Monday, May 08, 2017

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel stond afgelopen vrijdag in het Friesch Dagblad.
Als je alles herdenkt, herdenk je niets

Afgelopen dinsdag vierde Israël haar 69e Onafhankelijkheidsdag. Met de festiviteiten op Onafhankelijkheidsdag wordt ieder jaar de herdenkingsweek afgesloten die begint met de Holocaustgedenkdag en gevolgd wordt door de Gedenkdag voor de gevallenen in Israëls oorlogen en de slachtoffers van terreuracties, een dag voor Onafhankelijkheidsdag. De twee gedenkdagen zijn erg indrukwekkend en vormen een belangrijke schakel in de identiteitsvorming van de ondanks alles nog erg jonge staat. Nederland kan in dat opzicht iets van Israël leren.

Het lijkt soms wel alsof, sinds ik emigreerde, er in Nederland twee nieuwe discussietradities zijn bijgekomen. Vanaf september, wanneer de eerste pepernoten op de schappen liggen, tot december is daar steeds weer de discussie rond de vraag of Piet nu wel of niet zwart mag zijn. Daarnaast wordt keer op keer in april de vraag de nationale groep ingegooid wie we nu eigenlijk op 4 mei (moeten) herdenken. Toen ik – in de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw – in Leerdam opgroeide, wist ik niet beter of de Dodenherdenking ging over Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Dat is waar op school en op t.v. alle aandacht naar uitging. Nu begrijp ik dat ook toen al op die dag de gevallenen van álle militaire conflicten vanaf mei 1940 officieel werden herdacht. Maar goed, de Tweede Wereldoorlog staat nog steeds grotendeels centraal, heb ik de indruk, afgaande op het televisieaanbod van gisteravond. En zo hoort het ook, zou ik haast zeggen.

Als je in Israël over ‘de’ oorlog spreekt, moet je meestal aangeven om welke oorlog het gaat. In de 25 jaar dat ik hier woon ben ik al één heuse oorlog ontvlucht, en ik kan alle militaire ‘operaties’ (voor de direkte betrokkenen aan Israëlische, Libanese en Palestijnse zijde waren dat oorlogen, punt uit) die ik hier heb meegemaakt nauwelijks nog uit elkaar halen of dateren. Alleen al waar het gaat om Libanon moet je duidelijk maken of je het over de Eerste (1982) of Tweede (2016) Libanonoorlog hebt. Toch is het op de nationale gedenkdag voor de gevallenen – een week na de gedenkdag voor de slachtoffers van de Holocaust – klaarhelder wie we gedenken: 23,544 gesneuvelde soldaten en 3,117 terreurslachtoffers. Joden, Moslims, Druzen, en Christenen. Bij de militaire slachtoffers worden ook soldaten meegeteld die door (verkeers)ongelukken, zelfmoord of anderszins tijdens hun diensttijd omkomen. Wie ooit gedurende die week in Israël is geweest weet dat de vijf minuten ‘stilte’ (twee minuten op Holocaustgedenkdag, één minuut op de avond voor de gedenkdag voor de gevallenen, plus twee minuten op de dag zelf; tijdens die minuten klinkt een luide sirene door het hele land) erg indrukwekkend zijn en vrijwel unaniem in acht worden genomen. Veel van de wonden aan Israëlische zijde (en onder de Palestijnen, maar dat is een heel andere narrative, die buiten de context van dit artikel valt) zijn dan ook nog erg vers. Toen ik zelf een gloednieuwe immigrant was, stond ik steevast met een brok in mijn keel stil, en nog steeds doen de ceremonies me wat. Met alle verdeeldheid die hier de laatste jaren heerst (en geloof me, die verdeeldheid is enorm), deze gedenkdagen én het leger zijn twee centrale elementen binnen de nationale consensus. De laatste jaren wordt er door een kleine groep een gezamenlijke Palestijns-Joods-Israëlische herdenking gehouden, volgens mij een mooi en waardevol gebaar, maar dat zal binnen afzienbare tijd geen mainstream event worden, zeker niet zolang vrede een illusie lijkt te blijven. Ironisch genoeg is bijvoorbeeld bij mij op school de aanwezigheid van Duitse scholieren en leraren bij de Holocaustgedenkdagceremonie overigens al wel gebruikelijk.

We mogen blij en dankbaar zijn dat we met ‘de’ oorlog in Nederland nog steeds WOII bedoelen. God zij dank heeft Nederland na 1945 geen bezetting of rechtstreeks oorlogsgeweld meer gekend. De oorlog van 1939/1940-1945 is en blijft een keerpunt in de (moderne) geschiedenis van Nederland, en van Europa. Het is nog immer een centraal referentiekader. Dit geldt ook voor andere landen in Europa. Je kunt Europa en het levensbelang van de Europese Unie voor Europese stabiliteit en welvaart niet begrijpen zonder een idee te hebben van wat de Tweede Wereldoorlog voor de wereld én voor Europa betekende en betekent. Je kunt lacherig doen over clichés (“Wie zijn verleden vergeet heeft geen toekomst”, en dergelijke), maar landen in Europa en elders zijn meer dan ooit op zoek naar hun identiteit, en naast een gemeenschappelijke taal is een minimaal historisch bewustzijn een minimumvoorwaarde voor zo’n identiteit. Kennis van die taal en een basiskennis van de nationale geschiedenis (en de daarmee verbonden waarden en symbolen, zoals het volkslied) kunnen immigranten ook toegang tot hun nieuwe vaderland verschaffen, en hen helpen om de barrière met ‘autochtonen’ te slechten. Dit laatste schrijf ik hier mede uit eigen ervaring. Door echter “steeds meer doden te herdenken” tijdens een grabbeltonachtige dodenherdenking maak je het herdenken voor iedereen moeilijker, zoniet onmogelijk. Als je alles herdenkt, herdenk je feitelijk niets en vergeet je uiteindelijk alles. En dat kan nooit de bedoeling van het herdenken zijn. Men kan de Dodenherdenking gebruiken om actuele conclusies te trekken en heel voorzichtig hedendaagse lessen te leren, maar dat dient los te staan van het herdenken zelf. En wat mij betreft – met alle pijn in mijn 'Nederlandse hart' – mag dan voortaan op 6 mei de Zwarte-Pietendiscussie alvast losbarsten.


No comments: