Friday, May 08, 2015

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad.

We houden ons hart vast
We zijn benieuwd

Gisteren stond er in de Israëlische krant Haaretz een spotprent van Amos Biderman, waarin Binyamin Netanyahu – blootsvoets, vol schrammen en met gescheurde kleren – bij president Rivlin aanklopt om hem te zeggen dat hij een regeringscoalitie heeft gevormd. De Israëlische premier moest dat voor donderdag middernacht doen, anders hadden er nieuwe verkiezingen gehouden moeten worden. Slechts twee uur voor de deadline slaagde hij erin, nadat een dag eerder de minister van buitenlandse zaken en Netanyahu’s voormalige bond- en partijgenoot, Avigdor Lieberman, ontslag had genomen en bekend maakte dat zijn partij, Israël Ons Huis (7 Knessetzetels), niet tot de coalitie zou toetreden. Nadat de Likud (30 zetels) al overeenkomsten had ondertekend met Kulanu (Wij Allen, 10 zetels), en met twee ultra-orthodoxe partijen – Verenigd Thorah Jodendom (6 zetels) en Shas (7 zetels) – trad op het laatste nippertje ook de nationaal-religieuze partij Het Joodse Huis (8 zetels) toe tot de 33e regering van Israël, de vierde onder premier Netanyahu. Overigens, zoals ik eerder schreef, de namen van veel Israëlische partijen klinken in het Hebreeuws ietwat – doch niet veel – minder vreemd, of eng, dan in vertaling. Dat moet u maar van me aannemen.

Toen ‘Bibi’ afgelopen december zijn ministers van financiën en justitie (Yair Lapid en Tzippi Livni, beiden zitten nu in de oppositiebanken) ontsloeg en nieuwe verkiezingen aankondigde, zei hij tegen de Israëlische kiezers dat zij een betere, stabielere, bredere regering verdienden. Hoe je het ook wendt of keert, een kabinet dat de steun heeft van vijf partijen en 61 (van 120) parlementsleden is niet breder en kan niet stabieler of beter zijn dan een regering die in principe kon rekenen op vier partijen en 68 parlementariërs. Met die eerste gebroken verkiezingsbelofte lijkt het lot van deze regering al bezegeld voordat ze haar werk begonnen is. Dat was niet de verwachting na wat anderhalve maand geleden algemeen als een klinkende, persóónlijke verkiezingsoverwinning voor Netanyahu gold. Dat zo’n overwinning tot een op papier tamelijk vleugellam ogend kabinet heeft geleid belooft niet veel goeds.

Lange tijd hebben Netanyahu en andere Likud-prominenten erop gezinspeeld dat Yitzhak Herzog en zijn Het Zionistische Kamp (ook al weer zo’n naam, dit is de voormalige Arbeidspartij samen met De Beweging van Tzippi Livni, samen goed voor 24 zetels) zouden (moeten) deelnemen aan een regering van nationale eenheid. De kans daarop lijkt miniem. Herzog heeft goede reden te vrezen dat zijn partij in zo’n regering feitelijk als vijgeblad en buitenlands visitekaartje zou dienen voor een politiek die vooral gericht is op behoud van de status quo, inclusief Israëls nederzettingenbeleid. Daarnaast zou het voor Herzog, die zichzelf constant als alternatief voor Bibi presenteert, politieke zelfmoord zijn. Hij zal zich nu samen met Livni als leider van de oppositie moeten bewijzen, in samenwerking met Yair Lapid, de kleine linkse partij Meretz, en als het even kan ook met Ayman Odeh van de Verenigde Arabische Lijst. Bij de volgende verkiezingen zullen zij de kiezers moeten overtuigen, niet zozeer waarom men vooral niet op Bibi (of zijn opvolger) moet stemmen maar hoe wat zij voorstellen Israël welvarender, succesvoller, rechtvaardiger en veiliger zal maken.

De grootste verliezer, naast de meeste Israëlische kiezers, is ongetwijfeld Moshe Kahlon. Van de vier coalitiepartners van Likud is zijn partij de enige die niet een nauwe, sectoriale politieke agenda heeft. De twee ultra-orthodoxe partijen hebben, na  twee jaar in de politieke woestijn, bij de coalitieonderhandelingen feitelijk al hun zin gekregen: het budget voor hun scholen is verhoogd, ultra-orthodoxe mannen zullen weer als vanouds vrijwel automatisch van militaire dienstplicht worden vrijgesteld, en partijleden krijgen sleutelposities op ministeries en in commissies van de Knesset, waarbij ze controle hebben over de verdeling van miljarden shekels. Wat Het Joodse Huis, rechts-nationalistisch en met een sterke invloed van de kolonisten, ‘gekregen’ heeft is nog niet helemaal bekend, al lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de nederzettingen minder regeringssteun en geld zullen krijgen dan in de afgelopen jaren. Kahlon, eertijds een succesvolle en populaire Likud-minister onder Netanyahu, heeft zich vanaf de oprichting van zijn partij, Kulanu, gericht op het verkleinen van de socio-economische scheuren binnen Israëls samenleving. De verkiezingsleus van de partij stelde ronduit dat Kahlon minister van financiën moest worden. En dat is hem gelukt. Dat het hem zal lukken om in zijn taak te slagen en verregaande economische hervormingen te bewerkstelligen lijkt echter onwaarschijnlijk, gezien de minimale steun van de coalitie binnen het parlement en het feit dat zijn drie kleinere coalitiepartners financiële eisen voor hun achterban kunnen stellen die groter zijn dan hun fractiegrootte suggereert.


Het wordt weer afwachten de komende jaren (of maanden). Dat Bibi een grote politieke overwinning zo te zien niet in een stabiel, effectief kabinet heeft weten te vertalen zal Israëls vijanden in Iran en elders, die de politieke ontwikkelingen hier nauwlettend volgen, waarschijnlijk blij stemmen. Op buitenlands terrein zal het er zeker niet makkelijker op worden, en de kans is groot dat Israël zich onder Netanyahu nog verder zal isoleren. Op binnenlands terrein valt te vrezen voor minder religieus en democratisch pluralisme, en weinig economische veranderingen ten goede. Ondanks alles blijf ik hopen dat dit land en zijn bevolking een regering krijgen die ze verdienen. Dat deze regering die hoop zal verwezenlijken betwijfel ik.

No comments: