Tuesday, March 17, 2015

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel staat vandaag in het Friesch Dagblad.

Hopen, tegen beter weten in

Vandaag bepalen de Israëlische kiezers wie hen in de twintigste Knesset zullen vertegenwoordigen, en dus ook wie de vierendertigste regering van Israël zal vormen en leiden. Vrijwel zeker gaan elf partijen de 120 zetels in het Israëlische parlement onder elkaar verdelen, andere lijsten zijn tot nu toe niet in de opiniepeilingen voorgekomen. De meest opvallende noviteit is dat voor het eerst alle ‘Arabische partijen’ zich verenigd hebben, in de zogenaamde Gezamenlijke Lijst. Als het een beetje mee (of tegen, afhankelijk van je politieke voorkeur) zit kan die lijst de derde partij van Israël worden. Twee jaar geleden schreef ik dat de campagnes voor de vorige verkiezingen (in januari 2013) vooral door angst en onverschilligheid gekenmerkt werden. Bangmakerij speelde ook nu een belangrijke rol, maar ik heb de indruk dat de kiezers deze keer minder onverschillig zijn. Hardnekkig vertrouwen in danwel een sterke afkeer van premier Nethanyahu vormen de belangrijkste scheidslijnen tussen – grofweg – de twee helften van het electoraat .

De meeste partijen hebben helaas vooral hun best gedaan om de kiezer ervan te overtuigen vooral niet op ‘de ander’ te stemmen. Veel van de verkiezingsslogans waren een variatie op “Het is zij of wij”. Vooral de vier rechtse en ultra-rechtse partijen (Likoed, Het Joodse Huis, Israel Ons Huis, en Samen) blonken daarbij uit in het bangmaken van de kiezer. Het meest zicht- en hoorbare motto van Nethanyahu’s Likoed was “Het is wij of Links”. In zijn campagne speelden angst- en onderbuikgevoelens een centrale rol, meer nog dan bij andere partijen.

Links is hier al jaren een soort scheldwoord, en wordt in feite gebruikt voor een ieder die zich ‘ter linkerzijde’ van de Likoed bevindt. Wat de partijen in het centrum en aan de linkerzijde van het politieke spectrum in Israël gemeen hebben is dat zij het nederzettingenbeleid aan gene zijde van de Groene Lijn niet als heiligmakend zien, en direct of indirect voor een (vredes)verdrag met de Palestijnse Autoriteit pleiten. Die partijen moeten het, naast hun vaste kiezers, ditmaal vooral hebben van de vele Israëliërs die Nethanyahu na 3+6=9 jaar zat zijn. Daaronder bevinden zich Moshe Kahlon (een voormalige Likoednik en minister onder Bibi) en zijn nieuwe partij “Wij Allen” (in het Hebreeuws klinken partijnamen ietsje minder vreemd dan in vertaling), die in de peilingen op acht tot tien zetels staat en waarschijnlijk een sleutelrol zal gaan vervullen bij het vormen van wat voor coalitie dan ook.

Voor rechts lijkt de status quo – met een oneindig voortdurend conflict met de Palestijnen en de meeste Arabische/Islamitische landen; met Israël zonder internationaal erkende grenzen; met zeer gespannen en soms ronduit vijandige verhoudingen met Europa en de Verenigde Staten; met een steeds groeiende kloof tussen arm en rijk; met elke paar jaar een oorlog met Hamas of Hezbollah; met Iran als dreiging die al het voorgaande rechtvaardigt – acceptabel dan wel een zegen te zijn. Wie durft te suggereren dat er met de Palestijnse Autoriteit gepraat kan/moet worden, dat een Palestijnse staat onontkoombaar of zelfs wenselijk is, dat niet de hele wereld tegen ons is (maar wel tegen de bezetting), dat we niet zonder Amerikaanse en Europese sympathie en steun kunnen, dat juist onder ‘Bibi’ Iran meer voortgang dan ooit richting ‘de bom’ heeft geboekt, en dat Israël zonder internationaal erkende grenzen en een Palestijnse buurstaat nooit een min of meer normaal en werkelijk Joods én democratisch land zal worden, wordt door de ultra-nationalistische partijen vrijwel automatisch als verrader weggezet. Een nieuw-religieuze en tamelijk populaire zanger gebruikte zelfs de term ‘linkse Satan’ (een duivel die volgens hem met liefde bestreden moet worden, dat dan weer wel).

Het ging ook bij deze verkiezingen zelden of nooit rechtstreeks om binnenlandse onderwerpen. Ik heb bijvoorbeeld nauwelijks iemand horen praten over het onderwijs, waarin veel verbeterd en geïnvesteerd kan en moet worden. Ook vormden de gapende kloof tussen haves en have-nots, gezondheid en verpleging, rechtsstaat en democratie, ethnische polarisatie en racisme voor de meeste partijen slechts nevenonderwerpen, geen issues waarmee ze kiezers probeerden te overtuigen toch vooral op hen te stemmen.

Het wordt spannend vandaag. Het vormen van een levensvatbare coalitie, die belangrijke beslissingen zal moeten nemen (of zal uitstellen, als Nethanyahu weer wint) op economisch, militair, politiek en diplomatiek gebied, zal opnieuw niet makkelijk zijn. In de 23 jaar dat ik hier woon heb ik, als ik die van deze week alvast meetel, acht verkiezingen meegemaakt. De eerste daarvan waren in 1992, en ik kan me nog goed het gevoel van hoop en optimisme herinneren dat het land in het begin van de jaren negentig in zijn greep had. Van die hoop is weinig meer over, mede dankzij Hamas, Hezbollah, Al-Qaida, IS, en Iran. Twee jaar geleden schreef ik na de verkiezingsuitslag dat de kans dat dingen ten goede zouden veranderen microscopisch klein was, maar dat we bleven hopen. Om dat eerste te zeggen hoefde je geen profeet te zijn. Om te hopen moet je tegenwoordig haast streng gelovig ofwel hopeloos naïef zijn. Bij bijna elke verkiezingsronde dacht ik: “Beroerder (corrupter, ingewikkelder, uitzichtlozer, etc.) kan het haast niet worden!”, om me dan toch weer onaangenaam te laten verrassen. Desondanks hoop ik ook deze keer, wellicht tegen beter weten in, dat de dingen de komende twee, drie, of vier jaar anders, d.w.z. beter, zullen gaan.


Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende artikel stond gisteren in het Reformatorisch Dagblad.


Wil de ware Zionist opstaan?

Als je ziet hoe Awi Cohen, bestuurslid van Likoed Nederland, Israël als immigratieland aanprijst (20 februari j.l. in deze krant), zou je je haast afvragen waarom hij zelf nog in Nederland woont. In werkelijkheid is het Heilige Land helaas al lang niet meer zo’n aantrekkelijk land voor immigranten. Het lijkt er sterk op dat veel nieuwe immigranten vandaag de dag ervoor kozen om hun geboorteland achter te laten of te ontvluchten, en niet de bewuste, vrije, zionistische  keuze hebben gemaakt om, net als ik twintig jaar geleden deed, juist hier een nieuw leven op te bouwen. Een paar weken geleden zond één van de nieuwszenders een serie reportages uit over nieuwe immigranten die na een aantal jaren nog steeds niet hun plaats in hun nieuwe vaderland hadden gevonden. Daaronder een Frans gezin met drie kinderen waarvan de ouders na twee drie of jaar nog nauwelijks een woord Hebreeuws spraken en twee van de tienerzoons er serieus over dachten om terug naar Frankrijk te gaan. Vooral in het noorden en zuiden van het land hebben veel mensen het financieel zeer moeilijk. Hoge prijzen, vooral voor woonruimte, en lage salarissen zijn een constant onderwerp van gesprek onder Israëliërs en in de media.

Het is tekenend dat veel woordvoerders van Joodse gemeenschappen de oproep van de Israëlische premier aan de Joden van Europa, om na de islamistische terreurgolf toch vooral naar het enige Joodse thuisland ter wereld te komen, openlijk afkeurden. De opperrabijn van Denemarken, behorend tot een prominente Deens-Joodse familie die al ruim drie eeuwen in dat land woont, zei het heel duidelijk: “Mensen die vanuit Denemarken naar Israël emigreren doen dat omdat ze van Israël houden, vanwege Zionisme, maar niet vanwege terreur.”  En hier kun je zien waar het in feite om draait, ook bij de verkiezingen voor de twintigste Knesset die morgen plaatsvinden: de definitie van Zionisme, en Zionist.

Rechtse Israëliërs (vertegenwoordigd door de Likoed van premier Nethanyahu, en door partijen met namen als Het Joodse Huis, Israël Ons Huis, en Samen) zijn ervan overtuigd dat vrijwel de hele wereld Joden in het algemeen en Israël in het bijzonder haat, om het even wat we doen. Voor hen is de Westoever een integraal deel van Israël, en wordt eenieder die de nederzettingen als illegaal of onwenselijk beschouwt vrijwel automatisch als antisemiet of (als hij/zij Joods is) als linkse anti-Zionist of zelfhater weggezet. 'Links' is bijna een scheldwoord geworden, en het woord is veelvuldig in de verkiezingscampagne gebruikt om kiezers angst aan te jagen. "Het is wij of Links" was de belangrijkste verkiezingsleus van Likoed.

Volgens de partijen in het centrum en aan de linkerkant van Israëls politieke spectrum is het belangrijkste doel van het zionisme (een democratische staat met een Joodse meerderheid en Joodse soevereiniteit) in 1948 verwezenlijkt. De meeste politici van die partijen zijn ervan overtuigd dat de bezetting (de nederzettingen en Israëls controle over de Westoever) dat doel bedreigt: zonder grens tussen Israël en de Palestijnse gebieden wordt de huidige staat ofwel één staat voor beide volken – waarbij binnen afzienbare tijd de Joden een minderheid zullen vormen – ofwel een ondemocratisch land waarin Joden Palestijnen onderdrukken. In hun ogen moeten al onze energie en al het beschikbare geld bovenal of uitsluitend binnen de Groene Lijn (d.w.z. in Israël zelf, niet in 'de gebieden') worden geïnvesteerd. Ook zal volgens die partijen (en het moge duidelijk zijn dat ik hun mening in veel opzichten deel) een Israël met vastomlijnde en internationaal erkende grenzen leiden tot betere verhoudingen met de Palestijnen (wie weet zelfs tot een soort vrede) en met de rest van de wereld. Zonder de kosten van de bezetting en met meer internationale samenwerking en steun zal de economie van dit land sterk groeien en kunnen veel problemen in het onderwijs, de infrastructuur, en de socio-economische verhoudingen tussen de verschillende delen van de Israëlische maatschappij worden opgelost. De linkse en centrale partijen durven te dromen van een Joodse staat die minder spartaans is, die goede verhoudingen heeft met de hele internationale gemeenschap (althans het beschaafde deel daarvan, we zijn niet hopeloos naïef, en weten dat we altijd een sterk leger nodig zullen hebben), en waar het voor iedereen – en dus ook voor nieuwe immigranten – beter toeven is.

Wat er morgen ook gebeurt, en wie de nieuwe (of oud-nieuwe) premier zal zijn, ik hoop dat Israël snel weer een land wordt waar Joden vrij en bewust voor kiezen, als thuisland of als mogelijk immigratieland. En dan niet omdat elders het leven voor Joden moeilijk danwel onmogelijk wordt gemaakt, maar omdat het hier gewoon een prachtig mooi land is, waar we werkelijk om elkaar en om ‘de ander’ geven. Angst en bangmakerij mogen geen factor zijn, niet bij het trekken van stemmen en niet bij het aantrekken van potentiële immigranten. Israël moet (weer) veel meer worden dan enkel en alleen een vluchthaven voor vervolgde Joden. We moeten (weer) leren om niet alleen immigranten hier te halen, maar om hen ook genoeg te bieden om hen hier te laten blijven. Pas dan wordt de Joodse staat (weer) een licht onder de volkeren.