Thursday, December 08, 2016

Artikel in het Reformatorisch Dagblad

Het volgende stuk stond gisteren in het Reformatorisch Dagblad. Het is een reactie op een stuk van Tom Struick van Bemmelen, dat een reactie was op een column van Alfred Muller.

De schuldvraag voorbij


De schier eeuwige schuldvraag speelt een centrale rol in het Palestijns-Israëlische conflict. In mijn ogen geldt "waar twee kijven hebben twee schuld" ook voor 'de moeder van alle conflicten'. Helaas kijven de twee meest betrokken partijen – Palestijnen en Israëliërs – en hun respectievelijke supporters in het buitenland nu juist voornamelijk over die verdraaide schuld. Daardoor neemt niemand verantwoordelijkheid op zich en verandert er niets. Althans niet ten goede.

Met Tom Struick van Bemmelen zou ik het eens kunnen zijn, als hij zou zeggen dat Palestijnen één van de obstakels voor vrede vormen. Jammer genoeg legt hij de verantwoordelijkheid – een beter woord dan schuld – echter uitsluitend bij de Palestijnen, en verschoont hij zijn (en mijn) kant van alle blaam. Alfred Muller heeft gelijk wanneer hij stelt dat "welbespraakte rechtse politici" het hier in Israël het al jaren voor het zeggen hebben. Rechtse (en extreem-rechtse) danwel nationalistische populisten bepalen de laatste tien, vijftien jaar de politieke agenda in vrijwel alle Westerse en sommige democratieën, al dan niet in reactie op islamistische terreur, massale vluchtelingenstromen, en andere 'exportartkelen' uit het Midden-Oosten. In sommige landen hebben die populisten vrij recentelijk het regeringsroer overgenomen. Elders staan ze te trappelen om dat roer over te nemen, of in ieder geval hun regeringen naar rechts bij te sturen. Binyamin Nethanyahu is, wat betreft rechts-populistisme op regeringsniveau, een veteraan. Al twintig jaar is hij de meest constante politieke kracht in Israël, waarvan ruim de helft als regeringsleider. Zijn politieke carrière loopt in zekere zin parallel aan die van twee leeftijdsgenoten, Vladimir Poetin en Recep Erdogan. De drie vertonen overigens wel meer raakvlakken en zijn in zekere zin bondgenoten, ondanks alle onderlinge verschillen.

Bibi Nethanyahu is meer dan slechts een "nationalistische volksmenner", anders had hij het nooit zo lang volgehouden. Hij is bovenal een intelligente opportunist, die perfekt de onderbuikgevoelens van de Israëliërs (of, in Alfred Mullers woorden, "nationalistische gevoelens en angst voor de Palestijnen") aanvoelt, en daarop weet in te spelen. Israëliërs zijn uitermate ontevreden over de economie. Het land is tamelijk goed de crisis doorgekomen, maar nog steeds is het levensonderhoud hier idioot duur, en de kloof tussen arm en rijk is één van de grootste onder de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Er bestaat hier veel armoede (vooral onder ouderen, en onder ultra-orthodoxe en Arabische Israëliërs), corruptie en (sexuele) schandalen zijn aan de orde van de dag, en er zijn grote problemen in het onderwijs, de gezondheidszorg, de criminaliteitsbestrijding, enz. Het vertrouwen in de politiek is op een dieptepunt, net als in veel andere democratieën. Nethayhahu slaagt er desondanks steeds weer in de aandacht van al die dingen af te leiden door op cruciale momenten te wijzen op 'onze gezamenlijke vijand', de Palestijnen (of, afhankelijk van de context, 'de' Islam, of 'de' Arabieren). Natuurlijk zijn er reële dreigingen (Iran, Hezbollah, in mindere mate Hamas en ISIS) maar soms speelt de populist Bibi zuiver in op onredelijke en stemmingmakende angstgevoelens.  Zo riep hij op de dag van de verkiezingen zijn kiezers op vooral te komen stemmen, want "de Arabieren komen bij busladingen naar de stembus".

In al die jaren waarin hij oppositieleider, Minister van Financiën maar vooral Premier was, is Nethanyahu er niet in geslaagd ook maar één van de wezenlijke problemen in Israël op te lossen. Natuurlijk is dat niet alleen zijn schuld. Vanzelfsprekend zijn ook de Palestijnse en andere Arabische en islamitische leiders, alsmede diverse internationale ontwikkelingen, hier debet aan. Maar het is te simplistisch om enkel en alleen de verantwoordelijkheid bij 'de andere kant' te leggen, zeker na twintig jaar (in)direkt Likoedbeleid. Als twee-staten-voor-twee-volken een "dood […] paard" is, ligt dat voor een belangrijk deel ook aan het nederzettingenbeleid, waaraan álle Israëlische regeringen sinds 1967 schuldig zijn. Het antwoord van Bibi en zijn coalitiegenoten op vrijwel elke verandering van de status quo – of dat nu een vredesinitiatief van buitenaf of een Palestijnse raketaanval of andere terreurdaad is – luidt echter steevast: méér nederzettingen. Om het even wat de diplomatieke, economische en militaire prijs daarvan is. Vooral daarom, én aangezien er binnen de nauwelijks functionerende oppositie (links én rechts) in Israël geen charismatische, betrouwbare, en geloofwaardige leider voorhanden lijkt te zijn die een duidelijke visie voor een ander, beter, rechtvarender, veiliger Israël biedt, kun je niet anders dan vaststellen dat er ook aan onze kant heel wat te beschuldigen, maar vooral ook te verbeteren valt.

Ik hoop, met Alfred Muller, dat de huidige (of de volgende, de daaropvolgende etc.) Israëlische regering uiteindelijk zal worden opgevolgd door wijze en realistische politici. Politici die niet alleen aan zichzelf, hun vrienden en achterban denken, maar allereerst het landsbelang willen dienen. En dat vraagt inderdaad om drastische verbeteringen in onderwijs en zorg, hulp aan de middenklasse en de allerarmsten, en ook en vooral om vrede met de Palestijnen, "nu het nog kan". Ik ben echter bang dat hoop niet voldoende is, en geloof dat eenieder die metterdaad met het lot van beide volken begaan is zijn Israëlische danwel Palestijnse vrienden en gesprekspartners op hun verantwoordelijkheid moet aanspreken. Nu meer dan ooit tevoren.