Tuesday, June 28, 2011

In naam van de vooruitgang...


Ik kan er niks aan doen, ik vind dit triest. Voor de partijen die er rond voor uitkomen dat ze dierenwelzijn belangrijker vinden dan godsdienstvrijheid kan ik nog respect opbrengen, al blijf ik de discussie over de mate van dierenleed hypocriet vinden zolang 95+% van het dierenleed ongemoeid blijft. Voor de polderaars die met  de populistische meute wilden meefietsen maar bang waren om als heulers met die meute te worden gezien, en die dus met een compromis kwamen dat overduidelijk geen compromis is, koester ik momenteel - waarschijnlijk zakt het nog wel een keer, ik heb me te lang met een deel van hen verbonden gevoeld om voorgoed elders mijn politieke heil te zoeken - niet veel meer dan een vorm van minachting aversie. De drie PvdAers die tegen het verbod gestemd hebben kunnen in zekere zin dapper genoemd worden.  Ik heb voor de volgende verkiezingen een aardig stemalternatief op het oog, al zou het maar eenmalig zijn. Maar het lijkt me sterk dat ik de eerstvolgende keer dat ik mijn afkeer van de houding van de PvdA tijdens dit debat kan duidelijk maken, die kans niet zal benutten. Dat Wim Kortenoeven niet eens mag uitleggen waarom hij tegengestemd heeft is veelzeggend. En ja, ik kan er ook niks aan doen dat ik terug in de tijd kijk. Niet naar de bezetting, dat zou haast populistisch zijn. Maar wel na de jaren kort daarna. Ik las net nog even een artikeltje in het Historisch Nieuwsblad waarnaar ik eerder deze week verwees. Ook tijdens de meest recente discussie heb ik menige dierenvriend  horen of zien zeggen wat religieuze Joden (en natuurlijk moslims, al heb ik de indruk dat de kwestie voor hen minder dringend is; bovendien spelen bij hen historische argumenten en emoties niet of nauwelijks een rol, lijkt mij, terwijl bij mij - vrijwel volkomen seculier - die juist mijn standpunt bepaald hebben) wel of niet zouden mogen eten. Vanzelfsprekend werden daarbij niet de kampen genoemd, maar de parallellen blijven te frappant om ze hier onvermeld te laten:

"Ambtenaren kwamen met het argument dat de Joden er tijdens de bezetting wel akkoord mee waren gegaan dieren bij de slacht te verdoven. Zij vonden dat “wat toen koosjer was, zulks thans ook moet zijn en dat door Joden uit overdreven orthodoxie meer verlangd wordt dan noodzakelijk”.[...]
Opperrabbijn Justus Tal wees er echter op dat de Joden tijdens de bezetting geen andere keus hadden. “In zulk een noodsituatie waarin het leven ervan afhangt hebben wij het recht ‘ja’ te zeggen,” schreef Tal. En ook: “Wie wil de handelwijze der Duitsers overnemen uit zogenaamd medeleven met de dieren?” [...] Midden jaren tachtig laaide de discussie opnieuw op. De hoofdinspecteur van de dierenbescherming in Hilversum schreef in een rapport dat het voor Joden in noodsituaties geoorloofd was niet-koosjer vlees te eten. Een verbod op ritueel slachten zou zo’n noodsituatie creëren, dus was er niets aan de hand. “Joden konden in de concentratiekampen ook geen koosjer vlees eten.” Zo werd de Shoah weer tegen de Joden gebruikt."

Zoals Evelien Gans in het artikel zegt, " De stereotiepe connectie tussen Joden en bloed is zo oud als de wereld." Helaas zal ook dit verbod daar weinig aan veranderen.

No comments: