Tuesday, September 29, 2015

“Wij tellen niet mee”

Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad.

“Wij tellen niet mee”

Op 1 september, het begin van het schooljaar in Israël, sprak de directeur-generaal van het ministerie van onderwijs van “een probleemloze opening van het schooljaar”. Deze ene zin geeft in feite aan wat de kern van dit verhaal is. In Israël zijn onderwijsstakingen, of is op zijn minst het dreigen daarmee, een regelmatig terugkerend verschijnsel, vooral rond de eerste dag van de herfstmaand. Dat 33,000 kinderen, leerlingen aan 47 christelijke scholen in het hele land, een maand lang niet naar school konden omdat hun ouders en de schoolleiding de scholen uit protest tegen besnoeiingen op regeringssubsidies weigerden te openen, stoorde nauwelijks iemand.

Geen politieke invloed

Het gaat hier om basis- en middenscholen die beheerd worden door diverse kerken. Ongeveer driekwart van de scholen is gelieerd aan de katholieke kerk, de rest aan christelijk-orthodoxe of anglicaanse kerkgenootschappen. Het conflict tussen deze ‘bijzondere’ scholen en het ministerie begon in 2009, toen de plaats van minister Yuli Tamir (Arbeidspartij) werd ingenomen door Gideon Sa’ar (Likud). Hij en vooral zijn opvolger Shai Peron (van de sterk seculiere ‘Er Is Een Toekomst’ partij) waren erop gebrand om de positie van de openbare scholen (Arabisch/Druzisch, Joods seculier, en Joods religieus) te versterken ten koste van de semi-private scholen (christelijk en ultra-orthodox), die in tegenstelling tot de openbare scholen maar 75% procent van hun begroting van staatswege ontvangen. Dit beleid leidde per saldo tot drastische kortingen op regeringssubsidies voor deze scholen. De tekorten die hier het gevolg van waren konden door de christelijke scholen aanvankelijk deels worden opgevangen door het verhogen van de ouderbijdrage, maar minister Peron stelde daar grenzen aan. Toen eerder dit jaar de ultra-orthodoxe partijen na een kort hiaat weer deel gingen uitmaken van de regeringscoalitie, slaagden zij er makkelijk in de bezuinigingen op hun schoolsubsidies ongedaan te maken of voor alternatieve financiering te zorgen. De christelijke scholen, leerlingen en ouders die door de kortingen zijn getroffen hebben echter geen specifieke vertegenwoordigers of lobby in de Knesset, en staan dus politiek zwak, al kregen ze tijdens de staking morele steun van diverse (vooral Arabische en linkse) parlementsleden. Zoals meerdere mensen die ik voor dit stuk sprak zeiden, en ik parafraseer, in Israël moet je schreeuwen, dreigen of politieke en andere connecties hebben om gehoord te worden en je belangen te verdedigen. Diezelfde mensen stelden echter ook dat dit helemaal geen politieke strijd zou mogen zijn.

Onverschilligheid

Tekenend voor het gebrek aan aandacht voor deze schoolstrijd is dat ook ikzelf, die redelijk trouw het nieuws volgt, pas werkelijk een idee van de omvang van het probleem kreeg toen mijn eigen school, samen met alle middelbare scholen in Israël, na drie weken eindelijk een solidariteitsstaking van twee uur hield. Tot dan toe was het onderwerp vrijwel genegeerd, ook door de lerarenbonden. Een delegatie van leerlingen, leraren en ouders van de School van de Zusters van Nazareth kwam ons uitleggen waarom ze staakten. Martha Shithi, een leerlinge die het woord voerde namens de delegatie zei dat de onverschilligheid met betrekking tot discriminatie nog meer pijn deed dan de discriminatie zelf. Nauwelijks een week na die twee-uurs-solidariteitsstaking werd een compromis gevonden dat de staking beëindigde.


Het gezin Armaly. V.l.n.r. Nabil, Adan, Leen, Nardin en Camilia. (Foto: Bert de Bruin)


Hoop op een structurele oplossing

Het ministerie, o.l.v. minister Naftali Bennett (Het Joodse Huis), ontkende in alle toonaarden dat er sprake was van discriminatie. Eén van de claims van ministeriewoordvoerders was dat transparantie in het financiële beleid van de scholen ontbreekt. Assaad Talhami, journalist en een actieve en betrokken ouder van een middelbare scholier, vertelde me overigens dat dat gebrek aan transparantie ook een doorn in het oog van veel ouders is. Hij zei dat hij weinig hoop had in een bevredigende afloop van de staking, maar dat ze waarschijnlijk wel zou leiden tot meer inspraak voor de ouders van de scholieren in het reilen en zeilen van de scholen.  Dat de scholen, zoals het ministerie tevens beweert, elitistisch zouden zijn wordt door alle mensen die ik sprak ontkend. De ouderbijdrage is 75-100 Euro per maand. Wie dat niet kan betalen kan meestal aanspraak maken op een gedeeltelijke of volledige beurs. De scholen spelen een rol van levensbelang voor christenen in Israël. Het in het compromis genoemde bedrag is slechts een fractie van alleen al de in de afgelopen twee jaar opgelopen tekorten. Of de aangekondigde commissie voor een structurele oplossing kan zorgen is de vraag. Zo’n oplossing was de belangrijkste eis van de ouders. Voor hen is het essentieel dat de legale en financiële positie van de scholen van hun kinderen beter geregeld wordt, zodat het onderwijs van hun kinderen gegarandeerd wordt en niet afhankelijk blijft van de gunsten van beambten en politici.

Vrije schoolkeuze

Met alle respect voor getallen en politiek, waar het hier uiteindelijk om ging zijn de toekomst en de gevoelens van vele duizenden Israëliërs. Om een indruk van die gevoelens te krijgen bezocht ik ruim drie weken na het begin (en, zonder dat we dat wisten, kort voor het einde) van de staking de stad Shefa Amr (in het Hebreeuws Shfar’am), een kwartier rijden van mijn huis. Van de bijna 40,000 inwoners van deze stad is ongeveer een kwart christen. Ik had diverse contactpersonen om namen gevraagd van mensen die hun kant van dit verhaal konden vertellen. Zo ontmoette ik naast Assaad Talhami ook Nabil Armaly, redacteur van een tijdschrift en CEO van een bureau voor vertalingen en localization. Nabil en zijn vrouw Nardin, manager bij een mobiele-telefoonprovider, hebben drie dochters: Camilia (11 maanden), Adan (die op 1 september voor het eerst naar ‘de grote school’ had moeten gegaan), en Leen, die deze week eindelijk de derde klas begint. Hun dochters zijn de vierde generatie in Nabils familie die naar de Episcopale Katholieke school, op loopafstand van hun huis, gaat. Net als meneer Talhami koos het gezin Armaly voor deze school niet alleen omdat ze christenen zijn (veel van de leerlingen op deze scholen zijn moslim) en het voortzetten van hun familietraditie en het vasthouden aan hun identiteit belangrijk vinden, maar vooral ook omdat de Arabische openbare scholen stelselmatig ondergefinancierd zijn en vaak minder kwaliteit bieden. 87% van de Arabische Israëliërs die in de hightech, een peiler van de Israëlische economie, werken zijn afkomstig van één van de 47 scholen die staakten. Nabil en Nardin vinden dat ze als hard werkende, belasting betalende Israëlische staatsburgers het recht en de vrijheid moeten kunnen hebben om te kiezen waar hun kinderen naar school gaan, en dat hun keuze niet minder legitiem is (en dus niet minder overheidssteun verdient) dan de keuze van Joodse ouders die hun kinderen naar ultra-orthodoxe scholen sturen. Wat Nardin me vlak voordat ik hun huis verliet vertelde is veelzeggend, en zou het ministerie van onderwijs, de Israëlische regering, en ons allemaal zorgen moeten baren. Ze zei dat ze zich nog nooit zo gediscrimineerd had gevoeld als in de afgelopen maand, zelfs niet toen ze met onverbloemd racisme werd geconfronteerd bij het zoeken naar werk of woonruimte in Tel Aviv. “Het is onaangenaam en vernederend om hooghartig behandeld danwel genegeerd te worden. We tellen niet mee, niemand ziet ons staan. Tot nu toe hebben we gezwegen wanneer er sprake was van discriminatie, zelfs toen de ‘broodvermenigvuldigingskerk’ in Tabgha afgelopen juni in brand werd gestoken. Nu het puur om onze kinderen en om hun toekomst gaat, kunnen we niet langer onze mond houden.”


No comments: