Saturday, January 09, 2010

Dodenherdenking

Het volgende artikel staat vandaag in het Reformatorisch Dagblad. Het is een reactie op een artikel van rabbijn Evers dat eerder deze week in dezelfde krant stond, en sluit aan bij een discussie die o.a. ook op de opiniepagina van de Volkskrant wordt gevoerd. In de Volkskrant spraken de bijdragen van Selma Leydesdorff, Gerard Groen, en Menno ten Brink mij bijzonder aan. Ook in het commentaar van professor Von der Dunk herken ik mezelf voor een belangrijk deel. Dat Jaap Hamburger er Israel en de Palestijnen bijhaalt was net zo voorspelbaar als ongepast. Bij de diverse artikelen staan weer een aantal walgelijke reacties. Ook dat was helaas te verwachten. Ik kan me goed vinden in het redactioneel commentaar dat de Volkskrant aan het onderwerp wijdde. Tenslotte ben ik het geheel eens met wat Rob Fransman op zijn blog schreef. De 500+ woorden die ik van het RefDag tot mijn beschikking kreeg waren natuurlijk niet genoeg om diverse andere zaken die in deze context relevant zijn ( het annexeren - dan wel negeren van het unieke karakter - van de moord op de Europese Joden door bepaalde belangengroepen; het feit dat, zoals Rob Fransman terecht opmerkt, Joden en niet-Joden de oorlog op volkomen verschillende manieren en om totaal andere redenen herdenken ) zelfs maar aan te stippen, laat staan er uitgebreid op in te gaan.
Dodenherdenking
Rabbijn Evers pleitte in deze krant en in de Volkskrant tegen een officiële Duitse aanwezigheid bij de Nationale Dodenherdenking in Nederland . Hoe indrukwekkend en emotioneel zijn betoog ook is, ik ben het per saldo niet met hem eens. Naar mijn mening is er wel degelijk plaats voor vertegenwoordigers van Duitsland bij dergelijke herdenkingsbijeenkomsten. Eén van de belangrijkste argumenten wordt door rabbijn Evers zelf genoemd: kinderen kunnen niet voor hun vaders zonden verantwoordelijk worden gehouden (Deut. 24: 16). Verantwoordelijkheid en schuld zijn iets anders dan bewustzijn. Alle Duitsers die ik ken zijn zich terdege bewust van het feit dat Duitsland na 1945 nooit meer zomaar een land kan worden. In zekere zin geldt dat overigens ook voor Israël. In Yad Vashem, op de universiteit en elders in Israël heb ik de afgelopen zeventien jaar tientallen jonge (geboren na 1945) Duitsers ontmoet. Vaak zijn zij juist naar Israël gekomen om, zoals zij dat zeggen, iets recht te zetten, een vorm van ‘boetedoening’. Velen van hen hebben hier actief aan herdenkingen en Holocaust-onderzoek deelgenomen. Het proces tegen John Demjanjuk toont weer eens aan dat Duitsland – Oost, West, en verenigd – net als andere landen meer dan één steek heeft laten vallen in de juridische vervolging van oorlogsmisdadigers. Ook heb ik grote moeite met een tendens, die af en toe de kop opsteekt, waarbij sommige Duitsers zichelf een slachtofferrol (tijdens en na de oorlog) aanmeten die vergelijkbaar zou zijn met het slachtofferschap van – bijvoorbeeld – de Joden. Toch kun je niet stellen, zoals rabbijn Evers in de laatste paragraaf van zijn artikel suggereert, dat Duitsers als zodanig het gevoel van schaamte niet kunnen opbrengen. Integendeel, zou ik zeggen. Israëliërs die contacten met Duitsers hebben – vooral op educatief gebied – zijn vaak onder de indruk van wat in het Duits zo mooi Vergangenheitsbewältigung (innerlijk verwerken van het verleden) heet. Ik denk dan ook niet dat Nederlandse sprekers bij herdenkingen hun Duitse gasten – want dat zijn ze – zouden hoeven sparen. Duitsers hebben grosso modo bewezen in veel gevallen op volwaardige en volwassen wijze met hun verleden te kunnen omgaan. Nederland heeft in dat opzicht van Duitsland – en van Frankrijk – geleerd. Inmiddels hebben de Duitse ambassade in Den Haag en het Nationaal Comité 4 en 5 mei al laten weten dat de herdenking op de Dam een nationaal karakter heeft, en dat er daarom geen vertegenwoordigers van andere landen bij die herdenking aanwezig zijn. Zelf zie ik niet in waarom wat zowel in Israël als in Nederland al jarenlang op diverse nivo's en plaatsen gebeurt – gezamenlijk onderzoek doen en gedenken – ook niet op 4 mei in Amsterdam kan gebeuren. Natuurlijk heeft de militaire attaché van de Duitse ambassade die dag niets op de Dam te zoeken, en voor Duitse toespraken of kransleggingen is het nog te vroeg. Maar een stille, symbolische aanwezigheid van de ambassadeur lijkt mij niet bezwaarlijk. De Tweede Wereldoorlog was veel meer dan een nationaal-traumatische gebeurtenis voor Nederland alleen, hij was de meest massale en internationale oorlog ooit. De moord op zes miljoen Europese Joden vormt daarvan één van de gruwelijkste bewijzen. Menno ten Brink, een liberale collega van rabbijn Evers, wijst er in de Volkskrant terecht op dat van de oorlogsgeneratie niet alleen maar de Duitsers schuld hadden en hebben aan de massamoord op de Joden, en dat er op de Dam heel goed Nederlanders kunnen staan die meer boter op hun hoofd hebben dan de Duitse ambassadeur. Verzoening, respect, en gedenken – samen, en tegelijkertijd ieder op zijn eigen individuele wijze – zijn niet hetzelfde als vergeten en vergeven.

No comments: