Friday, September 26, 2008

Interview met Danny Yatom

Het volgende artikel stond deze en vorige week in respectievelijk het Friesch en het Reformatorisch Dagblad.
“Er mag niet gewacht worden tot Iran een nucleaire bom heeft” Interview met Danny Yatom door Bert de Bruin
Danny Yatom is vanaf de jaren zestig vrijwel voortdurend rechtstreeks of indirect actief geweest aan de Israëlische kant van het conflict én van het vredesproces met de Palestijnen. Tijdens zijn militaire carrière diende hij onder andere als soldaat en officier in de elite-eenheid Sayeret Matkal en bij de pantserinfanterie. Onder Yitzhak Rabin en Shimon Peres was Yatom ‘militair secretaris’ ( adviseur, volgens sommigen één van de invloedrijkste posities binnen het Israëlische veiligheidsapparaat ) van de premier. Meteen daarna werd hij benoemd tot hoofd van het Instituut voor Inlichtingen en Speciale Operaties, kortweg bekend als de Mossad ( het instituut ). Twee jaar na zijn aanstelling nam Yatom ontslag, na twee operationele blunders van Israëls buitenlandse inlichtingendienst. In de jaren daarna werkte hij als politiek en militair adviseur van premier en minister van defensie Ehud Barak, en later als directeur van één van de onderdelen van het Koor-concern. Vanaf 2003 was Danny Yatom namens de Arbeidspartij een zeer actief lid van de Knesset. Hij kondigde drie maanden geleden zijn vertrek uit de Knesset aan, vanwege zijn gebrek aan vertrouwen in premier Olmert, en omdat hij vindt dat hij als parlementariër te weinig invloed heeft. Welke bedreigingen vormen een gevaar voor Israël? Israël kent zowel interne als externe bedreigingen. Ik zal met de binnenlandse gevaren beginnen. Ook al halen die problemen de krantekoppen minder gauw, het zou dom en levensgevaarlijk zijn om hen te verwaarlozen. Israëls politieke systeem is waardeloos en corruptiegevoelig, het maakt politieke stabiliteit onmogelijk. Corruptie, een verschijnsel dat nu ook in de hoogste regionen te vinden is, is als kanker, het eet de maatschappij van binnenuit op. Het onderwijsniveau is de laatste jaren gedaald, er moet grondig in het onderwijs geïnvesteerd worden. Technologie en kennis zijn van levensbelang voor de Joodse staat. Tenslotte moet de zorg voor de zwakkeren – de Holocaust-overlevenden, de armen – weer prioriteit krijgen. Er moet niet alleen maar geld in het centrum van het land en in de welvarende sectoren van de maatschappij worden gestoken, maar ook in de randgebieden en in de minder kansrijke sectoren. De Israëlische maatschappij is afhankelijk van solidariteit, we moeten voor elkaar zorgen. Van buitenaf is de Iraanse dreiging het gevaarlijkst. De dreiging van oorlog met Israëls buurlanden acht ik niet al te groot. Wel is Hezbollah wederom actief ten zuiden van de Litani rivier. Resolutie 1701, die zulke activiteite expliciet verbiedt, is een hol vat, mede doordat het Libanese leger en UNIFIL niet bereid zijn om de confrontatie met Hezbollah aan te gaan. Israël heeft gefaald in die oorlog, dat is de reden waarom ik vond dat premier Olmert na het Winograd-rapport moest aftreden, en dat – toen dat niet gebeurde – mijn partij, de Arbeidspartij, uit de regeringscoalitie had moeten stappen. Met het derde buitenlandse gevaar, de terreur, hebben we dagelijks te maken. In januari 2006 zei u ( in een interview met het RefDag, BdB ) dat een verkiezingsoverwinning voor Hamas het einde van het vredesproces zou betekenen, en dat Israël in dat geval eenzijdige stappen zou moeten nemen. In hoeverre geldt dat nog? De overwinning van Hamas was in feite een doodsklap voor het vredesproces. Er is sinds januari 2006 niets positiefs gebeurd in dat proces. Hamas heeft de macht in Gaza overgenomen, president Abu Mazen heeft geen controle over de helft van zijn volk. Zelfs op de Westoever kan hij nauwelijks regeren. Het is goed dat we uit Gaza vertrokken zijn, maar iets soortgelijks is op de Westoever onmogelijk, we kunnen Hamas daar niet ook de macht laten grijpen. Het is, gezien Abu Mazens zwakte, zinloos om momenteel over de kernproblemen van het conflict te onderhandelen. Wat we wel kunnen, en moeten, doen is helpen om het bestuur van de Palestijnse Autoriteit op poten te zetten. Europa, in de persoon van Tony Blair, en de Amerikaanse generaal Keith Dayton werken daar aan. Ook Rusland zou hier meer bij betrokken moeten worden. Onderhandelingen met de Palestijnen hebben zin zolang ze gaan over actuele zaken en het versterken van de PA als doel hebben. Hier is tot nu toe door Israël te weinig aandacht aan geschonken. Een definitief vredesverdrag, en dus ook een Palestijnse staat, zie ik niet binnen afzienbare tijd tot stand komen. We kunnen niet alleen een verdrag over de Westoever sluiten, omdat we dan de volledige prijs moeten betalen in ruil voor, hooguit, een gedeeltelijke vrede. De recente vrijlating van gevangenen versterkt Abu Mazen niet. De 200 gevangenen die nu worden vrijgelaten zijn een druppel in de zee. In ruil voor de terugkeer van Gilad Shalit, daarentegen, ben ik bereid heel ver te gaan, inclusief de vrijlating van moordenaars. Als soldaat en als Israëli geloof ik in het ethos dat de staat alles moet doen om de soldaten, die hij mobiliseert en die hun leven voor hem op het spel zetten, naar huis te brengen. Als het kan levend en in goede gezondheid, maar ook indien ze gesneuveld zijn, zoals in het geval van Ehud Goldwasser en Eldad Regev. Hoe schat u de kansen op succesvolle onderhandelingen met Syrië in? Onder premier Rabin was ik bij die onderhandelingen betrokken. Met de Syriërs hebben we slechts één probleem, dat van de grens. In ruil voor echte vrede zal Israël bereid zijn om zich tot de grenzen van juni 1967 terug te trekken. Alle premiers na Rabin hebben dit feitelijk kenbaar gemaakt. Wel moeten het heuse onderhandelingen worden, geen verkenningsgesprekken zoals nu. Syrië wacht op de opvolger van Olmert, en ook op de volgende Amerikaanse president, om met echte onderhandelingen te beginnen. Twee jaar geleden zei u dat de Iraanse dreiging nog niet rijp was. Is ze dat nu wel? Er is nog geen bom. Maar de wereld mag niet wachten tot die er is, want dan zal het te laat zijn. Iran is het point of no return, waarna het geen buitenlandse hulp of materialen meer nodig heeft voor de produktie van een atoomwapen, nog niet gepasseerd. Maar we mogen niet vertrouwen op de produktieproblemen van de Iraniërs. De tijd werkt in ons nadeel. Israël moet er alles aan doen om de wereld ervan te overtuigen dat een nucleair Iran niet alleen maar Israël bedreigt, maar evenzeer een gevaar vormt voor de Golfstaten, Egypte, Saoedi-Arabië, en ook voor Europa en de Verenigde Staten. De wereld moet de sancties aanscherpen, en serieus rekening houden met de mogelijkheid van militaire actie om de nucleaire infrastructuur van Iran te vernietigen. Israël is niet de aangewezen partij voor zo'n actie, het kan niet de problemen van de hele wereld op zijn smalle rug dragen. Ook Europa zou assertiever moeten zijn. Er zijn veel te veel mazen in het handelsnet met Iran. Europese bedrijven houden de Iraanse economie, en daarmee het atoomprogramma draaiende. Alex Fishman ( een Israëlische columnist ) schreef recentelijk dat een luchtaanval tegen Iran geen optie is, omdat de dreiging te omvangrijk is. Deelt u die mening? Hij heeft gelijk wanneer hij zegt dat het onmogelijk is om elke lokatie en elke vorm van nucleaire activiteit totaal te vernietigen. Maar alle vitale lokaties van het Iraanse atoomprogramma zijn bekend bij de internationale inlichtingendiensten. Als de beschaafde wereld besluit om die lokaties te raken is het heel goed mogelijk om dat programma met tien, vijftien jaar te vertragen, danwel stop te zetten. Bert de Bruin is historicus. Onlangs kwam zijn eerste boek uit, Israël en ik – Vijftien bekende Nederlanders over hun verhouding met een 60-jarige.

No comments: