Thursday, February 09, 2012

Artikel: Zorgen, Hoop, en een Suggestie

Het volgende artikel stond deze week in het Friesch Dagblad.

Door de combinatie van Mahmoed Ahmadinejad's anti-Israëlische retoriek, klaarblijkelijke Iraanse pogingen om atoomwapens te bemachtigen, plus toenemende Iraanse steun aan en samenwerking met Hezbollah, Hamas, en Syrië, hebben opeenvolgende Israëlische regeringen sinds 2005 meer dan tevoren aandacht besteed aan het regime in Teheran. Toen ik twee jaar geleden door een redacteur van EO-Visie werd gevraagd te reageren op de stelling "Israël zal aartsvijand Iran vroeg of laat aanvallen." verwees ik naar de woorden van Danny Yatom, voormalig hoofd van de Mossad. Hij had me enkele maanden daarvoor in een interview voor deze krant gezegd dat de wereld niet mocht wachten tot Iran 'de' bom zou hebben, omdat het dan te laat was. Ik heb de indruk dat de meeste Israëliërs het (nog steeds) met Yatom eens zijn. De voornaamste reden dat slechts weinigen openlijk voor een grootschalige militaire aanval pleiten is hoogstwaarschijnlijk het hemelsbrede besef dat zo'n aanval uitgesproken ingewikkeld zal zijn, en dat de kans op succes zeer onzeker en de kans op gruwelijke complicaties levensgroot is.

De laatste maanden wordt de psychologische oorlog tussen Iran en de Joodse staat op volle sterkte en verschillende podia gevoerd. Israël, al dan niet in samenwerking met andere landen en Iraanse oppositiegroeperingen, zou een geheime doelgerichte strijd voeren tegen de Iraanse atoomklok. Directe en indirecte waarschuwingen en bedreigingen worden aan alle kanten vrijwel dagelijks geuit. Keer op keer komen Iraniërs die op de een of andere manier met het Iraanse kernwapenprogramma (Teheran ontkent nog steeds dat zo'n programma bestaat) te maken hebben, op gewelddadige wijze om het leven. Potentiële Israëlische en Joodse terreurdoelen buiten Israël zouden meer dan gebruikelijk bedreigd en beschermd worden. In hoeverre een heuse militaire confrontatie daadwerkelijk gepland en voorbereid wordt blijft gissen.

Hier en daar kun je lezen dat 2012 een beslissend jaar zal zijn voor zo'n confrontatie. Enerzijds horen we al jarenlang dat het komende jaar beslissend zal zijn voor het Israëlisch-Iraanse conflict, en denken we al tijden dat verhoogde activiteiten van de luchtmacht (die soms duidelijk hoorbaar zijn) op een op handen zijnde aanval zouden kunnen wijzen. Anderzijds lijken Israëliërs de dreiging van een aanval momenteel serieuzer te nemen dan voorheen, al gaat iedereen natuurlijk gewoon zijn dagelijkse gang. Terwijl wij onze paas- en zomervakanties beginnen te plannen, spelen in ons achterhoofd wel degelijk gedachten als “Zou het…?ˮ of “Wat als…?ˮ mee. Gisteren, tijdens een lerarenvergadering die ik bijwoonde, werd half schertsend, half serieus op een mogelijke aanval, en de gevolgen daarvan voor de school, gezinspeeld.

Het meest zicht- en hoorbare signaal dat de dreiging bloedserieus lijkt te worden zijn de uitspraken van Amerikaanse, Europese, en Israëlische functionarissen en politici. Nooit tevoren waren dergelijke uitspraken tegelijkertijd zo frequent én oorlogszuchtig of bezorgd. Of dit ʽslechtsʼ onderdeel van psychologische oorlogvoering is zullen enkel de weinige werkelijk ingewijden weten. Als direct betrokken leek kan ik alleen maar hopen dat mijn angst die ik destijds in EO-Visie uitsprak (dat Israël Iran uiteindelijk zal aanvallen om totaal verkeerde, want binnenlands-politieke, redenen) geen werkelijkheid wordt. Dat er, na Nethanyahu's recente overwinning op zijn extreme concurrent bij de primaries binnen de Likoed, over mogelijke verkiezingen in het najaar wordt gespeculeerd, versterkt die angst, die natuurlijk niet alleen de mijne is.

Mocht het tot een aanval komen, dan mogen we hopen dat Israël in ieder geval met de Verenigde Staten zal samenwerken. Ik heb daar nogal een zwaar hoofd in, gezien de neiging van de huidige Israëlische regering – en dan vooral de minister van Buitenlandse Zaken, die niet zelden doldriest overkomt – om de internationale publieke opinie en de mening van de Amerikaanse regering aan haar laars te lappen. Vanzelfsprekend is de huidige patstelling tussen Israël en de Palestijnen niet de exclusieve schuld van Israël. Toch zou je verwachten dat Nethanyahu, als vredesbesprekingen met de Palestijnen en internationale hulp tegen Teheran hem menens zijn, beter zijn best zou doen om zowel de Palestijnse Autoriteit als mogelijke bondgenoten tegen Iran te paaien, en niet tegen de haren in te strijken (bijvoorbeeld door de luid aangekondigde bouw van weer een huizenblok of wijk in internationaal gezien omstreden gebied).

Tot slot nog een suggestie voor Washington, Ankara en Europa. Als de Amerikaanse en Europese leiders, en premier Erdogan, daadwerkelijk gekant zijn tegen een Israëlische aanval op Iraanse doelen, en als hun woede over Chinese en Russische steun aan Syrië's president Assad gemeend is, kunnen ze misschien een aantal vliegen in één klap slaan door snel op beperkte schaal en in samenwerking met de Arabische Liga militair in Syrië in te grijpen. Zo'n interventie zou het huidige bloedbad in dat land waarschijnlijk stoppen (wat niet wil zeggen dat er niet nog veel meer bloed zal vloeien). Bovendien zou Assad's val Iran en Hezbollah verzwakken en een duidelijk signaal richting Ahmadinejad afgeven. Tenslotte vermoed ik dat Nethanyahu zich om verschillende redenen wel tweemaal zal bedenken voordat hij het startsein voor een aanval geeft, wanneer er een internationale (pro)westerse troepenmacht gestationeerd is (en dus gevaar loopt) in een onstabiel land dat aan zowel Israël als zijn belangrijkste vijand grenst.

No comments: