Sunday, May 29, 2016

Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende artikel stond afgelopen weekend (met een paar dagen vertraging) in het Reformatorisch Dagblad.

Interessante tijden

In Israël lijkt de aprokriefe Chinese vloek ‘Moge je in interessante tijden leven’ meer dan ooit van toepassing te zijn. Een samenvatting van de gebeurtenissen. Afgelopen weekend verving premier ‘Bibi’ Nethanyahu zijn minister van defensie – Moshe ‘Bogy’ Yaalon, voormalig opperbevelhebber van het leger en het enige kabinetslid met werkelijke vakkennis op het gebied van zijn ministerie – door Avigdor Liberman van de extreem-rechtse Israël Ons Huis (IOH) partij. Nethanyahu deed dit om zijn nauwe coalitie (61 van de 120 Knessetleden) met zes IOH leden te vergroten en daarmee zijn politieke korte-termijn toekomst veilig te stellen, maar niet minder om van een kritische, gematigde deskundige binnen zijn regering af te zijn. De bom tussen Bibi en Bogy barstte na twee incidenten en de daaruit voortvloeiende publieke discussies.

Eind maart schoot Elor Azaria, een IDF-soldaat in Hebron, een gewonde (en, volgens de aanklacht tegen de soldaat, ontwapende) Palestijnse terrorist dood. Op Holocaustgedenkdag maakte Yair Golan, de tweede man van het Israëlische leger, tijdens een toespraak een impliciete vergelijking tussen tendenzen in het huidige Israël (waaronder de discussie rond ‘de schietende soldaat’) en die in Europa van de eerste helft van de vorige eeuw. Bij de debatten rond beide affaires kon men een tweedeling waarnemen binnen de Israëlische maatschappij, van ‘supporters’ en ‘tegenstanders’. Het waren vooral ‘rechtse’, populistisch-rechtse, religieus-nationalistische en extreem-rechtse Israëliers die zich kwaad maakten over Yair Golans woorden en over het feit dat Elor Azaria zich überhaupt voor een militaire rechtbank moet verantwoorden. Meer gematigde, liberale danwel linkse, en veelal seculiere Israëliërs spraken hun steun uit voor de legerautoriteiten (in de zaak Azaria) en voor generaal Golan. Het wekte weinig verbazing dat bij dit publieke debat Nethanyahu, die immer perfekt het gesundenes Volksempfinden aanvoelt, steun uitsprak voor (de familie van) Orel Azaria, en Yair Golan publiekelijk de les las. Yaalon daarentegen stelde zich vierkant achter de legerautoriteiten en achter Golan op. Vorige week zei hij dat het belangrijk is dat legerofficieren hun mening onomwonden blijven verkondigen, ook als die niet overeenstemt met die van de meerderheid van de bevolking, die van hun commandanten of die van de regering. Dat was voor Bibi schijnbaar één van de spreekwoordelijke druppels: Bogy moest hangen.

Het is tekenend voor de huidige crisis dat op één van de belangrijkste ministeries een uitgesproken deskundige generaal en oorlogsheld (en een gematigde havik) wordt vervangen door een onvoorspelbare, ronduit racistische korporaal (en Poetin-adept), die de doodstraf voor terroristen (alleen Arabische, niet Joodse) wil herinvoeren. Om toch nog een generaal in het zogenaamde veiligheidskabinet (verantwoordelijk voor, de naam zegt het al, zaken van nationale veiligheid) te hebben is de minister van woningbouw tot dat mini-kabinet toegelaten. Daarnaast spreekt het boekdelen dat in de Knesset Yaalons plaats binnen de Likudfractie naar alle waarschijnlijkheid wordt ingenomen door rabbijn Yehuda Glick, een vurig beijveraar voor de bouw van de Derde Tempel op de plaats van de El-Aqsa moskee, en dat activisten van Lahava (Voor het voorkomen van assimilatie in het Heilige Land, een extreem-rechtse, nationalistisch-religieuze, anti-Islam en anti-christelijke organisatie) een ‘afscheidsfeestje’ bij Yaalons huis hielden toen bekend werd dat hij zou vertrekken.
Nu de ministeriële portefeuilles deels worden herverdeeld houdt Bibi het Ministerie van Buitenlandse Zaken (sinds het aantreden van het huidige kabinet, ruim een jaar geleden, ‘geleid’ door een jonge, ambitieuze en bevlogen pleitbezorgster van het nederzettingenbeleid) voor zichzelf. Dit om, zoals hij zelf zegt, dat ministerie “als onderhandelingstroef” te behouden, om de vleugellamme en volkomen gespleten Arbeidspartij zijn regering binnen te lokken. Het is heel-veel-zeggend dat een ministerie dat zo belangrijk is, zeker nu Israëls internationale en regionale positie nog meer verzwakt is dan ze al was, niet door een full-time en deskundige politicus wordt geleid, en als niet meer dan een lokkertje voor een futloze oppositiepartij wordt beschouwd.

Maar significanter dan alles was de spontane uitbarsting van Ronny Daniel, afgelopen vrijdagavond tijdens een tv-discussie, tussen journalisten en politici, over de nieuwe politieke situatie. Daniel, een ervaren militaire journalist, oorlogsveteraan en Zionist die zeker niet tot het politieke linkerdeel van het journaille gerekend kan worden, zei dat hij “na deze week”, en “met de huidige heersende politieke cultuur in Israël” (waarbij hij de namen van vier rechts-populistische ofwel extreem-rechtse Knessetleden noemde, die volgens hem de verloedering symboliseren), niet zeker is of hij wel wil dat zijn kinderen hier blijven: “Ik zal hier blijven. Wat mijn kinderen betreft, ben ik niet zo zeker”.


Is er dan geen lichtpuntje? Wie weet. Heel misschien heeft Bibi zichzelf deze keer politiek ‘in de voet’ geschoten. Tot nu toe was er ter rechterzijde van het politieke spectrum (de kans op een linkse premier binnen afzienbare tijd is nihil) geen concurrent voor Bibi te vinden die niet alleen een bewonderenswaardige militaire staat van dienst heeft maar ook pragmatisch en politiek gematigd is, ambities richting het premierschap heeft én op goede samenwerking met meer liberale en seculiere partijen kan rekenen. Sinds vrijdag lijkt het erop dat er een potentiële kandidaat is die aan al die criteria voldoet. In de tussentijd moeten we het met Bibi en zijn razend interessante tijden doen.

No comments: