Wednesday, November 10, 2010

Onverkoopbaar

Het volgende artikel stond eerder deze week in het Friesch Dablad. Er is al jarenlang veel mis met het imago van Israël. Er zijn daarvoor tal van redenen aan te wijzen. Bin Laden en anderen zijn er in geslaagd sommige wereldburgers ervan te overtuigen dat Israël de bron van bijna alle ellende in de wereld is. Ook zijn er mensen die altijd al een broertje dood hebben gehad en zullen blijven hebben aan Joden in het algemeen en aan de Joodse staat in het bijzonder. Als het om hasbara – het uitleggen van en begrip vragen voor Israëls positie en handelen – gaat zijn dergelijke mensen niet echt het publiek waar Israëls woordvoerders en pleitbezorgers hun pijlen op hoeven te richten. Waar echter de grootste omslag lijkt te hebben plaatsgevonden – zo niet feitelijk dan toch zeker gevoelsmatig – is dat deel van de publieke opinie dat altijd wél warm liep voor Israël, of op zijn minst zonder al te veel moeite begrip kon opbrengen voor dat land. Dat het in die hoek de laatste jaren faliekant fout gaat moeten Israël en zijn meest actieve supporters toch vooral zichzelf aanrekenen. Een voorbeeld. Begin vorige maand werd in Amsterdam ‘het nieuwe Missing Peace public diplomacy project’ gepresenteerd. Na de toespraak van de Israëlische ambassadeur, Harry Kney-Tal, sprak Frits Bolkestein zijn vriendschap voor Israël uit maar hij ‘durfde’ ook te vragen waarom Israël tijdens de vredesonderhandelingen met de Palestijnen de bouwstop in bezet gebied niet verlengde. Het hervatten van de bouw in bezet gebied noemde Bolkestein gekkenwerk. Kney-Tal antwoordde daarop dat de nederzettingen nooit het probleem zijn geweest in de vredesonderhandelingen en dat handhaving van de bouwstop zou betekenen dat Israël aan Palestijnse voorwaarden vooraf zou toegeven. Een nogal gebrekkige argumentatie: de nederzettingen zijn niet hét maar wel degelijk een (zeer centraal) probleem of obstakel in de onderhandelingen, en handhaving van de bouwstop terwijl onderhandelingen op het punt staan te beginnen zou een gebaar van goede wil zijn, niet een toegeven aan voorwaarden vooraf. In deze context was het interessant om te lezen dat Missing Peace, dat vooral faire en juiste berichtgeving over Israël als doel zegt te hebben en het graag over feiten heeft, in zijn nieuwsbrief over de bijeenkomst schreef dat de kritiek van de voormalige EU-commisaris door de ambassadeur ‘weerlegd’ werd. Het zal wel. Dit incident maakt in meerdere opzichten duidelijk waar Israëls PR-schoen hem wringt. Allereerst werd weer eens duidelijk dat je het niet over Israël kunt hebben zonder Israëls beleid in bezet gebied te noemen. Zeg je tegenwoordig Israël dan zeg je bezetting en nederzettingen. Of die één-op-één associatie juist of rechtvaardig is doet er niet echt toe, het gaat bij PR ook en vooral om perceptie. In dat opzicht zijn de nederzetingen dus wel degelijk een groot – wellicht het grootste – probleem aan de Israëlische kant van de onderhandelingstafel. Daarnaast ging het vorige maand net als bij zo goed als elke pro-dit of anti-dat bijeenkomst weer vooral over de fouten die ‘de andere kant’ maakt, en over de misdaden die ‘de andere kant’ bedrijft, en over het onrecht en de onheuse bejegening die ‘onze kant’ ten deel vallen. Voor pro-Israël activisten draait het toch vooral om misstanden aan Palestijnse zijde en om blunders of minder sympathieke bezigheden van (ultra-)linkse organisaties en anti-Israël groeperingen. Zelden zullen zulke activisten de vraag stellen wat er nu werkelijk door Israël gedaan kan worden om vrede dichterbij te brengen en Israëls positie te verbeteren (twee dingen die met elkaar samenhangen, maar dat is weer een ander verhaal). Dat dit ook aan ‘de andere kant’ gebeurt (Anja Meulenbelt, Een Ander Joods Geluid, ik noem waar wat) is geen excuus voor het chronische gebrek aan zelfkritiek en introspectie onder Israëls pleitbezorgers. Bovendien bleek wederom dat vandaag de dag zelfs de vrienden en bondgenoten van Israël – en Bolkestein behoort ongetwijfeld tot die groep; ook toen ik hem twee jaar geleden voor een boek interviewde liet hij blijken een waardevolle, kritische vriend van het land te zijn – nauwelijks begrip kunnen opbrengen voor het feit dat Israël de bezetting te vuur en te zwaard verdedigt en voortzet, en dat de Israëlische regering en haar vertegenwoordigers weigeren in te zien dat buiten Israël vrijwel niemand Israëls gezag buiten de Groene Lijn erkent. Verder moet hier nog vermeld worden dat bij PR professionalisme, communicatie en een algemene indruk essentieel zijn. In Nederland is Israëls positie in dat opzicht nog beroerder dan elders ter wereld. Op de ambassade in Den Haag spreekt geen enkele officiële woordvoerder Nederlands (en het Engels van Israëliërs klinkt vaak tamelijk aggressief en onbeholpen). Het CIDI werkt bewonderenswaardig hard maar beschikt niet over voldoende mankracht. Op de bijeenkomst van Missing Peace werd overigens duidelijk dat men ook bij het CIDI niet op Missing Peace zit te wachten. Dat Yochanan Visser, de initiatiefnemer van Missing Peace, zelf in de nederzetting Efrat woont – en dus niet in Israël, zoals hij wil doen voorkomen – ondergraaft zijn zeggingskracht en is een wapen waar zijn tegenstanders graag en vaak naar grijpen. Tijdens de Gaza-oorlog (2009) meldde het Israëlische ministerie van buitenlandse zaken trots dat veel bloggers gehoor hadden gegeven aan de oproep van het ministerie om te helpen met de hasbara. Israël wil op dit gebied voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. De resultaten zijn ernaar. Tenslotte, en dit houdt rechtstreeks verband met het eerstgenoemde opzicht, zijn er gewoon dingen die onverkoopbaar zijn. Trieste en constant terugkerende verhalen over Palestijnen wier leven door Israëlische (tiener)soldaten of kolonisten wordt bemoeilijkt of verziekt kun je niet goedpraten met een Powerpoint presentatie. Dat Israëls minister van buitenlandse zaken de leider is van een racistische partij valt niet te verbloemen, evenmin als het feit dat dat racisme steeds voel- en zichtbaarder wordt in Israël. Je kunt het Israëls tegenstanders en vijanden niet kwalijk nemen dat ze op dit soort dingen inspelen. Israël en zijn pleitbezorgers moeten meer dan nu het geval is de hand in eigen boezem durven te steken, niet alleen maar om te zeggen dat fouten zijn gemaakt maar vooral ook om na te gaan hoe het anders, beter kan. Het land moet zijn ware vrienden – en dat zijn er nog heel veel, is mijn persoonlijke ervaring – omhelzen, naar hen luisteren, hen op waarde schatten, en hun vriendschap niet voor lief nemen. Ook moet men in Jeruzalem beginnen te snappen dat PR meer is dan geweeklaag en tandengeknars, en dat goede verkoopresultaten afhankelijk zijn van een goed produkt. Bovenal, Israël zal eerst zelf moeten beslissen wat voor land het wil zijn en waar het heen wil, voordat het erin zal slagen om zijn eigen visie op de ingewikkelde Israëlisch-Palestijnse en regionale werkelijkheid aan de wereld te slijten.

1 comment:

van hooft said...

Dubbelhartige politieke rol die Engeland in het Midden-Oosten heeft gespeeld, staat aan de basis van de huidige problemen in Israel en de Palestijnse gebieden. Het zigzagbeleid dat begin 20e eeuw werd gevoerd om zowel Joden als Arabieren te vriend te houden omwille van de exploitatie van oliebronnen speelt staat hierin centraal.