Friday, December 05, 2008

Oorlogshuis

Het volgende artikel staat als het goed is vandaag in het Friesch Dagblad. Hebron is één van de meest beladen brandhaarden in het toch al zo brandbare Midden Oosten. De Arabische naam van de stad, Al-Khalîl ( ‘de vriend’), verwijst naar aartsvader Abraham, volgens de Islamitische traditie ‘de vriend van God’. Ook de Hebreeuwse wortel van de naam Hebron draagt de betekenis van vriend. Het woord 'gabber' is afkomstig van dezelfde wortel. Een ironische naam. Voor religieuze Joden is Hebron de belangrijkste stad na Jeruzalem. Volgens de Joodse en islamitische overlevering liggen in de Grot van de Patriarchen in de stad vier bijbelse – en 'koraanse' – echtparen begraven: Adam en Eva, Abraham en Sara, Izak en Rebekka, Jacob en Lea. In augustus 1929 vond er een pogrom plaats: in twee dagen werden 67 leden van de Joodse gemeenschap vermoord. Tot 1936 woonden er nauwelijks, en vanaf 1947 helemaal geen Joden in Hebron. In april 1968, nog geen jaar na de Zesdaage oorlog waarin Israël de Westoever op Jordanië veroverde, huurde een groep onder leiding van rabbijn Moshe Levinger een hotel in het stadscentrum om daar Pesach te vieren. Toen de groep bekend maakte dat ze er wilde blijven besloot de regering – voornamelijk bestaande uit leden van voorlopers van de huidige Arbeidspartij, met de Nationaal Religieuze Partij als coalitiepartner – om geen confrontatie aan te gaan, gedeeltelijk om politiek-emotionele redenen. In 1970 kregen de kolonisten toestemming om aan de oostelijke rand van Hebron een nederzetting te stichten op het terrein van een militaire basis, Kiryat Arba. Het beleid van de regeringen sinds 1968 werd meestal gekenmerkt door een mix van openlijke sympathie en steun voor de kolonisten danwel ontzag voor de sterke politieke lobby die voor hen actief is, en door een opvallende tolerantie en gebrek aan daadkracht tegenover wetsovertredingen door kolonisten. Het lijkt er vaak op dat de kolonisten boven de wet staan. In bezet gebied bepalen zij voor een belangrijk deel de Israëlische agenda. Eén ding is zeker: niet zelden heeft Israël de kolonisten met fluwelen handschoenen aangepakt in situaties waarin, als het om Palestijnen had gegaan, minstens rubberkogels zouden zijn gebruikt. In Kiryat Arba wonen nu ongeveer zevenduizend mensen. Vanaf 1979 zijn de kolonisten er in geslaagd om ook in Hebron zelf weer woningen in bezit te nemen. Deze techniek van "feiten op de grond creëren" is sinds jaar en dag een favoriet middel van de kolonisten: als een nederzetting er eenmaal staat of als een huis eenmaal gebruikt wordt of bewoond is, is het lastig om de nederzetting of het huis te ontruimen. Zo ontstond er een enclave van zo'n 80 gezinnen die midden tussen ruim 150,000 Palestijnen wonen. De Joodse gezinnen worden door het Israëlische leger beschermd. Het leven van de Palestijnen in het deel van de stad waar de kolonisten wonen – ofwel de dienst uitmaken – is mede daardoor volkomen ontregeld, zo niet onmogelijk gemaakt. Geweld en spanningen zijn in Hebron altijd net iets geweldiger en spannender dan elders in Israël of op de Westoever. Veel Israëliërs en Palestijnen werden er slachtoffer van terreuraanslagen, zoals bij de moord op 29 moslims in de Grot van de Patriarchen door een inwoner van Kiryat Arba in 1994 of de moord op 12 Israëliërs die achteneenhalf jaar daarna op vrijdagavond terug naar huis liepen vanuit de synagoge in dezelfde Grot. De laatste weken was alle aandacht gericht op één omstreden gebouw in Hebron dat door kolonisten was bezet. Het Hooggerechtshof bepaalde in november dat het huis ontruimd kan – of moet, daarover bestaat onenigheid – worden omdat de eigendomsbewijzen vervalst zouden zijn. Sindsdien hebben in Hebron en met name rond dat zogenaamde Huis van de Vrede – of Huis van het Conflict – vrijwel dagelijks gewelddadige confrontaties plaatsgehad tussen kolonisten en Palestijnen, en tussen kolonisten en Israëlische veiligheidstroepen. Vandalisme tegen Palestijnse eigendommen ( olijfbomen, huizen, moskeeën en begraafplaatsen ) is aan de orde van de dag. Voor sommige Israëliërs zijn de kolonisten van Hebron en Kiryat Arba helden en pioniers, anderen – ik heb de indruk dat zij een grote meerderheid vormen – zien hen als zeloten voor wie geen prijs te hoog is om het recht van Joden op héél het Land van Israël op te eisen. Het grove geweld van jongeren – soms hun gezicht bedekkend met een kefiyeh, net als Palestijnse jongeren tijdens de eerste Intifadah – tegen Palestijnen, soldaten en politieagenten zet kwaad bloed bij de meeste Israëliërs, evenals het aanmoedigen, door kolonisten, van dienstweigering. De leiders van de Yesha-raad – de vertegenwoordigers van de kolonistenbeweging – realiseren zich dat het geweld tegen het leger en de ordetroepen hun 'zaak' geen goed doet. Zij proberen weliswaar de extremistische jongeren – deels kolonisten, deels sympathisanten uit Israël zelf – in toom te houden, maar die jongeren hebben nog nauwelijks ontzag voor de meer gematigde en pragmatische kolonistenleiders, vooral sinds die laatsten er in 2005 niet in slaagden om de ontruiming van de nederzettingen in Gaza te voorkomen. Het is onmogelijk om één van de gevoeligste en potentieel gevaarlijkste strijdpunten in het Palestijns-Israëlische conflict in duizend woorden duidelijk uit te leggen of zelfs maar te beschrijven. En dan heb ik het hier alleen nog maar over de Israëlische kant van het verhaal gehad. Terwijl ik dit schreef werd er onderhandeld, en wachtte iedereen gespannen af: besluit de regering nog voor het weekeinde – of voor de verkiezingen: ook die spelen een rol – tot ontruiming van het oorlogshuis of niet? Inmiddels is het gebouw 'snel' en volkomen onverwacht ontruimd. Door het verrassingseffect bleef het geweld bij de ontruiming beperkt. Wel reageerden kolonisten hun woede en frustraties af af op Palestijnse huizen en olijfbomen, en de spanningen duren voort en zullen wellicht nog oplopen. Het doel van de extremisten is er voor te zorgen dat de Israëlische autoriteiten zich bij elke toekomstige ontruiming wel twee keer bedenken. De woorden staat in een staat, Joodse intifadah en zelfs burgeroorlog zijn al gevallen. Hebron is een molensteen om de nek van de Israëlische regering, dat is duidelijk. Dat die regering en haar voorgangers die molensteen zelf uitgehouwen, omgehangen en jarenlang gekoesterd hebben maakt de hele situatie alleen nog maar genanter, ingewikkelder en explosiever.

No comments: