Monday, January 31, 2011

Egypte, vanuit Israel bekeken

Als het goed is staat het volgende artikel vandaag in het Friesch Dagblad. Vorig jaar maart organiseerde het Centrum Informatie en Documentatie Israel in het Vredespaleis een internationaal symposium onder de titel Een veilig Israël in een vreedzaam Midden-Oosten (*). Onderdeel van die bijeenkomst was een discussie tussen professor Rob de Wijk en de Israëlische generaal en onderhandelaar Danny Rotchschild. Rothschild wees daarbij op de islamiserings-tendens in diverse landen in het Midden-Oosten: islamisten verlenen sociale en medische diensten die de seculiere (en, laten we dat niet vergeten, vaak brute en corrupte) staten niet bieden of kunnen bieden, en zodra ze daar kans toe zien verzilveren ze de gekweekte goodwill bij verkiezingen. De Israëliër keek tien, vijftien jaar vooruit en voorzag “een situatie […] waarin seculiere regimes in het Midden-Oosten door islamitische extremisten vervangen zijn”. Hij noemde Egypte met name: “…president Mubarak is over de tachtig, hij is niet gezond, ik weet niet wie het land na hem zal leiden. Zelfs als in de eerste drie, zes maanden na hem zijn zoon, of iemand anders, Egypte leidt, zal het land doorlopend in onrust verkeren. De Moslim Broederschap is dusdanig sterk dat ik bang ben dat zij de macht zullen grijpen”. Het is nog te vroeg om te zeggen wie de macht zal grijpen of krijgen in Egypte, maar het ziet er naar uit dat Hosni Mubarak haar al zeer snel zal (moeten) overdragen, dat zijn gezondheid op dit moment één van zijn minst acute problemen is, dat zijn zonen naar het presidentschap kunnen fluiten, en dat de onrust al lang en breed regeert in het land van de farao’s. De rol van de Moslim Broeders in de volksopstand is tot nu toe tamelijk beperkt gebleven, maar dat ze een rol spelen staat buiten kijf. Of de Egyptische islamisten al dan niet met min of meer democratische middelen aan de macht zullen komen valt nog niet in te schatten, maar de kans is meer dan redelijk dat hun invloed een stuk groter zal worden dan ze tot nu toe is geweest. En dat is hoogstwaarschijnlijk niet echt goed nieuws voor Israël (waar de democratie overigens de laatste paar jaar ook sterk onder druk staat, maar dat is weer een ander verhaal). Het Midden-Oosten is te dynamisch en te onstabiel om wat voor waardevaste voorspellingen dan ook te doen. Toch kun je bepaalde dingen met zekerheid zeggen. Eén daarvan is dat zowel Israël als Egypte belang bij hun onderlinge vredesverdag hebben. Een ander gegeven is dat religieuze extremisten weliswaar een bepaalde logica hanteren, maar zelden enkel op basis van gezond verstand en rationele belangen handelen, althans minder dan de meeste seculiere regimes en democratieën. Mochten islamisten het direct of indirect voor het zeggen krijgen in Cairo, dan is er een redelijke kans dat de Israëlisch-Egyptische vrede zijn langste tijd gehad heeft. Tijdens de demonstraties kun je zien en horen dat Egyptes vredesverdrag met ‘de Zionisten’ één van de vele doornen in de ogen van de woedende menigte is. Israël moet in ieder geval weer, meer dan de laatste jaren gebruikelijk was, serieuze aandacht gaan besteden aan zijn zuidgrens. Om generaal Rothschild nogmaals te citeren: “35 jaar lang hebben we daar alleen met het binnensmokkelen van drugs en prostituées te maken gehad. Dat zou een grote verandering betekenen voor Israël, wat betreft het toekennen en gebruiken van beschikbare militaire, economische en andere middelen”. Wat er de komende dagen en weken ook gebeurt, het is duidelijk dat de verhoudingen tussen Israël en Egypte nooit meer zullen zijn wat ze de afgelopen dertig jaar waren. Dat de veranderingen uiteindelijk gunstig zullen uitpakken voor Israël lijkt mij sterk, al koester ook ik een onzekere hoop dat democratie het Egyptische volk en de regio goed zal doen. Ik heb de indruk dat de Joodse staat zich nog meer dan voorheen geïsoleerd voelt, en dat de ontwikkelingen in Noord-Afrika en het wederom onrustige Libanon de hier al jaren groeiende onzekerheid en daarmee gepaard gaande nationaal-religieuze verrechtsing versterkt. Er wordt gewezen naar de weifelachtige houding van de Amerikaanse regering, al kun je je afvragen hoe Barack Obama en Hillary Clinton anders, beter hadden kunnen handelen, gezien de aard van de volkswoede. Als de afgelopen weken één ding weer eens duidelijk hebben gemaakt dan is het wel dat de tijd nooit in het voordeel van Israël werkt. De Joodse staat kan het zich niet veroorloven om rustig af te wachten en passief op betere tijden te hopen. Wat de logische consequentie van die vaststelling is hangt vooral van je politieke voorkeur of visie af. Iedereen interpreteert gebeurtenissen en ontwikkelingen anders. Zelf zou ik zeggen dat de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte laten zien dat je een onwillige, steeds beter opgeleide, grotendeels jonge burgerbevolking niet onbeperkt én ongestraft kunt onderdrukken en bestelen. Daarentegen was – nog voordat de onlusten in Egypte begonnen – voor minstens één rechtse Israëlische commentator de vlucht van Zine el-Abidine Ben Ali nu juist de aanleiding voor een vernieuwd, vurig pleidooi voor het voortzetten van Israëls bezettings- en nederzettingenbeleid aan de Palestijnse kant van de Groene Lijn. Als ik niet zo skeptisch was over lessen die uit de geschiedenis te leren zijn, zou ik haast zeggen dat zij ons zal leren wie van ons tweeën er gelijk heeft. (*) De toespraken en de discussie die op dat symposium werden gehouden verschenen deze maand in boekvorm bij uitgeverij Aspekt, door mij (deels vertaald en) geredigeerd. Het boek bevat bijdragen van o.a. Paul Bremer, Irwin Cotler, Dan Meridor, Jaap de Hoop Scheffer, Ernst Hirsch Ballin, Mark Rutte en Maxime Verhagen.

No comments: