Saturday, May 30, 2009

Een kwestie van zelfvertrouwen

Het volgende artikel staat vandaag in het Reformatorisch Dagblad. Voor alle duidelijkheid: ik zie het Israelische nederzettingenbeleid niet als enige struikelblok voor vrede ( of eerder een modus vivendi ). Ook en wellicht vooral aan de 'andere kant' zal er veel, heel veel moeten veranderen voordat de vrede hier zal uitbreken. Ik geloof alleen niet dat wat de Palestijnen en hun 'bondgenoten' doen mijn pakkie an is, en ben ervan overtuigd - wat ik al vele malen eerder schreef - dat de bezetting van de Westoever ( Judea en Samaria ) Israel militair, diplomatiek, socio-economisch en moreel schaadt. In dit stuk gaat het me met name om de band tussen Israel en de VS. Ik ben niet 100% overtuigd van de juistheid van Obama's MO/Iran-beleid, maar wel denk ik dat het halsstarrige vertrouwen, door Israel, in de status quo funest voor de Joodse staat is. Hetzelfde geldt voor het willens en wetens zoeken, door Jeruzalem, van de confrontatie met Washington over iets waarvan iedereen weet dat het uiteindelijk onhoud- en onverkoopbaar is, terwijl iedereen ook weet dat Israel het in de naderende confrontatie met Iran heel moeilijk zal krijgen als Amerika ons daarin niet van harte zal steunen.
Een kwestie van zelfvertrouwen
Tijdens het bezoek van Binyamin Netanyahu aan Barack Obama sprak de lichaamstaal van de Israëlische premier boekdelen. 'Bibi', die zichzelf en zijn boodschap normaliter uitstekend voor camera's en microfoons kan verkopen, voelde zich duidelijk niet op zijn gemak in het Witte Huis. Hij stond dan ook voor een onmogelijke taak, die hij in feite zichzelf had opgelegd: Amerika concessies te laten doen met betrekking tot Iran zonder daar enige Israëlische concessie inzake de nederzettingen tegenover te stellen. De Likud-leider is geen domme jongen. Ik vraag me dan ook af of hij werkelijk geloofde dat hij enige kans van slagen had. Netanyahu geldt als een protégé van Yitzhak Shamir. Premier Shamir benoemde Netanyahu in 1984 als ambassadeur bij de V.N. en werd in 1993 door hem als Likud-leider opgevolgd. In één opzicht lijkt Bibi hetzelfde te denken als zijn leermeester: de status quo is zo gek nog niet, het kan zat beroerder, en de tijd werkt in Israëls voordeel. Dit is ook de teneur van diverse recente rechtse commentaren in de Israëlische dagbladen: “Bibi moet zijn rug rechthouden, en niet aan de Amerikaanse druk toegeven. Wie denken die Amerikanen wel dat ze zijn? We kunnen prima leven met de huidige situatie.” Die huidige situatie is al jarenlang drie keer niks, zowel voor Palestijnen als Israëliërs. Ik kijk om me heen, volg de media, en denk: “Leven de fans van de status quo en ik in dezelfde werkelijkheid?”. Israël is te klein, en de gevaren die het land – en de rest van het Westen –bedreigen zijn te globaal, omvangrijk en complex, om serieus te denken dat de tijd ooit in Israëls voordeel zal kunnen werken, als het zelf geen initiatief onderneemt. Tot nu toe hebben Israëlische regeringen vooral op oorlogs- en vredesinitiatieven van anderen gereageerd. Israël heeft nog niet echt bepaald wat voor staat het wil zijn, en de Israëlische regering verkoos tot nu toe meestal diplomatieke onmin met Amerika en Europa boven confrontaties met de kolonisten. De nederzettingen werden zo een prachtig excuus voor de misdaden van veel terroristen en terreurstaten. Hierdoor loopt Israël vaak achter de feiten aan, feiten die grotendeels worden bepaald in Gaza , Beiroet, Damascus , en Teheran. Kijkend naar de twee onderwerpen die Israël de laatste weken – naast het bezoek van Netanyahu aan Obama – het meeste bezig hielden, vrees ik dat de Joodse staat tegelijkertijd aan een overmaat van en een gebrek aan zelfvertrouwen lijdt. Israël stelt als absolute voorwaarde voor onderhandelingen met de Palestijnen, dat zij (en de rest van de Arabische en Islamitische wereld) Israël als Joodse staat moeten erkennen. Onder Olmert en Livni was zo'n vereiste iets minder absurd, omdat zij tenminste erkenden dat een twee-statenoplossing noodzakelijk is om Israël als Joodse staat te laten voortbestaan. Wat echter in mijn ogen uit die eis blijkt is dat Israël nog steeds aan een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen lijdt. Een land dat zeker van zichzelf en van zijn eigen plaats in de wereld is hoeft zich niet druk te maken over de vraag hoe buitenstaanders dat land definiëren. Hetzelfde geldt voor de – ondemocratische – pogingen in de Knesset om loyaliteit van de Israëlische Arabieren af te dwingen, onder andere door het herdenken van al-Naqba (‘de catastrofe’, de Palestijnse tegenhanger van Israëls Onafhankelijkheidsdag) strafbaar te stellen. Israël is in alle opzichten sterk genoeg om zich weinig gelegen te laten liggen aan de manier waarop zij die Israël weg wensen de Joodse staat – of hoe zij dit land ook mogen noemen – zien. Dat veel Arabieren in Israël en daarbuiten Israëls onafhankelijkheid niet vieren is jammer doch niet onbegrijpelijk. Toch lijkt een staat die zich bedreigd voelt wanneer een kleine minderheid van zijn inwoners jaarlijks de oprichting van die staat niet viert maar als een ramp herdenkt, zich vooral onzeker te voelen over zijn eigen bestaansrecht en kracht. Die onzekerheid en dat gebrek aan zelfvertrouwen staan in schril contrast met de gotspe van een piepklein land dat lijkt te denken de machtigste staat ter wereld naar believen te kunnen schofferen. Natuurlijk moet Israël zijn eigen belangen voorop stellen, maar – afgezien van mijn persoonlijke opvatting dat de bezetting Israël in elk mogelijk opzicht meer schaadt dan goed doet – het lijkt mij sterk dat de Joodse staat zijn belangen dient door zijn grootste militaire maecenas en bondgenoot doelbewust tegen de haren in te strijken. Je kunt op je vingers natellen dat Israël daar uiteindelijk een diplomatieke, politieke en ook militaire prijs voor zal betalen. De regering in Jeruzalem zou er goed aan doen te bepalen wat de heuse hoofd- en bijzaken zijn, en wat de werkelijke prijs is die ze in onderhandelingen met de Palestijnen – en voor een goede verstandhouding met Washington – bereid is te betalen. Soms is het zinvol met open oren naar je bondgenoten te luisteren. Israëls krachten en energie dienen – net als het geduld en de goodwill van diezelfde bondgenoten – niet aan bij voorbaat kansloze schijngevechten te worden verspild, maar geïnvesteerd te worden in voorbereidingen voor het enige werkelijk existentiële conflict dat de Joodse staat zou kunnen bedreigen: dat met Iran. Een gezonde balans van zelfkennis, zelfvertrouwen en realiteitszin is voor Israël letterlijk van levensbelang.

No comments: