Tuesday, September 30, 2008

Happy Holidays

These combined best wishes for Rosh HaShanah/Eid Al-Fitr were sent to me through the mailing list of the OneVoice Movement.

Monday, September 29, 2008

Shanah Tovah

( the picture, " A good year, sweet as honey ", I found here )

A happy, healthy and - hopefully - peaceful 5769!

Friday, September 26, 2008

Interview met Danny Yatom

Het volgende artikel stond deze en vorige week in respectievelijk het Friesch en het Reformatorisch Dagblad.
“Er mag niet gewacht worden tot Iran een nucleaire bom heeft” Interview met Danny Yatom door Bert de Bruin
Danny Yatom is vanaf de jaren zestig vrijwel voortdurend rechtstreeks of indirect actief geweest aan de Israëlische kant van het conflict én van het vredesproces met de Palestijnen. Tijdens zijn militaire carrière diende hij onder andere als soldaat en officier in de elite-eenheid Sayeret Matkal en bij de pantserinfanterie. Onder Yitzhak Rabin en Shimon Peres was Yatom ‘militair secretaris’ ( adviseur, volgens sommigen één van de invloedrijkste posities binnen het Israëlische veiligheidsapparaat ) van de premier. Meteen daarna werd hij benoemd tot hoofd van het Instituut voor Inlichtingen en Speciale Operaties, kortweg bekend als de Mossad ( het instituut ). Twee jaar na zijn aanstelling nam Yatom ontslag, na twee operationele blunders van Israëls buitenlandse inlichtingendienst. In de jaren daarna werkte hij als politiek en militair adviseur van premier en minister van defensie Ehud Barak, en later als directeur van één van de onderdelen van het Koor-concern. Vanaf 2003 was Danny Yatom namens de Arbeidspartij een zeer actief lid van de Knesset. Hij kondigde drie maanden geleden zijn vertrek uit de Knesset aan, vanwege zijn gebrek aan vertrouwen in premier Olmert, en omdat hij vindt dat hij als parlementariër te weinig invloed heeft. Welke bedreigingen vormen een gevaar voor Israël? Israël kent zowel interne als externe bedreigingen. Ik zal met de binnenlandse gevaren beginnen. Ook al halen die problemen de krantekoppen minder gauw, het zou dom en levensgevaarlijk zijn om hen te verwaarlozen. Israëls politieke systeem is waardeloos en corruptiegevoelig, het maakt politieke stabiliteit onmogelijk. Corruptie, een verschijnsel dat nu ook in de hoogste regionen te vinden is, is als kanker, het eet de maatschappij van binnenuit op. Het onderwijsniveau is de laatste jaren gedaald, er moet grondig in het onderwijs geïnvesteerd worden. Technologie en kennis zijn van levensbelang voor de Joodse staat. Tenslotte moet de zorg voor de zwakkeren – de Holocaust-overlevenden, de armen – weer prioriteit krijgen. Er moet niet alleen maar geld in het centrum van het land en in de welvarende sectoren van de maatschappij worden gestoken, maar ook in de randgebieden en in de minder kansrijke sectoren. De Israëlische maatschappij is afhankelijk van solidariteit, we moeten voor elkaar zorgen. Van buitenaf is de Iraanse dreiging het gevaarlijkst. De dreiging van oorlog met Israëls buurlanden acht ik niet al te groot. Wel is Hezbollah wederom actief ten zuiden van de Litani rivier. Resolutie 1701, die zulke activiteite expliciet verbiedt, is een hol vat, mede doordat het Libanese leger en UNIFIL niet bereid zijn om de confrontatie met Hezbollah aan te gaan. Israël heeft gefaald in die oorlog, dat is de reden waarom ik vond dat premier Olmert na het Winograd-rapport moest aftreden, en dat – toen dat niet gebeurde – mijn partij, de Arbeidspartij, uit de regeringscoalitie had moeten stappen. Met het derde buitenlandse gevaar, de terreur, hebben we dagelijks te maken. In januari 2006 zei u ( in een interview met het RefDag, BdB ) dat een verkiezingsoverwinning voor Hamas het einde van het vredesproces zou betekenen, en dat Israël in dat geval eenzijdige stappen zou moeten nemen. In hoeverre geldt dat nog? De overwinning van Hamas was in feite een doodsklap voor het vredesproces. Er is sinds januari 2006 niets positiefs gebeurd in dat proces. Hamas heeft de macht in Gaza overgenomen, president Abu Mazen heeft geen controle over de helft van zijn volk. Zelfs op de Westoever kan hij nauwelijks regeren. Het is goed dat we uit Gaza vertrokken zijn, maar iets soortgelijks is op de Westoever onmogelijk, we kunnen Hamas daar niet ook de macht laten grijpen. Het is, gezien Abu Mazens zwakte, zinloos om momenteel over de kernproblemen van het conflict te onderhandelen. Wat we wel kunnen, en moeten, doen is helpen om het bestuur van de Palestijnse Autoriteit op poten te zetten. Europa, in de persoon van Tony Blair, en de Amerikaanse generaal Keith Dayton werken daar aan. Ook Rusland zou hier meer bij betrokken moeten worden. Onderhandelingen met de Palestijnen hebben zin zolang ze gaan over actuele zaken en het versterken van de PA als doel hebben. Hier is tot nu toe door Israël te weinig aandacht aan geschonken. Een definitief vredesverdrag, en dus ook een Palestijnse staat, zie ik niet binnen afzienbare tijd tot stand komen. We kunnen niet alleen een verdrag over de Westoever sluiten, omdat we dan de volledige prijs moeten betalen in ruil voor, hooguit, een gedeeltelijke vrede. De recente vrijlating van gevangenen versterkt Abu Mazen niet. De 200 gevangenen die nu worden vrijgelaten zijn een druppel in de zee. In ruil voor de terugkeer van Gilad Shalit, daarentegen, ben ik bereid heel ver te gaan, inclusief de vrijlating van moordenaars. Als soldaat en als Israëli geloof ik in het ethos dat de staat alles moet doen om de soldaten, die hij mobiliseert en die hun leven voor hem op het spel zetten, naar huis te brengen. Als het kan levend en in goede gezondheid, maar ook indien ze gesneuveld zijn, zoals in het geval van Ehud Goldwasser en Eldad Regev. Hoe schat u de kansen op succesvolle onderhandelingen met Syrië in? Onder premier Rabin was ik bij die onderhandelingen betrokken. Met de Syriërs hebben we slechts één probleem, dat van de grens. In ruil voor echte vrede zal Israël bereid zijn om zich tot de grenzen van juni 1967 terug te trekken. Alle premiers na Rabin hebben dit feitelijk kenbaar gemaakt. Wel moeten het heuse onderhandelingen worden, geen verkenningsgesprekken zoals nu. Syrië wacht op de opvolger van Olmert, en ook op de volgende Amerikaanse president, om met echte onderhandelingen te beginnen. Twee jaar geleden zei u dat de Iraanse dreiging nog niet rijp was. Is ze dat nu wel? Er is nog geen bom. Maar de wereld mag niet wachten tot die er is, want dan zal het te laat zijn. Iran is het point of no return, waarna het geen buitenlandse hulp of materialen meer nodig heeft voor de produktie van een atoomwapen, nog niet gepasseerd. Maar we mogen niet vertrouwen op de produktieproblemen van de Iraniërs. De tijd werkt in ons nadeel. Israël moet er alles aan doen om de wereld ervan te overtuigen dat een nucleair Iran niet alleen maar Israël bedreigt, maar evenzeer een gevaar vormt voor de Golfstaten, Egypte, Saoedi-Arabië, en ook voor Europa en de Verenigde Staten. De wereld moet de sancties aanscherpen, en serieus rekening houden met de mogelijkheid van militaire actie om de nucleaire infrastructuur van Iran te vernietigen. Israël is niet de aangewezen partij voor zo'n actie, het kan niet de problemen van de hele wereld op zijn smalle rug dragen. Ook Europa zou assertiever moeten zijn. Er zijn veel te veel mazen in het handelsnet met Iran. Europese bedrijven houden de Iraanse economie, en daarmee het atoomprogramma draaiende. Alex Fishman ( een Israëlische columnist ) schreef recentelijk dat een luchtaanval tegen Iran geen optie is, omdat de dreiging te omvangrijk is. Deelt u die mening? Hij heeft gelijk wanneer hij zegt dat het onmogelijk is om elke lokatie en elke vorm van nucleaire activiteit totaal te vernietigen. Maar alle vitale lokaties van het Iraanse atoomprogramma zijn bekend bij de internationale inlichtingendiensten. Als de beschaafde wereld besluit om die lokaties te raken is het heel goed mogelijk om dat programma met tien, vijftien jaar te vertragen, danwel stop te zetten. Bert de Bruin is historicus. Onlangs kwam zijn eerste boek uit, Israël en ik – Vijftien bekende Nederlanders over hun verhouding met een 60-jarige.

Interview met Eldad Hayet

Het volgende artikel stond onlangs in het Reformatorisch Dagblad en in het Friesch Dagblad:
“Solidariteit is één van onze belangrijkste wapens”
De verhalen van de vermiste soldaten vormen een centraal hoofdstuk in de geschiedenis van Israël. Vorige maand betaalde het land een hoge prijs – vijf terroristen, waaronder één notoire kindermoordenaar, plus de lichamen van zo'n 200 Libanese en Palestijnse terroristen en strijders – voor de stoffelijke overschotten van Ehud Goldwasser en Eldad Regev, wier ontvoering in de zomer van 2006 als het begin van de Tweede Libanonoorlog wordt beschouwd. Eldad Hayet – voormalig persadviseur van de Israëlische ambassade in Den Haag – is coördinator voor vermiste en gevangen soldaten op het Israëlische ministerie van buitenlandse zaken. Ik sprak met hem op zijn kantoor in Jeruzalem. Wat is uw functie? Ten aanzien van de vermiste soldaten is het Israëlische beleid er op gericht om hen vrij te krijgen, of in ieder geval te weten te komen wat er met hen gebeurd is. Het ministerie van buitenlandse zaken houdt zich in deze context bezig met die gevallen waarbij er een kans, hoe klein ook, bestaat dat de soldaten zich in het buitenland, in vijandelijk gebied – Libanon, Syrië, Gaza, Iran – bevinden, en dat diplomatie kan helpen om hen weer thuis te krijgen. Twee dossiers werden onlangs gesloten. Onder mijn verantwoordelijkheid vallen momenteel zes actieve dossiers. Zecharya Baumel, Yehuda Katz, en Zvi Feldman raakten vermist in de slag bij Sultan Yaqub, in Libanon in juni 1982. Vier jaar later werd het vliegtuig van navigator Ron Arad boven Libanon neergeschoten. We slaagden erin om zijn piloot te redden, maar Ron werd gevangen genomen door de Amal militie, en we weten niet wat er daarna met hem gebeurd is. Guy Hever verdween in augustus 1997 spoorloos in Noord-Israël, vlak bij de Syrische grens. Tenslotte Gilad Shalit. Hij werd in juni 2006 tijdens een aanval vanuit Gaza ontvoerd en wordt sindsdien door de Hamas vastgehouden.
De families van deze soldaten worden begeleid door een speciale afdeling binnen het leger, en ook het ministerie van buitenlandse zaken helpt hen zoveel mogelijk. Zo organiseren we ontmoetingen met buitenlandse regeringsleiders en diplomaten wanneer die personen naar Israël komen, of we helpen familieleden van de soldaten als ze naar het buitenland reizen om wereldwijd aandacht te vragen voor het lot van hun geliefden. Dit is een heel gevoelige taak, ik zie het als een soort zending. Het gaat om een heel menselijk onderwerp, waar iedere Israëli zich mee kan identificeren. Voor buitenstaanders is de brede maatschappelijke steun van de Israëlische bevolking voor de families van de soldaten opvallend. Hoe verklaart u die solidariteit? Allereerst is het Israëlische leger een volksleger, nog steeds. Vrijwel iedereen, ongeacht zijn of haar socio-economische status, vervult de dienstplicht. Vandaag gaat het om mijn zoon, morgen om de dochter van mijn buurman of de kleinzoon van een collega. Dat creëert solidariteit. Daarnaast leeft de bevolking hier al sinds de oprichting van de staat met een gevoel van omringend gevaar. Die dreiging kan heel amorf of zeer concreet zijn, maar iedereen is zich ervan bewust. We weten dat we het met elkaar moeten redden, hoezeer we elkaar soms ook het leven zuur kunnen maken. Tenslotte is het ‘vrijkopen’ van gevangenen een belangrijke waarde in het jodendom. Niet tegen elke prijs, maar wel tegen elke mogelijke prijs. President Peres zei het onlangs pakkend: “Wij zijn een volk van waarden, niet van prijzen”. Dat wij ons druk maken om elk van onze soldaten – zelfs als hij niet meer leeft – maakt ons uiteindelijk sterker, als mensen en als maatschappij. Solidariteit is één van onze belangrijkste wapens.
Toen ik in Den Haag werkte merkte ik heel duidelijk dat mensen buiten Israël zich intensief voor ons inzetten, ook als het gaat om het vrijkrijgen van onze vermiste soldaten. Dat ontroert en sterkt ons, zeg ik met veel waardering en emotie. Politieke, diplomatieke druk is belangrijk, en morele, publieke aandacht voor dit onderwerp helpt daarbij. Het is gewoon onacceptabel dat soldaten jarenlang in isolatie worden vastgehouden, dat het Rode Kruis geen contact met hen mag hebben, dat hun families in het ongewisse worden gelaten over hun lot, dat er met de diepste gevoelens van mensen gesold wordt. De schuldige groeperingen en regeringen moeten begrijpen dat beschaafde landen zich met zulk gedrag niet kunnen en willen verzoenen. Bert de Bruin is historicus. Onlangs kwam zijn eerste boek uit, Israël en ik – Vijftien bekende Nederlanders over hun verhouding met een 60-jarige.

Thursday, September 25, 2008

Koos Meinderts - Langs de weg

Zoals beloofd, het gedicht van Koos Meinderts, met andere woorden: het pakket is aangekomen. Ik had het trouwens mis, het is geen vertaling, er staat bij vermeld: 'naar een Jiddisch volksliedje'.

Langs de weg Langs de weg staat een boom, kaal en kromgebogen. Alle vogels één voor één zijn er uitgevlogen. 'Mama, mama,' smeekt het kind, 'hou op met me te wiegen. Ik wil klimmen in die boom en als een vogel vliegen.' 'Jongen, jongen, doe het niet, ik wil je niet verliezen. Je zult daar in de boom van de kou bevriezen! Maar als je toch zo nodig wilt, trek aan je warmste kleren: een sjaal, een muts, een extra trui, dan kan de kou niet deren.' Daar zit de jongen in de boom: een vogel zonder veren. Tot vliegen is hij niet in staat door die vracht aan kleren. Droef kijkt hij zijn moeder aan. 'Mama, waarom liet je mij niet gaan?' Zijn moeder kust hem op de mond. Haar liefde houdt hem aan de grond.

Tuesday, September 23, 2008

Rijmen en dichten

Onze dochter is gek op kindergedichten. We hadden al twee boeken van Hans en Monique Hagen, Lichtjes in je ogen en ( het prachtige ) Jij bent de liefste. Onlangs kocht ik in Nederland ook hun nieuwste bundel, Van mij en van jou, een heel mooie uitgave. Ook Koos Meinderts schrijft - naast heel bijzondere, intelligente kinderverhalen en werk voor volwassenen - (kinder)poezie. Deze maand kwam een bundel van hem uit, geillustreerd door zijn vrouw Annette Fienieg, getiteld Verdriet is drie sokken. Meinderts en Fienig zouden signeren op Manuscripta op 8 september, de dag dat ik naar die boekenbeurs ging. Ik had die dag echter nog meer afspraken in de stad en zou hen gemist hebben, als Koos Meinderts niet zo aardig was geweest om - na een gemaild verzoek van mijn kant - ongeveer een uur eerder te komen. Toen ik een aantal van zijn boeken bij hem bestelde ( een boek van he had ik al ) aarzelde ik over de dichtbundel. Omdat die alleen maar met een bijbehorende CD te verkrijgen is werd het mij iets te gortig, dus bestelde ik slechts drie boeken ( Kuik en Vark - heel leuke, slimme, anders dan andere kinderverhalen -, Keizer - een prachtige uitgave -, en De Vuurtoren ) bij de schrijver. Tot mijn blijde verbazing bleek dat Verdriet is drie sokken bij de stand van Lemniscaat, waar meneer Meinderts en mevrouw Fienieg signeerden, gratis werd uitgedeeld, zonder de CD. Ik was dolgelukkig, en ik moet zeggen, het is een heel mooie uitgave, ik raad hem van harte aan. Het boek zit in het pakket met overgewicht ( boeken en etenswaar ) dat ik twee dagen voor mijn thuisreis heb opgestuurd, en dat nog niet is aangekomen. Zodra het er is zal ik een van de gedichten hier posten, een uitstekende vertaling van mijn favoriete Jiddische lied, Oyfn Veg. Hieronder volgt een mooi gedicht van Hans en Monique Hagen, uit hun nieuwste boek. Lees het maar eens een paar keer achter elkaar hardop voor, ik vind het heel mooi en knap geschreven:
Water komen alle druppels van de regen elkaar tegen als ze later samen water zijn in zee

Friday, September 19, 2008

Mensen kennen

Van het werken aan mijn boek heb ik veel geleerd. Ook heb ik in de afgelopen tien maanden een aantal zeer aardige, interessante en soms erg leuke mensen ontmoet. Een daarvan is Nausicaa Marbe, wier naam ik een jaar geleden alleen maar via via gehoord had. Alhoewel alle interviews in mijn boek me lief zijn, is haar verhaal een van de mooiste en meest bijzondere. Sinds ik haar begin dit jaar interviewde lees ik wekelijks haar column in de Volkskrant. Vaak weet zij spijkers precies op hun kop te slaan, en zaken heel goed in een passend perspectief te zien. Zo ook deze week, over Geert Wilders en het non-debat.

Terug van weggeweest

Maandagmorgen vroeg kwam ik weer thuis, na ruim tien zeer wel bestede dagen in Nederland. Ik heb daar een flink aantal erg leuke en gezellige dan wel zeer interessante en nuttige ontmoetingen gehad ( o.a. met Rene en Billy ( namens de kinderen nog bedankt voor Pietje Bell; de courgette-soep was heerlijk ), Dannie en Marita, Arnoud, Nanette ), een oneg shabbat gevierd en een praatje gehouden in een sjoel ( bedankt Barbara en Samira, voor jullie onmisbare hulp ), een goed bezochte en zeer levendige paneldiscussie bijgewoond ( zie hier, hier, en hier, ik heb daar een korte inleiding gehouden, zie hier ), iets te weinig kwaliteitstijd doorgebracht met mijn ouders, broer, zus en hun gezinnen, en Playmobil en boeken voor de kinderen gekocht. Op de dag van de boekpresentatie/paneldiscussie heb ik ook de medewerkers van de uitgever van mijn ( eerste ) boek ontmoet. Ik had de mazzel dat net dat weekeinde de boekenbeurs Manuscripta werd georganiseerd. Maandag was die beurs alleen toegankelijk voor medewerkers van uitgeverijen, boekenwinkels, bibliotheken e.d. Die gelegenheid heb ik benut om heerlijk rond te neuzen, mijn ogen en oren de kost te geven, en kinderboeken te laten signeren door een favoriete schrijver van onze dochter ( die veel belangstelling toonde voor de voor Nederland nogal bijzondere namen van onze kinderen ) en door een van mijn favoriete kinderboekenschrijvers en zijn vrouw-vaste illustratrice. Bij de stand van Van Dale heb ik me zitten verlekkeren aan een mooie interaktieve CD-ROM van Mijn Eerste Van Dale, met veel leuke en zeer leerzame spelletjes ( o.a. om de volgorde van het alfabet te leren, iets wat onze dochter bijvoorbeeld nog niet echt goed kent ). Je kon daar een exemplaar van die CD-ROM winnen. Ik begreep dat alleen de snelste tijd recht gaf op zo'n exemplaar, en had - 's morgens vroeg - slechts de vierde tijd of zo. Ik win zelden iets bij prijsvragen. Tot mijn blijde verbazing vond ik bij thuiskomst een e-mail in mijn mailbox waarin me werd medegedeeld dat ik ( toch, ook ) een exemplaar gewonnen had, ik moest enkel nog mijn adresgegevens doorgeven. Nu kunnen mijn ouders dit kado van het verlanglijstje voor onze oudste zoons verjaardag afstrepen. Kan er nog iets van Playmobil bij ;-) Kortom, weer een heel leuk en goed besteed verblijf in mijn geboorteland. Iedereen die daaraan meewerkte bedank ik hierbij nogmaals van harte!

Apologies

Sorry for those DBI readers who do not understand Dutch. All my recent postings were written in my mothertongue, and aimed at Dutch readers. I just returned from a visit to the Netherlands, following the publication of my book. Michael, my ''boss'' at Poligazette, wrote a posting in English about that book earlier this week.

Thursday, September 18, 2008

Tzipi Livni

Wat ik vier maanden geleden schreef lijkt te zijn uitgekomen, Israels minister van buitenlandse zaken wordt waarschijnlijk premier, althans tot de eerstvolgende verkiezingen. Het kwam niet als een grote verrassing, misschien was de enige echte verrassing het nipte verschil waarmee Tzipi Livni het leiderschap van Kadima overnam. Alsnog publiceer ik hier het interview dat ik op 5 mei met haar had, ter gelegenheid van Israels 60e Onafhankelijkheidsdag, voor het Reformatorisch Dagblad en het Friesch Dagblad.
“ Een vredesverdrag heeft onze hoogste prioriteit ”
Door de nieuwste corruptie-verdenkingen tegen premier Olmert kan het goed zijn dat wij – een Hongaarse journaliste, twee correspondenten van de Franse krant Libération, en ik – maandagmiddag naast en tegenover de aankomende premier van Israël zaten. Maandagochtend stond er in Ha'Aretz al een artikel van columnist en commentator Akiva Eldar met de veelzeggende titel “ Het uur van Livni ”. In dezelfde krant stond overigens ook een cartoon waarin Olmert in een politieauto stapt en tegen een ongeruste Abu Mazen zegt: “ Wanneer ik terugkom zullen we het over de illegale nederzettingen en de controleposten hebben ”. Dit zoveelste corruptieschandaal vertraagt waarschijnlijk wederom de Palestijns-Israëlische onderhandelingen. Terwijl we zaten te wachten zagen we Livni’s naaste medewerkers druk telefoneren, overleggen en SMS-en. Heel even was er een gerucht dat Israëls premier nog voor Onafhankelijkheidsdag, afgelopen donderdag, zijn aftreden bekend zou maken. Ons werd vriendelijk verzocht niet over de affaire te beginnen. Toch vroeg mijn Hongaarse collega in de loop van het interview of mevrouw Livni de verantwoordelijkheid van het premierschap op zich zou nemen als dat nodig mocht zijn. Het antwoord had ik wel kunnen verzinnen: de minister wilde er niet op ingaan, als en wanneer het nodig is zal ze haar beslissingen nemen. Tzipora ( ‘ vogel ’, roepnaam Tzipi ) Livni wordt door veel Israëliërs gezien als de grote, en enige positieve, verrassing die Kadima, de partij die Ariel Sharon oprichtte voordat hij door twee beroertes geveld werd, heeft voortgebracht. Ze werd in 1958 in Tel Aviv geboren als dochter van Eitan en Sara Livni, voormalige prominente leden van Menachem Begins Irgoen, de ondergrondse organisatie die tegen het Britse Mandaat in Palestina vocht. Haar ouders waren het eerste paar dat in de staat Israël trouwde. Eitan Livni was in de jaren 1973-84 Knessetlid voor de Likoed. Tzipi Livni was luitenant in het leger, en werkte daarna een aantal jaren voor de Mossad, de buitenlandse geheime dienst, voordat ze een carrière als advocate maakte. In 1999 werd zij Knessetlid voor de Likoed. Zes jaar later stapte ze samen met onder anderen Ehoed Olmert over naar de nieuwe partij van Sharon. De reden die Livni voor deze stap opgaf was dat ze genoeg had van het eeuwige Nee van de Likoed. Livni geldt als één van de meest uitgesproken voorstanders van onderhandelingen met de Palestijnse Autoriteit. Ze heeft meerdere malen expliciet gezegd dat een Palestijnse staat in Israëls belang is, en benadrukt als één van de weinige Israëlische politici dat de tijd niet in het voordeel van de Joodse staat werkt. In januari 2006, als kersverse Minister van Buitenlandse Zaken, zei ze in in een interview met de Washington Post dat een ander volk overheersen niet met haar normen en waarden viel te rijmen. In 2004 kreeg Tzipi Livni een onderscheiding van de Beweging voor Kwaliteitsbestuur, die strijdt tegen corruptie. Haar ‘ cleane ’ reputatie is één van haar sterkste troeven tegenover de Israëlische kiezers. Ten tijde van Israëls terugtrekking uit de Gazastrook was ze Minister van Justitie. Zij is getrouwd en moeder van twee zoons. In het binnenkort te verschijnen boek Israël en ik, waarin zestien bekende Nederlanders over hun band met Israël vertellen, noemt Bernard Bot Tzipi Livni ‘ een prettige afwisseling ’. Hij zegt onder andere: “ Wanneer zij met je praat is er geen twijfel over wat Israël wil en waarom Israël dat zo wil. En dat toch op een manier waardoor iedereen naar haar blijft luisteren en daarna ook bereid is om een redelijke dialoog met haar aan te gaan ”. Omdat één van de Fransen geen Hebreeuws spreekt werd het interview in het Engels gevoerd. Uw Egyptische collega zei gisteren nog dat de onderhandelingen met de Palestijnen in een gevorderd stadium verkeren. Is de visie van de Amerikaanse regering, een verdrag voor het einde van dit jaar, realistisch? Wij willen een vredesverdrag met de Palestijnen sluiten omdat dat de belangen dient van Israël, los van de visie van onze vrienden of bondgenoten. Zo'n verdrag heeft onze hoogste prioriteit, en tijd staat hierbij centraal. We zien veranderingen in het conflict die een oplossing bemoeilijken. Radicale en extreem religieuze elementen – elementen die niets te maken hebben met de nationale rechten van de Palestijnen – zijn er vooral op uit om ons, Israël, van onze nationale rechten te beroven. Hamas kan en wil de woorden bestaansrecht en Israël niet in één zin gebruiken, en is niet bereid om geweld en terrorisme af te zweren. Het is dus in Israëls belang om de kloof tussen ons en de meer pragmatische Palestijnse leiders zo snel mogelijk te dichten. Ik ben daar nu intensief mee bezig. Het is zaak voor Israël om initiatieven te nemen en niet alleen maar te reageren op voorstellen en acties van anderen. Zo zijn we al begonnen met onderhandelingen over zogenaamde final status issues.
Over bepaalde onderwerpen valt goed te onderhandelen, dat zijn trade-offs: als de ene kant in een bepaald opzicht toegeeft kan de andere kant op een ander gebied water bij de wijn doen. Andere punten zijn deal-breakers. Israël kan flexibel zijn wat betreft gebieden die het ontruimt, mits we weten wat voor staat er aan de andere kant zal worden opgericht. Wij hebben bepaalde behoeften op het gebied van veiligheid, ons doel is een veilig en democratisch thuisland voor het Joodse volk. Ook moeten we ervan overtuigd zijn dat een vredesverdrag het einde van het conflict betekent. De nationale aspiraties van de Palestijnen zijn legitiem, maar wij moeten wel zeker weten dat de Palestijnse staat een antwoord biedt aan de aspiraties van alle Palestijnen. Of de verwachting van een verdrag voor het einde van 2008 realistisch is? Het zou mogelijk zijn, maar om de meest gevoelige problemen op te lossen zullen de leiders aan beide kanten bepaalde beslissingen moeten nemen. Ik weet waartoe Israël bereid is waar het gaat om compromissen die als doel hebben het conflict te beëindigen en deze historische verzoening tot stand te brengen. Het is mij niet bekend welke compromissen de Palestijnen bereid zijn te accepteren om dit te doen, het is te vroeg om daar iets definitiefs over te zeggen. Maar ik ben ervan overtuigd dat dit proces van grote betekenis is. De Turkse Minister van Buitenlandse Zaken zei onlangs dat een vredesverdrag tussen Syrië en Israël nog ver weg is, en dat voor zo'n verdrag aan beide kanten “ grote politieke vasberadenheid ” vereist is. Denkt u dat die vastberadenheid aanwezig is? Syrië speelt momenteel een destructieve rol in de regio. Het steunt terreurorganisaties, huisvest het hoofdkwartier van Hamas in Damascus, draagt bij aan de destabilisatie van Libanon, en ook de intensieve banden met Iran zijn zeer problematisch. Israël streeft er naar in vrede met zijn buren te leven, en we hebben de Syriërs duidelijk gemaakt dat we dat ook met hen willen. We moeten er achter zien te komen of zij werkelijk in vrede geïnteresseerd zijn. Zo'n vrede moet natuurlijk verder gaan dan het uitwisselen van ambassadeurs. Een verdrag zou de rol van dat land in de regio veranderen. Het zou bijvoorbeeld moeten stoppen met het financieren, trainen en bewapenen van Hamas en andere terreurorganisaties. Het is nog te vroeg voor mij om te zeggen wat hun werkelijke bedoelingen zijn, we moeten dat onderzoeken. Dit is nog maar het begin van een lang proces. In hoeverre wordt volgens u Israëls bezorgdheid over een mogelijk nucleair Iran door Europa en de Verenigde Staten gedeeld? Een nucleair Iran is iets wat niemand in het Westen of in de omringende Arabische en Islamitische landen zich kan veroorloven. Het regime in Teheran is gebaseerd op een extremistische islamitische, anti-westerse ideologie. De leiders van dat land doen constant antisemitische uitspraken, ontkennen de Holocaust, en zeggen ronduit dat Israël van de kaart geveegd moet worden. Zij misbruiken het Israëlisch-Palestijnse conflict op een cynische manier, om de publieke opinie tegen Israël op te zetten. We leven in een wereld waarin alles om perceptie draait. Hierdoor zorgt elk gebrek aan daadkracht en besluitvaardigheid van de kant van de internationele gemeenschap er voor dat sommige gematigde staten in de regio uiteindelijk zullen proberen om Iran te paaien. Dat laatste is een belangrijk deel van het probleem. Wat is voor u de betekenis van dit 60-jarige jubileum? De meeste Israëliërs nemen het bestaan van hun land niet voor lief. Elk jaar, elk decennium is voor ons een overwinning. De dag voor Onafhankelijkheidsdag herdenken we de burgers en soldaten die in de strijd voor onze vrijheid werden gedood. De week daarvoor herdenken we de slachtoffers van de Holocaust. We zijn ons er heel goed van bewust dat we nog bijna dagelijks een prijs betalen voor onze vrijheid, in het gevecht tegen hen die ons bestaansrecht weigeren te erkennen. Er valt veel te herstellen en te verbeteren – zowel in Israël zelf als wat betreft de verhoudingen met onze buren – maar er is ook heel veel om trots op te zijn, bijvoorbeeld onze democratie, een uitstekend draaiende economie, wetenschappelijke, technologische, en culturele prestaties.
Een democratisch en veilig thuisland voor het Joodse volk, dat is de bestaansreden voor de staat Israël in het Land Israël. Alledrie die elementen – democratisch, Joods en veilig – zijn van wezenlijk belang voor deze staat. Vanaf de oprichting van de staat is geprobeerd om ons het recht op een eigen staat te ontzeggen en te ontnemen. Ironisch genoeg zijn het vooral zij die zeggen te vechten voor een Palestijnse staat als thuisland voor de Palestijnen die de Joden het recht op een thuisland ontzeggen. Onze visie bestaat uit een twee-staten-oplossing, dat is duidelijk. Vrede met al onze buren, bovenal met de Palestijnen, is en blijft ons belangrijkste doel. Gelukkig krijgen we veel steun van andere landen. De leiders van die landen begrijpen dat niet Israël de oorzaak van het conflict vormt, dat we het recht hebben om ons te verdedigen, en dat onze en hun belangen in veel opzichten parallel lopen. Helaas wordt de internationale publieke opinie vooral gevormd door soundbites en nieuwsflitsen van twintig seconden die een zwart-wit beeldvorming in de hand werken. Een foto van een Palestijns kind en een Israëlische soldaat kan nooit in het voordeel van Israël werken, om het even hoeveel andere beelden er hier gefilmd en gefotografeerd worden.
Ik kan niet in de toekomst kijken. Wel kan ik zeggen wat mijn hoop voor de komende decennia is: een veilig thuisland voor Joden over de hele wereld, in vrede levend met zijn buren, de waarden vertegenwoordigend waarop het gebaseerd is, een heus licht onder de volken. In de grafrede voor mijn moeder, vorig jaar, noemde ik haar een strijder. Onze wapens zijn verschillend – het mijne is de diplomatie – maar onze doelen komen overeen. Zij streed voor een land en een betere toekomst voor haar kinderen. Ik vecht voor een betere toekomst voor mijn kinderen. Dat is de reden waarom ik de politiek ben ingegaan: om dingen ten goede te veranderen.

Wednesday, September 17, 2008

Warm aanbevolen

Warm aanbevolen ( ik was anderhalve week geleden een paar uur te gast bij een van de organisatoren van dit festival, dat was erg gezellig ): Joods Cultureel Festival in Apeldoorn, eind volgende maand.

Thursday, September 04, 2008

Even weg

Terwijl dit op mijn weblog verschijnt land ik als het goed is al bijna op Schiphol. De komende anderhalve week ben ik in Nederland. Maandag vindt in de Eggertzaal in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een paneldiscussie ( Nederland, Europa, en Israel - Dynamische perspectieven, zie de website van het CIDI ) plaats ter promotie van mijn boek. Vrijdag, zaterdag, zondag, en maandag zitten boordevol lezingen, een interview ( eigenlijk donderdag al ), en etentjes en afspraken met vrienden en - nadat we elkaar ontmoet zullen hebben - nieuwe bekenden. Op maandagmorgen ben ik hier te vinden, als gast van mijn uitgever. Ik heb voor die morgen ook al een afspraak gemaakt met deze schrijver, ook al signeert hij eigenlijk pas later op dat boekenfeest. Ik heb bij hem een aantal van zijn boeken ( dit, dit, en dit, een ander boek heb ik via deze site tweedehands op de kop getikt(*)) voor onze kinderen besteld. De rest van volgende week heb ik voor mijn ouders, broer, en zus en hun gezinnen gereserveerd.
(*) Het Nederlands leren van onze kinderen kost ons iedere keer weer flink wat ribben uit ons lijf. Iedere keer wanneer ik terug naar huis vlieg bestaat een groot deel van mijn koffergewicht uit leermiddelen, zelf- en voorleeskinderboeken. Ik dacht dat boeken zoals Keizer en De Vuurtoren te hoog gegrepen zijn - niet qua inhoud, ze leest in het Hebreeuws wel zwaardere kost, maar qua taal - voor onze negenjarige dochter. Vorige week - voordat ik contact zocht met Koos Meinderts - liet ik haar het animatiefilmpje op Youtube zien. Daarna vroeg ik haar waar het over ging, en ze vertelde het haarfijn, ze had de boodschap en de grote lijnen perfect begrepen. En vond het een heel mooi verhaal, net als ik.

Tuesday, September 02, 2008

Obamallelujah

Sever Plocker hits several nails on their heads in this piece, I believe. He often does, by the way, I happen to agree with his opinions and analyses quite a lot. And no, like Mr Plocker I would most probably not vote for Mc-Cain/Palin myself. But that does not mean that all the Obamallelujah that we read and hear in so many media is justified.

Yves Duteil - La tendre image du bonheur

My favorite song, written and sung by one of my favorite artists.

Die durft...!

Nog weer eens een bewijs dat terreur de moeite loont en werkt. Bekijk dit interview van Mart Smeets met Hennie Kuiper over zijn gouden medaille op de Olympische Spelen in 1972, die licht verstoord werden door een stuk of wat vermoorde Israeliers. Vier minuten lang, Israel wordt geen een keer genoemd, laat staan dat meneer Kuiper - die echt heel erg sympathiek overkomt, geen kwaad woord over hem - zijn vermoorde collega's noemt. Maar de sport staat bovenaan, en de Palestijnen komen meerdere keren ter sprake, zij het als relaxte, bewapende maar nauwelijks gevaarlijke mannetjes of als zielige slachtoffers. Commentaar van Mart Smeets aan het einde van het filmpje: "...Wim Ruska en hij haalden een gouden medaille met een besmet randje, zoals sommigen toen durfden te beweren." Het mankeert er nog maar aan of hij zou de Joden de schuld geven van het verpesten van dat prachtige sportfestijn.