maar het is vooral een kwestie van way too little, much too late. Is Annapolis dan totaal zinloos? Dat nou ook weer niet. Elke kans die wordt aangegrepen om te laten zien dat Israëlische en Arabische functionarissen of politieke leiders min of meer op voet van gelijkwaardigheid met elkaar kunnen praten en onderhandelen is al een prestatie op zich. Mannen als Anwar Sadat, koning Hussein, Menachem Begin en Yitzhak Rabin hebben wat dat betreft een moedig en vruchtdragend voorbeeld gegeven. In Israël zijn de meeste mensen zeer cynisch over het nut en de uitkomst van Annapolis. Toch zijn het vooral de fanatici die er faliekant tegen zijn, zij verkondigen luid dat de conferentie een uitverkoop van Israël's belangen is. Net als bij alle voorgaande gelegenheden hebben extremisten aan beide kanten van het conflict belang bij een compleet falen van deze vredesconferentie. De Palestijnse terroristen en hun Iraanse en andere broodheren laten zich ook niet onbetuigd. In hun ogen is Abu Mazen een verrader, en het aantal aanslagpogingen is de laatste weken weer eens flink gestegen. Immers, terreur leidt tot Israëlische reacties, waardoor Abu Mazen zijn beloften aan de Palestijnen niet kan waarmaken en Hamas als alternatief weer aantrekkelijker – of minder onaantrekkelijk – wordt. Ook Israëlische politici als Binyamin Nethanyahu en de ultra-rechtse minister Lieberman proberen weer bijna vergenoegd hun gelijk te halen: zie je wel, toegeven leidt alleen maar tot ( meer ) terreur. Als je ziet wie hun best doen om Annapolis te laten mislukken zou je bijna hopen dat Ehud Olmert gelijk heeft wanneer hij zegt dat het feit dat de conferentie überhaupt plaatsvindt haar al tot een succes en een overwinning maakt.

No comments: