Sunday, March 29, 2009

Links en rechts, hier en daar

Het volgende artikel stond gisteren in het Friesch Dagblad. Net als het stuk dat ik gisteren postte was het een verbeterde versie van een posting die ik voor De Dagelijkse Standaard schreef. Mijn samenwerking met die site is van ultrakorte duur geweest. De reden? Laat ik het maar op chronisch tijdgebrek en onbezonnen enthousiasme mijnerzijds houden. Net als Geert Wilders wordt ook de Israëlische politicus Avigdor Lieberman vaak, en al te vanzelfsprekend en gemakkelijk, als rechtse extremist afgeschilderd. Deze twee totaal verschillende politici laten echter weer eens zien dat de traditionele politieke hokjesgeest niet altijd even toepasselijk is. Primo Levi zegt in zijn laatste werk (de essaybundel De verdronkenen en de geredden) dat het grootste deel der historische en natuurlijke verschijnselen niet zo eenvoudig is als wij graag zouden willen. Als die woorden niet op een totaal andere context doelden zou je hen haast ook op ‘politieke verschijnselen’ in Nederland en Israël kunnen toepassen. In reactie op een Volkskrant-interview met de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, die vraagtekens zette bij het rechts-extremistische karakter van de PVV, concludeerde Frits Abrahams begin deze maand dat Geert Wilders wel degelijk een extreem-rechtse politicus is. Abrahams zag volgens mij echter een door Paul Schnabel gebruikt sleutelwoord over het hoofd. Die zei dat Geert Wilders niet “de klassieke rechts-extremistische thema’s” hanteert. Immers, de PVV “is voor homo- en vrouwenemancipatie en is niet antisemitisch”. Ook voorstellen om de Nederlandse missie in Afghanistan en Nederlandse deelname aan het JSF project te stoppen – twee punten waarmee de PVV haar belachelijke, verre van rechtse 400-Euro-plan deels zegt te kunnen financieren – zijn verre van uitgesproken rechts te noemen. De partij en haar leider zijn populistisch, en in bepaalde opzichten extreem, dat zeker, maar als het om populisme en extremisme gaat kunnen Wilders en de hunnen vele linker handen schudden. Extreem en minder extreem rechts en links bestaan als zodanig nog wel, maar de labels zijn nauwelijks nog relevant, en links en rechts lopen meer dan ooit tevoren in elkaar over. Globalisering en het internet maken het (radicale) politici en activisten makkelijker om ogenschijnlijk absurde bondgenootschappen te sluiten en eclectisch te werk te gaan in de wereldwijde supermarkt van ideeen en opinies. Maar ook voor de komst van het wereldwijde web had geen enkele extremist een monopolie op dit of dat thema. Antisemitisme, om maar iets te noemen, is nooit het exclusieve bezit van extreem rechts geweest, je komt het werkelijk overal tegen. Dit kun je bijvoorbeeld goed zien telkens wanneer in de moderne Franse geschiedenis – pakweg, vanaf de Dreyfus affaire, via de jaren dertig, Vichy, de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog, tot en met de strijd tegen globalisatie – de jodenhaat de kop opsteekt. Tegenwoordig verbaast niemand zich erover dat (klassiek) extreem-linkse, zogenaamd progressieve parlementariërs, als het om Israël en de VS gaat, per saldo vaak aan dezelfde kant staan als bewegingen en regimes die volgens de klassieke criteria revolutionair-conservatief en religieus-fascistisch genoemd kunnen worden. Ook Avigdor Lieberman, de beoogde Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, wordt in buitenlandse media steevast als extreem-rechts neergezet. De naam van zijn partij (Israël Ons Huis), en haar slogan bij de afgelopen verkiezingen ('Zonder loyaliteit geen staatsburgerschap', duidelijk gericht op een deel van de Arabische bevolking van Israël) dragen daar zonder meer aan bij. Toch voldoet Lieberman net als Geert Wilders op diverse punten niet aan het beeld dat veel mensen nog steeds van een rechtse extremist hebben. Zijn partij is bijvoorbeeld een van de belangrijkste pleitbezorgers voor een scheiding van synagoge en staat. In Israel betekent rechts vooral 'tegen compromissen met de Arabieren'. Zelfs in dat opzicht kan het goed zijn dat Lieberman verre van typisch (extreem-)rechts is. Zo staan sommige van zijn uitspraken over Jeruzalem haaks op de gangbare ideeen binnen de Likud, die als minder rechts dan Liebermans partij geldt, en zou ik zijn steun voor de kolonisten en de nederzettingen eerder pragmatisch dan ideologisch willen noemen. De vier grootste partijen in Israel - Kadimah, Likud, Israel Ons Huis en de Arbeidspartij - vissen voor een belangrijk deel in dezelfde electorale vijvers, net zoals in Nederland niet alleen vooral de VVD, maar ook de PvdA, de SP en in mindere mate het CDA en D66 bij verkiezingen en in opiniepeilingen kiezers ruilen met de PVV . Kortom, zijn Wilders en Lieberman extreem-rechts? Niet echt. Ze zijn zeker niet links. Maar het is natuurlijk lekker politiek correct om hen als mini-Hitlers af te schilderen. Overigens maakt juist die paria-status, versterkt door de constante aandacht die ze van justitie krijgen, deze politici voor veel kiezers aantrekkelijk. Een ander raakvlak dat de twee hebben is dat zodra zij een onderwerp aansnijden een serieuze en inhoudelijke discussie over dat onderwerp vrijwel onmogelijk wordt. Geen 'fatsoenlijke' politicus wil immers met Wilders' of Liebermans 'gedachtengoed' geassocieerd worden. Ook dit levert hun zetels op. Om hen en hun aantrekkingskracht te duiden en te verklaren - en, wat veel Nederlandse en Israëlische partijen willen, 'hun' kiezers terug te brengen naar de politieke mainstream - is meer nodig dan simplistische labels en goedkope afschrikkingstactieken. Om te beginnen zouden de meer gevestigde partijen de klachten, fobieën en frustraties van PVV/IOH-kiezers – dat wil in feite zeggen: van alle kiezers – niet bij voorbaat als irrationeel en/of onterecht moeten afdoen. Hoe irrationeel en/of onterecht veel van die angsten en grieven ook zijn.

No comments: