Wednesday, November 30, 2016

Artikel in het Friesch Dagblad

Ook het volgende artikel stond deze week in het Friesch Dagblad. 

Impressies uit een nasmeulende stad

Terwijl ik dit artikel schrijf (zondagmiddag, een werkdag in Israël), lijkt alles weer heel gewoon in en om Haifa. Geen extra nieuwsuitzendingen, bijna alle geëvacueerde gezinnen zijn weer thuis. Vanavond ga ik met mijn echtgenote naar een zangavond die eigenlijk donderdag had moeten plaatsvinden maar 'vanwege de omstandigheden' werd uitgesteld. Gisteren woonde ik een (prachtig) concert van het Haifa Symfonieorkest bij op de Franse Carmel, zonder dat iemand de branden noemde. Als je her en der geen zwakgeblakerde bomen en huizen ziet en de brandlucht ruikt, zou je haast niet weten wat er de afgelopen dagen gebeurd is. Gelukkig zijn er deze keer – in tegenstelling tot zes jaar geleden, toen 44 mensen omkwamen bij de enorme bosbrand in de buurt van Haifa – geen doden gevallen bij de branden. Met hulp uit Turkije, Griekenland, de VS, maar ook bijvoorbeeld Oekraїne en Rusland, is men er in geslaagd het vuur onder controle te krijgen. Bijna 13,000 hectare grond is er in Israël en op de Westoever verbrand, waarvan ongeveer een kwart in Haifa, het zwaarst getroffen bebouwde gebied.  In de stad zijn tussen 400 en 550 huizen volledig verwoest of onbewoonbaar geworden (in 2010 ging het om 74 huizen en 5,000 hectare), waardoor op dit moment 1,700 inwoners van Haifa elders onderdak moeten krijgen. Dat laatste geldt voor nog meer families in andere delen van Israël.

Onze 'leiders' lieten zich weer eens van hun beste kans zien. Eén van de eerste reacties van de Minister van Onderwijs, Naftali Bennett (Het Joodse Huis), via Twitter of Facebook, was tekenend: "Alleen zij aan wie het Land niet toebehoort kunnen het in brand steken". Iedereen wist over wie hij het had: Arabieren. Hij 'vergat' dat er zich zowel onder de slachtoffers als onder de reddingswerkers vele Arabieren bevonden. Haifa is nu eenmaal een 'gemixte' stad. Je zult maar een Arabische Israëliër zijn en jouw Minister van Onderwijs zo over jou horen spreken. Andere ministers stelden voor dat de 'daders' (het is inmiddels duidelijk dat in ieder geval een deel van de branden is aangestoken) hun staatsburgerschap ontnomen moet worden, en dat – net als bij 'andere terroristen' – hun huizen verwoest moeten worden. Volgens die logica zouden de Joodse terroristen die het huis van de familie Dawabsheh vorig jaar juli in brand staken en daarbij baby Ali en zijn ouders vermoordden allang zowel hun paspoort als hun huis kwijt moeten zijn. Niet dus, en u kunt raden waarom. Je zou Bennets logica ook toe kunnen passen op de kolonisten die olijfboomgaarden van Palestijnen – met vuur en andere middelen – vernielen: geven deze Israëliërs hierdoor toe dat het Land hun niet toebehoort?

Bennetts gedrag was typerend voor vrijwel alle regeringsvertegenwoordigers. Hijzelf en Lieberman zeiden dat er maar één mogelijk antwoord is op 'deze terreur': meer nederzettingen. Tja, wat moet je daar op zeggen? Premier Nethanyahu – van wie je toch een soort vader-des-vaderlandse rol zou mogen verwachten – heeft het alleen over terroristen en vergelding gehad, je hoorde hem niet of nauwelijks over verzoening, de slachtoffers, hulpverlening, etc. Zou het kunnen dat hij de aandacht wil afleiden van het feit dat hij na de ramp in 2010 had beloofd dat Israël klaar zou zijn voor dit soort rampen en dat we in de toekomst in dit soort scenarios geen buitenlandse hulp meer nodig zouden hebben? Niet voor niets noemden cynici Bibi al een politieke pyromaan. Slechts één minister sprak eerst en vooral over het helpen van de slachtoffers. Minister van Financiën Moshe Kahlon – zelf inwoner van Haifa en één van de weinige bedachtzame, weliswaar ook deels populistische maar niet extreem-rechtse leden van het cabinet – beloofde hun snelle hulp en een spoedige afhandeling van de verzekeringsclaims. Laten we hopen dat hij zijn woorden waar kan maken. De kans dat de branden als terreurdaden erkend zullen worden is overigens klein: dat zou namelijk betekenen dat de staat, en niet de verzekeringsmaatschappijen, een belangrijk deel van de financiële vergoeding op zich zal moeten nemen.

En dan de 'gewone' Israëliërs. Allereerst de vele hulpverleners (brandweer, politie, medisch personeel) die dagenlang haast bovenmenselijke inspanningen hebben verleend. De Israëlische bevolking – Joods, Arabisch, en anderszins – heeft daarnaast weer eens laten zien dat het in tijden van crisis weet wat solidariteit, liefdadigheid en werkelijk helpen betekent. De scholen, de synagogue en het gemeenschapscentrum van Leo Baeck, waar ik werk (om slechts één voorbeeld vanuit de civil society te noemen), mobiliseerden vrijwilligers om geëvacueerde gezinnen op te vangen en van basisbenodigdheden te voorzien. Iedereen nodigde vrienden, familieleden en volkomen vreemden uit om te komen logeren of op zijn minst te komen eten. Via Whatsapp en Facebook hoorden we wie waar hulp nodig had.

De hulp die onmiddelijk door naburige landen werd aangeboden en gegeven was ook hartverwarmend. Zelf was ik het meest ontroerd toen ik een telefoontje kreeg van mijn vriend en collega uit Ramallah, met wie ik aan een project voor onze twee scholen samenwerk. Hij heeft genoeg zorgen en problemen, maar nam toch even de moeite om te vragen of met mij en mijn gezin alles in orde was, en of hij ons ergens mee kon helpen. Uit Ramallah kwam ook een team van brandweermannen helpen bij de strijd tegen het vuur. Hun reacties, en de reacties van hun Israëlische collega's en de burgers die hen kwamen bedanken en hun eten en drinken gaven, behoren eveneens tot het soort dingen dat de burger letterlijk weer moed geeft. En hoop, dat het anders – beter – kan. Dat kunnen de fanatici (Bennett tegen de Palestijnen: "Sticht geen brand bij ons en stuur ons geen brandwagens") niet van ons afnemen.

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel stond de afgelopen week in het Friesch Dagblad. De titel is door de redactie gekozen. Normaal gesproken gebruik ik op mijn blog mijn eigen werktitel aan, ik zie de uiteindelijke gedrukte versie zelf niet. Deze keer kreeg ik voor het eerst een Whatsapp met de opmaak doorgestuurd, dus kan ik de uiteindelijke titel gebruiken.

Is Trump goed voor Israel en de Joden?

In de laatste aflevering van de televisieserie Seinfeld beschrijft Dr. Wilcox de reactie van George Costanza, nadat die te horen kreeg dat zijn verloofde – met wie hij feitelijk niet echt wilde trouwen – was overleden na het likken van giftige enveloppen, als “ingetogen gejubel”. Dit lijkt me een goede beschrijving van de reacties in officiële kringen in Jeruzalem nadat Donald Trump eerder deze maand als opvolger van Barack Obama was gekozen. In tegenstelling tot veel Europese en andere Westerse regeringsleiders, hadden Binyamin Nethanyahu en zijn religieuze en ultranationalistische coalitiegenoten zitten hopen op een Republikeinse overwinning. Jarenlang werd Barack Obama door veel Israëliërs als een – of zelfs dé – vijand gezien, vooral omdat hij en zijn vertegenwoordigers zich zo nu en dan, meestal heel zachtjes, durfden uit te spreken tegen Israëls nederzettingenbeleid. De dag na Trumps verkiezingsoverwinning nam de gemeente Jeruzalem dan ook de gelegenheid te baat om de bouw aan te kondigen van nieuwe huizen in Oost-Jeruzalem, dat door vrijwel alle andere landen ter wereld als Palestijns dan wel door Israël bezet gebied wordt beschouwd.

Het is niet zo verwonderlijk dat Nethanyahu en de zijnen zo tevreden zijn (uitgesproken of stilzwijgend), met de overwinning van Trump én met de nederlaag van de partij van Barack Obama. Waar de regering Obama nog wel eens haar stem verhief tegen Israëls voortdurende bouwwerkzaamheden en investeringen in de gebieden aan gene zijde van de Groene Lijn, lijkt het onwaarschijnlijk dat Trump Bibi en zijn ultranationalisten een strobreed in de weg zal leggen. De kolonisten en hun lobbyisten gaan er volgens diverse bronnen van uit dat de nieuwe Amerikaanse regering “een decennialange oppositie” tegen het bouwen in bezet gebied zal beëindigen, en Israël groen licht zal geven om aanzienlijke delen van de Westoever te annexeren. Niet zomaar prees Minister van Onderwijs Naftali Bennett (van de “Het Joodse Huis” partij) “het ter ziele gaan van de twee-statenoplossing”. Daarnaast heeft Trump beloofd de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te zullen verplaatsen, en het atoomverdrag met Iran naar de prullenmand te verwijzen. Of al die beloften en verwachtingen ook vervuld zullen worden is voorlopig de vraag, maar ze zijn op zijn minst hoopgevend voor wie de Groot-Israël gedachte is toegedaan. Wanneer ‘linkse’ (een scheldwoord in Israël, gebruikt voor ongeveer alles wat niet streng religieus en/of pro-bezetting is) of andere kritische commentatoren wijzen op de soms ronduit foute supporters of ‘adviseurs’ van Donald Trump, haalt men in Israël en in pro-Israëlische kringen in de Verenigde Staten zijn schouders op. Meestal accepteert men zijn ‘verdediging’: “Ik een (vriend van) antisemiet(en)? Mijn dochter, schoonzoon, en (drie van de acht) kleinkinderen zijn Joods!”. Zelfs wanneer de geur van antisemitisme onder Trumps kiezers en raadslieden onontkenbaar sterk is, is dat voor veel Israëliërs en vermeende Israël-supporters geen reden om zijn koshere bedoelingen in twijfel te trekken.

Er is nog een reden waarom Bibi en Donald het zeer goed met elkaar kunnen vinden. Ze hebben simpelweg heel veel gemeen. Beiden behoren ze tot de bonte verzameling van veelal (ultra)rechts-populistische, soms griezelig fanatiek-nationalistische bewegingen die in diverse democratieën over de hele wereld de toon van het politieke debat bepalen. Nethanyahu is in dat gezelschap een oude rot, Trump is sinds kort hun grote held.  Marie Le Pen, Geert Wilders, Vladimir Poetin, Tayyip Erdogan, maar ook bijvoorbeeld de Indiase premier Narendra Modi en de Britse Minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson kunnen tot die stroming worden gerekend. Er zijn enorme verschillen tussen de verschillende landen en leiders, maar als er iets is wat hen verenigt  dan is het haat en angstzaaien tegenover alles wat vreemd, anders, liberaal, en links is. Voeg daar, behalve in het geval van Turkije, ook nog moslimhaat en –angst aan toe. Hoe absurd het ook moge lijken, het is niet toevallig dat Nethanyahu nu juist toenadering tot Turkije en Rusland (bondgenoten van Israëls grootste vijanden) zoekt, terwijl de banden met Obama’s Amerika jarenlang verslechterden of bewust verwaarloosd werden. Deze internationale parias spreken dezelfde spierballentaal, vol nationale trots en minachting voor andersdenkenden en voor ‘zwakkere’ tegenstanders.

