Wednesday, April 25, 2012

Een onbewoond eiland, een haverkist, en een oud-SSer

Het volgende artikel stond gisteren in het Reformatorisch Dagblad.

Zelden heeft een qua vorm en inhoud ondermaats gedicht zoveel stof doen opwaaien als de meest recente hartekreet van Günter Grass. Als het geschreven was door een jongere, minder beroemde schrijver uit een ander land, zou het stuk misschien op een paar weblogs en internetfora zijn verschenen, en had niemand er verder nog naar omgekeken. Nu is het al bijna een maand één van de gesprekken van de dag, in Duitsland en Israël maar ook elders. Zowel het opiniestuk van Hans Ester als mijn reactie daarop – dat geef ik grif toe – zijn voorbeelden van de overdreven aandacht voor dat middelmatige schotschrift.

Al heeft Hans Ester op enkele belangrijke punten gelijk, in een paar niet minder belangrijke opzichten slaat hij de plank goed mis. Allereerst gaat hij de mist in waar hij, net als meneer Grass, suggereert dat Israël tot een maand geleden bijna 65 jaar lang moreel boven elke vorm van kritiek verheven stond, en dat tot voor zeer kort bepaalde dingen – lees: kritiek op de Joodse staat – niet gezegd mochten worden. Je zou je haast afvragen op welk onbewoond eiland Hans Ester de laatste tien, twintig jaar gewoond heeft. Kritiek op Israël – vaak oprecht en welgemeend, maar meer dan eens ook vals en door haat gevoed – is zeker in het afgelopen decennium volkomen mainstream geworden. Als mensen terughoudend zijn in het uiten van dergelijke kritiek dan is daar wereldwijd op straat en in de media weinig van te merken. De "huichelarij van het stilzwijgen", zoals die vermeende afwezigheid van kritiek ergens werd aangeduid, bestaat al minstens tien jaar niet meer, ook (zelfs?) niet in Duitsland, en 'kritiekloze bejubeling' is al lang niet meer aan de orde van de dag.

Daarnaast scheert Hans Ester alle kritiek die door Joodse opiniemakers, woordvoerders van Joodse organisaties, én vertegenwoordigers van de Israëlische regering op Grass is geuit over één kam. De Israëlische regering is als een bok op de haverkist gesprongen zodra het gedicht gepubliceerd werd. Esters kritiek daarop is terecht. Minister van Binnenlandse Zaken Eli Yishai nam bijvoorbeeld een overdreven, zeer vreemde en irrelevante stap door Günter Grass tot ongewenst persoon in Israël te verklaren. Bovendien zei premier Netanyahu deze week nog in een interview met een Duits weekblad dat volgens Grass' verwrongen morele besef de aggressor slachtoffer en het slachtoffer aggressor is geworden. Ik geloof niet dat Israël na 64 jaar onafhankelijkheid en vrijheid nog als eeuwig slachtoffer hoeft te worden afgeschilderd.

De hysterische en cynische manier waarop Israëlische politici (binnenlands) politiek garen probeerden te spinnen bij de woorden van Grass staat echter grotendeels los van de kritiek van bijvoorbeeld leden van de Joodse gemeenschap in Duitsland. Die worden door andere motieven geleid dan Netanyahu, Ishai enzovoort. Zij maken zich zorgen over nieuwe, meer salonfähige vormen van haat en intolerantie jegens Joden, iets waar eenzijdige kritiek op Israël niet zelden een uitdrukking van is. Zij wezen volkomen terecht op het feit dat nu juist Günter Grass – zelfbenoemd moreel geweten van het naoorlogse Duitsland, die zich de zwarte bladzijden uit zijn eigen jeugd pas heel laat herinnerde; over huichelarij gesproken – nu juist Israël als enig gevaar voor de wereldvrede aanwijst, en dan net doet alsof hij geen kritiek op de Joodse staat zou mogen uiten. Zij gaven terecht aan dat Israël geen enkel land direct of indirect zomaar met vernietiging heeft bedreigd. Grass doet daarentegen het reële gevaar van een nucleair Iran, in combinatie met zeer concrete dreigementen van Ahmedinejad, af als onbewezen, en als veel geschreeuw maar weinig wol.

Ik ben het met Hans Ester eens dat kritiek op Israël in veel gevallen gezond en goed is, en dat Israëlische functionarissen en supporters van de Joodse staat daar minder krampachtig en hysterisch op zouden moeten reageren. Het Pavlov-geroep van 'Antisemitisme!' bij vrijwel elke vorm van kritiek richting Jeruzalem is ergerlijk en doet de Israëlische 'zaak' geen goed. Wanneer echte vrienden een kritisch geluid laten horen of ons ongevraagd advies geven – bijvoorbeeld over Jeruzalems (wan)beleid inzake de nederzettingen – doet Israël er goed aan daar serieus naar te luisteren en op in te gaan. Je kunt het 'gewone' Israëliërs en Joden elders ter wereld echter niet echt kwalijk nemen dat ze niet overtuigd zijn van de vreedzame bedoelingen van het regime in Iran, dat ze zich zorgen maken over de nucleaire plannen van dat regime, en dat ze zich ergeren aan een oud-SS'er met een slecht geheugen en een selectief moreel besef (en niet aan een hoogbejaarde, onschuldige Don Quichot, zoals Hans Ester Günter Grass lijkt te zien).

No comments: