Monday, March 28, 2011

Quod licet Iovi non licet bovi

Isn't it ironic that this latest attack against leftwing groups by Likudniks is being launched right after we have learnt (more) about the foreign donors of the person who heads both the Likud and the government? It becomes more and more difficult to sell Israel as a democracy. Of course, we are still the only country in the Middle East that comes close to the definition and characteristics of a democracy, but when you read things like this, this, and this, you should worry if you care about the democratic character of this state of ours. I know, the mere fact that journalists, bloggers and others can still write about these phenomena without having to fear for their physical safety shows that most basic freedoms are still protected and even cherished by some, and all is not lost yet, but democratic values have become increasingly threatened as a result of the polarization that has held Israel in its grip for the last decade or so.

Sunday, March 27, 2011

Tom Janssen on Libya

(A new UN-resolution is being drawn for a ban on camping)

Saturday, March 26, 2011

A Private Tragedy

This weekend in Ha'Aretz, a moving and very interesting interview with Motti Fogel, the brother of Udi Fogel, who was murdered together with his wife and three of their children in Itamar about a week ago. Two of the most relevant and memorable quotes from the article:
  • "The settlers, in quotation marks, are first of all human beings. It sounds very dumb to say this, but they have private lives, and it was important for them to have a private element at the funeral."
  • "...when we see a fire burning, let's not presume who lit it. Maybe we will be better off making an effort to put it out."

Thursday, March 24, 2011

Het is allemaal de schuld van...

Het volgende artikel stond - in ingekorte vorm - gisteren in het Reformatorisch Dagblad.
Het aanklagen van media, zoals Yochanan Visser doet, is een beproefd populistisch wapen. Ironisch genoeg worden 'de' media volgens Israël-haters door 'de Zionistische lobby' gecontroleerd, terwijl Israël-'supporters' en rechtse Zionisten juist vaak claimen dat diezelfde media, in Israël en daarbuiten, grotendeels anti-joods danwel anti-Israël zijn. Ik richt me hier op Vissers belangrijkste beschuldigingen: Joden op de Westoever worden in Israëlische en andere media gedemoniseerd, en de gruwelijke moord op de ouders en drie jonge kinderen van het gezin Fogel uit Itamar zou een rechtstreeks gevolg van die ophitsing zijn. Een verduidelijking vooraf. Ook ik gebruik de term 'kolonist' voor de meeste Israëliërs die aan de – vanuit mijn woonplaats gezien – andere kant van de Groene Lijn wonen. Het woord is een historisch juiste parafrase van het in Israël alom gebruikte Hebreeuwse mitnahel, meervoud mitnahalim, dat als werkwoord al in Numeri voorkomt en o.a. 'in bezit nemen' betekent. Het lijkt mij sterk dat de Arabieren de term introduceerden, zoals Visser beweert. Het is vals en wreed om een terreurslachtoffer als Hadas Fogel (3 maanden oud toen ze werd doodgestoken) of haar ouders simpelweg als 'kolonist' af te schilderen. Toch is het niet enkel en alleen de schuld van 'de' media dat de kolonisten als een aparte categorie Israëliërs worden aangeduid, en dat zij niet altijd in een positief licht worden gezien, in Israël zelf en daarbuiten. Elke volwassene die in een nederzetting woont – of dat nu een stad als Ariel is, een geïmproviseerd groepje caravans, of een omheind dorp als Itamar – heeft daarvoor gekozen, om praktische (werk, het uitzicht, financiële prikkelingen, schone lucht, enz.) of ideologisch-religieuze redenen. Die keuze heeft gevolgen, voor de persoon zelf, voor zijn./haar gezin, én voor de politieke werkelijkheid waar Palestijnen en Israëliërs in leven. Per hoofd van de bevolking krijgen nederzettingen meer staatsgeld toegewezen dan gemeenten en gemeenschappen binnen de Groene Lijn. Daarnaast zien veel mithahalim (en hun supporters aan 'mijn' kant van de Groene Lijn) zichzelf als anders dan andere Israëliërs, als hedendaagse halutzim, pioniers. Regelmatig worden seculiere, al dan niet linkse, Israëliërs door religieus-nationalisten voor 'Hebreeuws sprekende goyim (goy is een benaming voor een niet-Jood, met een negatieve connotatie) of erger uitgemaakt. Tijdens confrontaties met kolonisten krijgen soldaten en politieagenten niet zelden kwetsende, vaak Holocaust-gerelateerde, verwensingen en scheldwoorden naar hun hoofd geslingerd. Vooral de niet-Joden onder hen (Bedoeïenen, Druzen, Russen en andere Israëliërs) moeten het daarbij ontgelden. Zelden of nooit komt het bij geweld van de kant van kolonisten tot veroordelingen. Geweld tegen Palestijns lijf en goed wordt tegenwoordig nogal eens met het eufemisme "prijskaartje" aangeduid: het wordt bijna vergoeilijkend als een reactie op Palestijns geweld gezien. Natuurlijk zijn verreweg de meeste kolonisten loyale en vredelievende burgers die de wet in acht nemen. Maar het imago van de kolonisten wordt vooral door wat Visser zelf terecht als "een relatief kleine groep Israëlische extremisten" bepaald, net zozeer als het beeld van de Palestijnen in de ogen van veel Israëliërs eerder door 'hun' extremisten wordt beïnvloed dan door de gemiddelde, hardwerkende familieman in Khan Yunis of Ramallah. De regering helpt ook niet echt. Tijdens een condoleance-bezoek aan de familie Fogel zei premier Nethanyahu: "Zij moorden, wij bouwen". De minister van binnenlandse zaken verklaarde eerder dat er voor elk vermoord lid van de familie Fogel duizend (extra) wooneenheden in nederzettingen moeten worden bijgebouwd. Alsof bouwen gelijk staat aan terreur, of minstens een strafmaatregel is, en alsof vijf mensenlevens 5000 woningen waard zijn. Daarbij, hoe verwacht je internationaal sympathie te kweken door op zo'n wandaad te reageren met iets waarvan je weet dat de internationale gemeenschap het niet zal accepteren, hoezeer je ook van je eigen gelijk bent overtuigd? Juist door tegen elke internationale consensus in de nederzettingen steeds weer als speerpunt van Israëls beleid te maken hebben opeenvolgende Israëlische regeringen ertoe bijgedragen dat niet alleen de legitimiteit van de nederzettingen maar ook van de Joodse staat zelf meer en meer betwist of zelfs ontkend wordt. Kortom: het is goedkoop en onjuist om 'de' media – binnen- en buitenlands – de exclusieve schuld te geven van het apart bejegenen en het negatief benaderen van dit deel van de Israëlische bevolking. Dan nog de invloed van die media op de terroristen. Het is onzinnig te stellen dat de aanslag een gevolg zou zijn van de ophitsing in de Israëlische media, of de anti-Israëlische houding van de BBC en andere buitenlandse nieuwsbronnen. Even afgezien van de vraag of die media zich inderdaad schuldig maken aan demonisatie, terroristen van het soort dat Israël al decennia lang teistert laten zich echt niet inspireren door Ha'Aretz, en zijn heus niet op zoek naar begrip of aanmoediging voor hun wandaden op zenders en websites als CNN en de BBC. Ook trekken ze zich nauwelijks wat aan van wat leiders als Abu Mazen te zeggen hebben. Ze worden vrijwel allemaal geleid door een mengeling van ontaarde religie en pan-arabisch of pan-islami(s)tisch nationalisme die los staat van wat voor mainstream westers medium dan ook. Tenslotte nog één kanttekening. Het is triest dat een gruweldaad zoals de moord op de familie Fogel de aanleiding was voor een kritisch en cynisch artikel zoals dit. Ik heb bijna een week gewacht voordat ik iets over die aanslag schreef, vooral omdat ik er tezeer ontdaan over was, als mens, als Jood, en als vader van drie jonge kinderen, waarvan er één niet geheel toevallig Itamar heet. Maar nadat ik gehoord en gelezen heb hoe rechts-religieuze en ultra-nationalistische Israëliërs nog niet konden wachten op het einde van de eerste, zevendaagse, rouwperiode alvorens te proberen hun politiek-ideologische gelijk te halen over de rug van de slachtoffers van die terreurdaad, geloof ik dat ook ik het recht heb om mijn zegje te doen.

Wednesday, March 23, 2011

Terreur is mensenwerk

Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad.
Terreur is mensenwerk
Begin vorige week vond er in Itamar, een Joodse nederzetting in de buurt van Nablus (de Arabische naam van de stad), of Shechem (de Hebreeuwse naam), op de Westoever, een gruwelijke terreuraanslag plaats. Een of meerdere terroristen drongen ongehinderd het huis van de familie Fogel binnen en vermoordden met messteken Udi (36) en Ruth (35) en drie van hun zes kinderen: Yoav (11), Elad (4), en Hadas (3 maanden). Udi en Ruths twaalfjarige dochter en twee zoontjes, acht en twee jaar oud, werden die nacht in één klap weeskinderen. Deze wandaad vervulde ook mij met afschuw: als mens, als Jood, en als vader van drie jonge kinderen, waarvan de jongste toevallig (of niet echt toevallig, het is een mooie naam; Itamar was de jongste zoon van Aaron de Hogepriester) Itamar heet. Wat me de afgelopen week opviel – naast de politiek-nationalistische munt die ook deze keer weer door diverse belanghebbenden werd geslagen uit iets wat toch eerst en vooral een intens verdrietige, persoonlijke tragedie is – was het gemak waarmee deze misdaad als onmenselijk of beestachtig werd omschreven. We reageren vaak met walging en woede op terreurdaden zoals in Itamar, Breslan, Madrid, of elders ter wereld. We kunnen ons nauwelijks indenken hoe andere mensen in staat zijn om kinderen kwaad te doen, en waarom een mens met opzet onschuldige burgers op een zo wreed mogelijke manier de dood in zou willen jagen. De misdadigers die dergelijke dingen doen worden al gauw beesten of monsters genoemd, zowel door de gemiddelde feedbacker als in mainstream media. Ik denk dat het verkeerd en gevaarlijk, en oneerlijk ten opzichte van dieren, is om het menselijke karakter van dergelijke moordfanaten te ontkennen. Voor zover ik weet doen beesten andere dieren niet of nauwelijks pijn of verdriet enkel en alleen om hen pure angst aan te jagen en hun dagelijkse leven te verstoren. Toch is dat precies waar het terroristen om te doen is: angst en chaos. De meeste terroristen vinden hun belangrijkste inspiratie in een mengsel van nationalisme en religie, twee elementen die bij mijn weten geen deel uitmaken van het dierenrijk. Ook al hebben we het over onvergelijkbare eenheden, het is opvallend dat ook zij die de gruwelen van het Derde Rijk uitdachten en uitvoerden vaak als monsters en beesten zijn afgeschilderd. Het lijkt alsof we schier onbegrijpbare misdaden proberen te begrijpen en verklaren door megamisdadigers als onmenselijk te beschouwen. Hun gruweldaden zijn zo buitengewoon in aard en omvang, en de gruweldaders staan zo ver af van het mensbeeld dat wij koesteren, dat we hen simpelweg als onbegrijpelijk beschouwen, waarna we tot de orde van de dag overgaan. Ik denk echter dat het verstandig zou zijn om te proberen juist bij zulke afschuwelijke en uitzonderlijk grote misdaden de achtergronden en motieven van de verantwoordelijke mannen en vrouwen te doorgronden. We moeten terroristen zien als de mensen die ze zijn, en hen dienovereenkomstig bestrijden. Hen eenvoudigweg buiten ons mensbeeld te plaatsen maakt het moeilijk om een historisch zo nauwkeurig mogelijk beeld van hun wandaden te schetsen. Bovendien zijn we hun slachtoffers meer dan een gratuite veroordeling verschuldigd, en kan inzicht in hun drijfveren, en in de passieve steun die ze ontvangen, heel misschien helpen om hun daden in de toekomst te voorkomen, of hen in een vroeg stadium te stoppen. De meest menselijke reactie op terreurdaden is een roep om wraak. Ik denk dat wraak tegenover de daders gerechtvaardigd is en effectief kan zijn, mits ze precies wordt uitgemeten en geen onschuldigen treft. Het zogenaamde 'prijskaart'-beleid dat door sommige Israëlisch-Joodse fanatici wordt uitgevoerd (en oogluikend wordt toegestaan, zo niet aangemoedigd, in bepaalde politieke kringen) is in dat opzicht onverdedigbaar. De strijd tegen het terrorisme kan tegelijkertijd compromisloos en goed doordacht zijn, maar moet op twee fronten gevoerd worden: militair en anderszins. Wat Islamisten en andere religieuze zeloten voortdrijft is een combinatie van verwoestend nihilisme, haat, en ontaarde vormen van religie en nationalisme. Sommige van onze eigen leiders – George W. Bush was daar een meester in, en Binyamin Nethanyahu en enkele van zijn ministers lijken er ook niet vies van – stellen tegenover dat nihilisme een absoluut negatief non-beleid: ze zeggen dat wij en de hele wereld tegenover één en dezelfde vijand staan, dat die vijand verslagen moet worden, en dat wie zich niet in 'onze' visie kan vinden vrijwel automatisch onze tegenstander is. Zelden of nooit zeggen ze ooit wat voor wereld zij voor ogen hebben als de schijnbaar onvermijdelijke overwinning op 'het kwaad' eenmaal behaald is. De sleutel in de strijd tegen (de diverse vormen van) islamistische en religieus-nationalistische terreur in het Midden-Oosten en elders ter wereld ligt voor een aanzienlijk deel bij de burgers in deze regio. Moslims en anderen die zich onderdrukt en tekortgedaan voelen – op de Westoever, in Gaza, Irak, Egypte, Libië, maar ook in bijvoorbeeld Tsjetsjenië – moeten ervan worden overtuigd dat zij meer dan wie ook profijt zullen trekken van een einde aan de terreur, dat ze een reële kans hebben op een beter, welvaardiger, vrijer en hoopvoller leven, en dat het Westen hen kan en wil helpen bij het verwezenlijken van dat perspectief. De huidige omwentelingen in de Arabische wereld roepen wat dat betreft niet alleen maar vraagtekens en angstbeelden op, ze creëren ook kansen. Alleen als de westerse landen – en ik reken daar Israël toe, in deze context – er in slagen om het vertrouwen van de Palestijnen, de Egyptenaren, de Libiërs etc. te winnen, en het ons lukt om hen en hun kinderen te overtuigen dat juist met onze hulp een onzekere maar hoopvolle toekomst te realiseren valt, zal de belangrijkste voedingsbodem voor het terrorisme langzaamaan verdwijnen. Niets verdrijft de 'krachten van het kwaad' zo goed als de 'krachten van het licht'. Onze gevaarlijkste tegenstanders niet langer automatisch af te doen als onmensen zou alvast een belangrijke stap in de goede richting zijn, en de strijd tegen die tegenstanders makkelijker en effectiever maken.

Tuesday, March 22, 2011

Talking about over-sexed elected officials...

This is a very heavy sentence, fitting a very serious crime. The weather - both sunny and rainy - today reflects my mood regarding the sentence. It is sad that someone who had risen so high has fallen so low (and still is unable to admit that he was wrong), but it is also true - for once I agree with the PM - that we can be proud in a way: the fact that Mr Katzav is going to jail proves that eventually nobody is above the law.

Don't ask me why, but...

I am quite sure (and would be willing to bet five shekels) that the author of this article voted for Silvio Berlusconi in the last elections. And yes, I am a big fan of Amos Oz, A.B. Yehoshua, Meir Shalev, and David Grossman, especially of their writings on 'the' situation and 'the' conflict.

Friday, March 18, 2011

Genuine sorrow

It has been quite a sad and violent week. Libya, Japan, and the despicable terror attack in Itamar, it's impossible to 'absorb' so much sorrow and destruction. As a father and a Jew my first and main sympathy obviously has been for the Fogel family of Itamar. More than anything else I have felt a profound sadness for the loss of the lives of two young parents and their three children, and for the fact that their surviving children have become orphans. No matter how much love and help they receive from the friends and members of the family, their parents won't be there at any of the oh so many important moments in those children's lives. When I heard some of the reactions of politicians and others who care more about their personal, ideological and political interests than about anything else, it seemed to me that insanity and blindness have taken control here like they have ruled some other countries in the region for decades. One of the things that I think often, whenever there is a major terror attack, is that if something terrible like that happens to you or to your loved ones, it must be awful when politicians and other interested parties turn your personal grief into a national(ist) issue and try to use that grief to further their political and ideological agendas. Thank G'd that some sanity can still be found in Israel as well. I heard the moving words of the brother of the murdered father of the family, and read several well written articles that echoed the spirit of those words (most of them, not surprisingly, in Haaretz; read these pieces by Ari Shavit, Nehemia Strassler, Akiva Eldar, Yossi Sarid, Carlo Strenger 1 + 2, Bradley Burston, Alon Idan, and Yitzhak Laor ). For some reason I believe that after contemptible acts of terror such as the one in Itamar, people like me and like the writers of those articles are much more stricken with true and honest grief than opportunists and warmongers like Eli Yishai (whose vow "1000 housing units for every one of the five victims" was just one more example of the cheap and disgusting populism that is leading us from disaster to disaster) and Bibi Nethanyahu, who live and prosper by the grace of terror and of the tyrannies that surround us. I even tend to believe that Abu Mazen's condemnation of the attack was more sincere and heartfelt than the words of a man like rabbi Yishai.