Wednesday, July 16, 2008

Jodenhaat en -nijd

Als het goed is staat het volgende artikel vandaag in het Friesch Dagblad.
Jodenhaat en -nijd
Aan onderbuikgevoelens die je in online commentaren tegenkomt kun je volgens mij bepaalde tendensen in de publieke opinie aflezen. Als die veronderstelling juist is viert de haat tegen Joden ( en moslims ) in Nederland momenteel hoogtij. Op de website van de Telegraaf kom je regelmatig juweeltjes van onversneden antisemitisme – niet zelden in foutrijk, allo- en autochtoon Nederlands – tegen. Onlangs ontlokte de onthoofding van het wassen beeld van Adolf Hitler in Berlijn de Duits-Joodse schrijver Henryk Broder de cynische opmerking: “Eindelijk is een aanslag op Hitler geslaagd”. Die uitspraak was voor een Telegraaflezer voldoende reden om te schrijven: “De Israeliers van nu zijn erger als de nazi's van toen, hopelijk zullen dit jaar meer aanslagen van Palestijnen tegen Israel slagen voor hun onmenselijke beleid in het midden oosten tov andere volkeren”. Ene ‘Gerrit’ uit Amsterdam schreef: “Holocaust wordt overdreven, tuurlijk is het niet fijn dat ze mensen vergasde maar ze hebben echt geen miljoenen mensen de dood in gejaagd (behalve veel soldaten zijn gesneuveld)”. Het zou me niet verbazen als dezelfde lezers bij andere gelegenheden juist weer moslims op de korrel nemen. Extreem-rechtse Europeanen delen hun jodenhaat met Islamisten en linkse extremisten, net zo goed als ze hun islamofobie gemeen hebben met ultra-rechtse sympathisanten van Israël. Israël begaat onrecht tegen de Palestijnen, onrecht dat in veel gevallen onnodig en niet te rechtvaardigen is. Om dat vast te stellen hoef je Israël of de Joden geen kwaad hart toe te dragen. Toch vraag ik me altijd af of de ‘solidariteit’ van veel Nederlanders met de arme Palestijnen net zo groot en oprecht zou zijn als die Palestijnen in ‘het’ conflict tegenover een niet-joodse tegenstander stonden. Die vraag zal nooit beantwoord kunnen worden, tenzij – God verhoede – Israëls talrijke vijanden ooit hun zin krijgen. Op de website van NRC Handelsblad kon men vorige week discussiëren over de teruggave van geroofde oorlogskunst aan ( Joodse ) erfgenamen. Dat die krant een minder populistisch medium is dan de Telegraaf kon je misschien aflezen aan het ietwat correctere Nederlands van de feedbackers, maar de haat en de nijd die er tegen Joden en tegen Israël werden gespuid waren er niet minder om. Vergelijkingen tussen Israël en Nazi-Duitsland, en termen als “holocaust-industrie”, de “ware aard” van Joden, “ongebreidelde hebzucht”, vlogen je om de oren. Het lijkt wel alsof je alleen bij Joden slechte trekjes tegenkomt als er geld en advocaten in het spel zijn. Slechts een enkele lezer verwees naar de andere kant van dit verhaal. Een journalist die zich uitgebreid met dit onderwerp heeft beziggehouden zegt over die andere kant in mijn binnenkort te verschijnen boek: “…het is en blijft een schande dat banken, verzekeraars, de Nederlandse overheid, bijna een half miljard Euro hebben gejat. En dat ze altijd gedacht hebben: ‘Laat maar zitten.’ […] Ze hebben hier met enthousiasme de zolders leeggehaald, de boedels meegenomen en de boel gejat. En het vervolgens na de oorlog niet teruggegeven”. Antisemitisme – en nee, ik bedoel hiermee niet de kritiek op Israël, die kritiek is vaak legitiem, ik onderschrijf haar grotendeels – heeft zijn wortels onder andere in afgunst, angst, en schuld en wrevel over de eigen tekortkomingen van de antisemitiet. Wanneer Europeanen vergelijkingen maken tussen Israël en Nazi-Duitsland is dat niet alleen maar een gevolg van hun totale gebrek aan kennis over zowel het Israëlisch-Palestijnse conflict als de Tweede Wereldoorlog. Veel mensen haten Israël en de Joden ook doodgewoon omdat dat land en dat volk hen aan het donkerste hoofdstuk uit de recente Europese geschiedenis blijven herinneren. Die herinnering brengt schuldgevoelens met zich mee. De meeste Europeanen hebben de jaren 1933-45 niet bewust meegemaakt, en figuren als Dries van Agt kunnen nog zo vaak beweren dat zulke schuldgevoelens misplaatst zijn, dat maakt die gevoelens niet minder sterk ( of de Joden meer geliefd ). Ook een dreigende aanval op Iran roept veel anti-joodse en anti-Israëlische reacties op, zoals deze: “Hopelijk zullen alle moslims zich achter Iran scharen en zal Iran Israel er flink van langsgeven ”. Veel mensen – soms dezelfde mensen die het voor ‘de’ Islam in hun broek doen – schijnen te denken dat de wereld a better place zou zijn zonder Israël: zonder dat rotland zullen de moslims zich rustig houden, zullen de Joden een minder grote mond hebben, zal de prijs voor een vat olie niet meer zo idioot hoog zijn, en kan Europa het donkerste hoofdstuk uit zijn geschiedenis langzaam maar zeker eindelijk eens gaan vergeten. Het zou goed zijn als de jodenhaters die door angst voor ‘de Islam’ worden geleid zich realiseerden dat Israël en de Joden op de lange lijst van potentiële en legitieme slachtoffers van de diverse Islamitische extremisten slechts een of twee plaatsen hoger staan dan alle andere westerlingen. Triest genoeg bezetten gematigde en andersdenkende moslims op die lijst de eerste plaats. De eerlijkheid gebiedt hier te benadrukken dat er ook online commentatoren zijn die zich beklagen over de haat, de kortzichtigheid en het onbenul van hen die Israël en de Joden beschimpen en vervloeken. Bovendien is er een groot contrast tussen wat ik vaak online lees en wat ik bijvoorbeeld hoorde van ‘gewone’ Nederlanders tijdens ons gedwongen verblijf in Nederland precies twee jaar geleden. Ik hoop dan ook van ganser harte dat twee van de begin dit jaar door mij geïnterviewde personen – één Joods, de ander niet-joods, beiden hebben bewust ‘de’ oorlog meegemaakt – ongelijk hadden toen ze me vertelden dat er in Nederland voor Joden geen toekomst meer is. Bert de Bruin is historicus. Begin september verschijnt zijn boek Israël en ik – Vijftien bekende Nederlanders over hun verhouding met een zestigjarige.

No comments: