Friday, September 26, 2008

Interview met Eldad Hayet

Het volgende artikel stond onlangs in het Reformatorisch Dagblad en in het Friesch Dagblad:
“Solidariteit is één van onze belangrijkste wapens”
De verhalen van de vermiste soldaten vormen een centraal hoofdstuk in de geschiedenis van Israël. Vorige maand betaalde het land een hoge prijs – vijf terroristen, waaronder één notoire kindermoordenaar, plus de lichamen van zo'n 200 Libanese en Palestijnse terroristen en strijders – voor de stoffelijke overschotten van Ehud Goldwasser en Eldad Regev, wier ontvoering in de zomer van 2006 als het begin van de Tweede Libanonoorlog wordt beschouwd. Eldad Hayet – voormalig persadviseur van de Israëlische ambassade in Den Haag – is coördinator voor vermiste en gevangen soldaten op het Israëlische ministerie van buitenlandse zaken. Ik sprak met hem op zijn kantoor in Jeruzalem. Wat is uw functie? Ten aanzien van de vermiste soldaten is het Israëlische beleid er op gericht om hen vrij te krijgen, of in ieder geval te weten te komen wat er met hen gebeurd is. Het ministerie van buitenlandse zaken houdt zich in deze context bezig met die gevallen waarbij er een kans, hoe klein ook, bestaat dat de soldaten zich in het buitenland, in vijandelijk gebied – Libanon, Syrië, Gaza, Iran – bevinden, en dat diplomatie kan helpen om hen weer thuis te krijgen. Twee dossiers werden onlangs gesloten. Onder mijn verantwoordelijkheid vallen momenteel zes actieve dossiers. Zecharya Baumel, Yehuda Katz, en Zvi Feldman raakten vermist in de slag bij Sultan Yaqub, in Libanon in juni 1982. Vier jaar later werd het vliegtuig van navigator Ron Arad boven Libanon neergeschoten. We slaagden erin om zijn piloot te redden, maar Ron werd gevangen genomen door de Amal militie, en we weten niet wat er daarna met hem gebeurd is. Guy Hever verdween in augustus 1997 spoorloos in Noord-Israël, vlak bij de Syrische grens. Tenslotte Gilad Shalit. Hij werd in juni 2006 tijdens een aanval vanuit Gaza ontvoerd en wordt sindsdien door de Hamas vastgehouden.
De families van deze soldaten worden begeleid door een speciale afdeling binnen het leger, en ook het ministerie van buitenlandse zaken helpt hen zoveel mogelijk. Zo organiseren we ontmoetingen met buitenlandse regeringsleiders en diplomaten wanneer die personen naar Israël komen, of we helpen familieleden van de soldaten als ze naar het buitenland reizen om wereldwijd aandacht te vragen voor het lot van hun geliefden. Dit is een heel gevoelige taak, ik zie het als een soort zending. Het gaat om een heel menselijk onderwerp, waar iedere Israëli zich mee kan identificeren. Voor buitenstaanders is de brede maatschappelijke steun van de Israëlische bevolking voor de families van de soldaten opvallend. Hoe verklaart u die solidariteit? Allereerst is het Israëlische leger een volksleger, nog steeds. Vrijwel iedereen, ongeacht zijn of haar socio-economische status, vervult de dienstplicht. Vandaag gaat het om mijn zoon, morgen om de dochter van mijn buurman of de kleinzoon van een collega. Dat creëert solidariteit. Daarnaast leeft de bevolking hier al sinds de oprichting van de staat met een gevoel van omringend gevaar. Die dreiging kan heel amorf of zeer concreet zijn, maar iedereen is zich ervan bewust. We weten dat we het met elkaar moeten redden, hoezeer we elkaar soms ook het leven zuur kunnen maken. Tenslotte is het ‘vrijkopen’ van gevangenen een belangrijke waarde in het jodendom. Niet tegen elke prijs, maar wel tegen elke mogelijke prijs. President Peres zei het onlangs pakkend: “Wij zijn een volk van waarden, niet van prijzen”. Dat wij ons druk maken om elk van onze soldaten – zelfs als hij niet meer leeft – maakt ons uiteindelijk sterker, als mensen en als maatschappij. Solidariteit is één van onze belangrijkste wapens.
Toen ik in Den Haag werkte merkte ik heel duidelijk dat mensen buiten Israël zich intensief voor ons inzetten, ook als het gaat om het vrijkrijgen van onze vermiste soldaten. Dat ontroert en sterkt ons, zeg ik met veel waardering en emotie. Politieke, diplomatieke druk is belangrijk, en morele, publieke aandacht voor dit onderwerp helpt daarbij. Het is gewoon onacceptabel dat soldaten jarenlang in isolatie worden vastgehouden, dat het Rode Kruis geen contact met hen mag hebben, dat hun families in het ongewisse worden gelaten over hun lot, dat er met de diepste gevoelens van mensen gesold wordt. De schuldige groeperingen en regeringen moeten begrijpen dat beschaafde landen zich met zulk gedrag niet kunnen en willen verzoenen. Bert de Bruin is historicus. Onlangs kwam zijn eerste boek uit, Israël en ik – Vijftien bekende Nederlanders over hun verhouding met een 60-jarige.

No comments: