Saturday, August 08, 2015

Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende artikel stond gisteren in het Reformatorisch Dagblad.

Levensgevaar voor Israël

Veel Israëliërs en Palestijnen zouden graag eens een heuse komkommertijd meemaken. Kommer, haat en nijd zijn helaas genoeg voorhanden. Drie voorbeelden van de afgelopen week. Demonstranten gingen zeer gewelddadige confrontaties aan met (grens)politieagenten bij de ontruiming, op last van het Hooggerechtshof, van twee illegale gebouwen in de nederzetting Beit-El. Een Joodse ultra-orthodoxe man stak zes deelnemers aan de Gay Pride parade in Jeruzalem neer. Shira Banki, 16, overleed later aan haar verwondingen. ‘s Nachts na die terreurdaad staken onbekenden het huis van het gezin Dawabsha, nabij Nablus (Sichem), in brand. Het leger en de veiligheidsdiensten schreven de aanslag unaniem toe aan Joodse extremisten. Ali Saad Dawabsha, 18 maanden oud, werd vermoord, zijn vader, moeder en vierjarige broertje liggen nog steeds zwaargewond in het ziekenhuis.

Heel even gaven media en de regering het extreem-rechtse geweld de aandacht en prioriteit die het verdient. Bij de rellen in Beit-El reageerden regeringsvertegenwoordigers nog halfslachtig of ronduit fout. Een Knessetlid van Het Joodse Huis stelde voor om het Hooggerechtshof met een bullldozer te lijf te gaan. De minister van onderwijs (leider van HJH) bezocht net als andere prominenten van HJH en Likud de nederzetting om zijn steun aan de kolonisten te betuigen. Beide partijen hebben immers een machtige kolonistenlobby. De minister van justitie (HJH) zei dat de wet gehandhaafd moet worden, maar stelde tegelijkertijd voor om een aparte rechtbank op te richten voor grondgeschillen op de Westoever, om het Hooggerechtshof te omzeilen. Uiteindelijk werd een ‘oplossing’ gevonden: de gebouwen werden gesloopt, maar meteen daarna werd ter compensatie de bouw van 300 woonenheden in Beit-El na een lang politiek oponthoud vrijgegeven.

De reacties op de mesaanval in Jeruzalem waren minder dubbelzinnig. Het ging dan ook slechts om één dader, die net drie weken op vrije voeten was, nadat hij in 2005 exact dezelfde misdaad had begaan. Zijn taalgebruik, voor en na zijn misdaad, vertoont niettemin grote overeenkomst met die van extreem-rechtse politici en groeperingen als Lahava. Lahava (‘vlam’) staat voor “organisatie voor het voorkomen van assimilatie in het Heilige Land”, is vooral actief in de ‘strijd’ tegen ‘gemengde relaties’, en veel van haar activisten zijn volgelingen van de vermoorde xenofobe rabbijn Kahane. Twee Lahava-aanhangers zitten vast voor brandstichting in de Joods-Arabische school in Jeruzalem. Lahava had een tegendemonstratie voor de parade georganiseerd, en haar leider reageerde op de aanslag door te zeggen dat hij “het neersteken van Joden” afkeurde. Dezelfde man zei overigens dinsdag expliciet dat hij ‘in theorie’ het in brand steken van kerken goedkeurt.

De dood van Ali Dwabsha zorgde voor ondubbelzinnige, vrijwel kamerbrede woede en walging. Dat premier Nethanyahu en president Rivlin daarbij im-, respectievelijk expliciet spraken over Joodse terreur werd hun door menigeen kwalijk genomen. Online scheldpartijen en bedreigingen aan beider adres (“Rivlin verrader”) volgden. Toch zet ik vraagtekens bij Nethanyahu’s verontwaardiging en verbazing. Het kost de binnenlandse veiligheidsdienst veel moeite om tegen Joodse terroristen dezelfde, juridisch omstreden, middelen te gebruiken als tegen Palestijnen. Het extreem-rechtse geweld – dat net als rond de moord op Rabin in 1995 vooral uit de hoek van radicale kolonisten en hun sympathisanten komt – wordt immer afgedaan als een randverschijnsel, het werk van losgeslagen individuën. Toch zijn de terroristen altijd leerlingen of kameraden van gelijkgestemden, en krijgen ze online en elders veel verbale bijval. Daarnaast gebruiken parlementariërs van Likud, HJH en andere partijen regelmatig termen uit de woordenschat van de Kahanisten. ‘Bibiʼ keurt dergelijke uitspraken soms oppervlakkig af, maar weet dat hij het zonder de extremisten nooit politiek zou redden. Niet voor niets noemt hij HJH en de ultra-orthodoxe partijen keer op keer zijn “natuurlijke coalitiegenoten”.

Eerder deze week werden de krantekoppen en de energie van de regering alweer vooral gewijd aan de veldtocht – in, nota bene, het Amerikaanse Congres – tegen de (toegegeven, betwistbare) nucleaire overeenkomst tussen Iran en het Westen. Die tot op heden totaal gefaalde campagne heeft grote schade berokkend aan de cruciale verhoudingen tussen Israël en de Verenigde Staten. Ondertussen is er onder onze eigen ogen een gevaar gegroeid dat uiteindelijk wellicht een grotere bedreiging vormt voor Israël – als staat op zich, en als een democratie met een Joodse meerderheid in het bijzonder – dan Iran, Hamas, Hezbollah, IS etc. bij elkaar.


Natuurlijk heeft in Israël, net als elders, rechts geen monopolie op verbaal en fysiek politiek geweld. En je hebt in Israël ook extreem-links. Extreem-linkse groeperingen en individuën zijn echter tot op heden eerder irritant en aanstootgevend dan gevaarlijk of levensbedreigend geweest, en hebben nooit sympathisanten in regeringskringen gehad. De bezetting en het geweld dat door de meest fanatieke voorstanders van het nederzettingenbeleid wordt begaan, gepropageerd, danwel getolereerd of goedgepraat, brengen Israël daarentegen onnoemelijke diplomatieke, economische en militaire schade toe. Een sterk Israël, binnen internationaal erkende grenzen en dus zonder (de meeste) nederzettingen, maar met brede internationale steun, onbetwiste legitimiteit, en een luisterend oor in Washington, kan nagenoeg elke buitenlandse dreiging aan. Een ‘groot’ Israël dat volkomen geïsoleerd is, met aparte rechten en wetten voor Israëliërs en Palestijnen, waar religieus geweld bijna een reële politieke optie is geworden en je al gauw als linkse landverrader wordt uitgemaakt zodra je sympathie voor Palestijnse terreurslachtoffers (of voor een Palestijnse staat) uit, en dat – met steun van Hamas, de kolonisten en hun sympathisanten, én enkele Israëlische links-extremisten – afstevent op een één-staat-voor-twee-volken realiteit, is zijn toekomst echter verre van zeker. Het is aan onze vrienden in het buitenland om hun Israëlische gesprekspartners hiervan te overtuigen, en om te laten zien dat kritiek op de nederzettingenpolitiek en andere negatieve aspecten van Israëls beleid niet haaks staat op ware vriendschap voor de Joodse staat. Integendeel.

No comments: