Tuesday, July 22, 2008

Bezint eer ge begint

Het volgende artikel staat vandaag in het Reformatorisch Dagblad.
Geen aanval op Iran als verkiezingsstunt, a.u.b!
In Israël kun je niet echt van komkommertijd spreken. Er gaat haast geen dag voorbij of er wordt ergens in de regio een wapentest uitgevoerd danwel gephotoshopt, of iemand in Jeruzalem of Teheran laat weer zien of horen dat hij niet bang is voor ‘de andere kant’. Dagelijks ontdekken Israëliërs weer iets nieuws, zelden iets goeds, over hun premier. Wat er aan oppositie bestaat is ook niet echt hoopgevend. Likoed-leider Binyamin Nethanyahu heeft eerder al bewezen dat ook hij arm aan ideeën is, en niet vies van persoonlijk gewin. Tegenwoordig zou ik zeggen dat als een volk inderdaad de leiders krijgt die het verdient, zowel Israël als de Palestijnen niet bepaald grootverdieners zijn. Niet dat er in Israël geen goede, onkreukbare en schijnbaar betrouwbare, potentiële politieke leiders voorhanden zijn, maar die kandidaten zijn politiek dusdanig verspreid dat er een nieuwe partij voor nodig zou zijn om hun een solide politieke machtsbasis te geven. En niemand zit hier op nog een partij te wachten. De Israëlische regering worstelt al maanden met enkele van de moeilijkste beslissingen die Israëlische leiders ooit moesten nemen. Veel van die beslissingen hebben te maken met Iraanse pogingen om het tweede islamitische ( en het eerste sji‘ietische ) land met atoomwapens te worden. Natuurlijk benadrukt Iran dat zijn nucleaire ambities slechts vreedzame doelen dienen. Bernard Bot zei mij eerder dit jaar hierover: “...als je met verrijken verder gaat dan kom je ook wel een keer bij die bom uit, met of zonder kiekeboetje spelen”. Alhoewel hij de Iraanse dreiging sterk nuanceerde sprak de voormalige minister van buitenlandse zaken in datzelfde gesprek, dat begin september samen met veertien andere interviews in boekvorm verschijnt, toch ook zijn twijfels uit over de waarde van de beloften die Teheran verstrekt. Afshin Ellian citeerde onlangs een hoge Iraanse functionaris, die over de Iraans-Westerse nucleaire onderhandelingen onder de voormalige president Khatami zei: "We hadden een openbaar beleid van onderhandelen en het bevorderen van het wederzijdse vertrouwen, en we voerden achter de schermen het beleid van de voortzetting van onze activiteiten”. Iraniërs of moslims hebben geen monopolie op liegen en stiekem doen, maar toch kan ik het Israël en de Verenigde Staten niet kwalijk nemen als ze de mogelijkheid van een nucleair Iran als een enorm gevaar zien, dat bezworen dient te worden. Nucleaire capaciteiten voor het regime van de ayatollahs vormen een levensgevaarlijke combinatie met de keer op keer geuite, consequente dreigementen van president Ahmadinejad richting Israël en de rest van het Westen. En laat niemand nu aankomen met het ‘argument’ dat ook Israël atoomwapens heeft. Je kunt tegen de bezetting zijn ( dat ben ik ), en veel aspekten van Israëls politiek afkeuren ( dat doe ik ). Toch moet je wel een ongelooflijk groot bord voor je kop en/of een gruwelijke hekel aan Joden hebben wanneer je de al decennia oude nucleaire capaciteiten van Israël op één voet stelt met de ambities van een ondemocratisch, anti-westers regime dat mensen vanwege hun sexuele geaardheid ophangt, dat gebaseerd is op een eschatologische ideologie, dat keer op keer de vernietiging van Israël predikt en belooft, en dat in de bijna dertig jaar van zijn bestaan zijn uiterste best heeft gedaan om die belofte met alle beschikbare middelen ( in Libanon, Syrië, de Palestijnse gebieden, Zuid-Amerika ) na te komen. Ik snap heel goed dat indien diplomatieke en economische dwang niet helpen, militaire actie een reële optie is. Ik begrijp ook dat het belangrijk is dat de Iraanse regering en legerleiding dat inzien. Zonder serieuze en concrete militaire druk is de kans nihil dat diplomatieke en economische dwang zal slagen. Toch ben ik bang dat er een kans bestaat dat de Verenigde Staten of Israël een oorlog met Iran om de verkeerde redenen – en met onjuiste oogmerken – zullen beginnen. Namelijk om een wat het Midden-Oosten betreft totaal mislukt presidentschap te ‘redden’ of een partijgenoot in het zadel te helpen, dan wel om justitie nog even buiten de deur te houden. Als de Amerikaanse en ( of ) Israëlische politieke en militaire leiders tot de conclusie komen dat zij alleen met militaire middelen Iran ervan kunnen weerhouden om nucleaire wapens te bemachtigen, en als zij ervan overtuigd zijn dat militaire actie mogelijk is en zin heeft, dan zou ik waarschijnlijk vrede kunnen hebben met zo'n actie. Als zo'n oorlog echter begint als een soort veredelde verkiezingsstunt of politiek lapmiddel, breekt de hel hier los. Dan zal wat Frits Bolkestein mij over het Amerikaanse beleid in Irak zei ook voor Iran gelden: “ Fools rush in where angels fear to tread ”. Laten we hopen dat Olmert en Bush het Hebreeuwse en Engelse equivalent van “ Bezint eer ge begint ” kennen en in acht nemen. Bert de Bruin is historicus. Deze week verscheen (*) zijn boek, Israël en ik – Vijftien bekende Nederlanders over hun verhouding met een zestigjarige, bij uitgeverij Aspekt. (*) In het RefDag en op de website van de krant staat "In september verschijnt...". Toen ik het stuk indiende wist ik nog niet beter of de uitgever en het CIDI wilden wachten met het uitbrengen van het boek tot de officiele presentatie ervan. Kort daarna kreeg ik te horen dat het nu al verkrijgbaar zal zijn, ik ben vergeten dat aan de redactie van het RefDag door te geven.

No comments: