Friday, September 18, 2009

Obama, Iran en Israel

Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad.
Meneer de President, hurrie up plies!
Vijf maanden voordat Barack Obama de Amerikaanse presidentsverkiezingen won, schreef ik dat twee dingen bepalend zouden zijn voor een eventueel succes van het Midden-Oosten beleid van de nieuwe president. Die president zou waarachtige betrokkenheid – commitment – moeten laten zien bij het zoeken naar een uitweg uit het conflict tussen Israëliërs en Palestijnen. De vorige president had dat conflict gedurende twee regeringstermijnen volkomen verwaarsloosd, waardoor de extremisten en anderen die belang hebben bij de status quo jarenlang vrij spel hadden. Daarnaast zou de nieuwe president het economische, diplomatieke en militaire aanzien van de Verenigde Staten – dat onder George W. Bush zwaar geleden had – moeten terugwinnen. Acht maanden na het aantreden van de regering Obama moet ik zeggen dat er aan commitment geen gebrek is. Het is verfrissend om te zien hoeveel serieuze aandacht die regering aan Israël en de Palestijnen schenkt. Hillary Clinton is al langsgeweest, en George Mitchell en andere officiële afgevaardigden van Obama zijn vaste gasten in de diverse hoofdsteden in de regio. Op de achtergrond wordt er door diplomaten en anderen hard gewerkt. Harder en serieuzer dan onder Obama's voorganger, dat is zeker. Wat Amerika's aanzien in de wereld in het algemeen en in het Midden-Oosten in het bijzonder betreft ben ik echter bang dat er niet veel veranderd is, althans niet veel ten goede. Veel van de bekende versjteerders hebben lak aan de Amerikanen, en trekken maar al te vaak openlijk of geheimelijk een lange neus richting Washington. Twee voorbeelden. Het ayatollah-regime in Teheran gaat ongestoord zijn gang, onderdrukt de oppositie en houdt de wereld aan het nucleaire lijntje. Nadat Noord-Korea Amerika ongestraft uitdaagde weet Ahmadinejad helemaal dat hij zijn gang kan gaan. De al dan niet stilzwijgende steun van China en Rusland heeft Teheran al, de Europese Unie lijkt zich al lang bij een nucleair Iran te hebben neergelegd, en de kans dat Amerika meer zal doen dan met harde sancties te dreigen – laat staan dat het ooit militair zal ingrijpen – is miniem. Praten met Iran is beter dan verketteren en niets doen, maar praten en paaien wordt gevaarlijk als men in Teheran weet dat er geen enkele sprake is van militaire druk. In Israël heerst de indruk dat het niet op Washington hoeft te rekenen als het nucleaire uur van de waarheid aanbreekt. In Jeruzalem zetelt de meest nationalistische regering die Israël ooit gekend heeft. Vrijwel al de coalitiepartners van Bibi II hebben belang bij het voortduren van de huidige situatie, met als belangrijkste elementen: de voortschrijdende bezetting van de Westoever, het Hamas-regime in Gaza, een zwakke Palestijnse Autoriteit. Het absurde ‘aanbod’ van Nethanyahu, om de bouw in de bezette gebieden voor korte tijd stil te leggen na eerst nog even een flink aantal woningen op te leveren, zou zelfs onder Israëls grote ‘vriend’ Bush luidkeels en verontwaardigd verworpen zijn. Onder Obama en Clinton is dit weliswaar niet geaccepteerd, maar er is wel serieus onderhandeld over de vraag of die bouw nu zes, negen, twaalf of meer maanden bevroren zou moeten worden. Je zou denken dat Obama Israël inmiddels duidelijk had moeten maken dat het niet én internationale steun (niet alleen tegen Iran, maar ook tegen Hamas en VN-rapporten) en sympathie kan krijgen én tegelijkertijd de middelvinger kan opsteken naar de internationale gemeenschap door het nederzettingenbeleid doodleuk voort te zetten, in wat voor vorm dan ook. Mijn gratis advies aan Barack Obama is dit: maak een deal met Bibi. Voer ongekende druk op hem (en op de Palestijnen) uit om tot een onderhandelde vredesovereenkomst en de oprichting van een Palestijnse staat naast Israel te komen, met behulp van ‘wortels’ maar ook met ‘stokken’, maar overtuig Israëls premier tegelijkertijd dat zijn land voor 100% op Amerika kan rekenen als het gaat om het wegnemen van de Iraanse nucleaire dreiging, zo nodig met ondiplomatieke middelen. Ik denk dat Nethanyahu verbazingwekkend compromisbereid zal zijn tegenover de Palestijnen (en de confrontatie met een groot deel van zijn regering zal durven aangaan, wetend dat hij op steun van de oppositie kan vertrouwen) als hij ervan overtuigd is dat Israël de Iraanse, zeer reële, dreiging niet in zijn eentje het hoofd hoeft te bieden. Als het huidige Amerikaanse beleid – het willen sparen van de Iraanse kool en de Israëlische geit – nog even wordt voortgezet ben ik bang dat we, sneller dan verwacht, een Israëlische militaire actie tegen Iran zullen zien, niet alleen zozeer bedoeld om Iran te verzwakken als wel om een Iraanse reactie uit te lokken en daarmee Amerikaanse steun af te dwingen. Vorige week hield de Amerikaanse president een prachtige toespraak in het Congres, over zijn plannen om het nationale gezondheidsstelsel (eindelijk) te hervormen. We konden weer eens zien waarom deze ultra-charismatische en verbaal superbegaafde man tien maanden geleden zoveel Amerikanen er toe wist te brengen om op hem te stemmen. Ik zou hem heel graag binnenkort ( PS: toen ik dit schreef was het nog niet zeker of Obama, Abbas en Nethanyahu elkaar komende week zouden ontmoeten ) een soortgelijke, bevlogen en inspirerende toespraak zien en horen houden, staand tussen Abu Mazen en Nethanyahu in New York of Washington, waarbij hij de volgende drie zinnen uit zijn speech van vorige week letterlijk herhaalt: “ Ik zal niet werkloos toezien terwijl belangengroepen dezelfde oude tactieken gebruiken om alles precies zo te laten blijven zoals het is. […] Ik zal de status quo niet als een oplossing aanvaarden. Niet deze keer, niet nu! ”. De tijd dringt, meneer de president!

No comments: