Thursday, January 26, 2017

Tom Janssen on Trump's Inauguration

These brilliant cartoons I found on the website of Tom Janssen.



"Fake news..! This can't be true!!"


"Mirror, mirror on the wall..., who had the biggest inauguration of them all...?

De pers = The press

Tom Janssen over de Nederlandse politiek

Deze ijzersterke spotprenten vond ik op de website van Tom Janssen.





Saturday, January 14, 2017

Tom Janssen on Trump (and Putin, and Bibi, and Obama)

I found these two cartoons on the website of Tom Janssen.




Joep Bertrams on Trump & Putin

I found these two cartoons on the website of Joep Bertrams.

 Balance
Controle


Monday, January 09, 2017

Artikel in het Friesch Dagblad

Het volgende artikel verscheen afgelopen zaterdag in het Friesch Dagblad.

Een schuldige zondebok

Afgelopen woensdag werd sergeant Elor Azaria schuldig bevonden aan doodslag. Vorig jaar maart doodde hij, een Israëlische hospik, in Hebron een Palestijnse terrorist door hem – kalm, en op eigen initiatief – in zijn hoofd te schieten, nadat die man bij een aanval op Israëlische soldaten ernstig gewond en ‘geneutraliseerd’ was. Eén van de meest bezwarende verklaringen in het proces tegen Azaria was de ‘uitleg’ die hij na zijn misdaad aan zijn commandant gaf: “De terrorist verdiende het te sterven”. Zijn verdediging veranderde haar strategie meermaals, wat zijn geloofwaardigheid geen goed deed. Azaria’s bewering dat hij uit angst had gehandeld, en dat de terrorist wellicht een bomvest omhad, werd niet geloofd. De rechtszaak kreeg veel publiciteit, en opiniemakers en sociale-media junkies hielden en houden zich er intensief mee bezig. De stem des volks schaarde zich grotendeels achter de soldaat, die ‘ons kind’, ‘een held’ en ‘een slachtoffer’ genoemd werd. Veel rechtse politici spraken openlijk hun steun voor Azaria uit. Anderen – waaronder de legerleiding, de meeste juridische deskundigen, en mensenrechtenactivisten – benadrukten het feit dat de soldaat een standrechtelijke executie had uitgevoerd en tegen de geldende procedures had gezondigd. Daarop kregen het leger en zijn opperbevelhebber, Gadi Eizenkot, de beschuldiging naar het hoofd geslingerd dat ze deze soldaat in de steek hadden gelaten en hem als zondebok aanwezen voor hun eigen falend gedrag.
In zijn gebruikelijke, soms ietwat hysterische stijl beschreef Gideon Levy in Haaretz deze rechtszaak als “de stuiptrekkingen van een gezonde samenleving”. Dat lijkt me wat overdreven, al vraag ik me wel eens af of de Israëlische samenleving nog wel zo gezond is, zeker waar het Israël als rechtsstaat betreft. In mijn ogen heeft deze hele affaire twee zeer schadelijke neveneffecten gehad. Allereerst namen rechtse populisten politiek stelling tegen de legerleiding, waardoor het leger – tot voor kort nog één van de weinige basiselementen in de Israëlische maatschappij waarover een zekere consensus bestond – meer dan ooit tevoren speelbal van de politiek werd. Daarnaast trokken veel van diezelfde populisten van leer tegen de gehele rechtsgang, en sinds afgelopen woensdag tegen het vonnis. Dat is niet ongebruikelijk in Israël. Politici, vooral rechtse populisten, trekken het gezag van de rechterlijke macht (in veel gevallen het laatste bolwerk van democratische en liberale waarden, de rechten van minderheden, en de rechtsstaat als zodanig) regelmatig in twijfel, met name als een vonnis het belang van kolonisten schaadt. Woensdag liet, buiten het militaire gerechtshof waar het vonnis werd voorgelezen, een woedende meute haar onderbuikgevoelens de vrije loop. Eén van de leuzen die gebruikt werden was “Gadi (Eizenkot), pas op, Rabin zoekt een vriend”. Toch sprak premier Nethanyahu in zijn reactie op het vonnis niet over dat dreigement, of over dreigenementen aan het adres van de rechters. Hij koos, zoals gebruikelijk, de kant van zijn natuurlijke bondgenoten, en sprak zijn steun uit voor Azaria en diens familie, en voor een pardon voor de soldaat, nog voordat de militaire rechtbank heeft bepaald welke straf Azaria zal krijgen. Niet bepaald een uitspraak van vertrouwen in Vrouwe Justitia zoals je die van een minister-president zou mogen verwachten. Aan de andere kant, Bibi is zelf vrijwel constant het onderwerp van juridische onderzoeken naar corruptie en belangenverstrengeling. Momenteel loopt een onderzoek naar peperdure giften die meneer en mevrouw Nethanyahu van Amerikaanse en Franse zakenmannen gekregen zouden hebben. Misschien is hij niet de aangewezen persoon om Israël als rechtsstaat te promoten.
Professor Asa Kasher, ethicus en één van de auteurs van de “ethische code” van het Israëlische leger, zei dat het vonnis tegen Elor Azaria bewijst dat het juridische systeem in het leger werkt. Zelf heb ik eerder de neiging in te stemmen met Anshel Pfeffer, net als Gideon Levy journalist bij Haaretz. Hij stelde dat de eigenlijke schuldigen in deze zaak alle opeenvolgende regeringen van de afgelopen 49 jaar zijn, alsmede de Israëlische burgers die die regeringen (met deelname van Likoed, de Arbeidspartij en vrijwel alle andere politieke partijen) aan de macht hielpen. Zij zijn het die de bezetting onverhinderd laten voortduren, en die daardoor onze soldaten in onmogelijke situaties plaatsen. Dagelijks vinden er confrontaties plaats tussen Palestijnen en Israëlische soldaten. Bij de meeste confrontaties vallen geen gewonden of doden, maar het grootste verschil tussen vrijwel al die botsingen en het ‘incident’ met ‘de schutter in Hebron’ op 24 maart 2016 is dat er die dag toevallig een Palestijnse vrijwilliger van de Israëlische mensenrechtenorganizatie Betselem aanwezig was. Hij legde de misdaad vast op video, en zo kwam de zaak in de publiciteit. Zijn video vormde deel van de bewijslast tegen Azaria. Het Israëlische leger zou bovenal duidelijke, internationaal erkende grenzen moeten bewaken en ons tegen legers en terreurorganisaties (Iran, Hamas, Hezbollah, IS, etc.) moeten beschermen. In plaats daarvan is de belangrijkste taak van veel soldaten die van politieagent tegenover een vijandelijke burgerbevolking, en wijdt één van de beste legers ter wereld veel van zijn energie en middelen aan het in stand houden van wat door vrijwel alle beschaafde landen als een illegale bezetting wordt gezien, en aan het ontkennen van beschuldigingen van mensenrechtenschendingen. Zolang die bezetting voortduurt en het leger zich niet exclusief kan wijden aan datgene waarvoor het werd opgericht – bescherming van de staat Israël – wordt Israël als democratie en als rechtsstaat langzaam maar zeker uitgehold. Het leger, alhoewel verre van volmaakt en zeker niet boven elke kritiek verheven, faalt volgens mij dan ook veel minder dan de politici die dit land zouden moeten leiden. In die zin kan Elor Azaria – hoe schuldig hij ook moge zijn – zonder meer als een zondebok worden gezien. Maar dan van zijn politieke ‘leiders’, en niet van zijn direkte commandanten.

Artikel in het Friesch Dagblad

Dit artikel verscheen twee weken geleden in het Friesch Dagblad.

Ketchup na de maaltijd

Tijdens het afgelopen weekeinde, terwijl men zich wereldwijd klaarmaakte voor het Kerstfeest dan wel Chanukkah, had ik continu het volgende beeld voor ogen: Barack Obama die zijn middelvinger opsteekt tegen Binyamin Nethanyahu. De uitgaande President gaf zijn Israëlische plaaggeest na acht jaar van irritaties en provocaties een passend afscheidskado, door bij de stemming in de VN Veiligheidsraad over resolutie 2334, tegen het Israëlische nederzettingenbeleid, niet het Amerikaanse veto-recht te gebruiken. Nu stemden veertien landen voor de resolutie, en onthield Amerika zich van stemming. De Israëlische regering liet de weinige schroom die het nog had ten aanzien van Obama varen en viel hem aan zoals ze hem nog nooit heeft aangevallen. De resolutie zou anti-Israël of zelfs anti-Joods zijn, dit zou Obama’s ware gezicht tonen, enzovoort.

Alhoewel de resolutie grotendeels mijn instemming had, moest ik onwillekeurig denken aan een online stormpje dat Barack Obama afgelopen herfst ontketende door te stellen dat niemand ouder dan acht jaar ketchup op een hotdog zou moeten doen. Het gedrag van de President heeft iets kinderachtigs, vooral omdat hij – wat betreft zijn afkeer van Israëls nederzettingenbeleid – rijkelijk laat zijn tanden en spierballen toont. Een kwestie van ketchup na de maaltijd, zou je kunnen zeggen. Ik snap heel goed dat de man geen risico’s kon of wilde nemen in zijn eerste regeringsperiode, maar in de laatste vier jaar had hij niet al te veel te verliezen. De verhoudingen met Israël waren toch al aardig verziekt, en geloofwaardige druk op Jeruzalem om het nederzettingenbeleid nu eens eindelijk te stoppen zou die verhoudingen nauwelijks verslechterd hebben. Doordat Obama en zijn Minister van Buitenlandse Zaken Kerry echter continu – weliswaar mede vanwege Republikeinse tegenwerking, maar ook door een constant gebrek aan eigen daadkracht – teveel kolen en geiten probeerden te sparen, is hun buitenlands-politieke staat van dienst karig te noemen, ook en vooral waar het Israël en de Palestijnen betreft.

Het is interessant om te zien dat Nethanyahu tekeer gaat tegen Amerika, dat zich van stemming onthield, maar geen openlijke beschuldigingen uit richting – om maar een voorbeeld te noemen – Rusland dat vóór de resolutie stemde. Bibi heeft – met zijn tirades tegen al wie hem niet goed gezind is, ‘linkse’ Israëliërs voorop – iets weg van een bullebak, en als bullebakken iets weten dan is het wel dat je grotere bullebakken niet tegen de haren instrijkt. Niet voor niets zijn de betrekkingen tussen enerzijds Israël en anderzijds Rusland en Turkije al jaren beter dan die tussen Israël en de Verenigde Staten. Bullebak en bullebakjesmaat, zou je kunnen zeggen. Als reactie op de resolutie heeft Bibi onder andere op eerste kerstdag de ambassadeurs van de vóór stemmende landen op het matje geroepen, en ‘vergeldingsmaatregelen’ tegen de VN aangekondigd. Nee, serieus! Natuurlijk werd ook nu – net als na elke aan- en tegenslag – voorgesteld om nóg meer nederzettingen te bouwen en zelfs gebieden te annexeren.

Wie de moeite neemt om de resolutie rustig te lezen, zal zien dat ze in de verste verte niet als een anti-Israël motie kan worden gezien. Beschuldigingen die woorden bevatten als ‘anti-Joods’ of ‘verraad’ verdienen slechts minachting, geen verder commentaar. In één van de belangrijkste passages staat dat de Veiligheidsraad geen veranderingen van de “lijnen van 4 juni 1967” (de vooravond van de Zesdaagse Oorlog) erkent “behalve diegene waarover de partijen door onderhandelingen overeenstemming hebben bereikt”, en alle landen oproept “onderscheid te maken [...] tussen het grondgebied van de Staat Israël en de gebieden die sinds 1967 bezet zijn”. Dat lijkt mij een duidelijke erkenning van Israëls bestaansrecht en soevereiniteit. Het genoemde onderscheid pleeg ik zelf ook te maken, en ik denk – als Zionist – dat Israëls belang niet beter gediend kan worden dan door te benadrukken dat Israël en de bezette gebieden niet één en hetzelfde zijn. Tijdens een Chanukkah-ceremonie afgelopen weekeinde stelde de Israëlische premier dat de Klaagmuur geen bezet gebied is, en de Joodse wijk in Oost-Jeruzalem ook niet. Door net die twee plekken te noemen, en geen gewag te maken over ‘legale’ en zelfs volgens de Israëlische wet illegale nederzettingen, gaf hij indirect aan dat ook hij inziet dat het probleem elders ligt.

Jeruzalem is niet het belangrijkste onderwerp van discussie tussen Israël en de Palestijnen, daarvoor zijn creatieve oplossingen mogelijk. De Gazastrook is al lang geen bezet gebied meer, en Israël vindt het makkellijker om met Hamas om te gaan dan met de Palestijnse Autoriteit. Over de Golanhoogte heeft nauwelijks nog iemand het, niemand zal van Israël verlangen om dat strategische gebied ‘terug te geven’. Aan wie, Syrië? Niet dus. Wat overblijft is de Westoever, met de nederzettingen. Dat is – aan de Israëlische kant van het conflict – één van de angels van het conflict. De Israëlische regering blijft echter tegen beter weten volhouden dat de Westbank een o-n-l-o-s-m-a-k-e-l-i-j-k deel van de Joodse staat is. Ze weigert, of is niet in staat, onder ogen te zien dat landen als de Verenigde Staten en Groot Britannië weliswaar graag met Israël samenwerken op  economisch en militair gebied, maar nooit Israëls aanspraken op de Westoever zullen kunnen of willen erkennen. Door net te doen alsof de hele wereld gek is en alleen wij weten hoe het zit, en door in zekere zin samen met Donald Trump (en Poetin en Erdogan) die hele wereld de oorlog te verklaren, schaadt Binyamin Nethanyahu Israëls belang. Zelfs Ben Dror Yemini en Dan Margalit, twee prominente journalisten die meestal pleitbezorgers van Bibi zijn, hebben dit de afgelopen dagen erkend. Het is de vraag of de Israëlische kiezers dit nu eindelijk ook gaan inzien, en of zich binnen afzienbare tijd een geloof- en betrouwbaar politiek alternatief in Israël zal aanbieden. De kans daarop is klein, een werkelijke oppositie is hier al jarenlang ver te zoeken. En dus, ondanks wat voor resoluties dan ook, zal de Israëlische regering vanaf 20 januari, met Washingtons zegen, waarschijnlijk vrolijk verder kunnen bouwen in de bezette gebieden. Maar Obama kan tenminste aan de borreltafel zeggen dat hij één van zijn kwelduivels toch mooi even de waarheid heeft gezegd.