Monday, September 13, 2010

Artikel - Vredesobstakels

Het volgende artikel staat vandaag (of het stond zaterdag, dat weet ik niet helemaal zeker) in het Reformatorisch Dagblad. Twee weken geleden vond er na lange tijd weer een aanslag plaats zoals we die al bijna twintig jaar zien telkens wanneer er serieus over vrede onderhandeld ‘dreigt’ te gaan worden. Eindelijk kwamen vertegenwoordigers van Israël en de Palestijnse Autoriteit weer eens op het hoogst mogelijke niveau bijeen om te praten. Anderhalve dag voordat premier Nethanyahu, PA president Abbas elkaar en president Obama Obama in Washington de hand schudden, werden nabij Hebron, naast de nederzetting Kiryat Arba, vier Israëlische burgers vermoord. Hamas eiste de verantwoordelijkheid op voor deze aanslag, die luidkeels in Gaza gevierd (en in Teheran geprezen) werd als een ‘succes’ voor het Palestijnse ‘verzet’. Het hoge zie-je-wel gehalte van veel Israëlische reacties na die aanslag deed mij weer eens vermoeden dat sommige mensen teleurgesteld zouden zijn geweest als het uitzicht op vooruitgang – hoe miniem ook – niet wederom door terreur was vergezeld. Ook nu weer werd om het hardst geroepen dat alleen een harde hand en meer nederzettingen het enige juiste antwoord op dergelijke terreurdaden zijn. Ik zal hier niet ingaan op de problemen aan de Palestijnse kant die het vinden van een uitweg uit de verstikkende status quo bemoeilijken. Niet alleen zijn die problemen enorm ingewikkeld, ik voel me er ook niet echt voor verantwoordelijk of bij betrokken. Mij gaat het allereerst om ‘mijn’ kant van het conflict, een kant die ik al vaak nauwelijks kan begrijpen. Ook aan deze kant zijn de vredesobstakels talrijk. Twee verwante problemen staan hierbij centraal: een nagenoeg verdwenen vredeswil, en een groeiend gevoel van zwakte en onzekerheid. Mede door de Palestijnse terreur – maar ook bijvoorbeeld door een gebrek aan leiderschap na de moord op Rabin, corruptie, een algehele verrechtsing, en andere binnenlandse ontwikkelingen die niet of slechts deels aan die terreur kunnen worden toegeschreven – wordt er tegenwoordig door veel Israëliërs alleen nog maar lippendienst aan de wil tot vrede betaald. Men ziet de vrede nauwelijks nog zitten, en veel mensen die nog halfzacht in vrede geloven denken dat die uiteindelijk zonder territoriale prijs gewonnen kan worden. Zolang we maar rustig blijven doorbouwen en onverschrokken onze tong naar de internationale gemeenschap blijven uitsteken. Nederzettingen zijn niet het enige vredesobstakel (zie o.a. de Palestijnse kant van het verhaal), en de vrede zal heus niet spontaan uitbreken mocht Israël de (meeste) nederzettingen ooit opgeven, maar je moet wel ziende blind of horende doof zijn om keer op keer te stellen dat ze absoluut geen probleem vormen. Zelfs onze beste (werkelijke) vrienden in het buitenland erkennen dat het overgrote deel van de betwiste/bezette gebieden nooit een onbetwist en erkend deel van de Joodse staat zullen vormen. Nog veel gevaarlijker is dat Israël van binnenuit verzwakt. Het land – voor zijn veiligheid en voortbestaan zo afhankelijk van technologische en intellectuele vooruitgang – zakt bijna elk jaar verder weg op diverse inernationale lijsten met educatieve en academische prestaties. Deze week viel in het jaarlijkse onderwijsrapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) te lezen dat Israël minder geld uitgeeft – per leraar en per leerling – dan elk ander lid van de organisatie. Ook kent Israël, een kersvers OECD-lid, van alle lidstaten de grootste kloof tussen arm en rijk. Die kloof zorgt voor sociale spanningen en is één van de redenen waarom het land politiek onstabieler wordt. Deze verzwakking gaat gepaard – mede door de terreurdreiging en de internationale verkettering van Israël – met een groeiend gevoel van onzekerheid, en een gebrek aan identiteit. Veel seculiere Israëliërs zullen je nauwelijks een duidelijk en zelfverzekerd antwoord geven als je hen vraagt of en zo ja waarom ze zich als zionist zien, en wat het voor hen betekent om Israëlisch te zijn. Populistische politici – ook hier zijn zij tal- en invloedrijk – spelen in op die onzekerheid. Terwijl het onderwijssysteem zucht onder tekorten vond de minister van onderwijs (een prominente seculiere Likudnik) zomaar geld om Joodse studiën op middelbare scholen te bevorderen, ten koste van lessen maatschappijleer en democratie, die – zo luidde één van de bedenkelijke argumenten die ik ergens las – toch maar voor verhitte discussies zorgen. De ondanks alles nog steeds enige democratie in de regio wordt zo langzaam maar zeker steeds verder uitgehold, en echt niet alleen of voornamelijk door ultra-religieuze nationalisten. Vraag mij niet wat dé oplossing voor dit alles is. Waar ik wel van overtuigd ben is dat Israël zijn eigen toekomst voor een belangrijk deel in eigen handen heeft. De meeste beslissingen die vereist zijn op economisch, politiek, en militair gebied om Israëls toekomst veilig te stellen en zijn positie in de wereld te verbeteren, moeten in Jeruzalem, Tel Aviv etc. genomen worden. De besprekingen van de afgelopen weken zijn een stap in de goede richting. Oplossingen voor de twee problemen die ik hierboven geschetst heb zouden grotendeels door onze eigen leiders kunnen worden aangedragen. Daarvoor zijn wel meer dan ooit gezond verstand, durf, visie, en waarachtig leiderschap vereist. Aan het begin van het nieuwe Joodse jaar zijn het dan ook die vier dingen die ik Israëls leiders van harte toewens.

No comments: