Thursday, January 07, 2016

Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende artikel stond gisteren in het Reformatorisch Dagblad.

Problemen te over

Harry Honigh (“Israël niet hét probleem in de wereld”, 26.12.15) stelt terecht dat Israël niet het belangrijkste struikelblok in de wereld is, dat de Joodse staat momenteel een strijd “om het naakte bestaan” voert, en dat dit land de hulp en steun van christenen hard nodig heeft. Zijn en mijn interpretatie van de realiteit verschillen echter in meerdere opzichten.

Over het nietbestaande verband tussen moslim-extremisten en het Palestijns-Israëlische conflict zijn Honigh en ik het volkomen eens. Dat een Palestijnse staat naast Israël (volgens velen een onlosmakelijk deel van een rationele oplossing van ‘het’ conflict) of zelfs (God verhoede) in plaats van Israël de islamistische terreur zou stoppen is een waanidee. Israël is niet hét probleem en niet dé versjteerder in het Midden-Oosten. Als overtuigd en praktizerend Zionist weiger ik te geloven dat Israël als zodanig überhaupt eenprobleem is. Ik denk juist dat het land een pilaar van stabiliteit en een bron van inspiratie voor de regio zou kunnen zijn. Toch meen ik dat minstens één element binnen Israëls regeringsbeleid problematisch is, en bepaalde problemen veroorzaakt of voedt.

Vandaag de dag is, naast Palestijns(-islamistisch)e terreur, het rechts-religieuze extremisme dat zich de laatste jaren meer en meer in Israël en vooral op de (bezette, betwiste, hoe je het noemen wilt) Westoever manifesteert één van onze belangrijkste of althans gevaarlijkste problemen. Al jaren spelen politie en leger een kat-en-muis-spel met de zogenaamde ‘heuveltop jeugd’, een groep van feitelijk anarchistische jonge kolonisten. Zij spelen een sleutelrol in de bouw van illegale danwel ‘betwiste’ nederzettingen of ‘buitenposten’ (vlakbij bestaande nederzettingen), bij de vaak gewelddadige demonstraties tegen de ontruiming van dergelijke plaatsen door de autoriteiten, en in de zogenaamde ‘prijskaart’ terreurdaden tegen Palestijnen en tegen ‘Arabische’ eigendommen (huizen, olijfbomen, auto’s, moskeeën, kerken). Ook de hoofdverdachte van de moord in Duma, door middel van een brandbom, op de 18 maanden oude Ali Saad Dawabsha en diens ouders (hun 4-jarige zoontje Ahmad liep zware brandwonden op), was een (voormalige) ‘heuveltopjongere’. Hij behoort tot een groep die ‘De Opstand’ heet. Deze groepering, waarschijnlijk bestaande uit slechts enkele tientallen activisten, keert zich tegen de ‘vreemde’ zionistische staat en wil een Joods Koninkrijk stichten. Activisten van een andere extremistische groep, Lehava (Voor het Voorkomen van Assimilatie in het Heilige Land, vooral actief in de ‘strijd’ tegen gemengde huwelijken), werden eerder dit jaar veroordeeld voor brandstichting in een centrum voor gezamenlijk Joods-Arabisch onderwijs in Jeruzalem. De leider van Lehava, evenals die twee brandstichters een praktizerend kolonist, heeft onlangs gezegd dat er voor Kerstmis geen plaats is in Israël. Hij noemde christenen vampiers en bloedzuigers, die (uit Israël) verwijderd moeten worden.

Weliswaar gaat het hier om randverschijnselen. Toch moet worden vastgesteld dat die verschijnselen zich hebben kunnen ontwikkelen met stilzwijgende danwel actieve steun uit o.a. regeringskringen, en dat ze op zijn minst indirect verband houden met het nederzettingenbeleid. Tot de moord in Duma konden de ‘heuveltop jongeren’ rekenen op morele en praktische steun van veel ‘mainstream’ kolonisten, en van de kolonistenlobby binnen de Likud en Het Joodse Huis (HJH). Betsalel Smotritch, HJH Knessetlid, weigert tot op heden de misdadigers van Duma (of bijvoorbeeld Baruch Goldstein, de extremistische kolonist die in 1994 29 moslims in een moskee vermoordde) terroristen te noemen. Wat het anti-terreurbeleid aangaat gelden in Israël en voor Joden de facto andere wetten dan op de Westbank en voor Palestijnen. Dit staat nog los van de economische en diplomatieke schade die het nederzettingenbeleid Israël berokkent. Premier Nethanyahu helpt ook niet echt. Door bijvoorbeeld op verkiezingsdag vorig jaar, en na een terreuraanslag in Tel Aviv afgelopen week, in te spelen op anti-Arabische onderbuikgevoelens onder zijn kiezers, heeft hij de toch al bestaande kloof tussen Israëls Joden en Arabieren alleen maar groter gemaakt. Arabische Israëliërs, die misschien wel een deel van ʻde’ oplossing voor het conflict zouden kunnen zijn, worden zo steeds meeren bloc in de rol van buitenstaander, vreemdeling, en vijand gedrukt.

Ook met betrekking tot een ‘coöperatieve opstelling’, of liever een gebrek daaraan, verschillen Harry Honigh en ik van mening. In mijn ogen kunnen Palestijnen en Israëliërs in dat opzicht elkaar namelijk de hand schudden. Geen van beide partijen heeft de laatste jaren bovengemiddeld haar serieuze best gedaan om vrede dichterbij te brengen, en beide partijen maken zich continu schuldig aan het aanzetten tot (of het niet actief genoeg voorkomen van) haat en geweld. Israël, als Joodse én democratische staat, voert zonder meer een strijd om zijn bestaan, naar binnen en naar buiten toe. Naast morele steun en gebeden, waar meer dan ooit behoefte aan is, zou ik dan ook graag zien dat Israëls vrienden hun Israëlische gesprekspartners deelgenoot maken van hun verontrusting over directe en indirecte gevolgen van het nederzettingenbeleid, en dat die vrienden – als ze ook Palestijnse contacten hebben – hun best doen om hun gesprekspartners van beide kanten (nader) tot elkaar te brengen. Met dergelijke toenaderingen (hoe kleinschalig ook) begint de weg naar vrede, zo is mijn persoonlijke overtuiging en ervaring. Ook al zal een uiteindelijke (imperfecte) vrede tussen Israël en de Palestijnen IS en andere islamistische terreurbewegingen niet doen verdwijnen, Joden en Arabieren en de wereld als geheel zullen er zeker wel bij varen.

2 comments:

Anonymous said...

Bertje nog steeds aan het nestvervuilen. Moedertje zal hem nooit pottieschoon geleerd hebben. Ocharme.

Bert said...

Typisch dat een commentaar als dit anoniem wordt achtergelaten. Gebrek aan lef, gebrek aan argumenten, gebrek aan fatsoen? Ik neem aan dat alle antwoorden hier juist zijn.