Monday, January 09, 2017

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel verscheen afgelopen zaterdag in het Friesch Dagblad.

Een schuldige zondebok

Afgelopen woensdag werd sergeant Elor Azaria schuldig bevonden aan doodslag. Vorig jaar maart doodde hij, een Israëlische hospik, in Hebron een Palestijnse terrorist door hem – kalm, en op eigen initiatief – in zijn hoofd te schieten, nadat die man bij een aanval op Israëlische soldaten ernstig gewond en ‘geneutraliseerd’ was. Eén van de meest bezwarende verklaringen in het proces tegen Azaria was de ‘uitleg’ die hij na zijn misdaad aan zijn commandant gaf: “De terrorist verdiende het te sterven”. Zijn verdediging veranderde haar strategie meermaals, wat zijn geloofwaardigheid geen goed deed. Azaria’s bewering dat hij uit angst had gehandeld, en dat de terrorist wellicht een bomvest omhad, werd niet geloofd. De rechtszaak kreeg veel publiciteit, en opiniemakers en sociale-media junkies hielden en houden zich er intensief mee bezig. De stem des volks schaarde zich grotendeels achter de soldaat, die ‘ons kind’, ‘een held’ en ‘een slachtoffer’ genoemd werd. Veel rechtse politici spraken openlijk hun steun voor Azaria uit. Anderen – waaronder de legerleiding, de meeste juridische deskundigen, en mensenrechtenactivisten – benadrukten het feit dat de soldaat een standrechtelijke executie had uitgevoerd en tegen de geldende procedures had gezondigd. Daarop kregen het leger en zijn opperbevelhebber, Gadi Eizenkot, de beschuldiging naar het hoofd geslingerd dat ze deze soldaat in de steek hadden gelaten en hem als zondebok aanwezen voor hun eigen falend gedrag.
In zijn gebruikelijke, soms ietwat hysterische stijl beschreef Gideon Levy in Haaretz deze rechtszaak als “de stuiptrekkingen van een gezonde samenleving”. Dat lijkt me wat overdreven, al vraag ik me wel eens af of de Israëlische samenleving nog wel zo gezond is, zeker waar het Israël als rechtsstaat betreft. In mijn ogen heeft deze hele affaire twee zeer schadelijke neveneffecten gehad. Allereerst namen rechtse populisten politiek stelling tegen de legerleiding, waardoor het leger – tot voor kort nog één van de weinige basiselementen in de Israëlische maatschappij waarover een zekere consensus bestond – meer dan ooit tevoren speelbal van de politiek werd. Daarnaast trokken veel van diezelfde populisten van leer tegen de gehele rechtsgang, en sinds afgelopen woensdag tegen het vonnis. Dat is niet ongebruikelijk in Israël. Politici, vooral rechtse populisten, trekken het gezag van de rechterlijke macht (in veel gevallen het laatste bolwerk van democratische en liberale waarden, de rechten van minderheden, en de rechtsstaat als zodanig) regelmatig in twijfel, met name als een vonnis het belang van kolonisten schaadt. Woensdag liet, buiten het militaire gerechtshof waar het vonnis werd voorgelezen, een woedende meute haar onderbuikgevoelens de vrije loop. Eén van de leuzen die gebruikt werden was “Gadi (Eizenkot), pas op, Rabin zoekt een vriend”. Toch sprak premier Nethanyahu in zijn reactie op het vonnis niet over dat dreigement, of over dreigenementen aan het adres van de rechters. Hij koos, zoals gebruikelijk, de kant van zijn natuurlijke bondgenoten, en sprak zijn steun uit voor Azaria en diens familie, en voor een pardon voor de soldaat, nog voordat de militaire rechtbank heeft bepaald welke straf Azaria zal krijgen. Niet bepaald een uitspraak van vertrouwen in Vrouwe Justitia zoals je die van een minister-president zou mogen verwachten. Aan de andere kant, Bibi is zelf vrijwel constant het onderwerp van juridische onderzoeken naar corruptie en belangenverstrengeling. Momenteel loopt een onderzoek naar peperdure giften die meneer en mevrouw Nethanyahu van Amerikaanse en Franse zakenmannen gekregen zouden hebben. Misschien is hij niet de aangewezen persoon om Israël als rechtsstaat te promoten.
Professor Asa Kasher, ethicus en één van de auteurs van de “ethische code” van het Israëlische leger, zei dat het vonnis tegen Elor Azaria bewijst dat het juridische systeem in het leger werkt. Zelf heb ik eerder de neiging in te stemmen met Anshel Pfeffer, net als Gideon Levy journalist bij Haaretz. Hij stelde dat de eigenlijke schuldigen in deze zaak alle opeenvolgende regeringen van de afgelopen 49 jaar zijn, alsmede de Israëlische burgers die die regeringen (met deelname van Likoed, de Arbeidspartij en vrijwel alle andere politieke partijen) aan de macht hielpen. Zij zijn het die de bezetting onverhinderd laten voortduren, en die daardoor onze soldaten in onmogelijke situaties plaatsen. Dagelijks vinden er confrontaties plaats tussen Palestijnen en Israëlische soldaten. Bij de meeste confrontaties vallen geen gewonden of doden, maar het grootste verschil tussen vrijwel al die botsingen en het ‘incident’ met ‘de schutter in Hebron’ op 24 maart 2016 is dat er die dag toevallig een Palestijnse vrijwilliger van de Israëlische mensenrechtenorganizatie Betselem aanwezig was. Hij legde de misdaad vast op video, en zo kwam de zaak in de publiciteit. Zijn video vormde deel van de bewijslast tegen Azaria. Het Israëlische leger zou bovenal duidelijke, internationaal erkende grenzen moeten bewaken en ons tegen legers en terreurorganisaties (Iran, Hamas, Hezbollah, IS, etc.) moeten beschermen. In plaats daarvan is de belangrijkste taak van veel soldaten die van politieagent tegenover een vijandelijke burgerbevolking, en wijdt één van de beste legers ter wereld veel van zijn energie en middelen aan het in stand houden van wat door vrijwel alle beschaafde landen als een illegale bezetting wordt gezien, en aan het ontkennen van beschuldigingen van mensenrechtenschendingen. Zolang die bezetting voortduurt en het leger zich niet exclusief kan wijden aan datgene waarvoor het werd opgericht – bescherming van de staat Israël – wordt Israël als democratie en als rechtsstaat langzaam maar zeker uitgehold. Het leger, alhoewel verre van volmaakt en zeker niet boven elke kritiek verheven, faalt volgens mij dan ook veel minder dan de politici die dit land zouden moeten leiden. In die zin kan Elor Azaria – hoe schuldig hij ook moge zijn – zonder meer als een zondebok worden gezien. Maar dan van zijn politieke ‘leiders’, en niet van zijn direkte commandanten.

No comments: