Monday, January 21, 2013

Kiezen voor angst en onverschilligheid?


Het volgende artikel stond vandaag in het Reformatorisch Dagblad.

Morgen worden in Israël de leden van de 19e Knesset gekozen. De kiezers kunnen kiezen uit maar liefst 34 partijen. Wat de uitkomst ook moge zijn, het parlement zal hoogstwaarschijnlijk wederom een afspiegeling zijn van de polarisatie en de politieke stagnatie die Israël de laatste twintig jaar in hun greep lijken te hebben.

Bangmakerij, negatieve geluiden, en de angst voor het onbekende hebben de boventoon gevoerd in de verkiezingscampagnes. Kiezers werden regelmatig aangesproken op hun afkeer van assimilatie danwel van religieuze dwang, de angst voor (Afrikaanse) illegalen en vluchtelingen, en de gevoelens van achterstelling die heersen bij sommige bevolkingsgroepen. De belangrijkste verkiezingsleuze van Likoed speelde ook in op het gevoel van onzekerheid en dreiging onder veel Israëliërs: "Een sterke premier – Een sterk Israël". Kracht voor Israël, een kleine extreem-rechtse partij, maakte het het allerbontst. In één van haar verkiezingsfilmpjes stelde de partij dat Israël alleen staat, omgeven door duisternis, constant bedreigd (van buitenaf en binnenuit), en verstoken van vrienden (met Barack Obama en Hillary Clinton als voorbeeldige verraders). De mannen van KvI werden als tegenpool van Israëls huidige, zwakke, leiderschap geportretteerd. Zelfs Meretz, een groen-linkse partij die normaliter juist als één van de weinige partijen alternatieve ideeën aandraagt, heeft zich bovenal als anti-partij geprofileerd: alleen een stem op Meretz zou een stem tégen Bibi zijn.

Eén van de weinige partijen die (Joodse) eenheid en saamhorigheid uitstraalde, en waarvan de boodschap minder anti-zus-en-zo was, is Het Joodse (t)huis, feitelijk een reincarnatie van wat vroeger de Nationale Religieuze Partij was, gecombineerd met elementen van de ultra-nationalistische Nationale Unie. De partij wordt sinds kort geleid door een jonge, charismatische IT-miljonair en voormalig medewerker van Netanyahu, Naftali Bennett. Frequente aanvallen van andere rechtse en religieuze personen en partijen op Bennett en zijn partij lieten zien dat zij hem als een electorale bedreiging zagen.

Je zou verwachten dat Iran een centrale rol in de verkiezingscampagnes speelde. Niet echt dus. Het kan zijn dat men realistisch was en geen beloften wilde doen die niet waargemaakt kunnen worden, of dat men niet als oorlogszuchtig wilde worden gezien, maar het lijkt erop dat alle partijen tot de conclusie kwamen dat onomwonden uitspraken over het Iraans-nucleaire probleem niet echt stemmen opleverden. Hetzelfde geldt voor het ontruimen van nederzettingen. Waar ging het dan wel over? Een beetje over onderhandelingen met de Palestijnen, soms over economisch beleid (in uiterst vage termen, en zelden over heuse armoede), en vaak over militaire kracht in het algemeen.

Volgens alle peilingen zal de gecombineerde lijst van Netanyahu's Likoed (rechts-nationalistisch, seculier-traditioneel) en Avigdor Liebermans Israël Ons Huis (rechtser-nationalistisch, overwegend seculier) verreweg de grootste partij zijn, waardoor Binyamin Netanyahu de weinig benijdenswaardige opdracht zal krijgen om de 33e regering van Israël samen te stellen. Hoe die regering er ook uit zal zien, makkelijk zal de (oud-)nieuwe premier het niet krijgen. Een rechtse regering zal Israël internationaal gezien vermoedelijk verder isoleren. Europese, Amerikaanse en andere vrienden en bondgenoten van Israël snappen dat in de huidige context Israël niet gauw territoriale concessies zal doen in de richting van de Palestijnen, maar hebben genoeg van Jeruzalems nederzettingenbeleid, en vragen zich meer en meer af – soms openlijk – of Israël zelf wel vrede wil. Anderzijds, in het onwaarschijnlijke geval dat een nieuwe regering (bezet) gebied en nederzettingen zal willen opgeven in het kader van een nauwelijks waarschijnlijker vredesverdrag met de Palestijnse Autoriteit, zal zo'n regering felle binnenlandse tegenstand treffen, waarbij gewapend geweld van kleine groepen fanatici zeker niet uitgesloten kan worden.

De eerste Israëlische verkiezingen die ik meemaakte waren die van juni 1992, toen Yitzhak Rabin premier werd. Elk van de zes verkiezingen sindsdien werd doorslaggevend genoemd, maar een echte doorslag heb ik nog niet gezien. Geen doorslag ten goede, in ieder geval. In de Likoed-campagne wordt vrijwel niet verwezen naar de verdiensten van de huidige regering, maar voornamelijk naar de persoon Netanyahu. Onder hem is de 'status-quo' meer dan ooit tevoren koning, Keizer, en admiraal geworden. Een commentator in Yedioth Aharonoth, één van de belangrijkste dagbladen, sprak dan ook over 'vier verloren jaren'. Bibi's combinatielijst heeft opvallend genoeg zijn partijprogramma niet bekend gemaakt, vragen daarover zijn steevast afgewimpeld met: "Dat is niet relevant". Het woord 'shalom' (vrede), ooit volop genoemd in verkiezingscampagnes, ben ik de afgelopen maanden nergens tegengekomen in jingles of op posters.

Een goede vriend van ons zei dat de status quo zo gek nog niet is. Volgens hem – en hij is de enige hier niet – kan Israël zich af en toe wel een 'kleine' oorlog veroorloven, en tussen die oorlogen door gaat het allemaal zo gek nog niet. Ik hoop en bid dat we snel van die levensgevaarlijke onverschilligheid, en van de politieke verlamming en versplintering – die hun weerklank vinden in de Knesset en het regeringsbeleid – verlost worden. En dan heb ik het niet over een oorlog, groot of klein.

No comments: