Monday, July 22, 2013

Kiezen en/of delen


Het volgende artikel stond afgelopen weekeinde in het Friesch Dagblad.


In Jeruzalem leek deze week totale verbijstering te heersen na het EU-besluit om vanaf 2014 overeenkomsten tussen de Unie en Israël niet meer te laten gelden voor de nederzettingen in wat internationaal als door Israël bezet gebied wordt gezien. Verontwaardigde en verongelijkte reacties, vol onbegrip voor het 'onrecht' dat de Joodse staat wordt aangedaan, werden de wereld ingestuurd door officiële woordvoerders en op online fora. Volgens minister van financiën Yair Lapid schaadt het besluit de pogingen van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Kerry om Palestijnen en Israëliërs weer eens rond de onderhandelingstafel te krijgen. Zowel de verbazing als Lapid's woorden zouden haast lachwekkend zijn als ze niet het gevolg waren van twee serieuze problemen.

Eerst het verrassingselement. Ofwel hebben premier Nethanyahu en de zijnen jarenlang zitten slapen, ofwel hebben ze de laatste twintig-plus jaar de geluiden die uit Brussel en andere Europese hoofdsteden kwamen genegeerd of volkomen verkeerd begrepen. In beide gevallen hebben Israëls diplomaten hun werk op zijn zachtst gezegd niet goed gedaan. Je kunt veel (goeds en minder goeds) van de EU zeggen, maar haar standpunt inzake de nederzettingen is sinds jaar en dag bekend en consistent geweest: net als de meeste landen ter wereld erkent de Europese Unie de bezette gebieden niet als Israëlisch grondgebied. Al op zijn minst sinds 1998 stelt men in Brussel in principe dat produkten die geproduceerd zijn in 'de' gebieden (zoals ze in het Hebreeuws meestal worden genoemd, als men het niet over Judea en Samaria heeft) niet in aanmerking komen voor de handelsvoordelen die gelden voor in Israël zelf geproduceerde goederen. Ook dit meest recente besluit vloeit voort uit het feit dat behalve Israël zelf bijna niemand de gebieden ten oosten van de Groene Lijn (de wapenstilstandslijnen die Israël in 1949 met o.a. Jordanië tekende, en die Israël en de Westoever scheiden) als deel van de Joodse staat beschouwt.

Slechts 4-6% van de Israëlische bevolking woont aan gene zijde van de Groene Lijn, terwijl voor de regering en de Knessetleden van de coalitiepartijen dat cijfer rond de 17 procent ligt. Ik weet niet of er recentelijk onderzoek is gedaan naar de band die Israëliërs die binnen de grenzen van 1967 wonen met 'de' gebieden hebben. Wel weet ik dat zeer weinigen van ons die gebieden als 'gewoon' een deel van Israël beschouwen. Van alle mensen die ik ken gaat niemand 'zomaar' naar die gebieden toe, tenzij hij er familie heeft wonen of er als dienstplichtige of reservesoldaat naar toe wordt gestuurd. De scheiding die de internationale gemeenschap maakt tussen binnen en buiten de grenzen van 1967 geldt de facto voor veel Israëliërs ook.

En dan het vredesproces waar Yair Lapid naar verwees. Volgens hem en anderen maakt het initiatief van de EU het voor de Palestijnen makkelijker om niks toe te geven en hun huidige standpunten (voordat wat voor onderhandelingen dan ook nog maar beginnen) te handhaven. Dat argument, hoe redelijk ook, zou overtuigender klinken als beide kanten blaakten van vredeswil. Zowel de Palestijnen als Israël proberen zichzelf en de wereld ervan te overtuigen dat ze serieus zijn als ze zeggen dat ze vrede willen. Tegelijkertijd doen ze er beide weinig aan om die vrede ook maar enigszins dichterbij te brengen. Integendeel, vertegenwoordigers van beide kanten laten zelden een gelegenheid benut om iets te zeggen of te doen waarvan men weet dat de 'andere kant' het als een excuus kan en zal gebruiken om te zeggen: "Zie je wel, met hen kun je geen vrede sluiten.", danwel "Zie je wel, zij willen geen vrede." Zo wordt de bouw van weer een aantal woningeenheden in bezet gebied door Israël bijna steevast aangekondigd wanneer er berichten rondgaan over minimale vooruitgang in de contacten die tot onderhandelingen moeten leiden, of wanneer weer eens een internationale bemiddelaar in de regio langskomt.

Je kunt je natuurlijk afvragen of het laatste EU-besluit juist, verstandig, en goed getimed was. Het commentaar van een analyst in Haaretz sprak me wel aan. Volgens Chemi Shalev zien leden van de kolonisten-lobby, die Kerry's vredespogingen afkraakten of belachelijk maakten, Amerikaanse bemiddeling en bemoeienis nu opeens als een goed alternatief voor de Europese 'boycot'-benadering, en zou dit incident Israël misschien zelfs wakker kunnen schudden. Tegelijkertijd maakt Shalev duidelijk dat juist in tijden van vredesonderhandelingen de nederzettingen het hardste groeiden. Eén ding staat vast, en het wordt tijd dat de Israëlische regering dit gaat inzien, om het even wat de Palestijnen doen of nalaten. Israël kan niet onbeperkt enerzijds met zijn huidige nederzettingenbeleid voortgaan en doen alsof Haifa, Tel Aviv, Eilat, en Hebron, Ariel, Beitar Illit van hetzelfde laken een pak zijn, en anderzijds verwachten dat dat beleid geen demografische, economische, politieke, diplomatieke en zelfs militaire prijs met zich meebrengt. Met de huidige economische situatie in de wereld, de instabiliteit in Egypte en andere buur(t)landen, en de gevaren die ons bedreigen vanuit Libanon, Syrië, en Iran mogen we hopen dat Nethanyahu snel in zal zien dat Israël zich die prijs niet langer kan veroorloven. Het wordt langzaam maar zeker tijd om te kiezen en/of te delen.


No comments: