Monday, June 21, 2010

Kritische vriendschap

Het volgende artikel staat vandaag in het Reformatorisch Dagblad. Toen ik onlangs het artikel van Sara van Oordt (“Laat Israël in moeilijke tijden niet als een baksteen vallen”) las, moest ik aan een trouwe lezer van deze krant denken. Sinds ik af en toe artikelen voor het Reformatorisch Dagblad schrijf vraagt hij mijn vader telkens wanneer zij elkaar in de stad tegenkomen: “Hoe is het met uw zoon in Israël?”. Tijdens de Tweede Libanon-oorlog, toen ik met mijn hoogzwangere vrouw en onze twee kinderen voor vijf weken naar Nederland vluchtte, sprak ik een paar keer kort met hem. Ik zal nooit het vuur vergeten dat hij in zijn ogen had toen hij zei: “Wij staan achter Israël, we bidden dagelijks voor jullie”. Ook van andere (protestantse) christenen – veelal lezers van de krant en/of bezoekers van mijn weblog – krijg ik regelmatig steunbetuigingen, voor mijzelf en mijn gezin of meer algemeen voor Israël of het Joodse volk. Er zijn nog steeds veel Nederlanders voor wie onopgeefbare verbondenheid geen holle frase is. Hun gebeden en solidariteit stemmen me altijd blij en dankbaar. Des te meer omdat ik weet dat er moed en karakter voor nodig zijn om je dezer dagen in Nederland – of elders in Europa – openlijk vóór Israël uit te spreken. Het is waar dat de stem van Israël-supporters minder vaak en vooral minder luid gehoord wordt dan die van hen die zeggen zich om de Palestijnen te bekommeren. In tegenstelling tot mevrouw van Oordt heb ik echter geen ontzag voor mensen als Dries van Agt en Gretta Duisenberg. Zij maken meer dan wie ook duidelijk dat wie zich als pro-Palestijnse activist opwerpt niet zelden vooral Israël haat. Nu Israël al bijna een decennium lang als politically incorrect geldt, zijn moed en karakter niet de belangrijkste vereisten om met de wolven mee te kunnen huilen. Maar laat ik geen tijd verspillen aan hen die ons haten. Ik schrijf dit artikel allereerst om mijn dank en waardering uit te spreken voor iedereen die de laatste jaren Israël is blijven steunen, in voor- en tegenspoed. Tegelijkertijd heb ik een kritisch verzoek. Ik geloof niet dat het gevoel van de door mevrouw Van Oordt geciteerde Israëlische beveiligingsmedewerker (“Everybody hates us”) en de daaruit voortvloeiende houding van veel Israëliërs (“We kunnen lak hebben aan de hele wereld, ze haten ons toch”) juist en gerechtvaardigd zijn. Ik ken veel Joden en niet-joden buiten Israël die ons een warm hart toedragen. Sommigen van hen hebben serieuze en zeer constructieve kritiek op het beleid van de Israëlische regering. Die kritiek staat niet haaks op hun vriendschap, integendeel, ze is er een uitdrukking van. Zoals André Rouvoet – zonder twijfel een vriend van Israël – me ooit vertelde: “Echte vriendschap toont zich ook in het leveren van kritiek als dat nodig is, dat is juist in het belang van de vriend en van de vrienschap”. Dit is het soort vriendschap waar Israël meer dan ooit behoefte aan heeft. Door de regionale en wereldwijde haat tegen de Joodse staat en de vaak onterechte en eenzijdige internationale kritiek op Israël, en vanwege een bijna onmogelijke binnenlandse politieke realiteit, lijkt de Israëlische regering stuurloos te zijn. Hierdoor worden de vitale prioriteiten uit het oog verloren, en dreigt de Joodse staat van zichzelf en van zijn vrienden te vervreemden. Je kon dat zien bij het debacle rond de Turkse ‘hulpvloot’. Terwijl Israëls beste soldaten voor schut werden gezet door een groep naiëvelingen en agressieve pseudo-martelaren, nam Teheran bijna onopgemerkt nog een stap op weg naar de – niet alleen voor Israël – levensgevaarlijke Iraanse kernbom. Een soortgelijke onopvallende stap werd gezet toen tijdens het bezoek van de Amerikaanse vice-president aan Israël plannen voor de bouw van woningen in Oost-Jeruzalem bekend werden gemaakt. Wanneer Israël er keer op keer bewust of per ongeluk in slaagt om op het verkeerde moment zijn bondgenoten in verlegenheid te brengen of boos te maken (zie ook: Maxime Verhagen), kun je moeilijk volhouden dat de fouten en de schuld alleen maar bij ‘de andere kant’ liggen. Ik zou graag zien dat Israëls trouwste vrienden hun vriendschap iets meer zouden benutten om Israël ook op zijn fouten te wijzen. Mijn verzoek aan Sara van Oordt, Joël Voordewind, Kees van der Staaij, en alle andere ware vrienden van Israël is dan ook tweevoudig: blijf Israël steunen, en laat die steun zo veel mogelijk zien en horen, maar druk uw verbondenheid, vuur, en vrienschap waar nodig én mogelijk óók, en meer dan voorheen, uit in opbouwende, betrokken en eerlijke kritiek richting Israëls leiders.

1 comment:

Abu Pessoptimist said...

Geen slecht idee, kritiek kan geen kwaad. Waarom geeft u niet het goede voorbeeld? Waarom bijvoorbeeld niet de vaag stellen waarom Israël geen internationaal en onpartijdig onderzoek wil naar de Mavi Marmara-affaire als het toch ging om de strijd tegen een stel naïevelingen en pseudo-martelaren?
Waarom niet de vraag gesteld of Israël niet überhaupt fout zit met het bouwen van woningen in bezet Oost-Jeruzalem, in plaats van de timing de schuld te geven?
Je hoeft toch werkelijk geen vijand van Israël te zijn om op dit soort voor de hand liggende kwesties te komen? Of zie het ik verkeerd en moet ik - als Jood - proberen me toch meer in te leven in een christelijke kijk op de zaak?