En het angstaanjagen van de populisten werkt, net zo goed als terreur vruchten afwerpt. Die twee elementen kunnen niet zonder elkaar, ze voeden elkaar over en weer. Terwijl ik dit schrijf staan hele wijken van Haifa in brand. Al een paar dagen wordt Israël geteisterd door grote branden, en door een hevige wind die die branden nog verder aanwakkert. Veel van de branden zijn blijkbaar aangestoken, hoogstwaarschijnlijk vanuit 'nationalistische' (oftewel terroristische) motieven. Naftali Bennett zei meteen dat “alleen zij aan wie het Land niet toebehoort (lees: Arabieren) het in brand kunnen steken”. Nadat ook mijn school ontruimd was, was ik was al op weg naar mijn auto toen mijn vrouw me via Whatsapp het advies gaf om te wachten: de kinderen waren veilig bij mijn schoonmoeder aangekomen, zij was zelf veilig op haar school, en op de wegen naar huis zat het verkeer voorlopig hopeloos vast. Ironisch genoeg was onze dochter, die met school een reis naar Polen maakt, het veiligst van ons allemaal: zij was op dat moment juist op bezoek in het voormalige vernietigings- en concentratiekamp Majdanek, waar haar overgrootvader (Jacob Rozenblum, 39 jaar oud, transport 51 vanuit Drancy, naast Parijs, 6 maart 1943) vermoord is. Ik besloot dus te blijven werken, en ging terug naar de lerarenkamer. Een lerares Arabisch kwam vlak naast me zitten om het nieuws te volgen. Ze ging tekeer tegen de "Bney dodim" ('neven', een minachtende term voor Arabieren). Toen ik haar vroeg waarom ze zo moest generaliseren, en zei dat er zowel Arabieren als Joden op dat moment geëvavueerd werden of voor één van de vele hulpdiensten aan het werk waren (Haifa heeft een aanzienlijke Arabische minderheid), zei ze dat iedereen die haar huis in brand steekt wat haar betreft terrorist is, en dat ze geen geduld had voor nuances of voor weekhartige hypocrieten (zoals mijzelf, blijkbaar). Zulke uitspraken zijn uitzonderlijk onder mijn medeleraren, maar ik moest onwillekeurig denken aan de dag van de Knessetverkiezingen, vorig jaar maart, toen Nethanyahu een video de wereld instuurde waarin hij de Joodse kiezers opriep te gaan stemmen, de Arabieren waren immers “met bussenvol” op weg naar de stembus. Generaliseren, racisme, simplisme, en angst zaaien, dat zijn de wapens van de ware populist, of hij nu in Jeruzalem, Ankara, New York City (binnenkort Washington, DC) of Den Haag zetelt. En als die angst ook nog eens verder wordt aangewakkerd – of bevestigd – door islamistische of andere terreur, dan is het effect des te sterker.


En nu de hamvraag, die me de laatste twee weken door vele binnen- en buitenlandse vrienden en kennissen gesteld is: zal Donald John Trump de "meest uitgesproken pro-Israël President" zijn die er ooit geweest is, zoals we veel van zijn supporters vol overtuiging hebben horen en zien verkondigen? Anders gezegd, om een slogan te parafraseren waar Bibi jaren geleden gebruik van maakte, is Trump goed voor de Joden? Hangt er een beetje van af over welk Israël en welke Joden je het hebt, en welk Israël je wilt steunen. Voor de kolonisten, voor hen die Israël nog religieuzer, nationalistischer, en geïsoleerder willen maken, en voor hen die een één-staat-oplossing nastreven (alleen voor Joden danwel alleen voor Palestijnen: Hamas enerzijds en Bibi’s Likud, Het Joodse Huis en andere rechtse Israëlische partijen anderzijds hebben meer gemeen dan ze zelf zullen toegeven) lijkt de zich langzaam maar zeker vormende regering Trump een hemelse zegen te zijn. Tenzij Trump voor grote verrassingen gaat zorgen (hij suggereerde zowaar dat zijn Joodse schoonzoon wellicht Joden en Palestijnen dichter tot elkaar zou kunnen brengen, nee serieus!), heeft het er alles van weg dat hij de regering in Jeruzalem ongemoeid aan een één-staatoplossing verder zal laten bouwen. Ik heb dan ook het donkerbruine vermoeden dat Naftali Bennett wel eens gelijk zou kunnen krijgen, en dat Donald Trump direkt of indirekt de genadeslag zal toebrengen aan een vreedzame, onderhandelde oplossing van het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Als dat gebeurt, en als Europese en andere sponsors en vrienden van Israëlische én Palestijnse mensenrechten- en vredesgroeperingen en andere links-liberale initiatieven hun belangstelling en hoop verliezen en die groeperingen aan hun lot overlaten, dan ben ik bang dat Israël als Joodse maar inclusieve, democratische en pluralistische staat uiteindelijk ten dode opgeschreven zal zijn. Is alle hoop dus verloren? Zo ver wil ik niet gaan. Zoals ik in eerdere artikelen schreef, ben ik ervan overtuigd dat wanneer positieve, redelijke, proactieve partijen en individuën (links, liberaal en gematigd conservatief, allesbehalve populisten) in hun eigen landen en wereldwijd een duidelijke, eensgezinde boodschap opstellen en uitdragen, de angsten en frustraties van hun potentiële kiezers serieus nemen, én hun krachten tegenover de negatieve en destructieve krachten van het (extreem)rechtse, ultranationalistische populisme bundelen, dan kan het gezonde verstand wel degelijk in de politiek terugkeren, en is alles mogelijk, maar dan in positieve zin. Maar het is vijf voor twaalf. En niet alleen in Jeruzalem.

Tuesday, November 15, 2016

Joep Bertrams on Erdogan's Fight against Freedom of the Press

I found this cartoon on the website of Joep Bertrams.




Joep Bertrams on Trump's Election and the European Extreme Right

I found this cartoon on the website of Joep Bertrams.

"Having the wind in their sails..."

Monday, November 14, 2016

Nostra Culpa

I translated - with some minor changes - the article (about Donald Trump's election to the Presidency) that appears in the previous posting into English and published it on my blog on The Times of Israel.

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel stond afgelopen vrijdag in het Friesch Dagblad.

Dikke bult

Woensdagmorgen stuurde mijn echtgenote me een ‘grap’ via Whatsapp: wat is erger, 9/11 of 11/9? Hoe cynisch, of zelfs ziek, die zin ook moge zijn, je kunt niet ontkennen dat de twee data op de één of andere manier met elkaar verbonden zijn. 9 november 2016, de dag na de verkiezing van Donald Trump tot President van de Verenigde Staten, kan niet begrepen worden zonder op de een of andere manier te verwijzen naar de aanslagen op 11 september 2001. De laatste vijftien jaar is het rechtse, niet zelden rechts-extremistische, populisme waarvan Donald Trump wereldwijd de meest extreme exponent is, in veel westerse landen de meest invloedrijke politieke stroming geworden: niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in landen als Frankrijk, Duitsland, Israël, Groot Britannië, Denemarken, en Nederland. Die trend kan niet los worden gezien van die dinsdag in september 2001, of van de oorlogen in Afghanistan, Irak, en Syrië, en van de vluchtelingenproblematiek en andere globale problemen die een uitvloeisel zijn van wat vijftien jaar geleden in New York City, Washington DC en Stonycreek Township, Pennsylvania gebeurde.

De wereld lijkt geschokt en ontdaan te zijn. Ik bevind me momenteel in het Lucan Centre, een klein presbyteriaans ontmoetingscentrum in Dublin. Samen met één van de rabbijnen en vier voormalige leerlingen van mijn school neem ik deel aan Space to Breathe, een vijfdaags internationaal en interreligieus seminar voor Ierse, Palestijnse en Israëlisch-Joodse jongeren, georganiseerd door Julian Hamilton, de methodistische pastor van Trinity College. Ik heb de indruk dat de verbijstering hier nog groter is dan waar dan ook. De gevolgen van Trumps verkiezing voor het Palestijns-Israëlische conflict zullen waarschijnlijk groot zijn. Met zijn bewondering voor Vladimir Poetin en zijn innige banden met Binyamin Nethanyahu lijkt het onwaarschijnlijk dat Donald Trump enige moeite zal doen om de regionale status quo (waarbinnen de Russische militaire invloed en het Israëlische nederzettingenbeleid een centrale rol spelen ) te veranderen. Er zijn veel andere verstjeerders, en ook Obama draagt door zijn gebrek aan daadkracht en aan een doelbewust beleid in de regio verantwoordelijkheid voor de huidige situatie in het Midden-Oosten, maar onder Trump’s America First benadering zal de rol van alle versjteerders alleen nog maar sterker worden. Zelf ben ik niet blij of tevreden met de keuze van het Amerikaanse volk, maar geschokt of wanhopig ben ik evenmin. Ik denk dat die keuze – zoals veel tegenslagen – uiteindelijk ook hoop en mogelijkheden kan bieden.

Zoals ik drie maanden geleden schreef, ben ik ervan overtuigd dat als Hillary Clinton – samen met haar supporters en alle liberale én conservatieve, redelijke tegenstanders van Donald Trump – een minder negatieve en duidelijk proactieve campagne had gevoerd, we nu onszelf vergenoegd op de schouders zouden kloppen, met genoegen de woorden ‘President Clinton’ uit zouden spreken, en ervan overtuigd zouden zijn dat het goede het kwaad overwonnen heeft, en dat alles in orde is. Eigenwijs als zij en haar adviseurs zijn, en misschien ook wel omdat ze het Friesch Dagblad (of de Times of Israel, waar ik een Engelse vertaling van dat artikel publiceerde) niet leest, koos ze er bewust voor om te proberen het politieke spel volgens de regels van Donald John Trump te spelen. Daarin en daardoor was ze van meet af aan volkomen kansloos. En hetzelfde geldt voor alle landen waar rechtse populisten de politieke agenda bepalen. Rutte en Samsom zullen nooit op de legitieme angsten, de frustraties en de onderbuikgevoelens van de kiezers kunnen inspelen zoals Geert Wilders dat doet. Sarcozy en Hollande zullen nooit in staat zijn om het simplisme en fanatisme van Marie Le Pen te evenaren. Links populisme is overigens net zo walgelijk en onredelijk als de rechtse variant, en dus geen geloofwaardig alternatief. Aan de andere kant, wat niet-populistische politici in tegenstelling tot populisten wél kunnen bieden is een positieve boodschap voor hun kiezers: niet zeggen hoe de dingen niet moeten en kunnen, maar denken en uitdragen wat voor wereld zij voor ogen hebben, en hoe zij denken de woede en gevoelens van machteloosheid bij veel mensen weg te kunnen nemen. Tot nu toe is hun dat niet gelukt, waardoor de verkiezing van Trump een beetje een kwestie is van eigen schuld dikke bult is. Mede om die reden zijn de huidige anti-Trump demonstraties en slogans als ‘Trump is niet mijn President’ ondemocratisch en contraproductief.

Bulten genezen echter, en misschien was die verkiezing nu juist nodig om de niet-populistische politici, activisten en kiezers eindelijk eens wakker te schudden. Als zij hun krachten – binnen hun eigen landen en politieke systemen maar ook internationaal – bundelen, ons ervan weten te overtuigen dat positieve, actieve veranderingen noodzakelijk en mogelijk zijn, en een nieuwe generatie van charismatische, gedreven politieke leiders kunnen aantrekken en opbouwen, dan zal de negatieve, destructieve boodschap van Trump en de zijnen geen kans meer maken. Denken dat kiezers te dom zijn om zo’n positieve mare op waarde te schatten, en dat we dus ook maar onze toevlucht tot populisme moeten zoeken, is arrogant, en zal de tegenstanders van populistische politici in de afzienbare toekomst, en waarschijnlijk nog lang daarna, tot machteloze oppositie veroordelen.